Voorjaar 2011 was er weer het NOiV Congres in Utrecht. NOiV staat voor Nederland Open in Verbinding. Vorig jaar hoorde ik op dit congres onder andere een spreker uit Duitsland, een ambtenaar uit München, die open werkplekken wilde uitrollen voor ambtenaren en scholen. (Zie posting van 28-5-2010.)
Dit jaar was er een Engelsman, die principes voor informatiemanagement presenteerde om te komen tot Open Government. Hij heette Liam Maxwell en lijkt op sir Winston Churchill. Zijn toespraak was getiteld: 'government as a service'.
Het was echt een 'informatiebeleid'-verhaal, startend vanuit overall kosten van de overheid en het aandeel van IT daarin. De man verwijst naar het Thomson Report, waarin de Tories hun visie neerleggen om via toepassing van ICT het overheidsapparataat te verbeteren.
Uitgangspunt is, dat open standaarden en 'level playing field for open source' bevorderen, dat er innovatie plaats vindt, dat vele kleine aanbieders hun diensten kunnen aanbieden in overheidsautomatisering en dat er een transparante en goedkope infrastructuur groeit.
Via deze structuur kunnen mondige burgers maximaal participeren in het openbaar bestuur.
Het is opvallend, dat in Engeland de Tories deze filosofie promoten. Terwijl in Nederland juist linkse partijen pleiten voor open standaarden en open software. Mijn interpretatie is, dat de Engelse conservatieven hun voorkeur voor de vrije markt vertalen in het creëren van openheid en vrijheid voor producenten en consumenten van IT-produkten. Terwijl de Nederlandse linkse partijen met lede ogen zien, hoe bepaalde grote spelers in de markt (vooral Microsoft) hun monopolies beschermen en daarmee grote winst realiseren. Het startpunt van beide meningen is verschillend, maar de uitkomst is hetzelfde....
De Engelsman wil graag via open standaarden voor burgers een personal data store aanleggen met gegevens over adult social care, tax, education, benefits,health, leisure. Vergelijk dat maar met Nederlandse initiatieven zoals het EPD voor gezondheidsgegevens en het DKD, het Digitaal Klant Dossier, waarin Nederlandse instellingen de gegevens van een bepaalde burger samenbrengen. De Engelse conservatieve partij is ervan overtuigd, dat open standaarden de kosten omlaag brengen en een level playing field bieden voor alle IT-leveranciers. Net zoals in Nederland de partijen Groen Links en SP dat vinden.
Hij citeert zijn regeringsleider David Cameron, die de burgers de vrijheid wil laten en de regie wil geven. Je moet dus een benaderbare overheid bouwen, waar alle burgers kunnen halen wat ze zoeken en hun zegje kunnen doen, waar ze dat nodig vinden. Zij die minder bedreven zijn in IT mogen niet op achterstand komen en ten prooi vallen aan slimmere mensen en slimme bedrijven, die ze in een lock situatie zetten. Hij pleit dus voor open source en het verplicht stellen van open standards. Programma-manager Schop van NoiV strijdt in Nederland voor opname in tenders van open standaarden, niet als wens, maar als eis. Het blijkt naar haar zeggen overigens, dat de meeste tenders zich niet houden aan de regel 'Comply or Explain'. Bij Nederlandse overheden wordt het 'open beleid' dus niet echt afgedwongen.
Een andere spreker was John Walicki, Open Client Architect bij IBM. Deze firma is al jaren bekeerd tot open source en levert grote bijdragen aan de open source gemeenschap. Walicki leidt werkgroepen binnen de Linux foundation is lid van de adviesraad van Gnome (een linux desktop).
'What does it mean to be Open?' Daar is goed over nagedacht en daarom neem ik zijn argumenten integraal over:
Goals of Openness
– Flexibility
– Resiliency
– Maximize freedom of action
– Avoid vendor lock-in
● Open Standards
– Improving information sharing by simplifying
integration of disparate technologies
– Promoting interoperability by using open
published specifications
● Open Architecture
– Increasing collaboration by easily extending
business processes – eg SOA
– Innovating on top of common hardware
specifications
● Open Source
– Promoting innovation by leveraging
community development– Accelerating open standards adoption
Al eerder heb ik meermalen vastgesteld, dat IBM, hoewel het een mammoet-onderneming is, in staat is om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden. Steeds weer blijven ze na grote technologie-verschuivingen de grootste ICT- speler van de wereld, waar andere industrieleiders een technologieverschuiving (mainframe, minicomputer, PC, internet) niet overleven.
En al jaren doen zij met grote inzet mee aan 'open'-initiatieven. Ze hebben gewoon heel goed begrepen, dat je in de nieuwe wereld niet groot kunt zijn door vast te houden aan customer lock-in tactieken.
Thursday, September 29, 2011
Monday, September 19, 2011
'Tegenlicht' toont een gebeurtenis in de informatiemaatschappij
Op maandag 31 januari 2011 zond het VPRO-programma Tegenlicht een reportage uit over de zogenaamde flashcrash.
Deze flashcrash heeft plaatsgevonden op 6 mei 2010. De clou is, dat de handel op de beurzen wordt uitgevoerd door computerprogramma's, die in fracties van seconden reageren op kleine koersbewegingen. Ze kopen en verkopen grote blokken posities nog steeds in fracties van seconden. Zo kon het gebeuren, dat de Dow Jones index om 2u45 pm 900 punten (9%) inzakte. De grootste daling (600 punten) verliep in 5 minuten. Dit verlies werd daarna in 20 minuten ingelopen. Maar bepaalde partijen hebben in die korte tijd kapitalen gewonnen door aandelen duur te verkopen en heel goedkoop weer terug te kopen. Of door heel goedkoop te verwerven en daarna weer duur te verkopen. Tegenpartijen boekten dus een navenant verlies. In de Tegenlicht-reportage wordt als voorbeeld het aandeel Andersen genoemd, dat normaal op ongeveer 42 dollar staat, maar tijdens de flashcrash werd verkocht voor een paar cent!
In de bovenstaande link naar Wikipedia wordt een onderzoeksrapport van de Securities and Exchange Commissie (SEC) geciteerd. Men zoekt het in onevenwichtigheden, die door de computerhandel worden ingebracht.
In de Informatica wordt al lang gesteld, dat na de reële economie de geld-economie is gekomen, die de reële economie stuurt en wereldwijd laat groeien. Maar dat de volgende ontwikkeling de Informatie-economie is, waar informatiestromen de allesbepalende factor zijn. Deze documentaire bevestigt dat.
Er is altijd arbitrage geweest, maar de technologie heeft nu de arbitrage naar een tijdloos en plaatsloos niveau gebracht. Elke maas in het systeem en elke informatievoorsprong wordt in milliseconden omgezet in transactievoordelen.
Iemand in de Tegenlichtdocumentaire stelde: 'De slimme computers winnen van de domme computers'. Maar het zijn natuurlijk de slimme mensen, die het winnen van de domme mensen! Dat is altijd het geval en dat zal ook altijd zo blijven.
Zelf houd ik mijn aandelen wel 20 jaar, want op de lange termijn verzilveren zij de groei van bijvoorbeeld de ICT-bedrijfstak. Dus heb ik geen last van deze verschijnselen.
Maar er zijn allerlei handelaren, die proberen te verdienen aan de korte termijn bewegingen van de beurs. En in dat geweld worden de domme handelaren uitgekleed door de slimme handelaren. Dat is hun eigen risico.
Ik vond het wel mooi om de mensen in de documentaire te zien, echte gedreven, onafhankelijke mensen, zoals ze in Amerika bestaan. De historicus, die met gevoel de ontwikkelingen beschrijft, en de professor in Kansas die met een gulle lach een rondrit maakt naar Waddell. Mooi hoe die professor in Kansas over dat gigantisch rangeerterrein reed. En daarna op de parkeerplaats naast een of andere redneck-truc een plaatsje vindt.
Maar vooral de data-analyst, die de trend helemaal uitpluist. Hopelijk wordt deze man niet door krachten omgebracht, die vinden dat hij te dichtbij is gekomen. Want rondom het onderwerp Cybercrime zien we steeds meer voorbeelden van criminele, superdeskundige hackers, die in computers inbreken om daar veel geld mee te kunnen buitmaken. Wellicht is er zoiets gebeurt bij de flashcrash en wel op zo'n wijze, dat alle sporen zorgvuldig zijn uitgewist.
Deze flashcrash heeft plaatsgevonden op 6 mei 2010. De clou is, dat de handel op de beurzen wordt uitgevoerd door computerprogramma's, die in fracties van seconden reageren op kleine koersbewegingen. Ze kopen en verkopen grote blokken posities nog steeds in fracties van seconden. Zo kon het gebeuren, dat de Dow Jones index om 2u45 pm 900 punten (9%) inzakte. De grootste daling (600 punten) verliep in 5 minuten. Dit verlies werd daarna in 20 minuten ingelopen. Maar bepaalde partijen hebben in die korte tijd kapitalen gewonnen door aandelen duur te verkopen en heel goedkoop weer terug te kopen. Of door heel goedkoop te verwerven en daarna weer duur te verkopen. Tegenpartijen boekten dus een navenant verlies. In de Tegenlicht-reportage wordt als voorbeeld het aandeel Andersen genoemd, dat normaal op ongeveer 42 dollar staat, maar tijdens de flashcrash werd verkocht voor een paar cent!
In de bovenstaande link naar Wikipedia wordt een onderzoeksrapport van de Securities and Exchange Commissie (SEC) geciteerd. Men zoekt het in onevenwichtigheden, die door de computerhandel worden ingebracht.
In de Informatica wordt al lang gesteld, dat na de reële economie de geld-economie is gekomen, die de reële economie stuurt en wereldwijd laat groeien. Maar dat de volgende ontwikkeling de Informatie-economie is, waar informatiestromen de allesbepalende factor zijn. Deze documentaire bevestigt dat.
Er is altijd arbitrage geweest, maar de technologie heeft nu de arbitrage naar een tijdloos en plaatsloos niveau gebracht. Elke maas in het systeem en elke informatievoorsprong wordt in milliseconden omgezet in transactievoordelen.
Iemand in de Tegenlichtdocumentaire stelde: 'De slimme computers winnen van de domme computers'. Maar het zijn natuurlijk de slimme mensen, die het winnen van de domme mensen! Dat is altijd het geval en dat zal ook altijd zo blijven.
Zelf houd ik mijn aandelen wel 20 jaar, want op de lange termijn verzilveren zij de groei van bijvoorbeeld de ICT-bedrijfstak. Dus heb ik geen last van deze verschijnselen.
Maar er zijn allerlei handelaren, die proberen te verdienen aan de korte termijn bewegingen van de beurs. En in dat geweld worden de domme handelaren uitgekleed door de slimme handelaren. Dat is hun eigen risico.
Ik vond het wel mooi om de mensen in de documentaire te zien, echte gedreven, onafhankelijke mensen, zoals ze in Amerika bestaan. De historicus, die met gevoel de ontwikkelingen beschrijft, en de professor in Kansas die met een gulle lach een rondrit maakt naar Waddell. Mooi hoe die professor in Kansas over dat gigantisch rangeerterrein reed. En daarna op de parkeerplaats naast een of andere redneck-truc een plaatsje vindt.
Maar vooral de data-analyst, die de trend helemaal uitpluist. Hopelijk wordt deze man niet door krachten omgebracht, die vinden dat hij te dichtbij is gekomen. Want rondom het onderwerp Cybercrime zien we steeds meer voorbeelden van criminele, superdeskundige hackers, die in computers inbreken om daar veel geld mee te kunnen buitmaken. Wellicht is er zoiets gebeurt bij de flashcrash en wel op zo'n wijze, dat alle sporen zorgvuldig zijn uitgewist.
Friday, September 9, 2011
Jaarvergadering en congres van AG en AI
Ik nam deel aan het Jaarcongres van AG/AI op 24 maart 2011 in Almere. De reden daarvoor was het feit, dat ik in de jaarvergadering van het AG zou worden benoemd tot Lid van Verdienste van het AG vanwege de 15 jaar, dat ik voorzitter ben van de vakgroep Informatica en in die periode de informatica-modules van het Actuarieel Instituut heb vormgegeven. In mijn dankwoord heb ik uiteraard een drietal actuarissen genoemd, die in genoemde periode belangrijke steunpilaren waren, te weten Rob Bosch, Willem Jan Willemse en Tom de Maat.
Zowel op de jaarvergadering als het aansluitende congres waren interessante onderwerpen aan de orde.
-De concepttekst van “Consultation paper solvency 2” werd aan de leden ter review uitgereikt.
-Verder werd een werkgroep aangesteld, die gaat werken aan Prognosetafels nieuwe stijl. De nieuwe voorzitter van de werkgroep gaf een toelichting; het is een uitdaging want de 'overleving' neemt snel toe. Voor de berekening van pensioenen zijn aannames over levensverwachting cruciaal, omdat ze over een mensenleven tot zeer grote verschillen leiden ten aanzien van benodigd kapitaal en de te verwachten uitkering.
-De bestuursverantwoordelijk voor Public Relations gaf uitleg over de communicatiestrategie van het AG. Het AG kan zich positief profileren door standpunten over Solvency 2. En niet met politieke zaken zoals de woekerpolissen. 's Middags tijdens het congres kwam Solvency 2 weer terug. (Zie hieronder beschreven.)
-De bestuursverantwoordelijke voor permanente educatie liet zien, dat de prestaties van leden nauwkeurig worden gemonitord. Elk jaar zijn er leden, die de titel AG moeten prijsgeven, omdat ze de PE-eis niet willen of niet kunnen bijhouden.
's Middags bij het congres waren ruim 800 personen aanwezig. Veel jonge mensen, hetgeen ik vorig jaar op het toenmalige congres ook al opmerkte. Als bewijs daarvoor, dat het beroep van actuaris zich in een groeiende populariteit mag verheugen.
De uitschieter op het congres vond ik mevrouw Borst, die automatisering noemde als één van de middelen om de stijgende zorgkosten vanwege vergrijzing te beheersen. Ik noemde haar optreden al in mijn posting van 20 juli j.l., waarin ik enige woorden wijdde aan het Elektronisch Patiëntendossier. Iemand in de zaal wijst op fouten, die mogelijk kunnen optreden door automatisering. Dat is werkelijk een gotspe als je naar de huidige situatie kijkt! (Het doet me denken aan een oud verhaal: Een groot papieren archief met vele tonnen papier werd vervangen door een jukebox met CD's. Een criticus poneerde de stelling, dat bij het verbranden van deze jukebox alle informatie weg zou zijn. Het antwoord is simpelweg, dat de CD's elders een back-up hebben, maar het demonstreert vooral het denken van mensen. Want dezelfde man heeft de vraag nooit gesteld in al die jaren, dat er vele tonnen papier in het archief lagen. Dat brandt pas goed!
Daar nu moet ik denken, als iemand stelt, dat er fouten in een EPD kunnen worden ingebracht.)
Hierboven werd vanuit de jaarvergadering al gewag gemaakt van het Consultationpaper Solvency 2.
's Middags tijdens het congres werd het door de voorzitter aan alle congresgangers uitgelegd. Uiteraard met het verzoek aan alle actuarissen om hun inbreng te geven naar aanleiding van de Consultation Paper. De wetgeving Solvency 2 introduceert een nieuw toezichtskader, dat van toepassing is op verzekeraars vanaf 1-1-2013. De complexiteit van de vereiste kwantitatieve analyse neemt toe en de actuarissen zien daardoor voor zichzelf een belangrijkere en bredere rol.
Het AG werkt aan een nieuw actuarieel normenkader waarbinnen de actuaris AG kan komen tot een adequate invulling van de vereisten onder Solvency 2.
Door een proactieve rol wil het AG zich dus bij dit toezicht een belangrijke rol veroveren. Dit voornemen geldt al langer voor de vernieuwing binnen AG: meer proactief, meer communicatief, niet volgend maar leidend.
Zowel op de jaarvergadering als het aansluitende congres waren interessante onderwerpen aan de orde.
-De concepttekst van “Consultation paper solvency 2” werd aan de leden ter review uitgereikt.
-Verder werd een werkgroep aangesteld, die gaat werken aan Prognosetafels nieuwe stijl. De nieuwe voorzitter van de werkgroep gaf een toelichting; het is een uitdaging want de 'overleving' neemt snel toe. Voor de berekening van pensioenen zijn aannames over levensverwachting cruciaal, omdat ze over een mensenleven tot zeer grote verschillen leiden ten aanzien van benodigd kapitaal en de te verwachten uitkering.
-De bestuursverantwoordelijk voor Public Relations gaf uitleg over de communicatiestrategie van het AG. Het AG kan zich positief profileren door standpunten over Solvency 2. En niet met politieke zaken zoals de woekerpolissen. 's Middags tijdens het congres kwam Solvency 2 weer terug. (Zie hieronder beschreven.)
-De bestuursverantwoordelijke voor permanente educatie liet zien, dat de prestaties van leden nauwkeurig worden gemonitord. Elk jaar zijn er leden, die de titel AG moeten prijsgeven, omdat ze de PE-eis niet willen of niet kunnen bijhouden.
's Middags bij het congres waren ruim 800 personen aanwezig. Veel jonge mensen, hetgeen ik vorig jaar op het toenmalige congres ook al opmerkte. Als bewijs daarvoor, dat het beroep van actuaris zich in een groeiende populariteit mag verheugen.
De uitschieter op het congres vond ik mevrouw Borst, die automatisering noemde als één van de middelen om de stijgende zorgkosten vanwege vergrijzing te beheersen. Ik noemde haar optreden al in mijn posting van 20 juli j.l., waarin ik enige woorden wijdde aan het Elektronisch Patiëntendossier. Iemand in de zaal wijst op fouten, die mogelijk kunnen optreden door automatisering. Dat is werkelijk een gotspe als je naar de huidige situatie kijkt! (Het doet me denken aan een oud verhaal: Een groot papieren archief met vele tonnen papier werd vervangen door een jukebox met CD's. Een criticus poneerde de stelling, dat bij het verbranden van deze jukebox alle informatie weg zou zijn. Het antwoord is simpelweg, dat de CD's elders een back-up hebben, maar het demonstreert vooral het denken van mensen. Want dezelfde man heeft de vraag nooit gesteld in al die jaren, dat er vele tonnen papier in het archief lagen. Dat brandt pas goed!
Daar nu moet ik denken, als iemand stelt, dat er fouten in een EPD kunnen worden ingebracht.)
Hierboven werd vanuit de jaarvergadering al gewag gemaakt van het Consultationpaper Solvency 2.
's Middags tijdens het congres werd het door de voorzitter aan alle congresgangers uitgelegd. Uiteraard met het verzoek aan alle actuarissen om hun inbreng te geven naar aanleiding van de Consultation Paper. De wetgeving Solvency 2 introduceert een nieuw toezichtskader, dat van toepassing is op verzekeraars vanaf 1-1-2013. De complexiteit van de vereiste kwantitatieve analyse neemt toe en de actuarissen zien daardoor voor zichzelf een belangrijkere en bredere rol.
Het AG werkt aan een nieuw actuarieel normenkader waarbinnen de actuaris AG kan komen tot een adequate invulling van de vereisten onder Solvency 2.
Door een proactieve rol wil het AG zich dus bij dit toezicht een belangrijke rol veroveren. Dit voornemen geldt al langer voor de vernieuwing binnen AG: meer proactief, meer communicatief, niet volgend maar leidend.
Tuesday, August 30, 2011
Voors en tegens van de cloud
De afgelopen twee jaar was de 'cloud' een van de toppers, waar het ging om de aandacht van ICT- management en general management. Het belooft kostenverlaging van het machinepark en verruiming van de mogelijkheden van ICT. En die beloften zijn ook reëel, zij het, dat de tijd daarin wel zijn werk moet doen. En dat eerst diverse organisatorische zaken ingeregeld moeten zijn, voordat de nieuwe techniek probleemloos kan worden ingezet in de organisatie.
Volgens Gartner krijg je in de hype-curve na het aanvankelijke grote enthousiasme een dip, the 'trough of disillusionment'. Ik weet niet of dat voor de cloud nu aan de orde is, maar het is wel zo, dat diverse kritische signalen recentelijk naar boven komen. In de eerste helft van 2011 gebeurde dat vooral na twee grote incidenten: het bijna faillissement van Info Technology en het down gaan van de clouddiensten van Amazon.
In het blad Cloudworks van maart 2011 schrijft de column van Brouwer daarover. Gesteld wordt, dat veel van de verkopers van cloudconcepten met de mond vol tanden staan, zodra er serieus wordt doorgevraagd over de techniek. Hij vergelijkt dat met een autoverkoper, die desgevraagd niet weet, hoe de motorkap van de auto open moet. De aanleiding voor de column was het feit, dat op 8 februari 2011 Info Technology failliet is gegaan.
Webwereld februari 2011 schrijft ook over InfoTechnology. Bij die firma worden 1.5 tot 2 miljoen Elektronische Patienten Dossiers bewaard. Honderden huisartsenpraktijken worden bediend en vele daarvan hebben zelf alleen nog maar een thin client. Ook het Vecoso systeem draait bij Info Technology, waarmee praktijken communiceren met verzekeraars over declaraties. Volgens de curator is er voldoende belangstelling voor overname. Je mag aannemen, dat grote partijen als Cap en Logica graag zo'n ingang in de zorgmarkt willen hebben. In een uiterste geval zullen natuurlijk altijd overheden en zorgverzekeraars interveniëren om deze ict-infrastructuur te continueren. Ik vind het dus paniekzaaierij om hiermee de cloud in diskrediet te brengen. Het alternatief, dat alle partijen zelf weer met ICT zitten te knoeien lijkt me volledig achterhaald.
PC Magazine van april 2011 rapporteert over 'The great Amazon Cloud Collapse' van die maand.
Amazon heeft 5 grote datacenters, maar de storing was zo wijd verbreid, dat veel klanten (websites) dagen uit de lucht waren. Sommigen zeggen, dat de les is, dat je als klant zelf voor back-up faciliteiten moet zorgen.
De schrijver kan zijn mening ventileren, dat de cloud een 'slippery buzzword' is, want de data zitten niet in ergens in de wolken, maar op de grond en op een server. Het eerste ben ik niet met hem eens, maar met zijn tweede opmerking heeft hij natuurlijk gelijk. Net als vroeger zitten de data gewoon ergens op een server. Die moet goed beheerd worden en daar moeten dus afspraken over worden gemaakt!
Als ik beide voorgaande cases (Info Technology en Amazon) resumeer, dan vind ik het niet juist om daarmee het fenomeen Cloud te diskwalificeren. Wel zie ik een maturity- oftewel rijpheidsprobleem. Het fenomeen moet gewoon nog verder rijpen. Naar een situatie dat aanbieders en afnemers precies weten wat ze willen en daarover ook weldoordachte afspraken hebben gemaakt. Afspraken, die voorkomen, dat de voornoemde problemen (bijna-faillissement van de provider respectievelijk grootschalige uitval van servers) de business van de afnemers kunnen bedreigen.
In 1991 schreef ik met een groepje een scriptie over Outsourcing voor de postdoctorale opleiding Informatiemanagement. De titel van de scriptie luidde: “Outsourcing, een zwaard van Damocles?”.
Toen was het nog niet duidelijk of outsourcing voor bedrijf zonder gevaar voor de continuïteit van de onderneming kon worden ingezet.
Nu, 20 jaar later, is outsourcing wijd verbreid en heeft men geleerd hoe outsourcing goed kan worden ingezet. Met de Cloud zal het niet anders gaan.
Volgens Gartner krijg je in de hype-curve na het aanvankelijke grote enthousiasme een dip, the 'trough of disillusionment'. Ik weet niet of dat voor de cloud nu aan de orde is, maar het is wel zo, dat diverse kritische signalen recentelijk naar boven komen. In de eerste helft van 2011 gebeurde dat vooral na twee grote incidenten: het bijna faillissement van Info Technology en het down gaan van de clouddiensten van Amazon.
In het blad Cloudworks van maart 2011 schrijft de column van Brouwer daarover. Gesteld wordt, dat veel van de verkopers van cloudconcepten met de mond vol tanden staan, zodra er serieus wordt doorgevraagd over de techniek. Hij vergelijkt dat met een autoverkoper, die desgevraagd niet weet, hoe de motorkap van de auto open moet. De aanleiding voor de column was het feit, dat op 8 februari 2011 Info Technology failliet is gegaan.
Webwereld februari 2011 schrijft ook over InfoTechnology. Bij die firma worden 1.5 tot 2 miljoen Elektronische Patienten Dossiers bewaard. Honderden huisartsenpraktijken worden bediend en vele daarvan hebben zelf alleen nog maar een thin client. Ook het Vecoso systeem draait bij Info Technology, waarmee praktijken communiceren met verzekeraars over declaraties. Volgens de curator is er voldoende belangstelling voor overname. Je mag aannemen, dat grote partijen als Cap en Logica graag zo'n ingang in de zorgmarkt willen hebben. In een uiterste geval zullen natuurlijk altijd overheden en zorgverzekeraars interveniëren om deze ict-infrastructuur te continueren. Ik vind het dus paniekzaaierij om hiermee de cloud in diskrediet te brengen. Het alternatief, dat alle partijen zelf weer met ICT zitten te knoeien lijkt me volledig achterhaald.
PC Magazine van april 2011 rapporteert over 'The great Amazon Cloud Collapse' van die maand.
Amazon heeft 5 grote datacenters, maar de storing was zo wijd verbreid, dat veel klanten (websites) dagen uit de lucht waren. Sommigen zeggen, dat de les is, dat je als klant zelf voor back-up faciliteiten moet zorgen.
De schrijver kan zijn mening ventileren, dat de cloud een 'slippery buzzword' is, want de data zitten niet in ergens in de wolken, maar op de grond en op een server. Het eerste ben ik niet met hem eens, maar met zijn tweede opmerking heeft hij natuurlijk gelijk. Net als vroeger zitten de data gewoon ergens op een server. Die moet goed beheerd worden en daar moeten dus afspraken over worden gemaakt!
Als ik beide voorgaande cases (Info Technology en Amazon) resumeer, dan vind ik het niet juist om daarmee het fenomeen Cloud te diskwalificeren. Wel zie ik een maturity- oftewel rijpheidsprobleem. Het fenomeen moet gewoon nog verder rijpen. Naar een situatie dat aanbieders en afnemers precies weten wat ze willen en daarover ook weldoordachte afspraken hebben gemaakt. Afspraken, die voorkomen, dat de voornoemde problemen (bijna-faillissement van de provider respectievelijk grootschalige uitval van servers) de business van de afnemers kunnen bedreigen.
In 1991 schreef ik met een groepje een scriptie over Outsourcing voor de postdoctorale opleiding Informatiemanagement. De titel van de scriptie luidde: “Outsourcing, een zwaard van Damocles?”.
Toen was het nog niet duidelijk of outsourcing voor bedrijf zonder gevaar voor de continuïteit van de onderneming kon worden ingezet.
Nu, 20 jaar later, is outsourcing wijd verbreid en heeft men geleerd hoe outsourcing goed kan worden ingezet. Met de Cloud zal het niet anders gaan.
Subscribe to:
Posts (Atom)