Wednesday, May 28, 2008

Amsterdams Genootschap van Informatiemanagers op bezoek bij de Politie

Het AGIM, alumniclub van de postdoctorale UvA-opleiding, was op 27 maart 2008 bij het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten). Deze diensten achten het belang van informatiemanagement hoog en de genoemde postdoctorale opleiding is dan ook door diverse (groepen) medewerkers van de Politie doorlopen. Heden waren zij in Driebergen gastheer van het AGIM.

De Dienst Nationale Recherche van KPLD werkt organisatieoverstijgend en is gevormd na de IRT affaire. Meer coördinatie was nodig. Vóór die tijd kon het gebeuren dat 3 verschillende kernteams werkten aan een zaak, bijvoorbeeld vanuit de invalshoeken Schiphol, Drugs en Suriname. De nadelen daarvan kan men bedenken.

De bijeenkomst op 27 maart kende twee thema’s:
- VIA: Veiligheidsverbetering door Information Awareness;
- Bestrijding van Zware Georganiseerde Criminaliteit en Terrorisme.
Er waren 23 AGIM-leden aanwezig bij deze bijeenkomst.

Onlangs was in het nieuws, dat overheidsorganisaties moeten oppassen, dat professionals niet in hun persoonlijke uitingen op het Web confidentiële informatie prijsgeven. Het ging in dat geval om uitingen in sociale netwerken zoals LinkedIn. Professionals etaleerden zichzelf daar met de ervaringen die ze hadden opgedaan bij nationale veiligheidsdiensten. Onvoorstelbaar naïef mijns inziens, maar ik zal mij in dit verhaal in ieder geval beperken tot opmerkelijke aspecten van de professionele intervisie op deze AGIM-bijeenkomst zonder teveel op de inhoud in te gaan. Hoewel ik er van uit ga, dat de gastheren in hun presentaties ook hebben bedacht, hoever ze moeten gaan met hun informatieverstrekking.

Eén presentatie ging over de zogenaamde CT Infobox.
Dit is de naam van een organisatorische eenheid waarin medewerkers van 6 diensten fysiek bij elkaar zijn gebracht, waarbij ieder toegang heeft tot zijn eigen systemen. De diensten zijn AIVD, KPLD, IND, MIVD, FIOD en OM. Dat zijn de bekende, grote toezichtsapparaten, maar die wel elk met een bepaalde invalshoek naar de wereld kijken. En elke dienst heeft wellicht een stukje van de puzzel, waarmee individuen of organisaties kunnen worden opgespoord, die nadere aandacht behoeven.
In deze Infobox werken ongeveer 30 fte centraal met 60 bestanden; noem het maar een soort human interface, consolidatie van systemen via handmatige interventies. Vanuit de optiek van informatiemanagement vind ik het frappant, dat het voor 90% een organisatie-vraagstuk is. Verstandig ook om dat in eerste instantie met de vindingrijkheid van mensen op te lossen, in plaats van te proberen om over deze diensten heen één megasysteem te ontwerpen.
Het is mede een organisatie-vraagstuk, omdat de samenwerking (of tegenwerking) van 6 grote diensten (koninkrijken) aan de orde komt. Waarin bijvoorbeeld terecht de kwestie opkomt van het eigenaarschap van deze zeer kritische gegevens. Als door het onvoorzichtige gebruik van gegevens het onderzoek van organisatie X wordt gefrustreerd, zullen ze voorzichtiger worden met de samenwerking.

Een tweede presentatie ging over het herkennen van patronen en het ontwikkelen van modellen. Kennis op deze terreinen is van wezenlijk belang. De spreker merkte op: ‘zonder kennis verzuip je in de informatie’.

In modellen worden de processen van criminele organisaties gemodelleerd. Het zijn immers gewoon bedrijven met activiteiten, die deels lijken op wat er in de bovenwereld gebeurt, maar deels ook niet. Kennis daarvan moet ontwikkeld worden.
De spreker had o.a. casino’s en ziekenhuizen bezocht om inspiratie op te doen voor zijn modellen. Hij hecht groot belang aan modellen en legde twee opmerkelijke stellingen neer:
- Modellen stimuleren, binden en katalyseren netwerken. De experts binnen organisaties worden daardoor geholpen om hun gezamenlijke kennis op effectieve wijze bij elkaar te brengen.
- Je moet appelleren aan emotie en passie om de gewenste experts in je netwerk te krijgen. Hij legde toepasselijk een link naar het succes van sociale netwerken waar gelijkgestemden elkaar vinden en samen tot iets komen.

Even een zijstapje: In dit voorjaar was er stevig strijd tussen de minister van Binnenlandse
Zaken (Ter Horst) en de politiebonden. Het ging om salarisverhoging en het kwam zelfs tot werkstaking. Niet geheel toevallig kwamen daarna op televisie de berichten, dat vele jongeren van niveau Universiteit/HBO kiezen voor de politie omdat ze maatschappelijk relevant bezig willen zijn. Een hele andere motivator dus dan ‘geld’. Inderdaad ken ik zelf ook niemand, die om deze reden het automatiseringsvak verliet om als politievrouw haar werk zin te geven.
Als deze trend inderdaad sterk is, dan is dat belangrijk voor de Politie, want de bovenbeschreven initiatieven om als politieapparaat kennisintensief aan preventie en opsporing te doen kunnen niet worden doorgevoerd zonder instroom van niveau Universiteit/HBO. Einde zijstapje.

Ruim een jaar geleden was ik al eens geimponeerd door een presentatie bij Amsterdam Amstelland, ook met AGIM.
Agenten konden via een handheld in diverse systemen van het korps komen, varierende van hele oude mainframeschermpjes tot de nieuwste applicaties. Ze waren erin geslaagd om daar een schil over heen te leggen, die ondanks de verschillende techniek van de diverse applicaties, toegang verleent tot de “content”. Bijvoorbeeld als je aan de hand van een auto-kenteken wilt weten welke info in alle systemen beschikbaar is. Met het verrassende voorbeeld, dat na een eenvoudige verkeerscontrole het kenteken ook genoteerd bleek bij een hele andere zware zaak waarvan de oplossing muurvast zat.

Kortom voor wat ik er van zie, petje af voor het informatiemanagement bij de Politie.

Wednesday, May 14, 2008

Een nieuwe website voor Actuarieel Genootschap en Actuarieel Instituut

Op 18 maart 2008 was er een klankbordsessie in het kader van de ontwikkeling van de nieuwe website van Actuarieel Genootschap en Actuarieel Instituut (AG-AI). Ik nam deel als voorzitter van de vakgroep Informatica van het AI, maar daarnaast was ik gewoon nieuwsgierig, omdat ik in mijn dagelijkse werk veel te maken heb met ontwerp en realisatie van nieuwe informatiesystemen en met name de organisatorische inbedding daarvan.

Het feit dat de projectleider en de bouwers dergelijke klankbordsessies organiseren is een verstandige actie. Hoe vaak zien we niet, dat de ontwikkeling van nieuwe systemen te veel los raakt van de ‘business’ waardoor ze uiteindelijk moeizaam worden geaccepteerd en zelfs mislukken.
Bij de start van het gesprek constateerde ik, dat een website soms nog teveel gezien wordt als een etalage van het bedrijf. Samen kwamen we daarna tot de conclusie, dat deze ‘etalage’ in het huidige tijdsgewricht alleen effectief is, als de verbinding met de achterliggende bedrijfsapplicaties mogelijk is. In het geval van AG-AI zijn dat bijvoorbeeld de cursistenadministratie, de cursusadministratie en relevante documentaire systemen. Anderzijds ben ik het geheel met de projectleider eens, dat deze ambitie getemporiseerd moet worden. Hij wil in eerste instantie de bestaande functionaliteit continueren en daarnaast een zodanig platform bouwen, dat toekomstige uitbreidingen van functionaliteit mogelijk zijn.

Het moderniseren van de website past goed in het veranderingsproces, dat AG-AI hebben ingezet. Daarin wordt het vak van Actuaris geplaatst in de veranderende wereld en wordt ook bewust gewerkt aan actieve profilering van AG-AI.
Naar aanleiding van deze laatste ambitie heb ik de kanttekening gemaakt, dat het een valkuil zou zijn, als de nieuwe website teveel wordt bepaald door de ‘insiders’, degenen die nu reeds in allerlei rollen betrokken zijn bij AG-AI. Het is juist interessant om uit te zoeken, wat ‘outsiders’ van de website verwachten.
Met outsiders bedoel ik mensen, die nu nog onwetend zijn van AG-AI, maar die wij wel graag zouden willen bereiken. Dat is een breed palet van personen en instellingen uit het politieke, maatschappelijke en onderwijs-krachtenveld.
Bijvoorbeeld:
- Mensen met andere opleidingen die zouden willen weten welke mogelijkheden het vak van actuaris biedt en welke opleidingsmogelijkheden er zijn.
- Politici en maatschappelijke organisaties, die zich afvragen welke rol actuarissen spelen in actuele discussies over pensioenen en vermogensbeheer.

Voor het overige was de demo van het bestaande prototype zeer verhelderend. Het was wel opvallend, dat er bij zo’n demo snel wordt gereageerd op het voorliggende scherm en op de lay-out. Op de buitenkant dus. Persoonlijk ben ik voor de aanpak, dat primaire reacties van gebruikers op lay-out voorlopig worden geparkeerd. Laat ze eerst eens drie maanden werken met het systeem en dan evalueren, welke ervaringen zij hebben en welke wijzigingen gewenst zijn. Dan vallen vanzelf de eerste primaire reacties af en blijven alleen de zaken, die werkelijk invloed hebben op het werkproces van de gebruiker.

Achter de website zit een tool, die vele mogelijkheden biedt. Zoveel flexibiliteit, dat in ieder geval twee mensen, waaronder ikzelf, de behoefte hadden om de eerste tijd niet toe te geven aan allerlei spontaan bedachte extra’s. Want je zou wel eens kunnen eindigen met een volledig onbeheersbare chaos. Keep it simple, weet je nog.

Het was al met al een nuttige klankbord sessie met een oude les: Techniek mag niet leidend zijn, technische fraaie mogelijkheden ook niet.
Wel: Organisatorische inbedding, beheersbare produktie, nauw afstemmen met kennisniveau van doelgroep en behoeften van doelgroep

Sunday, April 20, 2008

Sturing van ketens (2)

In mijn posting van 19 februari 2008 beschreef ik hoe twee grote organisaties stappen zetten om een gezamenlijke keten beter te gaan besturen. Het gaat om UWV en de Belastingdienst, die sedert januari 2006 de nieuwe systematiek van Loonaangifte en Polisadministratie uitvoeren.
Inspiratie werd aangedragen door twee universitaire onderzoekers die vanuit vele praktijksituaties in kaart hebben gebracht, welke succes- en faalfaktoren gelden voor het sturen van een keten.

In een vervolgsessie was de doelstelling om gemeenschappelijke conclusies te vertalen naar een concreet organisatieontwerp voor de Loonaangifteketen. Het was een goed initiatief om de resultaten van universitaire onderzoekers in te brengen in dit proces. Nog even een resumé van deze inbreng:

De bevindingen van De Man (Vrije Universiteit) vanuit zijn onderzoeken naar tientallen alliantievormen waren een eye-opener. Hij heeft bijvoorbeeld bedrijven ingedeeld in succesvolle en minder-succesvolle alliantievormers. En stelde vast, dat de succesvolle bedrijven investeren in ketenregisseurs, mensen, die dedicated bezig zijn met de keten. Dat lijkt evident, maar het kan zo maar gebeuren, dat de afwegingen veel meer plaatsvinden binnen de oude hierarchische kolommen (zoals Belastingdienst en UWV) dan tussen de twee kolommen, te weten in de keten. Verder is de organisatieontwikkeling een kwestie van aanpakken en doorzetten, waarbij succesvolle alliantievormers frequent evaluaties uitvoeren en daaruit consequenties trekken.

Toon van Dijk van Twente Universiteit heeft het rapport ‘Kink in de keten’ gepubliceerd, een ‘inventarisatie van de bevorderende en de belemmerende factoren bij samenwerking tussen landelijke overheidsorganisaties op het gebied van ICT’. Ik citeer de belangrijkste belemmerende factor uit de samenvatting van het rapport: ‘Bij het tot stand komen van ketensamenwerking is sprake van fundamentele spanning. Wat het beste zou zijn voor de keten hoeft niet automatisch goed te zijn voor alle deelnemende organisaties. Bestuurders zien hun verantwoordelijkheid vooral liggen bij het inrichten en in stand houden van een solide primair proces, inclusief de daarmee gepaard gaande financiering. De eigen financiering gaat voor de financiering van de samenwerking.’
Ik heb het gevoel, dat deze door Van Dijk genoemde factor nu al dominant speelt in de gemeenschappelijke keten van Belastingdienst en UWV. Zowel door sturing van buiten als door cultuurinterventies moet het patroon worden doorbroken, dat de belangen van de ‘oude’ organisaties dominant zijn boven de ketenbelangen.

De eerste bijeenkomst leidde tot conclusies op hoofdlijnen en de tweede bijeenkomst was voorzien om eerste stappen te zetten in de concrete inrichting van de ketenbesturing.
Deze bijeenkomst is twee maanden na de eerste gekomen. Een voorstel voor inrichting van de ketenbesturing wordt nu voorgelegd aan directies van beide organisaties. Deze fase is moeilijk en beide genoemde academici geven ook aan, dat de stap om een stuk controle te delegeren naar een ketenorganisatie cruciaal is. Wordt vervolgd.…

Wednesday, April 9, 2008

Indrukken op de leveranciersmarkt van het OSOSS-congres

Begin december was het OSOSS-congres in Den Haag en deze posting is een vervolg op mijn posting van 27 februari j.l.

KPMG was op de leveranciersmarkt onder de naam KPMG CT Information Technology. Dit onderdeel zit in Den Haag tegenover het beursgebouw. Ik was nieuwsgierig wat KPMG heden ten dage in ICT doet. Vroeger hadden ze Nolan Norton en KPMG Consulting totdat ze die hele club verkochten aan Atos Consulting. En andere firma’s van de vroegere big five accountants maakten ook zulke moves, want het verkopen van de Consulting Divisie werd op zeker moment in Amerika afgedwongen teneinde onethische belangenverstrengeling te voorkomen. Toch zie je dat betreffende firma’s na enige tijd weer ICT clubs gaan opzetten. Daar kun je gif op innemen. Het is als een gezwel dat na verwijdering toch weer de kop opsteekt. In dit geval beschouw ik het als een goedaardig gezwel, want het bewijst, dat de vraag naar ICT-adviezen bij klanten naar hun toe blijft komen. Klanten willen daar gewoon met een vertrouwde partij over praten en deze ‘vertrouwde partij’ ziet ook wel, dat deze advisering zeer winstgevend is, gegeven het belang van ICT voor de klant en de geldssommen die er in de ICT omgaan.
Overigens was de adviseur die de stand van KPMG bemande bijzonder deskundig t.a.v. de projecten die zij deden en de inzet van open software in het bijzonder. Ik heb een zevental casestudies meegenomen en later doorgelezen. Zeer professionele en interessante case studies moet ik zeggen.

Red Hat was er als partij, die voor klanten open software netjes voorverpakt, installeert en support. De brochure beschrijft hoe zij de Provincie Gelderland van Unix naar Linux hebben geholpen. De klant is tevreden. Meldt dat ze voor Unix 500.000 euro hardware nodig hadden en dat dit teruggaat naar 125.000 euro. De jaarlijkse supportkosten zijn gedaald van 150.000 euro naar 30.000 euro. Daarnaast worden door de klant meerdere kwalitatieve voordelen ervaren.
Overigens is het aanbod van Red Hat imposant en varieert van Red Hat Enterprise Linux tot Red Hat Desktop. Zie www.redhat.com. Trots distribueren zij exemplaren van de CIO Insight enquete naar Vendor Value, waarin klanten Red Hat bovenaan zetten als IT-leveranciers www.cioinsight.com

Atcomputing werkt sinds 1974 met unix en sinds 1993 met linux. Zij zijn met 25 man en ontstaan uit de universiteit van Nijmegen. ‘Googelen, mobiel bellen en navigeren zijn ondenkbaar zonder deze open source software’ zeggen zij in hun folder. Ze zijn gegroeid uit de universiteit en dat verklaart m.i. ook hun uitstraling: geboeid en gedreven door de mogelijkheden van linux, wel commercieel maar niet glad.
Zij adviseerden o.a. het Kadaster en kozen daar een commerciële linux (ondersteund door een serviceleverancier) omdat de applicaties 24 uur beschikbaar moeten zijn.
Blijkbaar zijn zij een bekende partij voor opleidingen in unix, linux e.a. De cursusgids toont een omvangrijk programma. Een quote vanuit deze gids wil ik hier niet laten ontbreken: “If you think education is expensive, then try ignorance”.

In de stand van Cap Gemini trof ik een oude bekende van Cap. (Ik heb daar ruim 9 jaar gewerkt en respecteer Cap nog altijd zeer.) Goed dat ze er stonden en zoals gebruikelijk was ook hun materiaal keurig verzorgd. Maar achteraf het materiaal lezend bekruipen mij toch twijfels. De brochure Open Source Maturity Model claimt dat Cap bij de 100.000 inmiddels bestaande open source applicaties het kaf van het koren kan scheiden. Twee opmerkingen van mij. Op de eerste plaats zie ik een schablonematig toepassen van CMM (maturity model) matrixen op mij af komen, typisch een aanpak van wereldvreemde consultants. En op de tweede plaats vraag ik mij af, wie er in godsnaam zit te wachten op het scheiden van kaf en koren. Bij alle andere andere leveranciers kun je gewoon cases zien van zeer geslaagde toepassingen varierend van Enterprise Linux, Jboss, Apache, Ubuntu, mySQL, sugarCRM, Open Office, Mail, Instant Messaging, Mozilla, kortom van mainframe tot desktop. Who needs more?
En ook bij de andere brochures (wel mooi glossy) vind ik de inhoud teleurstellend en tekort schieten bij de concrete expertise en ervaringen die andere aanbieders gemakkelijk ten toon spreiden.

Behalve dat Logica CMG net als Cap een factsheet heeft om zogenaamd het kaf van het koren te kunnen scheiden, hadden zij nog een factsheet die wél heel belangwekkend lijkt. De factsheet ePlatform licht namelijk toe, dat Logica op verzoek van haar klanten deze applicatie als open source aanbiedt. “Broncode is vanaf december 2005 beschikbaar onder de GPL-licentie. Voor meer informatie www.logicacmg.nl/opensource .”
Noot: In april 2008, enige maanden na het OSOSS congres, lees ik over een opdrachtverlening voor het ANDEZ-project. Logica heeft dat gewonnen en kondigt aan om van meet af aan haar software als open software aan te bieden via het web. Lovenswaardige houding van Logica.

Een interessant gesprek had ik ook bij Bull. Verrassend, hoe goed zij in de wereld staan. Tien jaar geleden had ik contact met ze namens een grote Bullklant, die hun gcos-mainframe gebruikte, en ooit heb ik er nog eens een oriënterend sollicitatiegesprek gevoerd. Ik zag het niet als een bedrijf met toekomst, maar ik ga nu toch geloven, dat zij één van de mainframe-dinosaurussen zijn, die zich hebben aangepast in plaats van uit te sterven…In de recente Computable 100 lees ik van hun directeur, dat zij met Bull 2.0 weer helemaal terug zijn. In diezelfde Computable 100 vind ik ze op de ranglijsten terug op plaatsen als 74 en 80. Op de ososs-leveranciersmarkt vond ik hun visie op open software en hun praktijkvoorbeelden bij klanten zeer overtuigend overkomen.