Wednesday, June 5, 2013

Overheid en ICT mei 2013

Deze beurs bezoek in nu al een jaar of zeven en ik zie er duidelijk een ontwikkeling. Het aanbieden van bouwstenen om met name de lagere overheden goed te equiperen met de juiste hulpmiddelen is een langjarige worsteling. Initiatieven van individuele gemeenten en leveranciers bleken altijd ten dode opgeschreven, omdat ze te weinig schaalgrootte verwierven en niet de functionaliteit brachten waar veel gebruikers achter konden staan. Latere initiatieven vanuit de centrale overheid om deze ontwikkelingen te faciliteren liepen vast in een te theoretische aanpak (van architecten) en het onvermogen om de ontwikkeling en invoering projectmatig succesvol te managen. Uiteindelijk werd gekozen om via het NUP (was het nou Nieuwe Uitvoerings Plan?) een selecte keuze van bouwstenen landelijk te gaan invoeren. Ik schreef er al eens over, dat het een mooie aanpak leek, maar ik proefde nog steeds, dat het te breed was, met nog steeds te weinig focus. Wat er daar exact achter de schermen gebeurd is, weet ik niet, maar volgens mij dreigde dit NUP ook uit te lopen op het zoveelste vastlopende megaproject, ware het niet, dat Gateway-doorlichtingen tijdig hebben bijgestuurd. Dit is althans wat ik als outsider vermoed. Ik heb op deze blog eerder geschreven over de Gateway-methodiek, die op advies van de Algemene Rekenkamer een paar jaar geleden is ingevoerd.
Volgens mij hebben die reviews naar voren gebracht, dat de theoretische architecten-aanpak voorbij moet zijn en dat het zaak is om praktisch, hands-on de lagere overheden te gaan helpen om keuzes te maken in de bouwstenen en ze te helpen om deze in hun organisatie te implementeren.
In een workshop van Logius, King en ICTU had de programma-manager een vijftal projectleiders voor de zaal gezet, die stuk voor stuk aspecten van implementatie behandelden. En het waren types, die geen verhalen houden, maar concrete vragen oppikten en ook met concrete handreikingen kwamen. Ik concludeerde, dat dit gebeurd moet zijn door bijsturing vanuit de Gateway-reviews. Na googlesearch vind ik daar wel wat over (http://www.bigwobber.nl/wp-content/uploads/2010/02/Rapportage-NUPgateway-def.pdf). Kritisch rapport van Docters van Leeuwen, dat ik zelf niet zo snel zou kunnen operationaliseren.
(Overigens wordt het regelmatig uitvoeren van Gateway-reviews genoemd als één van de oorzaken, dat overheidsautomatiseringsprojecten wat beter onder controle komen. 'Dit blijkt uit de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk die minister Blok van Wonen en Rijksdienst aan de Tweede Kamer heeft gezonden.' Zo meldt Computable in mei 2012.)
Maar hoe dan ook in de workshop stonden klantgerichte, oplossingsgedreven jongelingen, die klaar staan om digimelding, digilevering, stelselcatalogus etc te helpen implementeren. Zij propageren de website STOUT voor alle vragen rondom BRS en het Stelselinformatiepunt STIP.
In een andere workshop had iemand een methode te bieden om de vervuiling van de GBA aan te pakken. Ook dit is een initiatief vanuit ICTU. Met steekproeven hadden ze onderzocht welke risicosignalen er zijn om fouten in de GBA op te sporen. Ik noteerde briefadres 50,6%, administratieve leegstand 45,7%, wel ingeschreven/niet woonachtig 32,8%, overbewoning SVB 17,3 %, studiefinanciering/licht verdacht 14,6%, vertrokken 13,3% en eigenaar 5 jaar overleden 4.2%. Fraude met de GBA en spookburgers vormen een steeds weerkerend probleem. Nu, mei 2013, is een staatssecretaris in politieke problemen vanwege toeslagfraude door groepen Bulgaren. Hardnekkige problemen, maar wel goed dat ICTU en anderen concrete handreikingen geven om beetje bij beetje deze praktische problemen weg te ruimen.
Kortom, na 7 jaar observeren van deze overheidsautomatisering zie ik wel vooruitgang. Nuttige basisregistraties en werkende koppelingen gaan de kosten en de fraude in de overheidsprocessen terug dringen.
Gewoon doorgaan met deze processen, ondanks de waan-van-de-dag interventies vanuit de politiek.

Saturday, May 11, 2013

November-beurs over Security in de Jaarbeurs

Deze beurs bezoek ik elk jaar. Aanvankelijk (2008) voor open source en Linux. Maar daarna steeds meer vanwege de groeiende aandacht voor security. De beurs omvat drie gebieden: Storage, Tooling en Security/ open source. Volgens mij is in toenemende mate Security het belangrijkste onderwerp geworden. Er waren door de jaren altijd uitstekende sprekers, die de achtergronden van de bedreiging diepgaand analyseerden. Ik heb daarvan op deze weblog regelmatig verslag gedaan.
Trends die ik dit jaar waarnam: Het bezoekersaantal blijft explosief stijgen. Diverse lezingen, ook in de grote congreszalen, moesten vóór aanvang de deuren sluiten wegens te grote toeloop. Verder zijn er grote groepen jongeren ( mbo- en hbo-scholieren, schat ik in). Daardoor zie je langzamerhand ook een steeds grotere aanwezigheid van allochtone jongeren. Tenslotte zag ik ook diverse Belgische sprekers. Al eerder nam ik op beurzen over The Cloud waar, dat Belgen heel actief zijn op de technische gebieden van internet en cloud.
Als eerste luisterde ik naar de Belgische spreker Jan Guldentops. Hij had als titel van zijn verhaal 'nihil novi sub solem'. Aangenaam verrast concludeer ik daaruit, dat we te maken hebben met een collega-gymnasiast. Ik vind die mannen altijd uitblinken in analytisch vermogen en brede reflectie, altijd een verademing naast de hypegedreven hijgers. Hij is een historicus, die in de ICT verzeild is geraakt (in zijn eigen woorden “in de ICT aan lager wal is geraakt”.) Hij ontwikkelde zich als ICT- security onderzoeker, nadat hij in 1996 enorme kwetsbaarheden in het eerste Belgische internet-banking systeem ontdekte. Uit nieuwsgierigheid probeerde hij het systeem binnen te komen en tot zijn verbazing ging dat heel gemakkelijk, waarbij alle systeemvariabelen en toegangssleutels leesbaar te vinden waren.
Zijn betoog komt erop neer, dat vanaf 1997 tot op heden eigenlijk niets is veranderd. Er zijn veel bedreigingen aangetoond en ook allerlei beveiligingstechnieken ontwikkeld, maar de toepassing daarvan wordt schromelijk verwaarloosd. Zijn opsomming:
-Single sign on en het managen van rollen wordt nog nergens doorgevoerd.
-Ontwikkelaars zetten nog steeds passwords in cleartext in hun toepassingen. (De volgende stap is toepassen van een hasher. De volgende dan een centraal systeem voor beveiliging.)
-E-mail is voor velen het belangrijkste communicatiemiddel, maar nog weinigen gebruiken encryptie.
-SMTP wordt veel gebruikt, maar hij vindt dat oud en simpel. Volgens hem is de ondertekening van mail de oplossing voor spam. -Ipv6 en encryptie blijven achter.
-De Diginotar-case is van dit alles een bevestiging. Notabene bij een instantie die beveiligingscertificaten uitgeeft voor Nederlandse overheidsdiensten.
-Risk assessment wordt niet gedaan.
-Stomme no-brainers worden niet gedaan.
Daar komt bij dat door de wet van Moore hackers steeds meer potentieel hebben, bijvoorbeeld om codes te breken en om DDOS aanvallen uit te voeren. Hij stelt, dat het killerproduct voor beveiliging het gezonde verstand is. Standaarden moet je niet laten verworden tot papieren tijgers en je moet voortdurend investeren in Awareness. Vraag voor de cloud om 'legal, real guarantees'. Maar ik vraag me af, of je die kunt krijgen. (In een andere sessie zie ik iemand de patriotact aanhalen. Volgens hem heeft de Amerikaanse overheid niks te maken met allerlei afgegeven garanties en kan zij alle bestanden inzien, die zich op haar grondgebied bevinden en zelfs bestanden die elders zijn, maar die beheerd worden door een Amerikaans bedrijf.)

Tuesday, April 23, 2013

Over softwarehuizen

Een oude Cap Gemini theoreticus (Rijsenbrij) schrijft op LinkedIn oktober 2012, dat softwarehuizen niet willen investeren. En dat daarom in systeemonwikkeling alles maar fout blijft gaan. Hierbij een quote van zijn verhalen, gevolgd door een reactie daarop en mijn eigen ervaring daarin.
http://www.blogit.nl/de-opkomst-en-ondergang-van-softwarehuizen
QUOTE
Veel softwarehuizen noemen zich tegenwoordig informaticabureaus, klinkt chiquer. Op zoek naar omzetvergroting en klantenbinding zijn zij tevens consultancywerkzaamheden gaan verrichten. Dat zogenaamde meedenken is vaak een teken dat er niet concurrerend software kan worden geleverd. In feite probeert het softwarehuis dat te compenseren met iets dat de klant niet echt nodig heeft, althans niet van een softwarehuis. Sommige softwarehuizen maken het zo ‘knus’ dat ze spreken over een gezamenlijke businessomgeving. Het is tegenwoordig modern om alles samen te doen. Van vroeger herinner ik mij nog de melodieuze mantra: ‘De NMB denkt met u mee’. Bij een bank leek dat wellicht nuttig, maar bij een softwarehuis zou ik zeggen: ‘laat maar zien wat je echt kunt en meedenken op mijn kosten stel ik niet echt op prijs’. Veel grote softwarehuizen lijken op dinosaurussen die door te veel managementlagen en te veel stafafdelingen, niet meer lenig genoeg zijn om moderne ondernemingen adequaat te dienen op IT-gebied. In een slanke onderneming heb je maar een zeer beperkt aantal businessconsultants, architecten en projectleider(s) nodig om de IT te regelen, de rest kan worden geoutsourced. Dat geldt in feite ook voor softwarehuizen. Er is nog steeds een structureel tekort aan vakbekwame IT’ers, daar helpt geen enkele offshoring iets aan. Het feit dat IT een zeer moeilijk vak is, waarvoor niet iedereen in de wieg is gelegd, wordt helaas nog steeds niet onderkend. In feite heeft de wereld nog steeds behoefte aan vakbekwame IT’ers, niet aan softwarehuizen. IT’ers kunnen zich tegenwoordig zelf aanbieden via websites tegen tarieven die interessanter zijn voor klanten en waarvan zij zelf veel meer kunnen overhouden. Kunnen softwarehuizen zich nog op tijd heruitvinden? Ik ben bang dat het voor de meeste softwarehuizen al te laat is. In de vette jaren vonden zij het zonde van hun geld om zich te professionaliseren; nu in de magere jaren hebben zij het geld niet meer om volwassen te worden.
UNQUOTE
Tolido reageert als vertegenwoordiger van Cap Gemini en stelt o.a., dat klanten ook niet bereid zijn om te investeren in een theoretisch verantwoorde benadering met grote investering in architectuur, maar dat klanten vooral bezig zijn om de tarieven van de leveranciers maximaal uit te knijpen. Inderdaad vind ik Rijsenbrij ook het prototype van de studeerkamergeleerde, de architect die los van de hectiek en dynamiek van business en economie zijn plaatjes tekent. Maar ik ben het met hem eens, dat softwarehuizen vooral geld willen verdienen en dat de echte vakmensen ondersneeuwen onder commercianten, die meer geinteresseerd zijn in omzet dan in goede oplossingen voor de klant. Althans heb ik dat in mijn 9 jaar bij Cap Gemini en rechtsvoorgangers zo ervaren. In een softwarehuis is er een balans tussen de naar binnen gerichte mensen, die de interne hierarchie organiseren en die klanten kunnen beschouwen als melkkoe, en de vakmensen, die buiten spelen en vol overgave proberen om ICT en bedrijfsvoering bij klanten te verbeteren. Die balans is noodzakelijk, maar als de macht doorslaat naar de eerste groep gaat de klant dat merken en afscheid nemen, zeker in een markt waar andere leveranciers en kwalitatief hoogstaande zzp' ers goed werk leveren bij de klant.

Tuesday, March 12, 2013

Security in de vitale infrastructuur

In november 2012 was weer de beurs Information Security/ Tooling Event/ Storage Expo. Ik nam een aantal periodieken mee van het Platform voor Informatiebeveiliging. Daarin las ik een artikel van consultant Luijf van de afdeling Bescherming Vitale Infrastructuur bij TNO.
Er komt steeds meer aandacht voor de Procesindustrie: Energie- en drinkwatervoorziening, wissels en seinen van metro en trein, raffinaderijen, containeroverslag, bagageafhandeling, nucleaire centrales, haveninstallaties, chemische fabrieken. Minder gauw wordt gedacht aan zaken die niet worden gezien als kernprocessen: besturing van riolering, straatverlichting, pompen/ sluizen/ bruggen, gebouwbeheersing, luchtbehandeling, liften en toegangsbeveiliging.
In mijn eigen ervaring herinner ik mij, dat het Facilitair Bedrijf als ondergeschikt wordt gezien aan de automatisering van de primaire processen in financiele instellingen en andere bedrijven en instellingen. De schrijver van het artikel stelt, dat de bewustwording nog steeds uitermate laag is. De verhalen zijn bekend, dat outsiders bijvoorbeeld de besturing van pompen en sluizen van lagere overheden konden overnemen. En met de overname van vitale infrastructuur van bedrijven en landen kan natuurlijk wel het functioneren daarvan worden lamgelegd. In Amerika werd er al over geschreven hoe het land via deze cyberwar (oorlogsvoering via het internet) ernstig kan worden bedreigd.
Aanvankelijk waren er proprietary systemen voor procesbesturing; bedrijven als Siemens ontwikkelden daarvoor specifieke hardware en software. Dat kan kosten-ineffectief worden genoemd, maar het voordeel is, dat de drempel voor inbraak hoger is. Echter wordt er steeds meer generiek gewerkt, windows, gsm en internet. Efficient en effectief, maar door het generieke karakter ook blootgesteld aan risico. Incidenten die zijn gemeld van inbraken: regeling verwarming Leger des Heils, systemen gemeente Veere, pompen van een zwemparadijs. De toegang was heel simpel, omdat er simpele passwords waren (password 'Veere').
De genoemde auteur en ook andere auteurs in Platform Informatiebeveiliging stellen, dat bewustwording de eerste prioriteit is. De bewustwording van cybercriminaliteit is al gegroeid bij specialistische ICT-afdelingen, maar helaas hebben deze geen notie van kleppen, pompen, motoren, 24/7 operaties. Het beheer daarvan zit bij het Facilitair bedrijf en bij een ver weggestopte technische dienst. Vaak is het beheer uitbesteed bij een externe technische onderhoudsfirma.
Ik citeer een treffende observatie van John Grüter: Awareness is geen rationele maar een emotionele toestand. IT systemen hebben nog steeds een grote afstand tot ons gevoel. Het vervelende is, dat ze wel grote gevolgen kunnen hebben. Deze afstand tussen gevoel en gevolgen is typisch voor veel van de techniek en de organisaties in onze hoog ontwikkelde samenleving. Het is duidelijk dat je lang haar in een knotje moet doen, als je met een cirkelzaag werkt, maar dat je regelmatig je password moet veranderen, is minder logisch voor ons gevoel.