De avondbijeenkomst van juli had een wat ander karakter dan de maandbijeenkomsten tot op heden. De rol van Co Politiek was kleiner en de organisatie van de avond was in handen van Toni van Eijden en Peter Mertens, die wellicht vanaf januari 2008 als partner in Aimpact zullen participeren.
Er was een uitleg door Viadesk over de intranet-oplossing die door Viadesk wordt gecreëerd voor Aimpact. Via dit intranet kunnen Aimpact deelnemers communiceren, documenten samen bewerken en hun gezamenlijke afspraken beheren.
Er was verder een interessante presentatie van Ramon Ory over Compliance. Ramon is bezig met de vorming van een Compliance Collectief en zoekt nauwe samenwerking met Aimpact.
Mijns inziens is de compliance beweging vooral veroorzaakt door verscherpt toezicht na de financiële schandalen (Enron e.a.) van de laatste jaren. De wet waaraan Ramon refereerde (MiFID) is niet toevallig gericht op de financiële dienstverlening. Maar in zijn presentatie trok hij het begrip breder dan de financiële dienstverlening. Vanuit de zaal werd de verbinding gelegd naar Quality Assurance in brede zin.
Aanwezigen vonden dit een geslaagd voorbeeld van professionele informatie-uitwisseling en zo heb ik dat zelf ook ervaren. Interessant en leerzaam met een geanimeerde discussie.
De Get Started Academy van Aimpact heeft de eerste groep alumni opgeleverd. Vier personen waren op deze avond aanwezig en het viel mij op, dat zij alle vier zeer positief spraken over de opleiding. “Na 33 jaar in loondienst was het voor mij een openbaring om zo te spreken over zelfstandig ondernemerschap.” Het lijkt mij goed deze testimonials van ervaringsdeskundigen snel in te zetten op de website van Aimpact.
Zie over Aimpact ook mijn posting over de aprilbijeenkomst.
Tuesday, July 24, 2007
Thursday, July 12, 2007
Beheren van je LinkedIn contacten
Op 7 mei 2007 schreef ik een enthousiast stukje over het gebruik van LinkedIn voor professionals.
Vandaag iets over mijn ervaring met het beheren van je LinkedIn contacten.
Ik heb intussen uitgevonden, dat de community rondom LinkedIn (één vertegenwoordiger van zogenaamde Social Software) ook discussiegroepen opzet zoals bijvoorbeeld de Yahoo-techgroups, waarbij men zich zonder enige drempel kan aansluiten.
Zelf ben ik in die groepen doelgericht gaan zoeken naar mogelijkheden voor ‘contacts management’. Omdat ik intussen 70 contacten heb aangesloten, krijg ik behoefte om enige beheertaken voor die contacten uit te voeren:
a. De contacten in categorieën indelen. Voor mij zijn dat bijvoorbeeld Academic, Banking, Detachering, ICT-architects, Insurance, Opennetworkers, Politie ICT, Projectmanagement, Risicomanagement en HRM specialisten.
b. Voorts zou ik willen bijhouden welke vragen of artikelen ik heb uitgezet en bij welke mensen.
LinkedIn biedt daarvoor geen ondersteuning. De contacten exporteren naar een externe database is dus gewenst. Toegevoegd voordeel daarvan vind ik, dat ingeval van een LinkedIn crash, mijn contacten elders bewaard zijn (back up). Want die contacten met de laatste bereikbaarheidsgegevens zijn mijn belangrijkste asset binnen LinkedIn.
Bij LinkedIn Answers las ik over de tool LICM (LinkedIn contacts management). Dat is freeware. Tegelijkertijd las ik, dat deze tool sinds enige weken niet meer functioneert, omdat wijzigingen in de LinkedIn interfaces door de tool niet kunnen worden gevolgd. Deze toestand lijkt langdurig, dus heb ik verder gezocht en vond een tip om de contacten te exporteren naar het Yahoo adresboek. Daarvoor moest ik een Yahoo-account aanmaken, maar dat is probleemloos. Intussen zijn mijn contacten geëxporteerd naar Yahoo, waarmee ik van bovenstaande behoeften item a) heb kunnen invullen.
Ik verwacht, dat ik ook item b) in Yahoo kan realiseren. Vanuit het adresboek kunnen namelijk aan geselecteerde personen berichten worden gestuurd. Door het bewaren van deze mailings in folders krijg je dan de gewenste informatie.
Meer lezenswaardige artikelen over Social Software:
- Business Week schrijft regelmatig over Social Software. Tussen 1981 en 1984 was dit mijn lijfblad, dat ik wekelijks van voor naar achter las. Als deze thermometer voor ontwikkelingen in business over Social Software schrijft, dan stelt het echt wat voor!
- Op 20 juni schreef ik in mijn weblog een stukje met verwijzing naar een Prima Vera working paper van de Universiteit van Amsterdam. (“Wim Bouman tenslotte presenteerde PrimaVera Working Paper 2007-11. ‘The Realm of Sociality: Notes on the Design of Social Software”).
Vandaag iets over mijn ervaring met het beheren van je LinkedIn contacten.
Ik heb intussen uitgevonden, dat de community rondom LinkedIn (één vertegenwoordiger van zogenaamde Social Software) ook discussiegroepen opzet zoals bijvoorbeeld de Yahoo-techgroups, waarbij men zich zonder enige drempel kan aansluiten.
Zelf ben ik in die groepen doelgericht gaan zoeken naar mogelijkheden voor ‘contacts management’. Omdat ik intussen 70 contacten heb aangesloten, krijg ik behoefte om enige beheertaken voor die contacten uit te voeren:
a. De contacten in categorieën indelen. Voor mij zijn dat bijvoorbeeld Academic, Banking, Detachering, ICT-architects, Insurance, Opennetworkers, Politie ICT, Projectmanagement, Risicomanagement en HRM specialisten.
b. Voorts zou ik willen bijhouden welke vragen of artikelen ik heb uitgezet en bij welke mensen.
LinkedIn biedt daarvoor geen ondersteuning. De contacten exporteren naar een externe database is dus gewenst. Toegevoegd voordeel daarvan vind ik, dat ingeval van een LinkedIn crash, mijn contacten elders bewaard zijn (back up). Want die contacten met de laatste bereikbaarheidsgegevens zijn mijn belangrijkste asset binnen LinkedIn.
Bij LinkedIn Answers las ik over de tool LICM (LinkedIn contacts management). Dat is freeware. Tegelijkertijd las ik, dat deze tool sinds enige weken niet meer functioneert, omdat wijzigingen in de LinkedIn interfaces door de tool niet kunnen worden gevolgd. Deze toestand lijkt langdurig, dus heb ik verder gezocht en vond een tip om de contacten te exporteren naar het Yahoo adresboek. Daarvoor moest ik een Yahoo-account aanmaken, maar dat is probleemloos. Intussen zijn mijn contacten geëxporteerd naar Yahoo, waarmee ik van bovenstaande behoeften item a) heb kunnen invullen.
Ik verwacht, dat ik ook item b) in Yahoo kan realiseren. Vanuit het adresboek kunnen namelijk aan geselecteerde personen berichten worden gestuurd. Door het bewaren van deze mailings in folders krijg je dan de gewenste informatie.
Meer lezenswaardige artikelen over Social Software:
- Business Week schrijft regelmatig over Social Software. Tussen 1981 en 1984 was dit mijn lijfblad, dat ik wekelijks van voor naar achter las. Als deze thermometer voor ontwikkelingen in business over Social Software schrijft, dan stelt het echt wat voor!
- Op 20 juni schreef ik in mijn weblog een stukje met verwijzing naar een Prima Vera working paper van de Universiteit van Amsterdam. (“Wim Bouman tenslotte presenteerde PrimaVera Working Paper 2007-11. ‘The Realm of Sociality: Notes on the Design of Social Software”).
Sunday, July 1, 2007
Business Process Management (deel 1)
Op 21 juni 2007 werd in Garderen door BPM Forum Nederland het seminar BPM2007 georganiseerd: Beter Presteren met Processen. Diverse vertegenwoordigers van UWV waren daar aanwezig. Door Hans Baars, die vroeger bij BIZZdesign werkte, waren drie personen van UWV Gegevensdiensten uitgenodigd, Eveline Jacobson, Rob Does en ondergetekende. De belangstelling voor dit seminar was groot, meer dan 500 deelnemers, en je reed al in een file door Garderen naar het Bilderberghotel!
In dit artikel zal ik wat algemene beelden schetsen en een paar lessons learned (of liever lessons revisited, want de meeste lessen hadden we al eerder geleerd). Voor een later artikel bewaar ik details van interessante lezingen en initiatieven, die we als follow-up van deze dag willen nemen bij UWV.
Alvorens inhoudelijk op het seminar in te gaan, wil ik ons allen een vraag stellen.
Is dit nou een hype of een buzzword of een echte sleutel tot verbetering bij organisaties?
Mijn eigen antwoord daarop put ik uit mijn ervaringen met business process management:
Vanaf 1988 heb ik mij serieus met administratieve produktieprocessen bezig gehouden. Ik was toen hoofd Organisatie bij AMEV Verzekeringen en ik zag, hoeveel verbeteringspotentiëel er aanwezig was in de processen van de organisatie. Enige kenmerken van de processen die toen dominant waren: grote volumes, veel papier, veel bewerkingsstations, veel fouten en rework, korte nettobehandeltijd (uren) gecombineerd met lange doorlooptijd (weken), geen overzicht over de keten, weinig arbeidsvreugde, interngericht en weinig klantgerichtheid etc. etc.
Veel mensen zullen deze kenmerken herkennen en, sterker nog, ook waarnemen in de processen anno 2007. De afdeling Organisatie van AMEV was destijds druk bezig met propageren van kwaliteitsprogramma’s, workflow management, DIS en BPR. Vooral BPR sprak sterk tot de verbeelding. Aanstekelijk was de slogan van Champy en Hammer: Don’t automate, obliterate!
Maar techneuten en stafmensen willen wel eens vergeten, dat de snelheid van veranderingen wordt bepaald door de mensen van de organisatie. (En door de toegankelijk van de beschikbare technologie voor hen.) Nu, 20 jaar later, zie ik overal steeds meer van de verbeteringen gerealiseerd worden, maar dat duurt dus veel langer dan wij als bevlogen organisatie-adviseurs graag wilden.
Mijn antwoord op de vraag of het een hype is: Neen, want het onderwerp speelt al tientallen jaren, hoewel de naam ervan vaak verandert. Het is echt een sleutel tot verbetering mits met realiteitszin opgepakt.
En dan nu de lessons learned (of: lessons revisited).
- Voor het verbeteren van de processen is directe betrokkenheid van de werkvloer vereist. De CPO van KPN benadrukte dat. “Betrek de shopfloor”. (Maar in de jaren ’80 leerden wij al, hoe in Japan de kaizen-aanpak werd toegepast en hoe medewerkers in ‘kwaliteitskringen’ werkten aan verbeteringen.)
- Uitvoerende afdelingen die in het proces organisatorisch van elkaar gescheiden zijn moeten gezamenlijk hun wederzijdse eisen, behoeften, beperkingen en mogelijkheden leren kennen. In een voorbeeld van ING werd geschetst, hoe de frontoffice moest leren, dat een goede gegevensinvoer door hen een foutloze verwerking in de backoffice garandeert. (Rob Does van UWV herinnerde zich, dat in 1986 bij Sociaal Fonds Bouw de haperingen in een proces werden weggenomen, doordat interne claimsbehandelaars en buitendienst, die bedrijven bezochten, hun wederzijdse behoeften gingen begrijpen, zodat ze opdrachten die via de post werden uitgewisseld veel beter konden begrijpen.)
- Verbeteringen moet je stap voor stap doorvoeren. Professor Wouter Keller gaf daarvan in de afsluiting van het seminar voorbeelden en benadrukte om je niet te laten leiden door over-ambitieuze architecten en bestuurders.
In dit artikel zal ik wat algemene beelden schetsen en een paar lessons learned (of liever lessons revisited, want de meeste lessen hadden we al eerder geleerd). Voor een later artikel bewaar ik details van interessante lezingen en initiatieven, die we als follow-up van deze dag willen nemen bij UWV.
Alvorens inhoudelijk op het seminar in te gaan, wil ik ons allen een vraag stellen.
Is dit nou een hype of een buzzword of een echte sleutel tot verbetering bij organisaties?
Mijn eigen antwoord daarop put ik uit mijn ervaringen met business process management:
Vanaf 1988 heb ik mij serieus met administratieve produktieprocessen bezig gehouden. Ik was toen hoofd Organisatie bij AMEV Verzekeringen en ik zag, hoeveel verbeteringspotentiëel er aanwezig was in de processen van de organisatie. Enige kenmerken van de processen die toen dominant waren: grote volumes, veel papier, veel bewerkingsstations, veel fouten en rework, korte nettobehandeltijd (uren) gecombineerd met lange doorlooptijd (weken), geen overzicht over de keten, weinig arbeidsvreugde, interngericht en weinig klantgerichtheid etc. etc.
Veel mensen zullen deze kenmerken herkennen en, sterker nog, ook waarnemen in de processen anno 2007. De afdeling Organisatie van AMEV was destijds druk bezig met propageren van kwaliteitsprogramma’s, workflow management, DIS en BPR. Vooral BPR sprak sterk tot de verbeelding. Aanstekelijk was de slogan van Champy en Hammer: Don’t automate, obliterate!
Maar techneuten en stafmensen willen wel eens vergeten, dat de snelheid van veranderingen wordt bepaald door de mensen van de organisatie. (En door de toegankelijk van de beschikbare technologie voor hen.) Nu, 20 jaar later, zie ik overal steeds meer van de verbeteringen gerealiseerd worden, maar dat duurt dus veel langer dan wij als bevlogen organisatie-adviseurs graag wilden.
Mijn antwoord op de vraag of het een hype is: Neen, want het onderwerp speelt al tientallen jaren, hoewel de naam ervan vaak verandert. Het is echt een sleutel tot verbetering mits met realiteitszin opgepakt.
En dan nu de lessons learned (of: lessons revisited).
- Voor het verbeteren van de processen is directe betrokkenheid van de werkvloer vereist. De CPO van KPN benadrukte dat. “Betrek de shopfloor”. (Maar in de jaren ’80 leerden wij al, hoe in Japan de kaizen-aanpak werd toegepast en hoe medewerkers in ‘kwaliteitskringen’ werkten aan verbeteringen.)
- Uitvoerende afdelingen die in het proces organisatorisch van elkaar gescheiden zijn moeten gezamenlijk hun wederzijdse eisen, behoeften, beperkingen en mogelijkheden leren kennen. In een voorbeeld van ING werd geschetst, hoe de frontoffice moest leren, dat een goede gegevensinvoer door hen een foutloze verwerking in de backoffice garandeert. (Rob Does van UWV herinnerde zich, dat in 1986 bij Sociaal Fonds Bouw de haperingen in een proces werden weggenomen, doordat interne claimsbehandelaars en buitendienst, die bedrijven bezochten, hun wederzijdse behoeften gingen begrijpen, zodat ze opdrachten die via de post werden uitgewisseld veel beter konden begrijpen.)
- Verbeteringen moet je stap voor stap doorvoeren. Professor Wouter Keller gaf daarvan in de afsluiting van het seminar voorbeelden en benadrukte om je niet te laten leiden door over-ambitieuze architecten en bestuurders.
Wednesday, June 27, 2007
Actuariëel opleidingsland: Een nieuwe opleiding en een afscheid
19 juni 2007 was er in Woerden bij het Actuariëel Instituut (AI) de jaarlijkse bijeenkomst van vakgroepvoorzitters en examencommissie-voorzitters. Als voorzitter van de vakgroep Informatica gaf ik daar acte de présence. Hoofdonderwerp was een presentatie van de werkgroep, die een voorstel deed voor vernieuwing van de beroepsopleiding Actuaris AG. (Het AI biedt o.a. opleidingstrajecten aan voor Rekenaar, Actuariëel Analist en de topopleiding tot Actuaris AG.) Waarom deze vernieuwing? Daarvoor moeten we terug naar 2004. Toen heeft de beroepsvereniging van actuarissen, het Actuariëel Genootschap, een onderzoek ingesteld naar de toekomst van de beroepsgroep. Eén uitdagende conclusie luidde: ‘Een Actuaris op de oude leest geschoeid, overleeft de ontwikkelingen in de financiële sector niet.’
De vakgroep Informatica is verantwoordelijk voor 1 Rekenaarmodule (RE9 Informatica) en 2 Analistmodules (AN2 Automatisering en verzekeringsmanagement; AN18 Kwantitatieve Methoden-Simulatie). En was tot op heden dus niet betrokken bij de opleiding Actuaris AG, de AG-modules. Dat kan nu anders worden.
Het voorstel voor de nieuwe opleiding Actuaris AG betekent een indeling in 3 fasen: Schakelprogramma, Actuarial Control Cycle en Specialisatie Risicogebied. Zonder het voorstel hier uitputtend te behandelen moet worden vermeld, dat het qua karakteristiek recht doet aan externe ontwikkelingen.
1. Het schakelprogramma zorgt ervoor, dat diverse instromen goed kunnen worden opgevangen. Dit is een maatwerkonderdeel.
2. De Actuarial Control Cycle is voor iedereen gelijk en daar zullen de cursisten in teams praktijkgericht studeren.
3. Specialisatie Risicogebied is weer maatwerk en doet recht aan de trendonderzoeken, waarin is geconstateerd, dat er niet meer één soort actuaris is, maar dat de actuaris in diverse rollen en specialisaties zal opduiken.
Voor de vakgroep Informatica betekent het voorstel, dat anders dan vroeger de vakgroep ook betrokken raakt bij de opleiding Actuaris AG, omdat de modules van de vakgroep nadrukkelijk worden genoemd in het schakelprogramma.
De volgende dag op 20 juni 2007 was er in Amsterdam bij de UvA het afscheid van prof. dr. Henk Wolthuis
Professor Wolthuis is een pionier en een boegbeeld van de actuariële opleiding in Nederland.
Ik had zelf maar kort met hem te maken, namelijk toen ik voor het Actuarieel Instituut in 1998 de voorbereidingen trof voor de opzet van de nieuwe module AN18 Kwantitatieve Methoden.
Maar mijn goede vriend Willem Jan Willemse, organisator van de afscheidsdag, was niet vergeten mij uit te nodigen. Een uitnodiging waarop ik graag ben ingegaan door een deel van het seminar bij te wonen.
Na de opening door de dekaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde was de eerste lezing “Wat kunnen we leren van de accountantsopleiding? De accountantsopleiding in historisch perspectief.”
De accountantsopleiding is algemeen erkend als een hoogwaardige opleiding tot professional. Een opleiding ook, die door de jaren heen hoge eisen stelt aan de deelnemers. Ik was benieuwd in hoeverre deze opleiding ook bepaalde ondersteunende vakken een belangrijke plaats toekent. Dat komt voort uit mijn ervaring (sedert 1996) bij de actuariële opleiding, dat een ondersteunend vak als Informatica vooral vanuit de studenten sterk onder druk staat. (Waarom moeten we dat weten? Ik vind het niet nodig voor mijn dagelijks werk. Etc.)
Deze zorg van mij kwam niet aan de orde, maar desondanks vond ik de presentatie interessant.
Professor Philip Wallage RA presenteerde het onderwerp. In 1922 werd de accountantsopleiding gestart door Limperg. (Een bekende naam die voortleefde van Moret&Limperg naar Moret Ernst&Young naar EY.) Er was behoefte om dit beroep naar academisch niveau te tillen zoals bij de maatschappelijke beroepen van advocaat en notaris reeds het geval was.
Verschillende verenigingen beconcurreerden elkaar en de roep om een wettelijke regeling groeide. En die kwam er in 1962. Daarin werden de eindtermen bepaald en werd ook het toezicht geregeld via het Examenbureau Register Accountants, EBRA.
In 1984 ontwikkelde het beroep zich verder, toen er een europese richtlijn kwam voor accountantscontrole. Na het Enron-debakel in 2001 was er toenemende vraag naar verscherpt toezicht. In 2006 kwam er in Nederland nieuwe wetgeving via de WTA, Wet Toezicht Accountancy. Het toezicht werd belegd bij de AFM en een commissie eindtermen accountancy (CEA) werd verantwoordelijk voor accreditatie van opleidingen en toezicht op stages en buitenlandse beroepsbeoefenaren; de betrokkenheid van de beroepsvereniging NIVRA werd daarmee losgemaakt. (Noot: Voor de actuariële beroepsgroep worden de normen nog steeds door de beroepsvereniging gesteld en gehandhaafd. De vraag komt op wanneer men voor deze beroepsgroep ingrepen van wetgever en toezichthouders kan verwachten.) De parallel is m.i., dat een hoogwaardige beroepsopleiding steeds verder evolueert vanwege de plaats van het beroep en dat daardoor ook vanuit maatschappij en overheid ingrepen en regelgeving te verwachten zijn.
Interessant was ook het gegeven, dat gestreefd wordt naar opleiding van Basis Registeraccountants die zich vervolgens op bepaalde terreinen specialiseren c.q. differentiëren. Dat bevordert een kortere studieduur. En deze gedachten sporen weer geheel met gedachten die leven bij de vernieuwing van de opleiding Actuaris AG! Waarmee de cirkel van dit artikel rond is……
De vakgroep Informatica is verantwoordelijk voor 1 Rekenaarmodule (RE9 Informatica) en 2 Analistmodules (AN2 Automatisering en verzekeringsmanagement; AN18 Kwantitatieve Methoden-Simulatie). En was tot op heden dus niet betrokken bij de opleiding Actuaris AG, de AG-modules. Dat kan nu anders worden.
Het voorstel voor de nieuwe opleiding Actuaris AG betekent een indeling in 3 fasen: Schakelprogramma, Actuarial Control Cycle en Specialisatie Risicogebied. Zonder het voorstel hier uitputtend te behandelen moet worden vermeld, dat het qua karakteristiek recht doet aan externe ontwikkelingen.
1. Het schakelprogramma zorgt ervoor, dat diverse instromen goed kunnen worden opgevangen. Dit is een maatwerkonderdeel.
2. De Actuarial Control Cycle is voor iedereen gelijk en daar zullen de cursisten in teams praktijkgericht studeren.
3. Specialisatie Risicogebied is weer maatwerk en doet recht aan de trendonderzoeken, waarin is geconstateerd, dat er niet meer één soort actuaris is, maar dat de actuaris in diverse rollen en specialisaties zal opduiken.
Voor de vakgroep Informatica betekent het voorstel, dat anders dan vroeger de vakgroep ook betrokken raakt bij de opleiding Actuaris AG, omdat de modules van de vakgroep nadrukkelijk worden genoemd in het schakelprogramma.
De volgende dag op 20 juni 2007 was er in Amsterdam bij de UvA het afscheid van prof. dr. Henk Wolthuis
Professor Wolthuis is een pionier en een boegbeeld van de actuariële opleiding in Nederland.
Ik had zelf maar kort met hem te maken, namelijk toen ik voor het Actuarieel Instituut in 1998 de voorbereidingen trof voor de opzet van de nieuwe module AN18 Kwantitatieve Methoden.
Maar mijn goede vriend Willem Jan Willemse, organisator van de afscheidsdag, was niet vergeten mij uit te nodigen. Een uitnodiging waarop ik graag ben ingegaan door een deel van het seminar bij te wonen.
Na de opening door de dekaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde was de eerste lezing “Wat kunnen we leren van de accountantsopleiding? De accountantsopleiding in historisch perspectief.”
De accountantsopleiding is algemeen erkend als een hoogwaardige opleiding tot professional. Een opleiding ook, die door de jaren heen hoge eisen stelt aan de deelnemers. Ik was benieuwd in hoeverre deze opleiding ook bepaalde ondersteunende vakken een belangrijke plaats toekent. Dat komt voort uit mijn ervaring (sedert 1996) bij de actuariële opleiding, dat een ondersteunend vak als Informatica vooral vanuit de studenten sterk onder druk staat. (Waarom moeten we dat weten? Ik vind het niet nodig voor mijn dagelijks werk. Etc.)
Deze zorg van mij kwam niet aan de orde, maar desondanks vond ik de presentatie interessant.
Professor Philip Wallage RA presenteerde het onderwerp. In 1922 werd de accountantsopleiding gestart door Limperg. (Een bekende naam die voortleefde van Moret&Limperg naar Moret Ernst&Young naar EY.) Er was behoefte om dit beroep naar academisch niveau te tillen zoals bij de maatschappelijke beroepen van advocaat en notaris reeds het geval was.
Verschillende verenigingen beconcurreerden elkaar en de roep om een wettelijke regeling groeide. En die kwam er in 1962. Daarin werden de eindtermen bepaald en werd ook het toezicht geregeld via het Examenbureau Register Accountants, EBRA.
In 1984 ontwikkelde het beroep zich verder, toen er een europese richtlijn kwam voor accountantscontrole. Na het Enron-debakel in 2001 was er toenemende vraag naar verscherpt toezicht. In 2006 kwam er in Nederland nieuwe wetgeving via de WTA, Wet Toezicht Accountancy. Het toezicht werd belegd bij de AFM en een commissie eindtermen accountancy (CEA) werd verantwoordelijk voor accreditatie van opleidingen en toezicht op stages en buitenlandse beroepsbeoefenaren; de betrokkenheid van de beroepsvereniging NIVRA werd daarmee losgemaakt. (Noot: Voor de actuariële beroepsgroep worden de normen nog steeds door de beroepsvereniging gesteld en gehandhaafd. De vraag komt op wanneer men voor deze beroepsgroep ingrepen van wetgever en toezichthouders kan verwachten.) De parallel is m.i., dat een hoogwaardige beroepsopleiding steeds verder evolueert vanwege de plaats van het beroep en dat daardoor ook vanuit maatschappij en overheid ingrepen en regelgeving te verwachten zijn.
Interessant was ook het gegeven, dat gestreefd wordt naar opleiding van Basis Registeraccountants die zich vervolgens op bepaalde terreinen specialiseren c.q. differentiëren. Dat bevordert een kortere studieduur. En deze gedachten sporen weer geheel met gedachten die leven bij de vernieuwing van de opleiding Actuaris AG! Waarmee de cirkel van dit artikel rond is……
Subscribe to:
Posts (Atom)