Sunday, December 23, 2012
Een actuaris over goudbeleggingen
Op 19 juni 2012 was de Johan de Witt lezing van het Actuarieel Genootschap. Spreker was Jos Berkemeijer AAG over het onderwerp Belegging in Goud.
De kern van zijn betoog was, dat beleggen in goud een absolute must is om je in te dekken tegen risico's, en vooral in de financiele crisis die we sedert 2008 meemaken. Zelf was ik benieuwd naar zijn argumentatie, want ik voel meer voor de filosofie, die de grote belegger Warren Buffett hanteert. Buffett onderscheidt drie categorieën beleggingen. Op de eerste plaats goud en andere goederen die 'niet produktief' zijn. Op de tweede plaats geld en geldpapieren, want die hebben weliswaar koopkracht, maar het blijft fiduciair papier. Op de derde plaats komt de categorie, die blijvende waarde heeft en die produktief is, namelijk onroerend goed, aandelen en bedrijven. Zijn beleggingen richt hij dan ook op de laatste categorie; met dien verstande, dat hij aandelen en bedrijven kiest die hij begrijpt. Daardoor zit hij vooral in de 'oude' economie en heeft heel lang de mogelijkheden van IT en internet laten liggen.
Jos Berkemeijer bouwt zijn betoog gestructureerd op. Hij laat zien hoe diep de crisis is, die de afgelopen jaren is gegroeid. Vervolgens dat de analysemethoden die actuarissen en andere wetenschappers hanteren schijnoplossingen bieden. En tenslotte toont hij, hoe goud al sinds mensenheugenis zich bewezen heeft als een zeer zeker belegging.
Hij toont een vracht aan bewijsvoering en de sheets dragen alle het logo van GSCG (Gold Standard Consulting Group). Daarin zal hij wel actief zijn.
Zijn uiteindelijke advies aan pensioenfondsen is om enkele procenten van de activa aan te houden in goud. Hij geeft het voorbeeld van een Japans pensioenfonds, dat deze stap al heeft gezet. Japan is immers al sedert de jaren negentig in een situatie van nul procent rente. Een situatie waarin het 'westen' ook terecht lijkt te komen. Hij predikt ook, dat actuarissen hierin een actieve rol moeten nemen. Dat sluit wel goed aan bij de voornemens van het AI om meer dominant te worden in de beleidsvorming van financiele instellingen. Men wil af van het predikaat “Piet Verplichting”, de actuaris die alleen maar jaarlijk uitrekent welke verplichtigen het instituut heeft. Hij beperkt zich dus tot de passiefzijde van de balans. Via de tussenstap ALM (asset liability management) zou de actuaris dus ook veel meer invloed moeten zoeken op de beleggingen, de assets van de instelling.
Of de wens van Berkemeijer (in goud gaan beleggen) daarin past, blijft natuurlijk de vraag.
Ik heb me af gevraagd, of zijn advies ook zou kunnen gelden voor particulieren. Maar volgens mij is één van de elf in zijn presentatie genoemde 'disadvantages' voor particulieren een showstopper: Vaulting gold is expensive. (Het bezitten en bewaren van goud is duur.)
En voor particulieren is het niet alleen duur, maar ook gevaarlijk.
Want als je echt in goud wilt beleggen, moet je echt de goudstaven bij je thuis bewaren. Als je dat bewaren overlaat aan een beleggingsinstelling, loop je weer één van de grote risico's van deze tijd.
Het third party risico wordt dan geïntroduceerd, want het kan zijn, dat die bewaarder het goud niet kan leveren, als jij het wilt ophalen of verkopen.
Conclusie: Ik zocht dus naar zijn argumentatie. Want in de beschouwing van Buffett is de zwakte van goud, dat het niet-produktief is en uitsluitend speculatief. De argumentatie van Berkemeijer komt er dus op neer, dat historisch bewezen is, dat goud altijd beter presteert dan de inflatie. Daar is niks tegen in te brengen. Het doet mij denken aan de redeneertrant van de 'chartists', die beleggingen uitsluitend bekijken met historische koersgrafieken.
Tuesday, December 11, 2012
Beursgang Facebook
In de jaren negentig dachten we bij Cap Gemini, dat de wereld door internet heel snel zou veranderen. Dat gebeurt echter niet binnen 1 of 2 jaar. Maar over een langere tijd zie je wel degelijk een spectaculaire verandering zich voltrekken. Op deze blog schreef ik daarover:
Oude en nieuwe economie (18-1-2010), Nieuwe spelers in e-commerce (27-12-2010), Waarde van ICT (19-3-2011).
De beursgang van Facebook in 2012 is weer een voorbeeld van deze veranderingen in de economie.
In de Waarde van ICT schreef ik bijvoorbeeld hoe de waarde van Apple Computers de waarde overtreft van veel klassieke industrieën, die qua produktiefaciliteiten en aantallen medewerkers vele malen groter zijn. In mei 2012 schrijft Der Spiegel over Facebook, dat na de beursgang de waarde van het bedrijf op 105 miljard staat. Meer dan de gezamenlijke waarde van de traditionele Duitse ondernemingen BMW, Deutsche Bank en Adidas... Weliswaar is die beurswaarde in de zomer van 2012 weer vermindert, maar dat doet niks af aan het fenomeen.
In de zomer las ik de biografie van Steve Jobs geschreven door Walter Isaacson. Een persoon, die zoals hij zelf zegt, Technology en Liberal Arts met elkaar wist te verbinden. Hij maakte de apparaten en toepassingen, waarvan de mensen niet wisten, dat ze die nodig hadden. Zo'n bedrijf bewerkt dus een sprongsgewijze verandering door bouwstenen met elkaar te verbinden die in potentie al langer beschikbaar waren. Opvallend was, dat hij een 'closed' filosofie hanteerde. Vanaf de chips tot en met de klantervaring in de winkel wilde hij de keten beheersen. Tegen alle adviezen in begon hij met zijn Apple Stores, omdat hij niet wilde dat een 'shithead' of 'bozo' van een warenhuis zijn Apple op de plank zette naast een Dell of een HP. Hij wilde niet dat mensen uit de 'oude wereld' een spaak in het wiel konden steken.
Ook in mei verscheen het bericht, dat Google de overname van Motorola doorzette. In tegenstelling tot de zojuist genoemde forward integration van Apple Computers is dit dus een backward integration. Steve Jobs zag Google als tegenpool, omdat zij in tegenstelling tot zijn closed filosofie uit gaan van de 'open' filosofie. Jobs heeft lang gevochten tegen het open Android, omdat hij volgens mij niet ten onrechte, dat beschouwde als diefstal van zijn gedachtengoed. Inmiddels verliest Apple qua marktaandeel van Andoid, net zoals het in de vorige eeuw verloor van Microsoft Windows. Vervelend voor Apple, maar volgens mij is 'open' voor de mensheid toch een betere weg dan 'gesloten'.
Google, Apple, Facebook, Amazon en E-bay gaan dus door met hun groei. Zij zijn nog steeds de voorhoede van de e-commerce. Zomer 2012 lees ik op vakantie in een Franse krant, dat de 'grands surfaces' (de grote supermarkten) het afgelopen jaar drie procent hebben verloren op hun non-food omzet, terwijl de omzet van internetondernemingen met vier procent is gestegen. En in Nederlandse steden zie ik overal de pakketdiensten rondrijden, die de internetbestellingen bezorgen. (Is dat nou milieu-gunstig? Tegenover die ritten bespaar je wel de ritten tussen depots en winkels. En de ritten die de consument maakt naar winkels. Maar dat is een ander verhaal.)
Wat nog niet doorzet is de e-bank of e-verzekeraar. Toch lenen zich die daar perfect voor: geen fysiek produkt, alleen digitale produkten zoals overeenkomsten en info. Maar wat heel belangrijk bij deze produkten zijn vertrouwen, betrouwbaarheid en veiligheid. Zolang dat de achilleshiel blijft van het internet, heb je nog bankgebouwen en bankmedewerkers nodig waar je mee kunt praten en die je kunt zien.
Tuesday, November 27, 2012
Wederwaardigheden van Open Source
Op 28-10-10 schreef ik een posting 'setbacks voor open source' naar aanleiding van het terugdraaien van open source keuzen door de Duitse overheid.
Bij deze nog eens een opsomming van gebeurtenissen. Er blijven tegengestelde bewegingen optreden.
In 2006 werd in de Nederlandse Tweede Kamer de motie Vendrik aangenomen. Open Source moest van overheidswege gestimuleerd worden. Daartoe werd het project OSOSS opgestart, later opgevolgd door het programma NoiV. Ook in andere landen zijn van overheidswege initiatieven geweest om open source te promoten. In Amerika wordt het gezien als een middel voor federale en lagere overheden om hun ICT-kosten te verlagen. In Duitsland en Frankrijk zijn grote overheidsdiensten overgegaan op open software. En in Engeland wordt het door de Tories gezien als het wondermiddel om een open, voor de burger gemakkelijk toegankelijke overheid te bouwen.
Aanleiding voor deze posting is het rapport van de Algemene Rekenkamer over Open Source.
In maart 2011 heeft de Rekenkamer aan de minister gerapporteerd, dat het overgaan op open source maar een minimale kostenbesparing zal opleveren. Wellicht is dat ook de reden, dat het programma NoiV na de zomer 2011 zal stoppen. Voorstanders van open source wijzen erop, dat de focus op (licentie)kosten een veel te beperkte insteek is geweest van de Rekenkamer.
Rolf Zaal betoogt in Automatiseringsgids van maart 2011, dat er een politieke denkfout wordt gemaakt. De politiek denkt bij Open Source aan 'lekker gratis' en de Rekenkamer 'sukkelt daar kritiekloos in mee'. En berekent dat licentiekosten maar 4% van de totale ICT-kosten van het Rijk vertegenwoordigen. Volgens Zaal zit het voordeel van Open Source er vooral in, dat je als gebruiker zelf de verdere koers van de software kunt medebepalen. Je krijgt meer businessfit en komt nooit in een vendor lock-in. Zelf zie ik dat vendors als Microsoft alleen meebewegen als het moet (bijvoorbeeld wanneer ze druk van open software voelen, zoals bij Open Office). En anders is het toch hun eigen winstdoelstelling, die bepaalt welke aanpassingen in software wel of niet gedaan zullen worden. Je ziet aan Windows en Office, dat Microsoft steeds betere produkten levert, maar je moet je inderdaad afvragen, of dat verder gaat, zodra de druk van concurrentie (zoals open source software) wegvalt.
Het lijkt erop, dat open source een nicheprodukt wordt. Voor de liefhebbers en principiëlen. Dat geldt althans voor operating systems en voor officeprodukten. Voor sommige produkten, zoals de browser Firefox en serversoftware zoals Apache, heeft open software juist een sterke positie veroverd. Soms lijkt het, dat instellingen Microsoftplatformen kiezen uit gemakzucht of door handig manoevreren van Microsoft. (Denk bijvoorbeeld aan het feit, dat het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken van open platformen terugconverteert naar Windows. ) Anderzijds worden de produkten van Microsoft steeds beter, zoals ik zelf ervoer met het verkrijgen van Windows 7. Daarom ben ik afgestapt van Linux Ubuntu in mei 2011 toen ik een nieuwe laptop kreeg. Om nu, in november 2012, Ubuntu weer te installeren, omdat Windows na een hersteloperatie helemaal is vastgelopen.
Ben benieuwd, hoe die strijd zich ontwikkelt op de markt van smartphones en tablets. Apple is natuurlijk een fenomenale vernieuwer, maar wel ontzettend van de proprietary software. Apple standaarden worden bijvoorbeeld keihard vastgehouden, zodat Apple via zijn Appstores enorm kan verdienen aan de verkoop van apps. De open standaarden van Android winnen echter snel terrein. Ik houd het erop, dat Apple net als Microsoft bij de pc's zal moeten inbinden. Hoewel het daar nu, november 2012, helemaal nog niet op lijkt. Het begint erop te lijken, dat 'open' en 'proprietary' voorlopig naast elkaar zullen blijven bestaan. Elke optie kan in bepaalde omstandigheden de voorkeur verdienen.
Friday, November 9, 2012
Verrassende inzichten in computerbeveiliging
Onlangs schreef ik over het Open Overheids Congres op 31 mei 2012. Eén van de inleidende sprekers was Bart Jacobs, hoogleraar Computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit. Zijn verhaal vond ik de moeite waard om een aparte posting aan te wijden.
De titel van zijn spreekbeurt was 'open standaarden en security'. Daar kan namelijk een frictie in ervaren worden. Sommigen maken volgens hem ten onrechte het punt, dat security minder sterk is, als hij open is, dat wil zeggen, als er veel informatie bekend is over de aard van de beveiliging.
Hij poneert twee stellingen:
=Het openlijk publiceren van designs en protocollen draagt bij aan de veiligheid van de beschermde systemen.
=No security through obscurity. Vervolgens illustreert hij dat met “security through obscurity” blunders. Die van de Nederlandse OV-chip was mij bekend. Studenten van de Radboud toonden aan, dat je de OV-chip kon manipuleren om gratis te reizen. De gebruikte chip is een oud ontwerp uit de jaren negentig (Mifare Classic chip), die volgens Jacobs vol zit met cryptografische stupiditeiten. Ik kan mij herinneren, hoe de verantwoordelijke OV-instanties in het NOS-journaal bleven draaien om te vertellen, dat de OV-kaart betrouwbaar was en zelfs de krakers in de verdachte hoek zetten. Maar dit lijkt me duidelijk weer een voorbeeld van ethisch hacken. De krakers tonen zwaktes aan om de maatschappij daardoor beter te maken. Als ik google op Mifare-chips, dan blijken er toch ruim een miljard te worden gebruikt. Ze worden toegepast voor RFID tags (radiofrequency identification), waarmee je bijvoorbeeld containers op afstand kunt identificeren. Wellicht is het niet handig geweest om die chip ook te kiezen voor toepassingen, waarvan misbruik profijtelijk is, zoals OV-pas en toegangspassen. Er zijn dus aanvullende beveilingsmaatregelen nodig; ik ben er benieuwd naar welke maatregelen dat dan moeten zijn. Als ander voorbeeld noemt hij GSM. Dat is in het geheim ontwikkeld, maar na uitlekken van algorithmen bleek GSM gemakkelijk af te luisteren. Hij vertelt, dat de opvolger UMTS wél gebaseerd is op open protocollen en standaarden. Hij introduceert het voor mij onbekende attribuut-georienteerde authenticatie en authorisatie. Voorbeeld: Je moet je ID laten zien om sterke drank te kopen, terwijl alleen de leeftijdscheck daar van belang is. Hij constateert, dat vaak identiteiten worden gebruikt ipv attributen. Dat bedreigt de privacy en gaat in tegen het minimale data vereiste. Andere toepasbare attributen zijn bijvoorbeeld geslacht, beroep, student en postcode. In het project IRMA (I Reveal My Attributes) wordt gewerkt aan een kaart waarop attributen worden opgeslagen. Issuers kunnen attributen aan de kaart toevoegen. Argumenten voor open systemen: Snelle detectie en herstel van bugs. Programmeurs produceren betere code als iedereen kan meekijken. Minder risico op backdoors. Meer flexibiliteit: partiële installaties zoals afgeslankte versies; onafhankelijkheid leveranciers voor patches; iedereen kan kwaliteit controleren. Tegen gesloten: vals gevoel van veiligheid; assumptie is dat het verborgene een goed produkt is gefalsificeerd; source lekt toch uit; het verborgene geeft geen gevoel van vertrouwen. Voor de volledigheid nog even de definitie van 'open' volgens het College Standaardisatie: Hij vindt dat een cryptografische standaard pas wordt geaccepteerd na een competitie. De organisator is de NIST. (National Institute for Standardisation and Technologies) Voorbeelden zijn AES en SHA-3. Goed optreden van een academicus met objectieve, diepgaande inzichten over computerbeveiliging.
Subscribe to:
Posts (Atom)