Tuesday, August 5, 2014
Zorg en ICT in Jaarbeurs
25 maart 2014 was weer de jaarlijkse beurs van Zorg & ICT.
Algemene indrukken: Iets rustiger dan vorige jaren. Vorige jaren was er blijkbaar in de zorg grote behoefte om zich te orienteren op investeringen in ICT. Ik denk, dat de kaarten nu zijn geschud. Ziekenhuizen en andere partijen hebben hun keuzes gemaakt voor een Ziekenhuis Informatiesysteem (ZIS) of aangaande patientendossiers en gegevensuitwisseling. Er wordt nu trouwens gesproken over EPD/ECD, waarbij de laatste drie letters erbij zijn gekomen. Die staan voor elektronisch client dossier; dat is meer van toepassing voor verpleeghuizen en dergelijke. Er zijn geen grotere partijen, die presentaties geven in het seminarprogramma. Er zijn wel kleinere spelers, die overigens volle sessies trekken, want net als ik willen de mensen iets horen en niet doelloos wat rondlopen op de grote beursvloeren.
Er zijn ook nieuwe trends: e-health (hype) en bigdata (zal doorzetten). Bij het eerste wordt allerlei elektronica/ gadgets op en in het lijf gepositioneerd om je toestand voortdurend te monitoren. Volgens mij is dat in het huidige tijdsgewricht een nutteloze hype. Wat wel toekomst heeft is Big Data. Hoewel de kreet nu te pas en te onpas wordt gebruikt, is het verbluffend welke nuttige informatie met goede technologie te destilleren is uit de meest diffuse dataverzamelingen. (Verschillende applicaties, verschillende gegevensdragers en apparaten, verschillende branches.) Behalve superieure technologie zijn hiervoor echter volgens mij ook zeer intelligente onderzoekers nodig en dat lijkt mij de zwakke plek in deze ontwikkeling.
In Zorgmagazines vind je overzichten van de keuzes, die gemaakt zijn voor Zissen. Vorig jaar was het rustig nu kun je spreken van een doorbraak. De kaarten zijn geschud. Sommige gevestigde leveranciers verliezen flink en nieuwe zijn doorgebroken. Een leverancier als Chipsoft handhaaft zich in al dat geweld; die hebben blijkbaar met goede produkten en ondersteuning vertrouwen bij de klanten.
Ik was bij een presentatie van IBM. Zij inventariseren netjes alle kansen in de zorg zonder iets te zeggen over de techniek die ze daarvoor kunnen aanreiken. Ongetwijfeld hebben ze krachtige zoekmachines, maar welke interface heb je dan om onderzoekers te helpen hun vraag te formuleren of hun opdracht aan de zoekmachines te geven? Typisch een grote speler, die onvoldoende in de materie en in het vakgebied zit om echt zinvolle toepassingen aan te bieden.
De Zorg zal in de komende jaren een formidabel toepassingsgebied blijven voor ICT. Maar alleen zinvolle toepassingen zullen het redden. Wat dat betreft is het goed, dat de krappe budgetten een rem blijven op het investeren in fantasieprojecten.
Saturday, July 19, 2014
Een ideale wereld bij Tegenlicht
Het tv-programma Tegenlicht zond in december 2013 een programma uit over technische mogelijkheden. Sprak mij aan. De technologische mogelijkheden zijn zodanig, dat in de toekomst niemand nog gebrek zal hebben aan schoon water, energie, voedsel en shelter. Althans volgens sommige toekomstdenkers.
Het is vooral gestoeld op de afnemende kosten van zonne-energie (de wet van Moore werkt hier door, elk jaar worden de cellen twee keer kleiner, twee keer efficienter en twee keer goedkoper).
Er is een voorbeeld van een Noor die in Dubai zoet water maakt uit zeewater en die daar graan verbouwt. Zo kunnen grote woestijnstreken bewoonbaar worden gemaakt. Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn.
Nog een geweldige constatering: Door de kracht van ICT wordt crowd sourcing gefaciliteerd. Dat wil zeggen, dat grote groepen mensen worden gemobiliseerd die met zijn allen bergen werk kunnen verzetten. Twee voorbeelden worden uitgewerkt: Jack Andraka vindt op zijn veertiende een krachtige en goedkope manier om bepaalde kankersoorten vroegtijdig te diagnosticeren. Hij maakt gebruik van allerlei gezoek op internet (wikipedia e.a.). En op basis daarvan komt hij met zijn revolutionaire ontdekkingen. Intussen is hij natuurlijk wel opgenomen in het establishment van de wetenschappelijk wereld. Ander voorbeeld: Astronomen moeten gigantische hoeveelheden opnamen van extraterrestrische hemellichamen onderzoeken. Ze laten zich helpen door leken. Zo vond een Nederlandse vrouw een lichaam, dat zich dichtbij een verre zon bevond. Sindsdien heet dat hemellichaam ' Hanny's voorwerp'!
Verder was er een Nederlandse ondernemer in Geldermalsen, die explosief groeit met het produceren van 3d-printers. Hij zegt, dat distributiekosten wereldwijd worden geelimineerd. Want je mailt alleen de specs en de tekeningen van een voorwerp. Dat voorwerp wordt dan ter plaatse geproduceerd door een 3d printer. Ik vraag me steeds af in hoeverre je zo echte omvangrijke voorwerpen kan produceren. Print je alleen de vorm? En in hoeverre kun je de interne mechanieken op die manier produceren?
Een grote MAAR wordt niet belicht: Dit is weer een verhaal van techneuten, die het licht zien. Technologie is een belangrijke driver, maar er zijn factoren die doorslaggevender zijn, namelijk het menselijk handelen. Er zijn bijvoorbeeld groeperingen, die geen boodschap hebben aan technologische vooruitgang, maar liever terug willen naar de middeleeuwen en de toen heersende machtsverhoudingen. Islamfundamentalisten met name. Maar die er niet voor schromen om daarvoor technische verworvenhedent te misbruiken.
Tuesday, June 17, 2014
Geavanceerde trojans
Door Stuxnet was er de afgelopen jaren belangstelling voor geavanceerde trojans, malware die zich in kleine stapjes en zeer gericht installeert op computers. Van Stuxnet wordt aangenomen dat het door buitenlandse geheime diensten werd ontwikkeld om de atoomprojecten van Iran te saboteren. In onderstaand, al wat ouder, artikel van Tweakersnet wordt geschreven over nieuwere varianten van zulke trojans.
Ik heb de vragen en antwoorden bij het artikel gelezen en ben wel onder de indruk van het niveau van de discussie. Goed Nederlands taalgebruik, duidelijk veel kennis en inzicht in de materie, maar ook kennis van internationale verhoudingen en de spionage-affaires uit de Koude Oorlogs-tijd. Het niveau van deze discussie steekt schril af tegen het niveau van veel andere discussies op internet, bijvoorbeeld over de euro-problemen of immigratie-zaken.
Een paar wetenswaardigheden uit de discussies.
Er wordt opgemerkt, dat de ontdekking van het virus in het Midden-Oosten lang heeft geduurd, omdat de antivirus-industrie daar minder 'honeypots' heeft staan. Blijkbaar worden honeypots ingezet om virussen te ontdekken.
Iemand zegt, dat voortdurende monitoring van verkeer nodig is, omdat bijvoorbeeld het versturen van screendumps zou moeten opvallen. Een ander zegt weer, dat je die screendumps goed kunt compressen, zodat ze juist niet opvallen. Monitoren is wel een methode die al langer wordt geadviseerd. Voortdurend monitoren tegenover een bepaalde benchmark of een ijkpunt van normaal geacht verkeer. Het vooraanstaande Fox IT stelt bijvoorbeeld: 'Je moet je niet afvragen of je slachtoffer zult worden van cyberinbraak. De vraag is alleen wanneer.' Dus o.a. Monitoring is absoluut noodzakelijk.
Dit wordt wel het nieuwe soort oorlogsvoering. Recent werd ontdekt, dat installaties van waterbedrijven besmet waren en dat pompen van Rijkswaterstaat gemakkelijk te kraken waren; daarmee kan een vijand dus gigantische schade aanrichten in een ander land.
Het virus bestaat uit diverse modules en opgemerkt wordt, dat je keyloggers bijvoorbeeld gewoon kant en klaar kunt downloaden.
Quote Tweakersnet:
Nieuwe geavanceerde trojan duikt op in het Midden-Oosten
Door Wout Funnekotter, dinsdag 29 mei 2012 08:25
Submitter: JvH, views: 7.961
Beveiligingsbedrijf Kaspersky Labs heeft een nieuw stuk malware ontdekt dat het gemunt heeft op computers in het Midden-Oosten. Het Trojaanse paard, dat Worm.32.Flame gedoopt is, zou geavanceerder zijn dan de Stuxnet- en Duqu-trojans
Flame is vooral gericht op computers in het Midden-Oosten, zo schrijft Kaspersky Labs in een faq over de nieuwe trojan. Gebieden waar de trojan momenteel actief is, zijn onder andere Iran, Israel, Palestina, Sudan, Syriƫ, Libanon, Saudi Arabiƫ en Egypte.
De trojan lijkt volgens onderzoekers niet bedoeld om een specifiek soort computer aan te vallen, zoals bijvoorbeeld bij Stuxnet het geval was, dat het voorzien had op scada-systemen. Flame lijkt meer bedoeld voor algemene spionage. De trojan nestelt zich in een Windows-systeem via verschillende exploits en houdt daarna bij wat gebruikers doen.
Flame is van variabele grootte omdat het opgebouwd is uit verschillende modules. Die losse modules hebben specifieke functies, zoals het registreren van toetsaanslagen, het maken van schermafbeeldingen, het opnemen van audio en het onderscheppen van netwerkverkeer. Met alle modules actief neemt de malware ongeveer 20MB in beslag. Flame bestaat niet uit een enkele executable maar verspreidt zichzelf over verschillende dll-bestanden die bij het starten van de computer ingeladen worden.
De verzamelde gegevens worden via beveiligde ssl-verbindingen naar diverse control and command-servers verstuurd. Hoeveel er hiervan operationeel zijn is nog niet bekend. Vanaf deze servers kan de trojan ook beheerd worden; het is mogelijk om de trojan van afstand te repliceren maar ook van een systeem te verwijderen.
Flame heeft, afgezien van de exploits die het gebruikt om zich te installeren, technisch gezien weinig overeenkomsten met Stuxnet en Duqu, twee stuks malware die vorig jaar veel in het nieuws waren. De beveiligingsonderzoekers gaan er dan ook van uit dat Flame los van Stuxnet en Duqu ontwikkeld is. Het bedrijf vermoedt dat de ontwikkeling van de trojan, vanwege zijn grote omvang en uitgebreide mogelijkheden, door een land gesponsord is.
Wednesday, May 7, 2014
Een professor in “Design, Management and Innovation”
Rick Maes heeft zich sedert enige tijd met zijn Academy for Informationmanagement gevestigd in het voormalige Weesper Badhuis in Amsterdam. Op 28 januari 2014 was er een lezing van Richard Buchanan (Professor of Design, Management and Innovation).
Hij stelt, dat in de 20ste eeuw Commercialisering en Industrialisering een grote vlucht namen en dat er sprake was van 'grand design'. Ik interpreteer, dat hij daarmee bedoelt het ontwerpen van de massa-produktie en de massa-processen.
Rond 1960 werd de nieuwe vraag hoe je het beste met alle nieuwe machines (computers) de interactie kunt organiseren. Eerst was er de 'prompt' op het computerscherm, dat wil zeggen een vinkje waarachter je een commando kon intikken. Later werd het scherm visueel met sturing door aanraken van het scherm. Ook stemherkenning werd een mogelijkheid.
Als intermezzo laat hij inschatten welk deel van het nationaal produkt bestaat uit services. Dat blijkt 70 procent voor de VS, 68 procent voor Europa en 65 procent voor Europa. Overal dus bijna even hoog. Het essentiele element van services is coproduktie. Dat wil zeggen, dat de klant betrokken is bij het produktieproces. Zijn punt hierin is, dat interactie belangrijk is. En dat design daar dus rekening mee moet houden.
Hij vertelt, dat studenten van hem ontwerpen hadden gemaakt voor grote gemeentesystemen in Amerika. Het waren prachtige en logische ontwerpen, maar in de wandelgangen kregen ze te horen: “ Dat doen we nou eenmaal hier niet zo.” Zijn les daaruit was, dat Management, Organisatie en Cultuur in het ontwerp moeten worden meegenomen. Mijn gevoel was: De zoveelste techneut die de Eureka belevenis heeft, dat change management nodig is. En het ergste is, dat hij denkt dat hij de eerste is, die dat ontdekt....
Andere skills zijn gewenst bij ontwerp. Hij onderkent volgens mij een aantal ontwikkelingen in de richting van empowerment van de uiteindelijke afnemer. Van produkt gaat het naar service. De klant is betrokken bij het maakproces. Van Sales gaat het naar marketing. (Van produkt pushen naar het vervullen van de behoefte.) In een bepaald stadium kunnen sales en marketing overbodig worden. Dat laatste vond ik een leuke conclusie. Veel mensen zoeken immers via rijkelijke internetinformatie hun weg voor hun aankopen en laten zich niet leiden door verkooppraatjes en verleidelijke dagblad- en televisiereclames. 'People need info and how to understand'.
Hij noemt als voorbeeld van het belang van design, dat Apple ' keeps the intellectual property of how to design'. Verder design en produktie uitbesteden. Ik vind het een slecht voorbeeld, waar het betrekken van de klant betreft, want Steve Jobs stelde, dat de klant helemaal niet wist wat hij nodig had. Maar een goed voorbeeld in die zin, dat Apple de highlevel design principes beheerst en dat de rest van het produktieproces daar automatisch uit volgt. Zelf moest ik eraan denken, dat Toyota ingenieurs ooit inkopende Amerikanen observeerden om te zien wat en hoe ze hun auto's moesten inladen. Dat is dus wel een skill om te weten te komen, wat klanten nodig hebben. En deze kennis dan te gebruiken voor je design.
Volgens hem moet Design in the executive suite. (Zoals in de jaren negentig het credo was dat de de CIO in de boardroom moest. Later werd de afkorting CIO gepariodeerd tot Career is Over.....)
Maar goed, was is dan Design op dat niveau? Het is “facilitering van de strategische discussie”.
In gewone woorden interpreteer ik, dat op boardniveau strategisch wordt nagedacht, welke klanten, produkten en markten je wilt betreden. Uitgaande van de ontwikkelingen in technologie (Apple) en en de behoeften van mensen (Toyota). Zo geformuleerd begrijp ik zijn stelling van Design op boardniveau.
Altijd interessant om Amerikaanse academici te horen praten. Een kwalitatief hoog beschouwingsniveau is dan altijd gegarandeerd.
Subscribe to:
Posts (Atom)