Voor de 11de keer organiseerde Telindus-ISIT een visiedag over datacenter technologie. Daar zijn volop ontwikkelingen aan de gang.
Het event vond plaats op 10 maart 2010 in theater Het Spant te Bussum. (Op 9 februari jongstleden was er een vergelijkbare bijeenkomst van VMware in Nijkerk.)
Sinds twee jaar volg ik events over virtualisatie. En lees nu in het storage-periodiek SNS,
Storage Networking Solutions, dat het nog vooral om visie gaat en minder om realisatie. Een deel van de bedrijven zet de eerste voorzichtige stappen in virtualisatie. In mijn ervaring zijn de hoogdravende vervolgstappen vooral natte dromen van leveranciers. De business zal uiteindelijk keuzes maken.
Hoewel de meeste bedrijven zich nog oriënteren, zijn er koplopers zoals Google die al ver voorop lopen met zogenaamde Mega Data Centers (MDC’s) en cloudcomputing.
Net als in Nijkerk checkte ik ook in Bussum weer de outfits van de bezoekers:
2% jasje dasje, 10% stropdas, 20% geblokt overhemd en de rest overhemd of trui.
Bovendien had 80% een rond buikje van circa 10 cm.
Kortom techneuten en uitvoerders met een rustig, overwegend zittend bestaan.
Dat verklaart ook deels waarom deze trend nog niet doorzet. De “beslissers” zijn hier niet en kennen en begrijpen de trends niet. Maar de bedrijven die door ‘nerds’ worden gerund zoals Google begrijpen het heel goed en maken er ook werk van.
Circa 5 % van de mensen zit in de wachtruimtes in zijn Apple te turen en een even groot deel rommelt met zijn blackberry. De rest praat met elkaar met een kopje koffie.
Ik zag in de plenaire zaal een figuur met witte schoenen in zijn Apple turen en dat bleek daarna technology watcher Vincent Evers te zijn, die de openingsspreker was.
Een vertegenwoordiger van Telindus schetst bij de opening van de dag de uitkomsten van een enquete onder de bezoekers. De behoeftes van respondenten zijn respectievelijk: 1. virtualisatie, 2. disaster recovery, 3. back up en restore. Nog weinig cloud computing, en dan eerst maar interne clouds.
De bezoekers hebben dus duidelijk nog beide voetjes op de vloer en vooral uitvoerende behoeften. Geen hoogdravende business ambities zoals onlangs in Nijkerk geformuleerd door Vmware. (Posting van 17 mei op deze weblog.)
Keynote speaker Everts kwam binnenrijden op zijn Segway en demonstreerde ook zijn andere hebbedingetjes, Applegadgets vooral.
Hij vertelde honderduit over zijn geloof in blogs en twitter.
Interessant was dat hij vertelde over Amazon. Deze pionier internetwinkel is intussen in een stadium, waarin ze volop ruimte geven aan de ‘word of mouth’. Laat mensen maar reclame voor je maken; dat is de beste reclame. Mensen vertellen bij Amazon wat ze vinden van artikelen. En zelf krijg je voorgeschoteld wat mensen, die qua zoekgedrag op jou lijken, uiteindelijk allemaal hebben gekocht.
Hij is uiteraard ook verzot op de Kindle, het portable book van Amazon. Sowieso lijkt hij mij verzot op ‘dingetjes’. Hij doet mij denken aan schaatscoach Kemkers, die zo in de weer was met bordjes, stiften en papieren, dat hij geen oog had voor de situatie op de schaatsbaan, zodat hij zijn pupil de verkeerde kant op stuurde en de gouden medaille ontnam…..
Bij een search van Evers bleken inderdaad een tweetal twitteraars vanuit de zaal verslag te doen van zijn spreekbeurt. Ik vat nog even niet, welke inhoud en welke toegevoegde waarde deze tweets hebben voor anderen.
Het valt mij op, dat veel netwerktijgers weg zijn van twitter. Ik denk dat het moet passen bij je bezigheden en vooral ook met je persoon en blijf het iets vinden voor ADHD’ers.
Sunday, June 27, 2010
Wednesday, June 16, 2010
Sgml/xml user group over ketens in de zorg
Op 30 maart tijdens de beurs Zorg & ICT was er een congres van de SGML/XML users group. Een groep waarvan de naam duidt op gegevensstandaardisatie, maar die in toenemende mate zich richt op keteninformatisering. Een logische ontwikkeling.
Hoewel de naam een techneutenclub zou kunnen suggereren, werd een programma gebracht met cases, die bijzonder interessant waren voor het gebruikerspubliek van deze beurs.
De eerste spreker was zonder meer het hoogtepunt van het programma.
Alexander de Vries is chirurg in het Medisch Centrum Haaglanden en initiatiefnemer van Medischegegevens.nl.
Dit is een project waarbij een patiënt van MC Haaglanden toegang heeft tot zijn eigen medische gegevens.
De spreker vindt de rol van de patiënt bij het medisch dossier belangrijk. En vindt, dat de medische informatietechnologie achter loopt in een wereld waarin internetbankieren, internetshoppen en sociale netwerken gewoon zijn geworden. Doordat patiënten intensief hun dossier volgen, verloopt de communicatie tussen arts en patiënt beter, zo is de ervaring van de spreker.
Ten aanzien van het eigenaarschap van de gegevens werden tot op heden door de medische wereld vooral de medici als eigenaar gezien. Volgens de spreker moet toch uiteindelijk de patiënt worden gezien als belangrijkste eigenaar.
De autorisatie is momenteel binnen het ziekenhuis eenvoudig, hetgeen ook onverwachte bijverschijnselen heeft. Zo was er 1500 keer een inkijk in het dossier toen een zekere Holleeder in het ziekenhuis werd behandeld. En ook bij de behandeling van voetballer Van Persie bleken opvallend veel leden van de staf belangstelling te hebben voor het dossier.
Het systeem wordt gevoed door het Elektronisch Patiënten Dossier van het MC Haaglanden, maar kan ook gevoed worden door de systemen van andere zorgverleners. Dat laatste zouden de initiatiefnemers graag zien, maar helaas is bij deze toepassing het Not Invented Here syndroom sterk. Op veel andere plaatsen zijn soortgelijke toepassingen in onderzoek. Een vraagsteller, die enthousiast zo’n alternatief elders beschreef, kreeg een korte en terechte repliek van de spreker: “Jullie hoeven er niet over na te gaan denken, want dat heb ïk al gedaan.”
De kracht van deze applicatie is, dat hij gedreven wordt door de inzet van een medische professional.
Het valt mij op, dat in de zorgwereld veel innovatieve applicaties worden ontwikkeld door medici met interesse en vaardigheid in ICT. Zo zijn er applicaties voor Huisartsenposten en voor Dermatologisch teleconsult. En als applicaties door zorgprofessionals (i.t.t. ICT-professionals) worden ontwikkeld zijn ze veel beter afgestemd op de behoeften van het betreffende vak. Met als resultaat enthousiaste gebruikers. Een vergelijkbaar ontmoetingspunt als Medischegegevens.nl is de IVF-site van het Radboud (met informatieverstrekking en chatbox), dat reeds een innovatieprijs heeft gewonnen.
Het onwikkelen van gerichte applicaties door gebruikers heb ik veel minder gezien bij overheden en in de financiële dienstverlening. Daar worden ze meestal ontwikkeld door ICT-specialisten. Misschien komt dat, omdat medici meer dan ambtenaren en financiële mensen qua basisopleiding en interesse toch meer aan de bèta-kant zitten.
Hoewel de naam een techneutenclub zou kunnen suggereren, werd een programma gebracht met cases, die bijzonder interessant waren voor het gebruikerspubliek van deze beurs.
De eerste spreker was zonder meer het hoogtepunt van het programma.
Alexander de Vries is chirurg in het Medisch Centrum Haaglanden en initiatiefnemer van Medischegegevens.nl.
Dit is een project waarbij een patiënt van MC Haaglanden toegang heeft tot zijn eigen medische gegevens.
De spreker vindt de rol van de patiënt bij het medisch dossier belangrijk. En vindt, dat de medische informatietechnologie achter loopt in een wereld waarin internetbankieren, internetshoppen en sociale netwerken gewoon zijn geworden. Doordat patiënten intensief hun dossier volgen, verloopt de communicatie tussen arts en patiënt beter, zo is de ervaring van de spreker.
Ten aanzien van het eigenaarschap van de gegevens werden tot op heden door de medische wereld vooral de medici als eigenaar gezien. Volgens de spreker moet toch uiteindelijk de patiënt worden gezien als belangrijkste eigenaar.
De autorisatie is momenteel binnen het ziekenhuis eenvoudig, hetgeen ook onverwachte bijverschijnselen heeft. Zo was er 1500 keer een inkijk in het dossier toen een zekere Holleeder in het ziekenhuis werd behandeld. En ook bij de behandeling van voetballer Van Persie bleken opvallend veel leden van de staf belangstelling te hebben voor het dossier.
Het systeem wordt gevoed door het Elektronisch Patiënten Dossier van het MC Haaglanden, maar kan ook gevoed worden door de systemen van andere zorgverleners. Dat laatste zouden de initiatiefnemers graag zien, maar helaas is bij deze toepassing het Not Invented Here syndroom sterk. Op veel andere plaatsen zijn soortgelijke toepassingen in onderzoek. Een vraagsteller, die enthousiast zo’n alternatief elders beschreef, kreeg een korte en terechte repliek van de spreker: “Jullie hoeven er niet over na te gaan denken, want dat heb ïk al gedaan.”
De kracht van deze applicatie is, dat hij gedreven wordt door de inzet van een medische professional.
Het valt mij op, dat in de zorgwereld veel innovatieve applicaties worden ontwikkeld door medici met interesse en vaardigheid in ICT. Zo zijn er applicaties voor Huisartsenposten en voor Dermatologisch teleconsult. En als applicaties door zorgprofessionals (i.t.t. ICT-professionals) worden ontwikkeld zijn ze veel beter afgestemd op de behoeften van het betreffende vak. Met als resultaat enthousiaste gebruikers. Een vergelijkbaar ontmoetingspunt als Medischegegevens.nl is de IVF-site van het Radboud (met informatieverstrekking en chatbox), dat reeds een innovatieprijs heeft gewonnen.
Het onwikkelen van gerichte applicaties door gebruikers heb ik veel minder gezien bij overheden en in de financiële dienstverlening. Daar worden ze meestal ontwikkeld door ICT-specialisten. Misschien komt dat, omdat medici meer dan ambtenaren en financiële mensen qua basisopleiding en interesse toch meer aan de bèta-kant zitten.
Saturday, June 5, 2010
AGIM bijeenkomst op 18 maart over ontspoorde megaprojecten
Het Amsterdamsch Genootschap van Informatiemanagers was bijeen voor een themabijeenkomst. Circa 20 leden waren aanwezig. AGIM verenigt alumni van de postdoctorale opleiding EMIM (executive master of information management) van de Universiteit van Amsterdam. In deze weblog verschijnen daarover tweemaal per jaar postings.
Er zijn in het verleden speciale EMIM-jaargangen geweest van politie-organisaties. Enkele keren zijn er door alumni uit die groep al bijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld bij Politie Amsterdam Amstelland en bij KPLD in Driebergen. Dit keer waren we te gast in de Marechausseekazerne in Utrecht, hoewel het geen onderwerp betrof uit de zogenaamde veiligheidsdriehoek. Een van de alumni vertelde over grote infrastructuurprojecten en met name de Betuwelijn, de HSL en de Amsterdamse Noord-Zuid lijn.
Hij vertelde de historie van de projecten en had een opzet gemaakt van succes- en faalfactoren in zijn analyse.
Volgens zijn relaas zijn vaak zaken doorgedrukt door politieke drijfkracht en vanuit persoonlijke belangen van politici en bevriende aannemers.
In 2009 rapporteerde de Rekenkamer over de problemen bij grote ICT-projecten van de overheid en adviseerde om voor een betere governance gebruik te maken van de Engelse Gatewaymethode. (Eerder schreef ik in deze weblog over de Gatewaymethode.)
Zouden bovengenoemde politieke drijfkracht en persoonlijke belangen door een Gatewayreview in een vroeg stadium geblokkeerd zijn? In potentie kan de Gatewaymethode vroegtijdig zo’n probleem aantonen en het projectidee blokkeren, voordat de beslissing wordt genomen om het project te laten starten. Dat vereist wel, dat objectieve en deskundige reviewers worden ingeschakeld en dat hun advies serieus wordt genomen.
Kort geleden schreef ik een posting over het overheidsprogramma NUP, dat naar mijn waarneming gewoon doorgaat terwijl er een vernietigend oordeel ligt vanuit een Gatewayreview. Dat krijg je natuurlijk als je zo’n review pas houdt, als het programma al met veel tam tam een half jaar is opgestart.
Ook als een infrastructuurproject om politieke redenen wordt doorgedrukt, kan je vervolgens nog de vraag stellen hoe je de kosten zo laag mogelijk houdt. Ten aanzien van die vraag heeft de Rekenkamer gesteld, dat de scope van project of deelproject overzienbaar moet worden gehouden. Met name bij de Betuwelijn lijkt er geen enkele rem gezeten te hebben op de ontwikkeling van de scope met een enorme kostenexplosie als resultaat. Overigens was er in het gehoor een professional die als projectbureaumedewerker betrokken was bij de Betuwelijn. Hij wist te melden, dat de Betuwelijn in een internationale vergelijking gunstig wordt beoordeeld ten aanzien van projectresultaten. Hoe dan ook, vanaf de A15 zie je hem in volle glorie liggen, geweldig opgetuigd, maar nauwelijks gebruikt.
Soms lijkt het erop, dat we wel degelijk leren van het mislukken van grote projecten. Afgelopen jaar woedde de discussie over de kilometerheffing. De risico’s van een te optimistische kijk op de nieuwe technologie werden breed uitgemeten. En hebben m.i. uiteindelijk er mede toe geleid, dat er wordt afgezien van het plan. Dat is dus een voorbeeld van het tijdig afblazen van het project, op het moment dat de overheid zijn hoofd nog niet in de strop van de kostenexplosies heeft gestoken.
Er zijn in het verleden speciale EMIM-jaargangen geweest van politie-organisaties. Enkele keren zijn er door alumni uit die groep al bijeenkomsten georganiseerd, bijvoorbeeld bij Politie Amsterdam Amstelland en bij KPLD in Driebergen. Dit keer waren we te gast in de Marechausseekazerne in Utrecht, hoewel het geen onderwerp betrof uit de zogenaamde veiligheidsdriehoek. Een van de alumni vertelde over grote infrastructuurprojecten en met name de Betuwelijn, de HSL en de Amsterdamse Noord-Zuid lijn.
Hij vertelde de historie van de projecten en had een opzet gemaakt van succes- en faalfactoren in zijn analyse.
Volgens zijn relaas zijn vaak zaken doorgedrukt door politieke drijfkracht en vanuit persoonlijke belangen van politici en bevriende aannemers.
In 2009 rapporteerde de Rekenkamer over de problemen bij grote ICT-projecten van de overheid en adviseerde om voor een betere governance gebruik te maken van de Engelse Gatewaymethode. (Eerder schreef ik in deze weblog over de Gatewaymethode.)
Zouden bovengenoemde politieke drijfkracht en persoonlijke belangen door een Gatewayreview in een vroeg stadium geblokkeerd zijn? In potentie kan de Gatewaymethode vroegtijdig zo’n probleem aantonen en het projectidee blokkeren, voordat de beslissing wordt genomen om het project te laten starten. Dat vereist wel, dat objectieve en deskundige reviewers worden ingeschakeld en dat hun advies serieus wordt genomen.
Kort geleden schreef ik een posting over het overheidsprogramma NUP, dat naar mijn waarneming gewoon doorgaat terwijl er een vernietigend oordeel ligt vanuit een Gatewayreview. Dat krijg je natuurlijk als je zo’n review pas houdt, als het programma al met veel tam tam een half jaar is opgestart.
Ook als een infrastructuurproject om politieke redenen wordt doorgedrukt, kan je vervolgens nog de vraag stellen hoe je de kosten zo laag mogelijk houdt. Ten aanzien van die vraag heeft de Rekenkamer gesteld, dat de scope van project of deelproject overzienbaar moet worden gehouden. Met name bij de Betuwelijn lijkt er geen enkele rem gezeten te hebben op de ontwikkeling van de scope met een enorme kostenexplosie als resultaat. Overigens was er in het gehoor een professional die als projectbureaumedewerker betrokken was bij de Betuwelijn. Hij wist te melden, dat de Betuwelijn in een internationale vergelijking gunstig wordt beoordeeld ten aanzien van projectresultaten. Hoe dan ook, vanaf de A15 zie je hem in volle glorie liggen, geweldig opgetuigd, maar nauwelijks gebruikt.
Soms lijkt het erop, dat we wel degelijk leren van het mislukken van grote projecten. Afgelopen jaar woedde de discussie over de kilometerheffing. De risico’s van een te optimistische kijk op de nieuwe technologie werden breed uitgemeten. En hebben m.i. uiteindelijk er mede toe geleid, dat er wordt afgezien van het plan. Dat is dus een voorbeeld van het tijdig afblazen van het project, op het moment dat de overheid zijn hoofd nog niet in de strop van de kostenexplosies heeft gestoken.
Friday, May 28, 2010
Jaarcongres NOiV 18 maart 2010
Nederland Open in Verbinding (NOiV) is een actieplan, dat wordt gecoördineerd door het ministerie van Economische Zaken. Dit plan en de voorloper ervan (OSOSS, Open Standaarden en Open Source Software) lopen al vanaf 2006 na een bekende motie van kamerlid Vendrik. Op het jaarcongres in het Utrechtse Mediaplaza waren dit jaar 580 deelnemers, tegen 380 vorig jaar op het eerste plenaire jaarcongres. Het onderwerp leeft dus bij Nederlandse (semi)overheden en de sfeer was dan ook geanimeerd.
Eén ding moet mij van het hart: Waarom moeten tegenwoordig grote manifestaties gepaard gaan met een ontzettende teringherrie? Bij het binnenlopen van de mensen in de centrale zaal dreunde een harde disco. Van de weeromstuit gaan mensen dan ook keihard tegen elkaar praten en het geluidsniveau stijgt. Waarom?
Ik maakte in 2006 die herrie mee in een New Yorkse winkel van Abercrombie. Daar werd mij uitgelegd, dat de aard en de sterkte van de muziek door psychologen is uitgezocht, zodat de mensen maximaal in een koopstemming zijn. Zou dat ook bij de manifestaties van tegenwoordig het geval zijn? Mijn advies? Kappen met die herrie. De mensen komen naar een inhoudelijke bijeenkomst en willen met elkaar praten en luisteren. Stop alsjeblieft met die uitwas van het discotijdperk.
De bijeenkomst bestond uit een paar plenaire lezingen van hoog niveau en daarna break-out sessies in kleine zalen. Die break-out sessies hadden wisselend niveau. Organisatoren van een manifestatie zouden weldegelijk de presentatoren moeten screenen op presentatievaardigheden. Ik maakte een spreker mee, die in elke zin minsten 15 maal ‘eh, eh, eh” zei. Dat moet je hemzelf en het gehoor besparen.
Bij de opening presenteerde zich een nieuwe ambassadeur van Open Source. Hij vertelde, dat hij voordien directeur was van bureau Jeugdzorg, hetgeen mij te denken gaf. Maar tijdens zijn verhaal ervoer ik hem als een inspirerend figuur. Bij het bureau Jeugdzorg had hij als principe, dat mensen gestimuleerd moeten worden om hun eigen energie te vinden. Geen gepamper dus. Zijn filosofie spreekt mij aan en is zeker nodig om de open source gedachte te propageren. Zo’n verandering kan alleen door de mensen zelf worden gerealiseerd; het opleggen van die filosofie zal niet werken.
Hij memoreerde terecht de pioniers Frank Heemskerk (nu demissionair) en Cees Vendrik, mensen die met oprecht enthousiasme en energie zich hebben ingezet voor de Open Source beweging, geen baantjesjagers die voor de vorm hun tijd uitzitten.
In deelsessies en plenaire sessies noteerde ik overigens wat ik zelf ook al langer waarneem en beschrijf. Dat Open Standaarden groeien als kool, maar Open Source software alleen op deelgebieden.
De vervanger van Frank Heemskerk, de hoogste ambtenaar van Economische Zaken, deed het trouwens uitstekend in zijn presentatie. Hij benadrukt terecht, dat het bij uitrol van Open Standaarden en Open Source niét gaat om ICT. Het gaat om organisatieverandering.
Voor het eerst kon ik ook de nieuwe CIO van de overheid aanschouwen. Deze CIO is op advies van de Algemene Rekenkamer aangesteld na hun onderzoek naar het mislukken van grote ICT-projecten van de overheid. Ik vond zijn betoog niet overtuigend. Aan de ene kant bestaat zijn functie natuurlijk om via procedures en richtlijnen alle departementen onder controle te krijgen voor wat betreft de uitvoering van hun megaprojecten. Aan de andere kant leidt het alleen maar tot grotere bureaucratie als er niet iets anders bij komt: leiderschap, guts, er bovenop springen etc. De vraag is of het Haagse circuit dergelijk gedrag zou accepteren. Waarschijnlijk niet. Een figuur die er zo op vliegt zal ongetwijfeld wel een vormfout maken, waarop hij keurig wordt afgeschoten om weer plaats te maken voor een kleurloze, niet-effectieve bureacraat.
In een volgende posting wil ik nog een paar sprekers verslaan, die interessante cases inbrachten.
Eén ding moet mij van het hart: Waarom moeten tegenwoordig grote manifestaties gepaard gaan met een ontzettende teringherrie? Bij het binnenlopen van de mensen in de centrale zaal dreunde een harde disco. Van de weeromstuit gaan mensen dan ook keihard tegen elkaar praten en het geluidsniveau stijgt. Waarom?
Ik maakte in 2006 die herrie mee in een New Yorkse winkel van Abercrombie. Daar werd mij uitgelegd, dat de aard en de sterkte van de muziek door psychologen is uitgezocht, zodat de mensen maximaal in een koopstemming zijn. Zou dat ook bij de manifestaties van tegenwoordig het geval zijn? Mijn advies? Kappen met die herrie. De mensen komen naar een inhoudelijke bijeenkomst en willen met elkaar praten en luisteren. Stop alsjeblieft met die uitwas van het discotijdperk.
De bijeenkomst bestond uit een paar plenaire lezingen van hoog niveau en daarna break-out sessies in kleine zalen. Die break-out sessies hadden wisselend niveau. Organisatoren van een manifestatie zouden weldegelijk de presentatoren moeten screenen op presentatievaardigheden. Ik maakte een spreker mee, die in elke zin minsten 15 maal ‘eh, eh, eh” zei. Dat moet je hemzelf en het gehoor besparen.
Bij de opening presenteerde zich een nieuwe ambassadeur van Open Source. Hij vertelde, dat hij voordien directeur was van bureau Jeugdzorg, hetgeen mij te denken gaf. Maar tijdens zijn verhaal ervoer ik hem als een inspirerend figuur. Bij het bureau Jeugdzorg had hij als principe, dat mensen gestimuleerd moeten worden om hun eigen energie te vinden. Geen gepamper dus. Zijn filosofie spreekt mij aan en is zeker nodig om de open source gedachte te propageren. Zo’n verandering kan alleen door de mensen zelf worden gerealiseerd; het opleggen van die filosofie zal niet werken.
Hij memoreerde terecht de pioniers Frank Heemskerk (nu demissionair) en Cees Vendrik, mensen die met oprecht enthousiasme en energie zich hebben ingezet voor de Open Source beweging, geen baantjesjagers die voor de vorm hun tijd uitzitten.
In deelsessies en plenaire sessies noteerde ik overigens wat ik zelf ook al langer waarneem en beschrijf. Dat Open Standaarden groeien als kool, maar Open Source software alleen op deelgebieden.
De vervanger van Frank Heemskerk, de hoogste ambtenaar van Economische Zaken, deed het trouwens uitstekend in zijn presentatie. Hij benadrukt terecht, dat het bij uitrol van Open Standaarden en Open Source niét gaat om ICT. Het gaat om organisatieverandering.
Voor het eerst kon ik ook de nieuwe CIO van de overheid aanschouwen. Deze CIO is op advies van de Algemene Rekenkamer aangesteld na hun onderzoek naar het mislukken van grote ICT-projecten van de overheid. Ik vond zijn betoog niet overtuigend. Aan de ene kant bestaat zijn functie natuurlijk om via procedures en richtlijnen alle departementen onder controle te krijgen voor wat betreft de uitvoering van hun megaprojecten. Aan de andere kant leidt het alleen maar tot grotere bureaucratie als er niet iets anders bij komt: leiderschap, guts, er bovenop springen etc. De vraag is of het Haagse circuit dergelijk gedrag zou accepteren. Waarschijnlijk niet. Een figuur die er zo op vliegt zal ongetwijfeld wel een vormfout maken, waarop hij keurig wordt afgeschoten om weer plaats te maken voor een kleurloze, niet-effectieve bureacraat.
In een volgende posting wil ik nog een paar sprekers verslaan, die interessante cases inbrachten.
Subscribe to:
Posts (Atom)