In april 2007 begon ik te schrijven aan deze weblog. Vier jaar geleden dus en een moment om even bij stil te staan. (Ik heb al eens eerder geëvalueerd bij gelegenheid van mijn 100ste blogposting. Dat was op 15 maart 2010.)
Toen ik in april 2007 begon, heb ik mezelf een aantal vragen gesteld en ook wat onderzoek gedaan op het net naar de beweegredenen van bloggers.
Waarom wil je het? Weet je zeker, dat je dit voor een langere periode wilt doen? Voor wie doe je het? Ik heb me zelfs nog afgevraagd, of ik in het Nederlands of in het Engels zou schrijven.
De antwoorden waartoe ik kwam, blijken nu na vier jaren nog altijd de juiste antwoorden te zijn geweest:
=Je moet het doen voor jezelf. (Als anderen het lezen, is dat een leuke bijkomstigheid.)
=De onderwerpen zouden gaan over ervaringen in mijn professionele praktijk en ervaringen, die daar dicht tegenaan liggen. Het gaat dus altijd over ICT-ontwikkelingen in bedrijven en instellingen, organisatieveranderingen in bedrijven en instellingen, ontwikkelingen in de ICT-branche. Die gebeurtenissen interesseren mij en dat vormt de basis voor de continuiteit van deze weblog.
=Je moet het leuk vinden om te schrijven.
=Ik beschouw de blog als een ideaal middel om je ervaringen uit te werken en duidelijk onder woorden te brengen. (Bijvoorbeeld je waarnemingen en je aantekeningen van seminars, beursbezoek, klantbezoek etc op een nette manier uit te werken.)
Een blogger van het eerste uur schrijft op internet, dat blogs een 'channel for self-expression' zijn. Dat is volgens mij de clou, want als je het niet voor jezelf en vanuit jezelf doet, dan is het niet vol te houden om altijd maar weer stukjes te componeren voor je weblog.
Een andere blogger heeft zich er lang aan geërgerd, dat zijn weblog geen focus had. Hij schreef over alles wat hem op zeker moment boeide. Tenslotte heeft hij dat geaccepteerd en schrijft: 'This blog is me!' En een andere blogger reageert daarop door te schrijven, waarom ze zelf zo'n moeite heeft om haar blog te updaten: De blog dient om haar kunst te verkopen en blijft daarom voor haar een 'moetje'.
De keuze van Blogger van Google als blogtool is een goede geweest. Laagdrempelig kan je daar een professionele weblog uitbouwen.
Al vrij snel heb ik Statcounter geïnstalleerd als een teller om het bezoek bij te houden. Het is interessant om die statistieken te volgen. Vooral in de eerste jaren heb ik een paar keer een lijstje relaties van mijn LinkedIn connecties geïnformeerd over een bepaalde posting en je zag dan gedurende een tijd het bezoek omhoog schieten.
Op dit moment staat de teller van Statcounter op 4469 pageloads, 3033 visitors en 393 returning visitors. Het aantal visitors geeft aan, dat sedert april 2007 de weblog ruim 3000 keer bezocht is. De eerste pagina toont de laatste 3 postings; als iemand meerdere pages bekijkt, heeft hij dus uit interesse doorgeklikt naar vroegere postings. De returning visitors worden door Statcounter herkent als bezoekers, die al eerder op de weblog zijn geweest. Als criterium daarvoor hanteert Statcounter volgens mij het IP-adres. Als ik geen speciale actie onderneem om kennissen via LinkedIn bijvoorbeeld te attenderen, schommelt het aantal bezoekers per dag tussen de 1 en de 4.
Het gebeurde éénmaal, dat het bezoek een langere periode sterk verhoogd was; later begreep ik, dat de directeur van het Actuarieel Instituut (door mij geattendeerd op een posting over actuarissen) de link op de website van het AI had gezet!
Verder heb ik een administratie ingericht, waarin alle voorbije postings worden gearchiveerd en waarin de postings zitten die nog in bewerking zijn voor toekomstige publicatie. Tegenwoordig heb ik meestal zo'n 15 teksten in bewerking en in onderzoek; bij een publicatiefrequentie van 3 per maand betekent dat voor 5 maanden kopij.
Mensen reageren nooit direct op een posting. Wél hoor je soms bij een ontmoeting, dat ze af en toe op de weblog kijken en het leuk vinden te lezen, wat je hebt geschreven.
Hoewel ik mijn verslagen op de weblog zie als een verwerking en vastlegging van ervaringen en lessen, is het zelden nodig op mijn weblog daarop na te slaan. Als je namelijk een tijdje intensief bezig bent geweest met het produceren van een tekst (schrijven, controleren, verbeteren, herlezen), dan heb je het onderwerp ook echt in je hoofd zitten, om niet meer te vergeten.
Vooral tijdens vakanties vind ik de rust om de vele drafts die ik heb liggen uit te werken tot definitieve teksten. En daarbij nog via internet wat extra research te doen. Tot het najaar van 2011 ligt er nog kopij, dus voorlopig gaan we nog even door.....
Thursday, April 28, 2011
Monday, April 18, 2011
De toekomst volgens IBM en Verizon
Rond de jaarwisseling komen altijd weer toekomstvoorspellers in beeld. Bij deze wat beelden die IBM en Verizon ons laten zien.
Op 8 december 2010 las ik in het AD een gesprek met John Post, Chief Technology Officer van IBM.
Elk jaar voorspelt IBM de vijf meest waarschijnlijke innovaties voor de komende 5 jaar.
En het is nu voor de vijfde keer....
(Ik ben dan benieuwd of die eerdere voorspellingen achteraf geëvalueerd zijn. Hebben ze echt voorspellende waarde gehad?)
Ik citeer zijn innovaties:
1. Auto kan via GPScontact info doorgeven over gladheid of plotselinge opstoppingen. Rijkswaterstaat kan daarmee stoplichten aanpassen of alternatieve route voorschrijven.
2. 3D hologram voor thuis. Techniek bestaat al sinds jaren 60 maar er is nu versnelling door bioscoopfilms. Chatten met vrienden en televergaderen krijgt zo een nieuwe dimensie.
3. Je kunt straks apparaten zoals mobiel opladen door over je arm te wrijven en zo de statische energie te benutten. Zowel chips worden zuiniger als batterijen die zich zo kunnen voeden.
4. Eentje die het steeds maar niet haalt: spraakherkenning. Toch te moeilijk te begrijpen voor computer.
Zelf denk ik voor de komende 5 jaar meer aan de elektrische auto. Zag pas dat Opel eind 2012 een auto wil brengen die 1 op 60 rijdt. Er werd op tv in proef gereden. De hiervoor genoemde voorspellingen van IBM raken mij niet zo. Toch een beetje te nauw geredeneerd vanuit de computertechniek.
De firma Verizon geeft zijn prognose af in het decembernummer van Cloudworks:
1.Everything as a service
2.High IQ-netwerken. Hoge breedbandcapaciteit, superdatacenters voor de cloud, intelligente mobiele apparaten overal.
3.Verbeterde beveiliging
4.bedrijfstoepassingen worden mobiel
5.Video grote bedrijfstoepassing. HD videohardware voor desktop, webbased video de norm voor zakelijke vergaderingen.
6.Onderlinge communicatie van machines. In 2014 acht miljard apparaten verbonden met het internet.
7.UC&C unified communications and messaging
8.vaarwel Ipv4 en welkom ipv6
9.virtuele wereld met 1 username en 1 password. Vele landen gaan in 2011 bouwen aan de infrastructuur die deze visie realiseert.
10.Innovatie door personalisatie. Crowdsourcing, business analytics bevorderen de communic van bedrijven met hun klanten. Basis voor oneindig veel creatieve oplossingen die door de individuele gebruiker worden geinspireerd.
Deze voorspellingen klasseer ik als ook tech driven en de meeste zijn al gaande.
IBM richt zich op een tamelijk korte termijn, is eigenlijk wel praktisch, maar zit naar mijn gevoel wel vast aan innovaties waarmee ze zelf bezig zijn.
Al met al toch wel prikkels om door te denken over, wat we de komende jaren te verwachten hebben
Op 8 december 2010 las ik in het AD een gesprek met John Post, Chief Technology Officer van IBM.
Elk jaar voorspelt IBM de vijf meest waarschijnlijke innovaties voor de komende 5 jaar.
En het is nu voor de vijfde keer....
(Ik ben dan benieuwd of die eerdere voorspellingen achteraf geëvalueerd zijn. Hebben ze echt voorspellende waarde gehad?)
Ik citeer zijn innovaties:
1. Auto kan via GPScontact info doorgeven over gladheid of plotselinge opstoppingen. Rijkswaterstaat kan daarmee stoplichten aanpassen of alternatieve route voorschrijven.
2. 3D hologram voor thuis. Techniek bestaat al sinds jaren 60 maar er is nu versnelling door bioscoopfilms. Chatten met vrienden en televergaderen krijgt zo een nieuwe dimensie.
3. Je kunt straks apparaten zoals mobiel opladen door over je arm te wrijven en zo de statische energie te benutten. Zowel chips worden zuiniger als batterijen die zich zo kunnen voeden.
4. Eentje die het steeds maar niet haalt: spraakherkenning. Toch te moeilijk te begrijpen voor computer.
Zelf denk ik voor de komende 5 jaar meer aan de elektrische auto. Zag pas dat Opel eind 2012 een auto wil brengen die 1 op 60 rijdt. Er werd op tv in proef gereden. De hiervoor genoemde voorspellingen van IBM raken mij niet zo. Toch een beetje te nauw geredeneerd vanuit de computertechniek.
De firma Verizon geeft zijn prognose af in het decembernummer van Cloudworks:
1.Everything as a service
2.High IQ-netwerken. Hoge breedbandcapaciteit, superdatacenters voor de cloud, intelligente mobiele apparaten overal.
3.Verbeterde beveiliging
4.bedrijfstoepassingen worden mobiel
5.Video grote bedrijfstoepassing. HD videohardware voor desktop, webbased video de norm voor zakelijke vergaderingen.
6.Onderlinge communicatie van machines. In 2014 acht miljard apparaten verbonden met het internet.
7.UC&C unified communications and messaging
8.vaarwel Ipv4 en welkom ipv6
9.virtuele wereld met 1 username en 1 password. Vele landen gaan in 2011 bouwen aan de infrastructuur die deze visie realiseert.
10.Innovatie door personalisatie. Crowdsourcing, business analytics bevorderen de communic van bedrijven met hun klanten. Basis voor oneindig veel creatieve oplossingen die door de individuele gebruiker worden geinspireerd.
Deze voorspellingen klasseer ik als ook tech driven en de meeste zijn al gaande.
IBM richt zich op een tamelijk korte termijn, is eigenlijk wel praktisch, maar zit naar mijn gevoel wel vast aan innovaties waarmee ze zelf bezig zijn.
Al met al toch wel prikkels om door te denken over, wat we de komende jaren te verwachten hebben
Tuesday, April 12, 2011
eHerkenning
Op 27 oktober 2010 was er een bijeenkomst voor NUP-leveranciers in Amersfoort. (Zie ook posting van 9 maart 2011).
Vooral de workshop over eHerkenning vond ik zeer informatief.
Ik vind herkenning/ toegangscontrole altijd al een lastig fenomeen om te begrijpen. De authenticatie door de aloude combinatie userid plus password was me altijd wel duidelijk. Maar daarna kwamen er zwaardere methoden, waar werd gesproken over certificaten en Public Key Infrastructure PKI.
Inmiddels heb ik in de praktijk kennis gemaakt met authenticatieprocessen, waarbij je via sms een code krijgt toegestuurd om in te voeren. (Volgens mij bedoelen ze dat met certificaat-uitwisseling.) En banken kunnen je een calculator geven, die na invoer van gegevens als pasnummer, rekeningnummer en password, ook nog een code van de te bezoeken site geven ter invoer. Als deze code past, genereert de calculator een code genereert die je weer moet invoeren op de site. (Volgens mij is dat een uitwisseling van gerelateerde certificaten.) En daarmee heb ik kennis gemaakt met zwaardere authenticatieprocessen dan de aloude userid plus password combinatie.
Op het ECP-EPN platform in december 2008 vond ik een interessante studie, die Cap Gemini had gemaakt voor het Ministerie van EZ. (Op deze blog beschreven op 6-1-2009). Er werd gezocht naar een systeem, waarbij bekende authenticatiemiddelen (zoals bankpassen) kunnen worden ingezet en waar de authenticatielaag zo kan worden georganiseerd, dat de 'markt' daarvoor diensten kan leveren. Op deze manier hoeven partijen in het economische verkeer dus niet zelf de authenticatie helemaal te ontwikkelen, maar kunnen ze die betrekken in de markt. En op deze NUP-dag in 2010 zie ik dat terug in de NUP-bouwsteen 'eHerkenning'. In het Cap-rapport wordt gerefereerd aan publicaties van Innopay, die op heldere wijze 'schemes' uitwerken, waarin als het ware het fenomeen authenticatie wordt genormaliseerd, ontleed in de elementaire bouwstenen. Die elementaire bouwstenen kunnen door meerdere aanbieders in de markt worden verzorgd.
Ik citeer de website van eHerkenning:
Met eHerkenning wordt het eenvoudiger voor bedrijven en overheidsdienstverleners om elektronisch zaken met elkaar te regelen:
Een bedrijf wijst één of meer personen aan die -namens het bedrijf- gemachtigd zijn om bepaalde digitale overheidsdiensten af te nemen en zorgt dat deze personen beschikken over een geschikt eHerkenningsmiddel. Zo kan men zich op betrouwbare en gebruiksvriendelijke wijze kenbaar maken bij de overheid. De overheidsdienstverlener op zijn beurt sluit aan op een door eHerkenning erkende aanbieder (de Herkenningsmakelaar). Daardoor is de overheidsdienstverleners in staat zijn zakelijke afnemers te herkennen.
eHerkenning wordt aangeboden door verschillende, erkende aanbieders die zijn verenigd in het netwerk voor eHerkenning. Het netwerk baseert zich op een afsprakenstelsel dat op initiatief van het Ministerie van Economische Zaken is opgesteld. Aan de afspraken in dit stelsel voldoen alle deelnemende aanbieders. Erkende aanbieders herkent u aan het keurmerk eHerkenning.
In dit afsprakenstelsel is veel aandacht besteed aan belangrijke aspecten zoals kwaliteit, gebruiksvriendelijkheid, privacy en toezicht. eHerkenning is ook toepasbaar voor overheden onderling (government-to-government) en bedrijven onderling (business-to-business).
Hieronder een schematische weergave van de werking van eHerkenning:
eHerkenning bestaat uit een netwerk van aanbieders die volgens bepaalde rollen met elkaar samenwerken. Partijen kunnen één of meerdere rollen voor hun rekening nemen:
- De eHerkenningsmakelaar
de partijen in deze rol leveren eHerkenning aan de overheidsdienstverleners.
- De Middelenuitgever
deze levert de eHerkenningsmiddelen aan een bedrijf voor gebruik door haar werknemers. eHerkenningsmiddelen worden geleverd in maximaal vier betrouwbaarheidsniveaus. De overheidsdienstverlener bepaalt welk betrouwbaarheidsniveau van toepassing op welke dienst.
- De Authenticatiedienst
deze maakt de eHerkenningsmiddelen van bedrijven beschikbaar binnen het netwerk voor eHerkenning.
- Het Machtigingenregister
hierin leggen bedrijven vast welke persoon namens het bedrijf een bepaalde taak mag uitvoeren bij een bepaalde overheidsdienstverlener.
De technische samenwerking gaat volgens internationaal gestandaardiseerde protocollen (oa SAML 2.0 en XACML). De technische verbindingen tussen de aanbieders worden beveiligd en de onderling uitgewisselde berichten (bewijzen van herkenning) worden allemaal elektronisch getekend.
Vooral de workshop over eHerkenning vond ik zeer informatief.
Ik vind herkenning/ toegangscontrole altijd al een lastig fenomeen om te begrijpen. De authenticatie door de aloude combinatie userid plus password was me altijd wel duidelijk. Maar daarna kwamen er zwaardere methoden, waar werd gesproken over certificaten en Public Key Infrastructure PKI.
Inmiddels heb ik in de praktijk kennis gemaakt met authenticatieprocessen, waarbij je via sms een code krijgt toegestuurd om in te voeren. (Volgens mij bedoelen ze dat met certificaat-uitwisseling.) En banken kunnen je een calculator geven, die na invoer van gegevens als pasnummer, rekeningnummer en password, ook nog een code van de te bezoeken site geven ter invoer. Als deze code past, genereert de calculator een code genereert die je weer moet invoeren op de site. (Volgens mij is dat een uitwisseling van gerelateerde certificaten.) En daarmee heb ik kennis gemaakt met zwaardere authenticatieprocessen dan de aloude userid plus password combinatie.
Op het ECP-EPN platform in december 2008 vond ik een interessante studie, die Cap Gemini had gemaakt voor het Ministerie van EZ. (Op deze blog beschreven op 6-1-2009). Er werd gezocht naar een systeem, waarbij bekende authenticatiemiddelen (zoals bankpassen) kunnen worden ingezet en waar de authenticatielaag zo kan worden georganiseerd, dat de 'markt' daarvoor diensten kan leveren. Op deze manier hoeven partijen in het economische verkeer dus niet zelf de authenticatie helemaal te ontwikkelen, maar kunnen ze die betrekken in de markt. En op deze NUP-dag in 2010 zie ik dat terug in de NUP-bouwsteen 'eHerkenning'. In het Cap-rapport wordt gerefereerd aan publicaties van Innopay, die op heldere wijze 'schemes' uitwerken, waarin als het ware het fenomeen authenticatie wordt genormaliseerd, ontleed in de elementaire bouwstenen. Die elementaire bouwstenen kunnen door meerdere aanbieders in de markt worden verzorgd.
Ik citeer de website van eHerkenning:
Met eHerkenning wordt het eenvoudiger voor bedrijven en overheidsdienstverleners om elektronisch zaken met elkaar te regelen:
Een bedrijf wijst één of meer personen aan die -namens het bedrijf- gemachtigd zijn om bepaalde digitale overheidsdiensten af te nemen en zorgt dat deze personen beschikken over een geschikt eHerkenningsmiddel. Zo kan men zich op betrouwbare en gebruiksvriendelijke wijze kenbaar maken bij de overheid. De overheidsdienstverlener op zijn beurt sluit aan op een door eHerkenning erkende aanbieder (de Herkenningsmakelaar). Daardoor is de overheidsdienstverleners in staat zijn zakelijke afnemers te herkennen.
eHerkenning wordt aangeboden door verschillende, erkende aanbieders die zijn verenigd in het netwerk voor eHerkenning. Het netwerk baseert zich op een afsprakenstelsel dat op initiatief van het Ministerie van Economische Zaken is opgesteld. Aan de afspraken in dit stelsel voldoen alle deelnemende aanbieders. Erkende aanbieders herkent u aan het keurmerk eHerkenning.
In dit afsprakenstelsel is veel aandacht besteed aan belangrijke aspecten zoals kwaliteit, gebruiksvriendelijkheid, privacy en toezicht. eHerkenning is ook toepasbaar voor overheden onderling (government-to-government) en bedrijven onderling (business-to-business).
Hieronder een schematische weergave van de werking van eHerkenning:
eHerkenning bestaat uit een netwerk van aanbieders die volgens bepaalde rollen met elkaar samenwerken. Partijen kunnen één of meerdere rollen voor hun rekening nemen:
- De eHerkenningsmakelaar
de partijen in deze rol leveren eHerkenning aan de overheidsdienstverleners.
- De Middelenuitgever
deze levert de eHerkenningsmiddelen aan een bedrijf voor gebruik door haar werknemers. eHerkenningsmiddelen worden geleverd in maximaal vier betrouwbaarheidsniveaus. De overheidsdienstverlener bepaalt welk betrouwbaarheidsniveau van toepassing op welke dienst.
- De Authenticatiedienst
deze maakt de eHerkenningsmiddelen van bedrijven beschikbaar binnen het netwerk voor eHerkenning.
- Het Machtigingenregister
hierin leggen bedrijven vast welke persoon namens het bedrijf een bepaalde taak mag uitvoeren bij een bepaalde overheidsdienstverlener.
De technische samenwerking gaat volgens internationaal gestandaardiseerde protocollen (oa SAML 2.0 en XACML). De technische verbindingen tussen de aanbieders worden beveiligd en de onderling uitgewisselde berichten (bewijzen van herkenning) worden allemaal elektronisch getekend.
Tuesday, March 29, 2011
LinkedIn binnen bedrijven en instellingen
Ik heb eerder mijn enthousiasme voor LinkedIn laten blijken in postings van 7/5/2006 en 12/7/2007. Maar intussen is het fenomeen al weer veel verder gegroeid.
LinkedIn bestaat sedert 2003, groeit snel en kent momenteel 90 miljoen gebruikers. Daarvan zijn er 2 miljoen in Nederland, waarmee Nederland een top vijf land is binnen LinkedIn. De dichtheid van deelname is in Nederland zelfs het grootste wereldwijd.
Wat LinkedIn onderscheidt is, dat het professionals met elkaar verbindt. Dit in tegenstelling tot andere sociale netwerken, waarin mensen vooral contact houden over belevenissen met vrienden en familie en waar het uitwisselen van gezellige fotoos belangrijk is. Binnen LinkedIn kun je maar één foto plaatsen, een aanvulling op de persoons- en loopbaangegevens.
De professionaliteit is binnen LinkedIn ook het bindmiddel:
LinkedIn verschaft uitgebreide cv's van de deelnemers.
biedt mogelijkheden om contacten te (her)vinden op basis van gemeenschappelijke vooropleiding, gemeenschappelijke werkgever, gemeenschappelijke kennissen.
Biedt vraag en antwoord forums over interessegebieden.
Biedt mogelijkheden om (soms tegen betaling) contact te leggen met interessante functionarissen.
En blijkbaar kan je het ook ombuigen tot een interne applicatie, zoals de directeur van V&W hierbeneden uitlegt.
Zo wordt een externe applicatie in een bedrijf geïntegreerd; veel beter dan het zelf proberen te ontwikkelen van een dergelijke toepassing. Net zoals je een tekstverwerker en een mailprogramma niet zelf bouwt, doe je dat ook niet met een netwerksite waarop professionals elkaar kunnen ontmoeten.
In het magazine SDU Select Overheid&ICT 2010 in juni 2010 wordt onder 'trends van 2011' het volgende gerapporteerd.
De directeur van een SSO (shared service organisatie) van enkele ministeries waaronder V&W (Perry van der Weyden): Trend die het qua applicatie helemaal gaat worden in 2011 is een interne netwerksite als LinkedIn voor overheidspersoneel. 'Kenniskaarten van elke ambtenaar, waarbij de specialisaties zichtbaar zijn'. Door deze tool kan iemand met een bepaald dossier gemakkelijk opzoeken wie er verstand van heeft en die kennis gebruiken. Een aantal departementen is in gesprek om dat samen te realiseren.
Er is ook een beweging Ambtenaar 2.0, die bevordert, dat ambtenaren in hun onderlinge contacten en bij de dienstverlening aan burgers maximaal gebruik maken van de internet-verworvenheden. Daarbij wordt het gebruik gepropageerd van sociale netwerken, van Youtube en allerlei tools die op internet vrij beschikbaar zijn. En als ambtenaren van departementen, provincies, gemeenten en overheidsinstellingen daarmee vertrouwd raken, kan dat een flinke boost geven aan e-government.
Met alle voordelen van lagere kosten, snellere response en betere dienstverlening.
Internetapplicaties, die bij het publiek zijn ingeburgerd vinden vaak hun plaats in de bedrijfsarchitectuur, omdat dezelfde mensen in bedrijven en instellingen werken. Daar willen ze deze handige functies ook gaan gebruiken. De voordelen van invoering van dergelijke tools: Ze zijn bekend en geaccepteerd bij medewerkers. Ze hebben een rijke en bewezen functionaliteit. Het bedrijf heeft geen ontwikkelkosten en geen softwarebeheer.
Een zorg kan de beveiliging zijn. Wat die heeft het bedrijf niet in eigen hand. Er ontstaat een afhankelijkheid van externe, vaak onbekende leveranciers.
Een andere interessante toepassing van LinkedIn blijkt uit een artikel in de Automatiseringsgids.
http://www.rekenkamer.nl/Actueel/Nieuwsberichten/2010/11/Algemene_Rekenkamer_zoekt_praktijkervaringen_open_source_software_en_open_standaarden
De Algemene Rekenkamer vraagt via LinkedIn om input voor een onderzoek naar mogelijkheden van open source.
Men realiseert zich, dat veel professionals LinkedIn kennen en gebruiken. Dus voor zo'n onderzoek, waarbij je de kennis van deze professionals wilt aanboren, is LinkedIn dan een logisch platform. Voor de onderzoeker (de Rekenkamer) een activiteit met lage kosten en groot potentiëel, want:
Het platform is zonder kosten beschikbaar en de doelgroep van professionals kennen het allemaal.
Je moet alleen moeite doen om te attenderen op je initiatief. Daarna kan een grote groep relevante professionals zijn vragen en antwoorden op het platform achterlaten.
Het is een sociaal netwerk van de internetgeneratie. Dat wil zeggen, dat iedereen any place any time kan deelnemen aan het onderzoek.
In maart 2011 lees ik in het Pharmaceutisch Weekblad een oproep om zich aan te sluiten bij de KNMP-groep op LinkedIn. Dat kan een krachtig netwerk van intervisie worden. Zo´n toepassing creëren zou vroeger alleen mogelijk zijn geweest voor kapitaalkrachtige bedrijven of instellingen; nu is die applicatie gewoon beschikbaar via internet en kunnen de deelnemer direct met het belangrijkste asset, namelijk hun kennis en professonaliteit.
Het lijkt erop, dat LinkedIn een applicatie wordt binnen veel bedrijfsarchitecturen.
LinkedIn bestaat sedert 2003, groeit snel en kent momenteel 90 miljoen gebruikers. Daarvan zijn er 2 miljoen in Nederland, waarmee Nederland een top vijf land is binnen LinkedIn. De dichtheid van deelname is in Nederland zelfs het grootste wereldwijd.
Wat LinkedIn onderscheidt is, dat het professionals met elkaar verbindt. Dit in tegenstelling tot andere sociale netwerken, waarin mensen vooral contact houden over belevenissen met vrienden en familie en waar het uitwisselen van gezellige fotoos belangrijk is. Binnen LinkedIn kun je maar één foto plaatsen, een aanvulling op de persoons- en loopbaangegevens.
De professionaliteit is binnen LinkedIn ook het bindmiddel:
LinkedIn verschaft uitgebreide cv's van de deelnemers.
biedt mogelijkheden om contacten te (her)vinden op basis van gemeenschappelijke vooropleiding, gemeenschappelijke werkgever, gemeenschappelijke kennissen.
Biedt vraag en antwoord forums over interessegebieden.
Biedt mogelijkheden om (soms tegen betaling) contact te leggen met interessante functionarissen.
En blijkbaar kan je het ook ombuigen tot een interne applicatie, zoals de directeur van V&W hierbeneden uitlegt.
Zo wordt een externe applicatie in een bedrijf geïntegreerd; veel beter dan het zelf proberen te ontwikkelen van een dergelijke toepassing. Net zoals je een tekstverwerker en een mailprogramma niet zelf bouwt, doe je dat ook niet met een netwerksite waarop professionals elkaar kunnen ontmoeten.
In het magazine SDU Select Overheid&ICT 2010 in juni 2010 wordt onder 'trends van 2011' het volgende gerapporteerd.
De directeur van een SSO (shared service organisatie) van enkele ministeries waaronder V&W (Perry van der Weyden): Trend die het qua applicatie helemaal gaat worden in 2011 is een interne netwerksite als LinkedIn voor overheidspersoneel. 'Kenniskaarten van elke ambtenaar, waarbij de specialisaties zichtbaar zijn'. Door deze tool kan iemand met een bepaald dossier gemakkelijk opzoeken wie er verstand van heeft en die kennis gebruiken. Een aantal departementen is in gesprek om dat samen te realiseren.
Er is ook een beweging Ambtenaar 2.0, die bevordert, dat ambtenaren in hun onderlinge contacten en bij de dienstverlening aan burgers maximaal gebruik maken van de internet-verworvenheden. Daarbij wordt het gebruik gepropageerd van sociale netwerken, van Youtube en allerlei tools die op internet vrij beschikbaar zijn. En als ambtenaren van departementen, provincies, gemeenten en overheidsinstellingen daarmee vertrouwd raken, kan dat een flinke boost geven aan e-government.
Met alle voordelen van lagere kosten, snellere response en betere dienstverlening.
Internetapplicaties, die bij het publiek zijn ingeburgerd vinden vaak hun plaats in de bedrijfsarchitectuur, omdat dezelfde mensen in bedrijven en instellingen werken. Daar willen ze deze handige functies ook gaan gebruiken. De voordelen van invoering van dergelijke tools: Ze zijn bekend en geaccepteerd bij medewerkers. Ze hebben een rijke en bewezen functionaliteit. Het bedrijf heeft geen ontwikkelkosten en geen softwarebeheer.
Een zorg kan de beveiliging zijn. Wat die heeft het bedrijf niet in eigen hand. Er ontstaat een afhankelijkheid van externe, vaak onbekende leveranciers.
Een andere interessante toepassing van LinkedIn blijkt uit een artikel in de Automatiseringsgids.
http://www.rekenkamer.nl/Actueel/Nieuwsberichten/2010/11/Algemene_Rekenkamer_zoekt_praktijkervaringen_open_source_software_en_open_standaarden
De Algemene Rekenkamer vraagt via LinkedIn om input voor een onderzoek naar mogelijkheden van open source.
Men realiseert zich, dat veel professionals LinkedIn kennen en gebruiken. Dus voor zo'n onderzoek, waarbij je de kennis van deze professionals wilt aanboren, is LinkedIn dan een logisch platform. Voor de onderzoeker (de Rekenkamer) een activiteit met lage kosten en groot potentiëel, want:
Het platform is zonder kosten beschikbaar en de doelgroep van professionals kennen het allemaal.
Je moet alleen moeite doen om te attenderen op je initiatief. Daarna kan een grote groep relevante professionals zijn vragen en antwoorden op het platform achterlaten.
Het is een sociaal netwerk van de internetgeneratie. Dat wil zeggen, dat iedereen any place any time kan deelnemen aan het onderzoek.
In maart 2011 lees ik in het Pharmaceutisch Weekblad een oproep om zich aan te sluiten bij de KNMP-groep op LinkedIn. Dat kan een krachtig netwerk van intervisie worden. Zo´n toepassing creëren zou vroeger alleen mogelijk zijn geweest voor kapitaalkrachtige bedrijven of instellingen; nu is die applicatie gewoon beschikbaar via internet en kunnen de deelnemer direct met het belangrijkste asset, namelijk hun kennis en professonaliteit.
Het lijkt erop, dat LinkedIn een applicatie wordt binnen veel bedrijfsarchitecturen.
Subscribe to:
Posts (Atom)