Tijdschrift De Actuaris wijdde een een editie aan de toekomst van de pensioenen en introduceerde daar de 'generatie-modellen'. (Zie posting van 1-2-2012)
In hetzelfde tijdschrift schrijft Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid in Rotterdam. Hij maakt een interessant onderscheid tussen technische en sociale innovatie. Ik zie daarin wel een link met de voornoemde generatiemodellen, omdat het nieuwe begrip Sociale Innovatie onlosmakelijk verbonden is met de vaardigheden en attituden van een nieuwe generatie.
Erasmus Universiteit onderzocht in 2010-2011 bedrijven op produktiviteitsverbetering. Zij concluderen, dat 62% van de bedrijven meer gericht is op efficiency en kostenreductie dan op innovatie. Er wordt een onderscheid geïntroduceerd tussen technische en sociale innovatie. Sociale innovatie omvat het verwerven, integreren en toepassen van nieuwe kennis, managementkennis, onderwijs en ervaring. Alsmede het ontwikkelen van manieren om te organiseren, managen, werken en samenwerken met andere partijen. De drie hefbomen van sociale innovatie zijn flexibel organiseren, dynamisch managen en slimmer werken.
Ik vertaal dat als volgt: Ik zie deze zaken liggen in het verlengde van de kwaliteitsbeweging van de laatste decennia van de vorige eeuw. In de kwaliteitsbeweging worden uiteindelijk empowerment en ontwikkeling van medewerkers en teams gezien als doorslaggevende factoren voor het succes van een bedrijf. Daarbij moet men dogma's van oude hierarchische organisatiestructuren achter zich laten. En men moet bereid zijn om verbeterprocessen te ontwikkelen en een vaste plaats te geven in de onderneming.
Volgens Erasmus presteren sociaal innovatieve bedrijven meetbaar beter op Innovatie (31% beter), productiviteit (21), groei marktaandeel (20), aantrekken nieuwe klanten (17), omzetgroei (16), winstgroei (13), medewerkertevredenheid (12). Ik ben geneigd om zulke onderzoeksresultaten van sociale wetenschappers kritisch te bekijken, zeker als ze pretenderen dat ze er exacte metingen aan verbinden. Maar in zijn algemeenheid geloof ik er rotsvast in, dat bedrijven met een echte passie voor kwaliteit en innovatie uiteindelijk een onoverbrugbare voorsprong nemen.
Het voorbeeld van Apple Computer dringt zich op. Onder aanvoering van wijlen Steve Jobs heeft Apple voortdurend vernieuwd en de cijfers van marktaandeel en winst zijn onvoorstelbaar hoog. Net in de afgelopen week boekte het aandeel Apple een all-time high van 500 dollar; niet slecht als je dat 10 jaar geleden voor een paar tientjes hebt gekocht.
Het benutten van talenten en competenties van medewerkers (slimmer werken) draagt voor 39% bij aan sociale innovatie. Onderwijs en ervaring hebben een cruciale rol. Voor het Actuarieel Instituur is daarmee de cirkel rond, want zij verzorgen immers de opleidingen die professionals nodig hebben om in de financiele dienstverlening van de 21ste eeuw hun mannetje te staan.
Collega De Grip van Universiteit Maastricht vult de mening van Volberda aan. Duurzaam leren eist: leren door doen, leren van collega's. Dus vooral uit de praktijk en minder vanuit de theorie. Dat is weer een link met de generatiemodellen, omdat de jongste generaties zó willen leren en niet op de oude cursorische manier.
Thursday, February 16, 2012
Wednesday, February 1, 2012
Generatie-modellen
In de Acturaris van Mei 2011 schrijft Aart Bontekoning, organisatiepsycholoog en generatie-expert,
over generatie-modellen.
Dat zijn relevante inzichten voor actuarissen, die zich met pensioenen bezighouden en de solidariteit over verschillende generaties, die daarbij aan de orde is.
Henk Becker, emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Utrecht, wordt geciteerd in het artikel. Deze wijst op recente manifestaties van de zogenaamde protestgeneratie, die o.l.v. figuren als Jan Nagel het onderste uit de kan willen voor deze generatie van baby-boomers. Hetgeen overduidelijk ten koste gaat van jongere generaties.
Maar de oude generatie kan goed protesteren en eisen; die vaardigheid hebben ze ontwikkeld in de zestiger jaren. Volgens Becker heeft de jonge generatie het te druk met presteren om zich daartoe te organiseren. Ze zijn ook individualistischer.
In sommige landen, vooral Frankrijk, weet de oude generatie keihard veranderingen als verhoging van de pensioenleeftijd tegen te houden. Hoewel de argumenten voor verhoging van de pensioenleeftijd niet zijn te weerleggen; hun eigen belang geeft voor hen de doorslag.
In Nederland heeft de zogenaamde protestgeneratie rijkelijk geprofiteerd van allerlei sociale regelingen (WAO, WW, bijstand) die intussen voor toekomstige generaties wegens onbetaalbaarheid worden gekortwiekt.
De jongere generaties voelen zich ook niet aangesproken door de materie. Alternatieve vakbonden die de belangen van de jongeren benadrukken, hebben tot nu toe geen succes.
Opgemerkt wordt, dat de markt het zal corrigeren. De jongeren en hun kennis worden schaars, zodat hun beloning zal stijgen. Daar komt volgens mij bij, dat de invloedrijke posities bij bedrijven en overheden nu worden ingenomen door vijftig-plussers, die langzamerhand deze posities zullen overdragen aan vertegenwoordigers van jongere generaties.
Via Google vond ik een interessante publicatie van professor Becker in Intermediair uit 2003.
QUOTE
De dertigers van nu zijn niet te benijden', zegt professor Henk Becker. De emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Utrecht baarde begin jaren negentig opzien met Generaties en hun kansen, een boek dat vlijmscherp blootlegde in hoeverre individuele kansen van mensen verbonden waren met hun geboortejaar. Becker is zich sindsdien blijven verdiepen in de generationele opbouw van Nederland en maakt zich op het moment vooral zorgen over de mensen die tussen 1964 en 1974 zijn geboren.
'Vooral jonge dertigers hebben een aantal lastige problemen. Om te beginnen zijn ze niet gewend aan tegenslag en weten ze niet precies hoe ze daarmee moeten omgaan. Wat dat betreft hebben de veertigers het makkelijker. Toen zij van school kwamen, was er een recessie. Zij zijn gewend aan problemen, weten wat het is om je weg te vinden op een ongunstige arbeidsmarkt en hebben geleerd om zich met al die tegenwind toch staande te houden. Zij leven vanuit het idee dat het altijd mis kan gaan, dat je moet oppassen. In hun achterhoofd hebben ze steeds rekening gehouden met sores en nu die er is, gaan ze gewoon terug naar de levenswijze van toen. Dertigers kunnen dat niet, omdat ze daar geen ervaring mee hebben. Dat geeft hun een psychologische achterstand.´
'Verder zullen de dertigers, nog meer dan de veertigers, de rekening moeten gaan betalen voor het uit de hand gelopen bevrijdingsfeestje van de vorige eeuw. Vergrijzing, problemen in de gezondheidszorg en sociale voorzieningen: op hen drukt het zwaarder dan op wie ook. Ze zullen moeten blijven werken tot minstens hun 65e, als ze tenminste niet in verzet komen. Eerlijk gezegd is dat eigenlijk het enige wat ze kunnen doen: naar de babyboomers wijzen en zeggen "ruimen jullie zelf ook een deel van je rotzooi op".'
Sinds kort maakt ook Bart Lefering (38) zich zorgen over saaiheden als pensioenregelingen en de toekomst. Een half jaar geleden verkocht de kok en restaurateur het laatste van zijn drie restaurants in Zuid-Limburg. Ook het net verbouwde huis moest eraan geloven om de opgebouwde schuld tenminste nog een béétje te kunnen aflossen. Nu zit hij, "chocolade-etend en zappend" op de bank, met vrouw en twee kinderen in een ondergehuurde eengezinswoning aan de verkeerde kant van het spoor, verbijsterd over de staat van zijn leven. 'Tegen vrienden en familie zeg ik dat ik me aan het heroriënteren ben. Dat klinkt beter dan de realiteit, die is dat ik mezelf voel wegzinken in een diepe, luie, bierdrinkende depressie.´
Henk Becker staat niet te kijken van dit soort verhalen. 'In de bijbel, in Prediker om precies te zijn, staat dat het goed is als een mens zijn juk in zijn jeugd draagt. Dan ben je nog sterk en doe je ervaring met tegenslag op, die je in de rest van je leven kunt gebruiken. Jonge hoogopgeleiden moeten anders leren denken, hun psychologie en handelen aanpassen. De overheid zou eigenlijk een campagne moeten beginnen om dertigers uit te leggen wat er aan de hand is en hoe ze dit het hoofd kunnen bieden. Van sparen tot bijbaantjes, van het aanpassen van het consumptiepatroon tot leren leven met een iets minder opgeblazen zelfbeeld.'
UNQUOTE
Interessante samenvatting van de generatietheorie van Becker is te vinden op personeelslog.
In deze theorie worden generaties gevormd door maatschappelijke ontwikkelingen, cultureel maar vooral economisch. Technologie wordt niet expliciet genoemd maar is volgens mij een belangrijke enabler, zeker bij de vorming van de jongste generatie van 'screenagers'.
over generatie-modellen.
Dat zijn relevante inzichten voor actuarissen, die zich met pensioenen bezighouden en de solidariteit over verschillende generaties, die daarbij aan de orde is.
Henk Becker, emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Utrecht, wordt geciteerd in het artikel. Deze wijst op recente manifestaties van de zogenaamde protestgeneratie, die o.l.v. figuren als Jan Nagel het onderste uit de kan willen voor deze generatie van baby-boomers. Hetgeen overduidelijk ten koste gaat van jongere generaties.
Maar de oude generatie kan goed protesteren en eisen; die vaardigheid hebben ze ontwikkeld in de zestiger jaren. Volgens Becker heeft de jonge generatie het te druk met presteren om zich daartoe te organiseren. Ze zijn ook individualistischer.
In sommige landen, vooral Frankrijk, weet de oude generatie keihard veranderingen als verhoging van de pensioenleeftijd tegen te houden. Hoewel de argumenten voor verhoging van de pensioenleeftijd niet zijn te weerleggen; hun eigen belang geeft voor hen de doorslag.
In Nederland heeft de zogenaamde protestgeneratie rijkelijk geprofiteerd van allerlei sociale regelingen (WAO, WW, bijstand) die intussen voor toekomstige generaties wegens onbetaalbaarheid worden gekortwiekt.
De jongere generaties voelen zich ook niet aangesproken door de materie. Alternatieve vakbonden die de belangen van de jongeren benadrukken, hebben tot nu toe geen succes.
Opgemerkt wordt, dat de markt het zal corrigeren. De jongeren en hun kennis worden schaars, zodat hun beloning zal stijgen. Daar komt volgens mij bij, dat de invloedrijke posities bij bedrijven en overheden nu worden ingenomen door vijftig-plussers, die langzamerhand deze posities zullen overdragen aan vertegenwoordigers van jongere generaties.
Via Google vond ik een interessante publicatie van professor Becker in Intermediair uit 2003.
QUOTE
De dertigers van nu zijn niet te benijden', zegt professor Henk Becker. De emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Utrecht baarde begin jaren negentig opzien met Generaties en hun kansen, een boek dat vlijmscherp blootlegde in hoeverre individuele kansen van mensen verbonden waren met hun geboortejaar. Becker is zich sindsdien blijven verdiepen in de generationele opbouw van Nederland en maakt zich op het moment vooral zorgen over de mensen die tussen 1964 en 1974 zijn geboren.
'Vooral jonge dertigers hebben een aantal lastige problemen. Om te beginnen zijn ze niet gewend aan tegenslag en weten ze niet precies hoe ze daarmee moeten omgaan. Wat dat betreft hebben de veertigers het makkelijker. Toen zij van school kwamen, was er een recessie. Zij zijn gewend aan problemen, weten wat het is om je weg te vinden op een ongunstige arbeidsmarkt en hebben geleerd om zich met al die tegenwind toch staande te houden. Zij leven vanuit het idee dat het altijd mis kan gaan, dat je moet oppassen. In hun achterhoofd hebben ze steeds rekening gehouden met sores en nu die er is, gaan ze gewoon terug naar de levenswijze van toen. Dertigers kunnen dat niet, omdat ze daar geen ervaring mee hebben. Dat geeft hun een psychologische achterstand.´
'Verder zullen de dertigers, nog meer dan de veertigers, de rekening moeten gaan betalen voor het uit de hand gelopen bevrijdingsfeestje van de vorige eeuw. Vergrijzing, problemen in de gezondheidszorg en sociale voorzieningen: op hen drukt het zwaarder dan op wie ook. Ze zullen moeten blijven werken tot minstens hun 65e, als ze tenminste niet in verzet komen. Eerlijk gezegd is dat eigenlijk het enige wat ze kunnen doen: naar de babyboomers wijzen en zeggen "ruimen jullie zelf ook een deel van je rotzooi op".'
Sinds kort maakt ook Bart Lefering (38) zich zorgen over saaiheden als pensioenregelingen en de toekomst. Een half jaar geleden verkocht de kok en restaurateur het laatste van zijn drie restaurants in Zuid-Limburg. Ook het net verbouwde huis moest eraan geloven om de opgebouwde schuld tenminste nog een béétje te kunnen aflossen. Nu zit hij, "chocolade-etend en zappend" op de bank, met vrouw en twee kinderen in een ondergehuurde eengezinswoning aan de verkeerde kant van het spoor, verbijsterd over de staat van zijn leven. 'Tegen vrienden en familie zeg ik dat ik me aan het heroriënteren ben. Dat klinkt beter dan de realiteit, die is dat ik mezelf voel wegzinken in een diepe, luie, bierdrinkende depressie.´
Henk Becker staat niet te kijken van dit soort verhalen. 'In de bijbel, in Prediker om precies te zijn, staat dat het goed is als een mens zijn juk in zijn jeugd draagt. Dan ben je nog sterk en doe je ervaring met tegenslag op, die je in de rest van je leven kunt gebruiken. Jonge hoogopgeleiden moeten anders leren denken, hun psychologie en handelen aanpassen. De overheid zou eigenlijk een campagne moeten beginnen om dertigers uit te leggen wat er aan de hand is en hoe ze dit het hoofd kunnen bieden. Van sparen tot bijbaantjes, van het aanpassen van het consumptiepatroon tot leren leven met een iets minder opgeblazen zelfbeeld.'
UNQUOTE
Interessante samenvatting van de generatietheorie van Becker is te vinden op personeelslog.
In deze theorie worden generaties gevormd door maatschappelijke ontwikkelingen, cultureel maar vooral economisch. Technologie wordt niet expliciet genoemd maar is volgens mij een belangrijke enabler, zeker bij de vorming van de jongste generatie van 'screenagers'.
Wednesday, January 11, 2012
Leveranciersbijeenkomst mGBA in Marienhof Amersfoort op 12 oktober 2011
In de maand september woonde ik twee bijeenkomsten bij, waar de invoering van basisregistraties (posting 6/12/2011) en met name het BPR (posting 2/1/2012) centraal stonden en waar het publiek volledig bestond uit 'uitvoerders', gebruikers en afnemers. Dat wijst erop, dat de implementatie in volle gang is.
Tot voor kort waren deze bijeenkomsten vooral het feestje van techneuten, projectleiders en architecten. De aanbodkant dus. Op 12 oktober was het echter nog een techneutenbijeenkomst. Logisch ook voor een leveranciersbijeenkomst.
Heel ander publiek dan bij BPR: jasje, dasje, echt accountmanagers uit IT Hoek.
Ook heel anders dan bij de dag ‘vrienden van de basisadministraties’ van NUP; daar waren ook vooral uitvoerders.
Het grote verschil in samenstelling van het publiek demonstreert de klassieke 'disconnect' tussen it’ers en gebruikers.
Er waren zo'n man of 80.
Toen de programmamanger GBA vroeg wie er kwamen voor de Burgerzaken-modules, gingen er maar een tweetal handen omhoog. Schrijf maar vast op: Over niet al te lange tijd zal een Gateway-review waarschuwen, dat er een ernstige disconnect is tussen het centrale GBA-deel en de decentraal te ontwikkelen Burgerzakenmodules. En die decentrale modules zijn uiteindelijk wel essentieel om ervoor te zorgen, dat gemeentes mutaties goed kunnen doorvoeren, die nodig zijn om de centrale databases up to date te houden!
Ook de organisatoren van deze leveranciersbijeenkomst en de aanwezige projectleiders komen uit het centrale deel.
In de ontwikkelingsgang van het GBA (sedert ruim 25 jaar) werden de systemen eerst ontwikkeld per gemeente en de centrale organisatie bij Binnenlandse Zaken was alleen de verkeersagent en de postbus waarlangs de gegevens tussen de gemeenten werden uitgewisseld. Nu gaat echter de database van persoonsgegevens naar centraal en mogen de gemeenten de periferie van het centrale systeem regelen. Maar die wijziging lijkt vooral in de studeerkamer van de centralisten echt te leven…
Er zijn door mGBA 14 Burgerzakenmodules gespecificeerd:
Afstamming, Naam en Geslacht, Documenten en Verzoeken, Huwelijk en Partnerschap, Migratie, Nationaliteit, Reisdocumenten, Rijbewijs, Overlijden, Overig, Onderzoek, Binnengemeentelijke Leveringen, Verkiezingen, CRIB.
Dat gaat dus om de mutatieverwerking, gegevensuitvoer, raadpleging en procesondersteuning.
Een projectleider besprak de planning van het centrale deel; het bekende technische, technocratische verhaal. Vervolgens kwam de projectleider Migratie. Deze zit volop in de planvorming. GBA en BPR leven namelijk volledig naast elkaar. Desgevraagd zei hij, dat zijn grootste kopzorg is, als straks de koplopers in produktie gaan, terwijl de beide db's nog parallel bestaan. “De rest komt allemaal wel goed, dat is allemaal ICT”. Hij spreekt volgens mij een waar woord.Hoe weerbarstig ook, ICT problemen worden tegenwoordig planmatig wel opgelost. De organisatie- en procesproblematiek kan nog niet technocratisch worden gemanaged.
Tot voor kort waren deze bijeenkomsten vooral het feestje van techneuten, projectleiders en architecten. De aanbodkant dus. Op 12 oktober was het echter nog een techneutenbijeenkomst. Logisch ook voor een leveranciersbijeenkomst.
Heel ander publiek dan bij BPR: jasje, dasje, echt accountmanagers uit IT Hoek.
Ook heel anders dan bij de dag ‘vrienden van de basisadministraties’ van NUP; daar waren ook vooral uitvoerders.
Het grote verschil in samenstelling van het publiek demonstreert de klassieke 'disconnect' tussen it’ers en gebruikers.
Er waren zo'n man of 80.
Toen de programmamanger GBA vroeg wie er kwamen voor de Burgerzaken-modules, gingen er maar een tweetal handen omhoog. Schrijf maar vast op: Over niet al te lange tijd zal een Gateway-review waarschuwen, dat er een ernstige disconnect is tussen het centrale GBA-deel en de decentraal te ontwikkelen Burgerzakenmodules. En die decentrale modules zijn uiteindelijk wel essentieel om ervoor te zorgen, dat gemeentes mutaties goed kunnen doorvoeren, die nodig zijn om de centrale databases up to date te houden!
Ook de organisatoren van deze leveranciersbijeenkomst en de aanwezige projectleiders komen uit het centrale deel.
In de ontwikkelingsgang van het GBA (sedert ruim 25 jaar) werden de systemen eerst ontwikkeld per gemeente en de centrale organisatie bij Binnenlandse Zaken was alleen de verkeersagent en de postbus waarlangs de gegevens tussen de gemeenten werden uitgewisseld. Nu gaat echter de database van persoonsgegevens naar centraal en mogen de gemeenten de periferie van het centrale systeem regelen. Maar die wijziging lijkt vooral in de studeerkamer van de centralisten echt te leven…
Er zijn door mGBA 14 Burgerzakenmodules gespecificeerd:
Afstamming, Naam en Geslacht, Documenten en Verzoeken, Huwelijk en Partnerschap, Migratie, Nationaliteit, Reisdocumenten, Rijbewijs, Overlijden, Overig, Onderzoek, Binnengemeentelijke Leveringen, Verkiezingen, CRIB.
Dat gaat dus om de mutatieverwerking, gegevensuitvoer, raadpleging en procesondersteuning.
Een projectleider besprak de planning van het centrale deel; het bekende technische, technocratische verhaal. Vervolgens kwam de projectleider Migratie. Deze zit volop in de planvorming. GBA en BPR leven namelijk volledig naast elkaar. Desgevraagd zei hij, dat zijn grootste kopzorg is, als straks de koplopers in produktie gaan, terwijl de beide db's nog parallel bestaan. “De rest komt allemaal wel goed, dat is allemaal ICT”. Hij spreekt volgens mij een waar woord.Hoe weerbarstig ook, ICT problemen worden tegenwoordig planmatig wel opgelost. De organisatie- en procesproblematiek kan nog niet technocratisch worden gemanaged.
Monday, January 2, 2012
Klantendag van BPR
Op 27 september 2011 organiseerde BPR een klantendag in Het Spant te Bussum. BPR is een afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de afkorting staat voor Basisregistratie Personen en Reisdocumenten.
Blijkbaar werd deze klantendag vroeger vaker georganiseerd en pakken ze dat nu weer op. Er was veel belangstelling, want er waren 1000 aanmeldingen en de inschrijving werd twee weken voor de klantendag al gesloten
Net als bij de Vrienden van de Basisregistraties, waarover ik onlangs schreef, bestond het publiek geheel uit “uitvoerders” en niet uit techneuten. Dat zie je aan de mensen. Het feit, dat het geen techneutenbijeenkomsten zijn, maar gebruikersbijeenkomsten, betekent iets: De plannen komen van de tekentafel en de praktijkmensen gaan er werkelijk mee aan de slag.
Ik kreeg voor het eerst te maken met deze afdeling BPR. Voor het gemak beschouw ik ze maar even als de 'gebruikers'-organisatie die bij Binnenlandse Zaken die GBA beheert.
Dus nog even de afkortingen recapituleren: BPR is de afdeling binnen BiZa. En BRP is de Basisregistratie Personen, zeg maar even de oude GBA plus het register van niet-ingezetenen (RNI).
De Directeur Generaal sprak en daarna de directeur BPR. Het was echt een feestje voor deze ambtenaren: In het Spant vol met gebruikers van hun GBA. De hele afdeling BPR zat er ook, een heel vak vol. 'De Klantendag is terug' sprak de directeur. Zoals gezegd was er een heel ander publiek. De uitvoerders. Dat betekent dat de implementatie in volle gang is; de nerds zijn naar de achterkamer om de uitvoerders te bedienen.
De directeur verneemt van uitvoerders, dat zij genoeg ingangen hebben om bij hun werk zaken te verifieren. (Ze hebben alleen behoefte aan bestandsvergelijking en dat stuit blijkbaar op wettelijke bezwaren.) De voorzitter van de Programmaraad Stelsel van Basisregistraties leidt uit de opmerking 'genoeg ingangen' af, dat gebruikers nog altijd diverse schaduwadministraties hanteren. En dat is dodelijk voor het operationaal maken (en kwalitatief optimaliseren) van het stelsel.
Aan de sprekers was te horen, dat het elimineren van schaduwadministraties de grootste uitdaging is. Mensen zijn er immers aan gewend en elk falen van de basisadministratie wordt aangegrepen om hun vertrouwde oude administratie weer aan te wenden. Maar het gaat in grote steden bijvoorbeeld om tientallen administraties, die alle de persoonsinformatie doubleren en daarmee onherroepelijk fouten introduceren in de processen.
Na de plenaire bijeenkomst waren er vele parallelsessies in kleinere zalen, waar medewerkers van BPR hun onderwerp behandelden. Ik ging naar het zogenaamde Identiteitsspel. De medewerker van BPR was een gymnasiast (dat kon je merken aan zijn taalgebruik en zijn scherpzinnigheid), die via ondere andere PinkRoccade bij BPR is terechtgekomen.
Hij maakt onderscheid tussen de begrippen Legitimeren, identificeren, authenticeren.
Deze begrippen worden gemeenlijk door elkaar gebruikt. Het was een eye-opener, dat je in de bioscoop jezelf legitimeert met je bioscoopkaartje en op een seminar met je badge; je legitimeert daarmee, dat je daar aanwezig mag zijn.
Waarom is dat allemaal nodig vergeleken met vroeger? Zo vroeg hij.
Vroeger in een kleine gemeenschap kende iedereen elkaar. Tegenwoordig bewegen mensen zich niet alleen in hun eigen kleine dorpsgemeenschap, maar ze gaan naar andere steden en andere landen, alwaar in bepaalde gevallen andere mensen de behoefte hebben om te kunnen vaststellen, met wie ze te maken hebben.
En de transacties waren vroeger zodanig, dat diensten en produkten werden geleverd met gelijktijdig oversteken van de betaling in geld. Tegenwoordig kunnen deze transacties op afstand en via elektronische communicatiemiddelen worden uitgevoerd.
Hij heeft een plaatje gemaakt met transacties waarbij authenticatie nodig is, maar moet meteen toegeven, dat het gemaakt is vanuit de overheid. Terwijl de hele commerciële wereld die behoefte ook heeft, denk aan gelduitgifte-automaten, internetbankieren en – winkelen.
Blijkbaar werd deze klantendag vroeger vaker georganiseerd en pakken ze dat nu weer op. Er was veel belangstelling, want er waren 1000 aanmeldingen en de inschrijving werd twee weken voor de klantendag al gesloten
Net als bij de Vrienden van de Basisregistraties, waarover ik onlangs schreef, bestond het publiek geheel uit “uitvoerders” en niet uit techneuten. Dat zie je aan de mensen. Het feit, dat het geen techneutenbijeenkomsten zijn, maar gebruikersbijeenkomsten, betekent iets: De plannen komen van de tekentafel en de praktijkmensen gaan er werkelijk mee aan de slag.
Ik kreeg voor het eerst te maken met deze afdeling BPR. Voor het gemak beschouw ik ze maar even als de 'gebruikers'-organisatie die bij Binnenlandse Zaken die GBA beheert.
Dus nog even de afkortingen recapituleren: BPR is de afdeling binnen BiZa. En BRP is de Basisregistratie Personen, zeg maar even de oude GBA plus het register van niet-ingezetenen (RNI).
De Directeur Generaal sprak en daarna de directeur BPR. Het was echt een feestje voor deze ambtenaren: In het Spant vol met gebruikers van hun GBA. De hele afdeling BPR zat er ook, een heel vak vol. 'De Klantendag is terug' sprak de directeur. Zoals gezegd was er een heel ander publiek. De uitvoerders. Dat betekent dat de implementatie in volle gang is; de nerds zijn naar de achterkamer om de uitvoerders te bedienen.
De directeur verneemt van uitvoerders, dat zij genoeg ingangen hebben om bij hun werk zaken te verifieren. (Ze hebben alleen behoefte aan bestandsvergelijking en dat stuit blijkbaar op wettelijke bezwaren.) De voorzitter van de Programmaraad Stelsel van Basisregistraties leidt uit de opmerking 'genoeg ingangen' af, dat gebruikers nog altijd diverse schaduwadministraties hanteren. En dat is dodelijk voor het operationaal maken (en kwalitatief optimaliseren) van het stelsel.
Aan de sprekers was te horen, dat het elimineren van schaduwadministraties de grootste uitdaging is. Mensen zijn er immers aan gewend en elk falen van de basisadministratie wordt aangegrepen om hun vertrouwde oude administratie weer aan te wenden. Maar het gaat in grote steden bijvoorbeeld om tientallen administraties, die alle de persoonsinformatie doubleren en daarmee onherroepelijk fouten introduceren in de processen.
Na de plenaire bijeenkomst waren er vele parallelsessies in kleinere zalen, waar medewerkers van BPR hun onderwerp behandelden. Ik ging naar het zogenaamde Identiteitsspel. De medewerker van BPR was een gymnasiast (dat kon je merken aan zijn taalgebruik en zijn scherpzinnigheid), die via ondere andere PinkRoccade bij BPR is terechtgekomen.
Hij maakt onderscheid tussen de begrippen Legitimeren, identificeren, authenticeren.
Deze begrippen worden gemeenlijk door elkaar gebruikt. Het was een eye-opener, dat je in de bioscoop jezelf legitimeert met je bioscoopkaartje en op een seminar met je badge; je legitimeert daarmee, dat je daar aanwezig mag zijn.
Waarom is dat allemaal nodig vergeleken met vroeger? Zo vroeg hij.
Vroeger in een kleine gemeenschap kende iedereen elkaar. Tegenwoordig bewegen mensen zich niet alleen in hun eigen kleine dorpsgemeenschap, maar ze gaan naar andere steden en andere landen, alwaar in bepaalde gevallen andere mensen de behoefte hebben om te kunnen vaststellen, met wie ze te maken hebben.
En de transacties waren vroeger zodanig, dat diensten en produkten werden geleverd met gelijktijdig oversteken van de betaling in geld. Tegenwoordig kunnen deze transacties op afstand en via elektronische communicatiemiddelen worden uitgevoerd.
Hij heeft een plaatje gemaakt met transacties waarbij authenticatie nodig is, maar moet meteen toegeven, dat het gemaakt is vanuit de overheid. Terwijl de hele commerciële wereld die behoefte ook heeft, denk aan gelduitgifte-automaten, internetbankieren en – winkelen.
Subscribe to:
Posts (Atom)