Sunday, January 16, 2011

Overwegingen over de Cloud

Er wordt veel geschreven over de Cloud. ( http://en.wikipedia.org/wiki/Cloud_computing ).
Vooral vanuit de leveranciers is er een grote push. De belofte daarbij is, dat ICT veel goedkoper wordt, dat bedrijven ICT kunnen consumeren zoals zij ook water en electriciteit consumeren, dat vernieuwingen in communicatie, security etc tot hun beschikking komen.

In Cloudworks van december 2010 schrijft de column van Brouwer over de 'kater na de hype'.
Hij zet zijn vraagtekens bij gurus zoals die van Gartner. Ze beweren van alles maar weten volgens amper wat er onder de motorkap gebeurt. Hij memoreert voorbeelden van bedrijven die door schade en schande leerden, dat het niet zo zonnig is achter de cloud. Het is van alle tijden: management wordt gek gemaakt met beloftes en luisteren niet naar de insiders en vakmensen die de praktijk van het eigen bedrijf goed kennen. Brouwer trekt een vergelijking met de verkoper in de showroom van autos, die desgevraagd niet weet hoe de motorkap open moet.

Cloudcomputing zit dus volop in de hypefase, maar de beloften zijn er absoluut wel, zij het, dat je wel goed moet bepalen, wanneer en hoe het voor jouw bedrijf opportuun is. Veel van ons maken al lang gebruik van cloudcomputing, als ze gebruiker zijn van Gmail en andere internetmaildiensten, van Youtube, van Picasa, van Googledocs. En we kennen dus de winst. Diensten met hoge beschikbaarheid, met datavolume naar behoefte, met geavanceerde functionaliteit, tegen lage kosten of zelfs nul kosten. Ook de sociale netwerken als LinkedIn en Facebook werken in de cloud.

Instellingen, die grote, versnipperde ICT-landschappen hebben met veel verschillende hardware en veel verschillende software, lijken grote winst te kunnen boeken bij overgang naar de cloud.
16 augustus 2010 stellen VVD-parlementariers, dat de rijks-overheid jaarlijks een miljard kan besparen door gebruik te maken van de cloud in plaats van eigen computers te beheren. Uitgaande van 2.2 miljard rijksuitgaven in 2009 rekent kamerlid Szabo op 1 miljard besparing. Een welkome suggestie voor de formatiebesprekingen, die toen gaande waren en waar grote besparingen worden gezocht. “Alle computers kunnen onder het bureau vandaan. Alleen een scherm en toegang tot internet. Programma's voor email en tekstverwerking haal je van het net. Niet langer hoeft voor elke pc rechten te worden afgedragen voor al die programma's.”
Saillant detail: dit kamerlid hoor je nooit over NoiV (het programma Nederland Open in Verbinding, het programma dat ernaar streeft open standaarden en open software te laten gebruiken bij overheden). Dat deel van de politieke agenda moeten socialistische kamerleden van PvdA en SP opknappen. Daar liggen al langer de besparingen te wachten. Maar het genoemde VVD-kamerlid is toevallig werkzaam in de ICT-industrie.

Van de Nederlandse politiek hoor je sindsdien niet veel meer. In Amerika is het een soort verplichting om in de cloud te gaan sedert Obama regeert. Het wordt als een grote spaarmogelijkheid gezien. Hieronder volgt een tekst uit magazine Datamation van 19/11/2010.
quote
In perhaps its most dramatic move yet toward reshaping the federal IT apparatus, the Obama administration on Friday announced a multipronged strategy to improve efficiencies and eliminate waste from the government's sprawling technology operations, including a mandate for all agencies to embrace cloud computing.
Speaking here at an event hosted by the Northern Virginia Technology Council, Jeffrey Zients, the deputy director of the Office of Management and Budget (OMB), described a "cloud-first" policy that Obama plans to incorporate in the fiscal 2012 budget, directing IT managers across the federal government to look to lightweight, distributed IP-based systems ahead of building their own technologies in-house.
"Government agencies too often rely on proprietary, custom IT solutions. We need to fundamentally shift this mindset from building custom systems to adopting lighter technologies and shared solutions," Zients said.
"What this means is that going forward, when evaluating options for new IT development, OMB will require that agencies default to cloud-based solutions whenever a secure, reliable, cost-effective cloud option exists."
The cloud computing initiative means that agencies will be asked to consider Web-based applications in areas like productivity and collaboration, but it also calls for a hard look at infrastructure. The administration has conducted a review of federal IT installations, and tallied more than 2,000 data centers across the country, many of which operate well below their peak capacity.
"The reason we're really, really focused on cloud computing is because it also allows us to bring in new ideas, new energy, new ways of solving some really, really difficult problems when it comes to information technology," Federal CIO Vivek Kundra said in a question-and-answer session following Zients' talk. "With the default policy towards cloud, what that really moves is behavior toward where agencies are going to provision IT rather than build wherever possible, especially when it comes to commodity IT."
Zients announced a goal of trimming the number of federal data centers by 40 percent by 2015, with more detailed plans for phasing out and consolidating specific locations to come in March.
unquote
De Engels business-language leent zich altijd perfect voor het beschrijven van zaken. Aan bovenstaand verhaal over de Cloud heb ik dan ook helemaal niks toe te voegen.

Wednesday, January 5, 2011

Invoering van CRM: eerst organiseren en dan automatiseren.

Zomer 2010 werd in Houten een seminar georganiseerd over Sugar CRM. Ik schreef daarover in mijn posting van 8 november 2010.
Tijdens het seminar realiseerde ik mij, dat het aloude adagium 'eerst organiseren en dan automatiseren' in het geval van CRM absoluut doorslaggevend is. Zonder organisatorische inbedding is invoering van zulke software ineffectief.
Zoals altijd weer is ook CRM-invoering veel meer een organisatieverandering dan een ICT-verandering. Dat bevestigde ook mijn buurman in de zaal, een zzp'er die in de Zorg met CRM-invoering ervaring heeft.

Een van de sprekers, als zelfstandig adviseur betrokken bij CRM-implementaties, wees op het belang van contacten en netwerken. Want het onderhouden en gebruiken van contacten is immers een centrale doelstelling van CRM-systemen. Veel van wat hij zei waren open deuren, maar desondanks goede opfrissers.
Klanten maken bij aankopen veel gebruik van peer reviews (meningen van gelijkgestemden of lotgenoten), peer advies, advies van vrienden van vrienden. In het jargon van sociale netwerken gebruik je contacten in de n-de graad. (Een vriend of kennis is een contact in de 1ste graad. Vrienden van vrienden zijn jouw contacten in de tweede graad. En zo verder.)
Bij het kiezen van sociale netwerken moet je (nog steeds volgens deze spreker) de netwerken kiezen, die je klant ook gebruikt. Zelf heb ik mij altijd beperkt tot LinkedIn, omdat daarin de professionals zitten, waar ik het meeste affiniteit mee heb. Anderzijds ontmoette ik op een Volmac-reunie een professional, die werkelijk op alle netwerken mee draait om maar zoveel mogelijk contacten te behouden; maar die vond het als rasechte marketeer ook leuk om daar geweldig veel tijd in te steken.

Veel bedrijven brengen communities tot stand. Daarin faciliteren ze doelgroepen om elkaar te vinden. Zo heeft ABN AMRO een platform voor ondernemers. RABO biedt een platform aan met veel nuttige functionaliteit. Dell laat klanten op een platform ideeën voor probleemoplossing aandragen. De spreker noemt KPN als negatief voorbeeld; hun platform meldt, dat Apple niet ondersteund wordt. KPN blijft de klant zien als een lastig iemand.

Er is een discussie met de zaal, hoe sociale netwerken eigenlijk opereren en of je de effectiviteit ervan kunt meten. De spreker citeert daarop cijfers van Forrester. Van de mensen die deelnemen aan sociale netwerken is 48 procent creator, 50 procent participeert op fora e.d., 80 procent beperkt zich tot lezen en kijken, 30 procent doet reviews en beoordelingen en 5 doet helemaal niks.
Het is dus heel wisselend wat mensen doen, maar het lijkt mij evident, dat je vanuit de optiek van Customer Relationship Management niet om de sociale netwerken heen kunt.
Ik heb over de psychologie van social networks nog niet veel zinnigs gelezen. Je moet eenvoudig veel zaaien en gieten, op zeker moment kan er iets groeien. Maar daarvoor moet je dus de affiniteit en de interesse hebben.

Na deze hele discussie over sociale netwerken herinner ik mij, dat we helemaal niet meer praten over de CRM-software waarvoor we kwamen. Deze software voor het beheren van je klantcontacten is nutteloos als je geen contacten en klanten hebt! Eerst dus zorgen dat je contact hebt met klanten bijvoorbeeld via klantplatformen en sociale netwerken.

Een vraagsteller wijst op basisvaardigheden die ontbreken zoals het netjes registreren wie je contacten zijn en acties bijhouden: eerst organiseren en dan automatiseren!!
Spreker antwoordt dat die vastleggingen in social networks dus goed geregeld zijn en er wordt geantwoord dat dit zowel een zegen als een vloek kan zijn. Ik kende zelf een programmamanager die bewust bepaalde relaties bewust buiten LinkedIn hield. Om te voorkomen, dat 'vrienden' op het spoor zouden komen van zijn leads....

Het proces CRM is een groter geheel dan de specifieke database CRM! Het CRM proces kan gebruik maken van contactgegevens in een 'ander systeem' t.w. LinkedIn, Facebook en andere.
De CRM-softwareleveranciers doen natuurlijk alsof je met de installatie van hun software je CRM opeens geregeld hebt, maar dat is absoluut niet zo.

Monday, December 27, 2010

Nieuwe spelers in e-commerce

In vakblad Cloudworks (juli 2010) stond een top 10 van veelbelovende cloudleveranciers.
Echte oude namen staan daar niet bij. Het zijn Amazon, Rackspace, Salesforce, Google, Microsoft, Joyent, GoGrid, Terremar, Savvis en Verizon.

Er zit één speler bij die groot werd door computercapaciteit wereldwijd aan te bieden, namelijk Rackspace.
En de anderen zijn vooral de spelers die groot werden door de mogelijkheden van internet als eerste uit te buiten, met Amazon en Google als prominente voorbeelden.

Ik noteer mijn observaties en eigen ervaringen met deze succesvolle ondernemers van de internetrevolutie.

Amazon begon met boeken aan te bieden.
Als je tegenwoordig via Amazon een boek koopt, kies je uit een veelheid van boekaanbieders, die gefaciliteerd worden door het platform van Amazon. Er worden nieuwe boeken aangeboden, maar vooral ook gebruikte of overtollige boeken door duizenden minibedrijfjes. Op deze manier creëert Amazon een gigantisch aanbod, waarop een ieder kan vinden wat hij zoekt en voor de juiste prijs. Uiteraard zal Amazon een deel van de boekprijs en de shippingfee incasseren. En door het enorme volume leidt dat tot grote winsten.
Het Amazonplatform is een platform, dat zeer rijk is aan functionaliteit. Als ik een boek zoek over golf, houdt het platform al mijn zoekopdrachten bij. En geeft tips als: “Andere belangstellenden met dezelfde voorkeuren als jij, hadden ook nog belangstelling voor boek xyz”. Of: “Uiteindelijk kochten zij boek abc”.
En als ik op de site kom, word ik verwelkomd met suggesties over nieuwe boeken, die volgens Amazon in mijn interessesfeer liggen. Ze verzamelen dus veel gegevens over jou, maar gebruiken die mijns inziens om je op een perfecte manier te helpen.

Wanneer je van een bepaalde aanbieder op het Amazonplatform een boek wilt kopen, geeft het platform informatie over het aantal klanten, dat al boeken heeft gekocht bij deze leverancier. En welke 'rating' deze klanten hebben afgegeven voor deze leverancier. (Dan weet je dus bij wie je koopt; als een aanbieder al 20.000 transacties heeft gedaan, die voor 99% door klanten als goed zijn beoordeeld, dan doe je met een gerust hart je bestelling. Op deze manier neemt Amazon een nadeel van internettransacties weg, namelijk dat je niet weet van wie je koopt en hoe betrouwbaar de leverancier is.) Amazon biedt je de mogelijkheid om te kiezen uit een waanzinnig groot assortiment, adviseert je daarbij over je keuze en geeft informatie over de leverancier. Wat een geweldige propositie!

Amazon verzamelt en bewaart dus gigantische hoeveelheden informatie en voert daarop ook vele analyses uit, die voor hen en voor de klant toegevoegde waarde bieden.
Blijkbaar hadden zij in hun strategische plannen voorzien, dat zij daarvoor in de toekomst grote rekencentra nodig zouden hebben. En die hebben ze ook gebouwd, zodat ze nu in de positie zijn om een nieuwe kernactiviteit toe te voegen: Aanbieden van cloudcomputing diensten aan bedrijven.

Hetzelfde verhaal gaat op voor Google. Groot geworden met hun zoekmachine, hebben ze succesvolle diensten aangeboden als mail, youtube, picasa e.a. Allemaal gratis aangeboden toepassingen, die stuk voor stuk grote volumes data kennen. Hun gebruikers werken dus gratis en Google verdient goud met reclame-inkomsten. Een nieuw en zeer succesvol bedrijfsmodel.
Net als Amazon heeft Google strategisch gewerkt aan het bouwen van mega computer centra. Daarvoor is zelfs al de afkorting MCC ontstaan.

Toezichthouders worden gealarmeerd en vragen zich af, of de marktmacht van deze spelers nog te beheersen is. Maar voorlopig hebben zij met hun visie en hun ondernemerschap de wereld geweldige innovaties gebracht.

Thursday, December 16, 2010

China, Google en individuele vrijheid

Naar aanleiding van het conflict tussen China en Google heb ik sedert begin 2010 de ontwikkelingen rond China en Google gevolgd. Al vrij snel ben je dan in wezen getuige van de wrijving tussen het vanouds totalitaire regime van de communistische partij enerzijds en het verlangen naar democratische vrijheden anderzijds, dat wordt gevoed door de groeiende internationale contacten van China en de communicatiemogelijkheden die de technologie biedt.

Op 14-1-2010 staat in de krant: “Google dreigt Peking met vertrek om zelfcensuur”.
Peking ontkent de censuur en de voortdurende cyberaanvallen, bedoeld om google mailboxen van dissidenten te kraken. Google doet aan zelfcensuur, die wordt opgelegd door de regering, en heeft daar moeite mee. Filtersystemen van Google blokkeren bijvoorbeeld zoeken op ‘dalai lama’ en andere politiek ongewenste termen. Er volgt een technische foutmelding. Google wil echter de resultaten van die zoekopdrachten wél laten zien en in ieder geval als foutmelding geven, dat lokale regels een bepaalde zoekopdracht blokkeren.

Democratie en vrijheid van meningsuiting zijn belangrijke westerse waarden en vroeg of laat gaat dit botsen met de totalitaire erfenis van de chinese communistische partij. Sommige landen lijken voorlopig verloren met hun gesloten totalitaire systeem (Iran, Birma), maar China heeft de afgelopen jaren laten zien, dat ze meegaan in de vaart der volkeren; zo’n conflict geeft daarbij duwtjes in de goede richting. Overwegend laat China vreedzame bedoelingen zien. Ze willen hard werken en zo een wereldmacht worden. Maar af en toe handelt de totalitaire macht vooral intern op een schrikbarende wijze. (De slachting op het Plein van de Hemelse Vrede bijvoorbeeld.) Je kunt je ook voorstellen, dat een land met miljarden mensen niet zomaar burgerlijke ongehoorzaamheid zal toestaan zoals bijvoorbeeld in Nederland mogelijk is.

In mei 2010 wordt er in de kranten geschreven over de Wereldexpo in Sjanghai. Daar zet China weer zijn beste beentje voor, zoals ook tijdens de voorgaande Olympische Zomerspelen in Peking. Europese exposanten doen hun best om hun westerse opinie te geven zonder op gevoelige tenen te gaan staan. Zo sprak de Zwitserse vertegenwoordiger: “De opkomst van steden bevordert het proces van burgerschap en democratie. Dit is een constatering en geen advies.” Ik vind dat een belangwekkende boodschap. Inderdaad is China één groot platteland en op het platteland heerst vanouds een feodale cultuur. Dat was in de Europese middeleeuwen niet anders. Het is inderdaad de opkomst van de steden geweest, die het proces van burgerschap en democratie in Europa initieerde. Ook in Amerika zie je nog steeds grote verschillen tussen stad en platteland; Boston en quakerland zijn andere werelden.

In mei 2010 zit Google nog altijd in China. En meer dan ooit wordt er gesproken over de Chinese successen op allerlei terreinen. Ik kreeg een animatiefilm gestuurd over een Chinees systeem om hogesnelheidstreinen bij stations passagiers te laten in- en uitstappen zonder dat de trein stopt. En een trendwatcher vertelde vorige week op de beurs Overheid & ICT dat na de produktie-economie ook de kennis-economie door China zal worden getrokken, vanwege de enorme aantallen hooggeschoolde en gedrilde academici die daar van de universiteiten stromen. De verwende jeugd van Nederland lijkt zich voor een groot deel niet te realiseren, dat ze knalhard moet studeren en werken om in de wereld een rol te kunnen blijven spelen.
En in juli 2010 wordt de licentie van Google.cn verlengd, zodat Google op het chinese internet aanwezig blijft. Google zegt, dat ze ‘committed’ zijn, maar dat de toekomst onzeker blijft. Intussen geeft de chinese regering op geen enkele manier aan, dat het censuurbeleid zal worden gematigd.

Op 8 oktober 2010 wordt de Nobelprijs voor de vrede toegekend aan een Chinese dissident, Liu Xiaobo, die in de gevangenis zit. Zoals dat ooit gebeurde met de Rus Sakharov en de Birmese Aung San Suu Kyi. China is hevig verontwaardigd en roept de Noorse ambassadeur op het matje. (Volgens de chinese regering is het ‘obsceen’, dat het Nobelcomité de prijs toekent aan een misdadiger.) Obama zegt dat China enorme economische vooruitgang heeft geboekt voor haar burgers, maar dat ook op het terrein van hun individuele vrijheid die vooruitgang gewenst is.
En over de rol van de technologie: Binnen enkele minuten na het bekend worden van het nieuws, verspreidde zich dat via SMS en Twitter over heel China en veroorzaakte overal grote vreugde. Hoewel ook weer binnen enkele minuten CNN en BBC in China op de televisie ‘op zwart’ gingen, krijgt de overheid toch geen grip op alle kanalen. De technologie is alom tegenwoordig.

De sport (voetbal, Olympische Spelen) heeft jarenlang Oost-Europa achter het ijzeren gordijn een beetje open gehouden. Die rol vervult de sport ook in China, maar daar spelen ook internet en sociale netwerken een grote rol. Hopelijk zullen de oude partij-dinosaurussen op een vreedzame manier het stokje doorgeven aan de jongere generatie.