Monday, April 18, 2011

De toekomst volgens IBM en Verizon

Rond de jaarwisseling komen altijd weer toekomstvoorspellers in beeld. Bij deze wat beelden die IBM en Verizon ons laten zien.
Op 8 december 2010 las ik in het AD een gesprek met John Post, Chief Technology Officer van IBM.
Elk jaar voorspelt IBM de vijf meest waarschijnlijke innovaties voor de komende 5 jaar.
En het is nu voor de vijfde keer....
(Ik ben dan benieuwd of die eerdere voorspellingen achteraf geëvalueerd zijn. Hebben ze echt voorspellende waarde gehad?)
Ik citeer zijn innovaties:

1. Auto kan via GPScontact info doorgeven over gladheid of plotselinge opstoppingen. Rijkswaterstaat kan daarmee stoplichten aanpassen of alternatieve route voorschrijven.

2. 3D hologram voor thuis. Techniek bestaat al sinds jaren 60 maar er is nu versnelling door bioscoopfilms. Chatten met vrienden en televergaderen krijgt zo een nieuwe dimensie.

3. Je kunt straks apparaten zoals mobiel opladen door over je arm te wrijven en zo de statische energie te benutten. Zowel chips worden zuiniger als batterijen die zich zo kunnen voeden.

4. Eentje die het steeds maar niet haalt: spraakherkenning. Toch te moeilijk te begrijpen voor computer.

Zelf denk ik voor de komende 5 jaar meer aan de elektrische auto. Zag pas dat Opel eind 2012 een auto wil brengen die 1 op 60 rijdt. Er werd op tv in proef gereden. De hiervoor genoemde voorspellingen van IBM raken mij niet zo. Toch een beetje te nauw geredeneerd vanuit de computertechniek.

De firma Verizon geeft zijn prognose af in het decembernummer van Cloudworks:
1.Everything as a service
2.High IQ-netwerken. Hoge breedbandcapaciteit, superdatacenters voor de cloud, intelligente mobiele apparaten overal.
3.Verbeterde beveiliging
4.bedrijfstoepassingen worden mobiel
5.Video grote bedrijfstoepassing. HD videohardware voor desktop, webbased video de norm voor zakelijke vergaderingen.
6.Onderlinge communicatie van machines. In 2014 acht miljard apparaten verbonden met het internet.
7.UC&C unified communications and messaging
8.vaarwel Ipv4 en welkom ipv6
9.virtuele wereld met 1 username en 1 password. Vele landen gaan in 2011 bouwen aan de infrastructuur die deze visie realiseert.
10.Innovatie door personalisatie. Crowdsourcing, business analytics bevorderen de communic van bedrijven met hun klanten. Basis voor oneindig veel creatieve oplossingen die door de individuele gebruiker worden geinspireerd.

Deze voorspellingen klasseer ik als ook tech driven en de meeste zijn al gaande.

IBM richt zich op een tamelijk korte termijn, is eigenlijk wel praktisch, maar zit naar mijn gevoel wel vast aan innovaties waarmee ze zelf bezig zijn.
Al met al toch wel prikkels om door te denken over, wat we de komende jaren te verwachten hebben

Tuesday, April 12, 2011

eHerkenning

Op 27 oktober 2010 was er een bijeenkomst voor NUP-leveranciers in Amersfoort. (Zie ook posting van 9 maart 2011).
Vooral de workshop over eHerkenning vond ik zeer informatief.

Ik vind herkenning/ toegangscontrole altijd al een lastig fenomeen om te begrijpen. De authenticatie door de aloude combinatie userid plus password was me altijd wel duidelijk. Maar daarna kwamen er zwaardere methoden, waar werd gesproken over certificaten en Public Key Infrastructure PKI.
Inmiddels heb ik in de praktijk kennis gemaakt met authenticatieprocessen, waarbij je via sms een code krijgt toegestuurd om in te voeren. (Volgens mij bedoelen ze dat met certificaat-uitwisseling.) En banken kunnen je een calculator geven, die na invoer van gegevens als pasnummer, rekeningnummer en password, ook nog een code van de te bezoeken site geven ter invoer. Als deze code past, genereert de calculator een code genereert die je weer moet invoeren op de site. (Volgens mij is dat een uitwisseling van gerelateerde certificaten.) En daarmee heb ik kennis gemaakt met zwaardere authenticatieprocessen dan de aloude userid plus password combinatie.

Op het ECP-EPN platform in december 2008 vond ik een interessante studie, die Cap Gemini had gemaakt voor het Ministerie van EZ. (Op deze blog beschreven op 6-1-2009). Er werd gezocht naar een systeem, waarbij bekende authenticatiemiddelen (zoals bankpassen) kunnen worden ingezet en waar de authenticatielaag zo kan worden georganiseerd, dat de 'markt' daarvoor diensten kan leveren. Op deze manier hoeven partijen in het economische verkeer dus niet zelf de authenticatie helemaal te ontwikkelen, maar kunnen ze die betrekken in de markt. En op deze NUP-dag in 2010 zie ik dat terug in de NUP-bouwsteen 'eHerkenning'. In het Cap-rapport wordt gerefereerd aan publicaties van Innopay, die op heldere wijze 'schemes' uitwerken, waarin als het ware het fenomeen authenticatie wordt genormaliseerd, ontleed in de elementaire bouwstenen. Die elementaire bouwstenen kunnen door meerdere aanbieders in de markt worden verzorgd.
Ik citeer de website van eHerkenning:
Met eHerkenning wordt het eenvoudiger voor bedrijven en overheidsdienstverleners om elektronisch zaken met elkaar te regelen:

Een bedrijf wijst één of meer personen aan die -namens het bedrijf- gemachtigd zijn om bepaalde digitale overheidsdiensten af te nemen en zorgt dat deze personen beschikken over een geschikt eHerkenningsmiddel. Zo kan men zich op betrouwbare en gebruiksvriendelijke wijze kenbaar maken bij de overheid. De overheidsdienstverlener op zijn beurt sluit aan op een door eHerkenning erkende aanbieder (de Herkenningsmakelaar). Daardoor is de overheidsdienstverleners in staat zijn zakelijke afnemers te herkennen.
eHerkenning wordt aangeboden door verschillende, erkende aanbieders die zijn verenigd in het netwerk voor eHerkenning. Het netwerk baseert zich op een afsprakenstelsel dat op initiatief van het Ministerie van Economische Zaken is opgesteld. Aan de afspraken in dit stelsel voldoen alle deelnemende aanbieders. Erkende aanbieders herkent u aan het keurmerk eHerkenning.
In dit afsprakenstelsel is veel aandacht besteed aan belangrijke aspecten zoals kwaliteit, gebruiksvriendelijkheid, privacy en toezicht. eHerkenning is ook toepasbaar voor overheden onderling (government-to-government) en bedrijven onderling (business-to-business).
Hieronder een schematische weergave van de werking van eHerkenning:
eHerkenning bestaat uit een netwerk van aanbieders die volgens bepaalde rollen met elkaar samenwerken. Partijen kunnen één of meerdere rollen voor hun rekening nemen:
- De eHerkenningsmakelaar
de partijen in deze rol leveren eHerkenning aan de overheidsdienstverleners.
- De Middelenuitgever
deze levert de eHerkenningsmiddelen aan een bedrijf voor gebruik door haar werknemers. eHerkenningsmiddelen worden geleverd in maximaal vier betrouwbaarheidsniveaus. De overheidsdienstverlener bepaalt welk betrouwbaarheidsniveau van toepassing op welke dienst.
- De Authenticatiedienst
deze maakt de eHerkenningsmiddelen van bedrijven beschikbaar binnen het netwerk voor eHerkenning.
- Het Machtigingenregister
hierin leggen bedrijven vast welke persoon namens het bedrijf een bepaalde taak mag uitvoeren bij een bepaalde overheidsdienstverlener.

De technische samenwerking gaat volgens internationaal gestandaardiseerde protocollen (oa SAML 2.0 en XACML). De technische verbindingen tussen de aanbieders worden beveiligd en de onderling uitgewisselde berichten (bewijzen van herkenning) worden allemaal elektronisch getekend.

Tuesday, March 29, 2011

LinkedIn binnen bedrijven en instellingen

Ik heb eerder mijn enthousiasme voor LinkedIn laten blijken in postings van 7/5/2006 en 12/7/2007. Maar intussen is het fenomeen al weer veel verder gegroeid.
LinkedIn bestaat sedert 2003, groeit snel en kent momenteel 90 miljoen gebruikers. Daarvan zijn er 2 miljoen in Nederland, waarmee Nederland een top vijf land is binnen LinkedIn. De dichtheid van deelname is in Nederland zelfs het grootste wereldwijd.

Wat LinkedIn onderscheidt is, dat het professionals met elkaar verbindt. Dit in tegenstelling tot andere sociale netwerken, waarin mensen vooral contact houden over belevenissen met vrienden en familie en waar het uitwisselen van gezellige fotoos belangrijk is. Binnen LinkedIn kun je maar één foto plaatsen, een aanvulling op de persoons- en loopbaangegevens.
De professionaliteit is binnen LinkedIn ook het bindmiddel:
LinkedIn verschaft uitgebreide cv's van de deelnemers.
biedt mogelijkheden om contacten te (her)vinden op basis van gemeenschappelijke vooropleiding, gemeenschappelijke werkgever, gemeenschappelijke kennissen.
Biedt vraag en antwoord forums over interessegebieden.
Biedt mogelijkheden om (soms tegen betaling) contact te leggen met interessante functionarissen.

En blijkbaar kan je het ook ombuigen tot een interne applicatie, zoals de directeur van V&W hierbeneden uitlegt.
Zo wordt een externe applicatie in een bedrijf geïntegreerd; veel beter dan het zelf proberen te ontwikkelen van een dergelijke toepassing. Net zoals je een tekstverwerker en een mailprogramma niet zelf bouwt, doe je dat ook niet met een netwerksite waarop professionals elkaar kunnen ontmoeten.

In het magazine SDU Select Overheid&ICT 2010 in juni 2010 wordt onder 'trends van 2011' het volgende gerapporteerd.
De directeur van een SSO (shared service organisatie) van enkele ministeries waaronder V&W (Perry van der Weyden): Trend die het qua applicatie helemaal gaat worden in 2011 is een interne netwerksite als LinkedIn voor overheidspersoneel. 'Kenniskaarten van elke ambtenaar, waarbij de specialisaties zichtbaar zijn'. Door deze tool kan iemand met een bepaald dossier gemakkelijk opzoeken wie er verstand van heeft en die kennis gebruiken. Een aantal departementen is in gesprek om dat samen te realiseren.
Er is ook een beweging Ambtenaar 2.0, die bevordert, dat ambtenaren in hun onderlinge contacten en bij de dienstverlening aan burgers maximaal gebruik maken van de internet-verworvenheden. Daarbij wordt het gebruik gepropageerd van sociale netwerken, van Youtube en allerlei tools die op internet vrij beschikbaar zijn. En als ambtenaren van departementen, provincies, gemeenten en overheidsinstellingen daarmee vertrouwd raken, kan dat een flinke boost geven aan e-government.
Met alle voordelen van lagere kosten, snellere response en betere dienstverlening.

Internetapplicaties, die bij het publiek zijn ingeburgerd vinden vaak hun plaats in de bedrijfsarchitectuur, omdat dezelfde mensen in bedrijven en instellingen werken. Daar willen ze deze handige functies ook gaan gebruiken. De voordelen van invoering van dergelijke tools: Ze zijn bekend en geaccepteerd bij medewerkers. Ze hebben een rijke en bewezen functionaliteit. Het bedrijf heeft geen ontwikkelkosten en geen softwarebeheer.
Een zorg kan de beveiliging zijn. Wat die heeft het bedrijf niet in eigen hand. Er ontstaat een afhankelijkheid van externe, vaak onbekende leveranciers.

Een andere interessante toepassing van LinkedIn blijkt uit een artikel in de Automatiseringsgids.
http://www.rekenkamer.nl/Actueel/Nieuwsberichten/2010/11/Algemene_Rekenkamer_zoekt_praktijkervaringen_open_source_software_en_open_standaarden
De Algemene Rekenkamer vraagt via LinkedIn om input voor een onderzoek naar mogelijkheden van open source.
Men realiseert zich, dat veel professionals LinkedIn kennen en gebruiken. Dus voor zo'n onderzoek, waarbij je de kennis van deze professionals wilt aanboren, is LinkedIn dan een logisch platform. Voor de onderzoeker (de Rekenkamer) een activiteit met lage kosten en groot potentiëel, want:
Het platform is zonder kosten beschikbaar en de doelgroep van professionals kennen het allemaal.
Je moet alleen moeite doen om te attenderen op je initiatief. Daarna kan een grote groep relevante professionals zijn vragen en antwoorden op het platform achterlaten.
Het is een sociaal netwerk van de internetgeneratie. Dat wil zeggen, dat iedereen any place any time kan deelnemen aan het onderzoek.

In maart 2011 lees ik in het Pharmaceutisch Weekblad een oproep om zich aan te sluiten bij de KNMP-groep op LinkedIn. Dat kan een krachtig netwerk van intervisie worden. Zo´n toepassing creëren zou vroeger alleen mogelijk zijn geweest voor kapitaalkrachtige bedrijven of instellingen; nu is die applicatie gewoon beschikbaar via internet en kunnen de deelnemer direct met het belangrijkste asset, namelijk hun kennis en professonaliteit.

Het lijkt erop, dat LinkedIn een applicatie wordt binnen veel bedrijfsarchitecturen.

Saturday, March 19, 2011

De waarde van ICT

ICT werd en wordt vaak alleen als kostenpost gezien, een zeer grote kostenpost bovendien. Daarom is er veel gezocht naar manieren om de opbrengstwaarde van ICT te bepalen. Een opbrengstwaarde, die weliswaar moeilijk te bepalen is, maar die overal intussen als evident wordt gezien.
Strassman publiceerde al rond 1992 over de 'Economic value of computers'. Hij zocht daarnaar omdat hij als grote CIO maar niet goed kon aantonen, wat de investeringen in IT opleveren. Hij bewees met zijn onderzoek, dat er geen enkele relatie is tussen de omvang van de IT-investeringen en het bedrijfsrendement. En concludeert uiteindelijk, dat de kwaliteit van die investering en niet de kwantiteit van de investering doorslaggevend is. De kwaliteit van de investering wordt geheel bepaald door de kwaliteit van management. Voor iedereen die zich met Kwaliteitsmanagement heeft bezig gehouden, is dit natuurlijk geen verrassing.

In dit verband is het interessant om de waarde-ontwikkeling van IT-bedrijven te zien. Want als die bedrijven een hoge waarde hebben, betekent het, dat de markt heel veel wil betalen voor hun diensten. Oftewel, dat de waarde van ICT hoog wordt ingeschat.

Ik werd getriggerd door een krantenbericht in januari 2011 over de beurswaarde van Apple. En ik heb daar de beurswaarde van andere bedrijven eens naastgezet. Enerzijds andere IT-bedrijven en anderzijds meer traditionele industriële bedrijven.

Op 3 januari 2011 sloot de beurs van New York met de volgende cijfers:
De beurswaarde van Apple bedroeg 302 miljard dollar. En van Microsoft 239, Google 193, General Motors 56 en Exxon Mobil 376.

Naast de beurswaarde heb ik nog het balanstotaal opgezocht. (Zie http://finance.yahoo.com/q/bs?s=GOOG+Balance+Sheet&annual )
In het balanstotaal zit bij Apple 5 Miljard voor Plant Property & Equipment (PPE), bij Google 5 M PPE, bij Microsoft 8 M PPE, bij Exxon 195 M PPE en bij General Motors 19 PPE.

Per bedrijf respectievelijk de beurswaarde en het balanstotaal:
Exxon
376 miljard dollar beurswaarde
300 miljard dollar balanstotaal
Apple
302
42
MS
239
92
Google
193
41
GM
56
137

Apple en Google hebben de kortste balance sheet. Het zit dus niet in de fysieke omvang, maar in de innovatie en de prijs die klanten voor je produkt willen betalen. Want die hogere prijs vertaalt zich in hogere marge, hogere winst en hogere beurswaarde.

Het is een economische wet, dat op lange termijn de winst van een bepaalde bedrijfstak zich naar nul ontwikkelt, omdat er nieuwe toetreders zijn zolang als de bedrijfstak zicht op winst biedt. Het is evenzo een economische wet, dat bedrijven door innovatie hun voorsprong kunnen verdedigen en zo hun winstgevendheid kunnen continueren. Aan de ene kant zie je dus de oude industriële giganten als Exxon en GM, die veel omzet moeten maken en veel activa en personeel moeten inzetten om winst te behouden. Aan de andere kant zijn er technologiepioniers als Apple en Google, die met relatief weinig inzet van activa en mensen grote winsten kunnen boeken. Omdat hun produkten zo aantrekkelijk zijn, dat er hoge prijzen (met hoge marges) voor worden betaald. Maar die winstgevendheid lokt veel andere toetreders. Diverse varianten van de Apple I-pad en de Apple I-Phone bijvoorbeeld zijn al geïntroduceerd.

De waarde van de ICT-bedrijven toont dus indirect aan, hoe groot de waarde is, die bedrijven en instellingen toekennen aan de betreffende ICT-produkten.