Wednesday, September 1, 2010

HCC organiseert Ubuntu Releaseparty op 29 mei.

Open Source software heeft mijn sympathie, maar het is niet altijd eenvoudig om de switch naar deze software te maken. Overstappen naar open source alternatieven voor Microsoft Office is nog het gemakkelijkst. Al een jaar of drie gebruik ik Open Office. Maar uit voorzichtigheid moet je toch altijd nog Microsoft Office daarnaast blijven gebruiken, omdat het grootste deel van je omringende wereld MS Office gebruikt en je wilt natuurlijk wel met iedereen blijven communiceren. Het overstappen naar de open source browser Firefox is probleemloos en dat gebruik ik dan ook al een paar jaar.
Al langer oriënteerde ik mij op het Operating System Linux. Daarop overstappen leek me riskanter, want het is natuurlijk wel je operating system en niet één van de applicaties. Tot ik in voorjaar 2010 aankondigingen zag van de Ubuntu release party 2010. HCC Nederland (hobby computer club) organiseerde dat in samenwerking met ubuntu-communities. Naast vele lezingen waren er installatietafels, waar vrijwilligers Ubuntu op je computer wilden zetten.

Nu heb ik een oude desktop, die al een jaar of 6 draait op Windows XP en de afgelopen jaren steeds langzamer is geworden, onwerkbaar eigenlijk. Deze heb ik meegenomen, maar doordat het interne geheugen te klein was, concludeerden we al snel dat we geen Ubuntu, maar het lichtere Xubuntu moesten installeren. Ik koos voor een dual-boot, zodat ook XP nog beschikbaar zou blijven. Om een lang verhaal kort te maken: Ik heb thuis nog een dag of vijf steeds opnieuw Xubuntu geïnstalleerd, omdat de PC toch vast kwam te zitten, en uiteindelijk de stap genomen om XP geheel te verwijderen. Daarna was het klaar en was het oude beestje weer klaar om te functioneren, voornamelijk om printwerk af te leveren.

De installatie-CD van Ubuntu heb ik thuis gebruikt om ook op mijn notebook van 2007 dual-boot Ubuntu te installeren naast Vista. Die notebook heeft 2 G intern geheugen en de installatie verliep vlekkeloos. Ik moet zeggen, dat ik sedert die installatie op mijn notebook vooral onder Ubuntu werk. Het is in ieder geval voor opstarten veel sneller dan Vista en ik start alleen nog Vista op, omdat ik oudere documenten nodig heb, die onder Vista zijn gemaakt en beheerd. Waarschijnlijk zal dit werken onder Vista langzaam minder worden.

Ik ben dus heel blij met het initiatief van HCC voor deze Ubuntu-releaseparty. Ik kan nu echt uit eigen ervaring kennis maken met het werken onder Linux.
Mijn eerste ervaringen:
- Ubuntu is sneller dan Vista.
- Qua functionaliteit verschillen ze niet zoveel. Soms moet ik terug naar Vista, omdat ik nog niet weet, hoe onder Ubuntu zaken werken.
- Ik vind de indeling in Ubuntu logischer en eenvoudiger. Windows wordt volgens mij sneller een rommeltje.
- Je hebt dus geen antivirussoftware nodig onder Linux. Ik weet niet, of dat komt door de betere structuur en kwaliteit van de open software. Misschien komt het, omdat de cybercriminelen geen tijd investeren in de Linuxplatformen, eenvoudigweg omdat er te weinig gebruikers van zijn.

Tenslotte nog een indruk van de releaseparty. De gastheren en de gasten waren echte computerliefhebbers. Mensen van alle leeftijden, verbonden door hun interesse in computers. Daar zie je de oude roots van de HCC. Veel baarden ook, geen snelle ICT-jongens.
De lezingen die ik volgde vond ik oppervlakkig. Maar tenslotte kwam ik voor de installatietafels en die waren fantastisch.

Thursday, August 19, 2010

Rijke Internet Applicaties

Ik heb de titel maar even vertaald om een stortvloed van hits naar mijn weblog te vermijden. Maar het gaat dus om de zogenaamde Rich Internet Applications, die werden besproken op de Adobe business exchange in de maand mei in het Utrechtse Media Plaza.

Het laatste jaar heb ik verschillende bijeenkomsten meegemaakt, waar bij het vollopen van de zaal de ruimte werd gevuld met een enorme discoherrie en ik blijf me daartegen verzetten. Waarom die herrie? Deze trend moet gekeerd worden. De twee sprekers stonden ook bij deze Adobe business exchange weer hulpeloos af te wachten, totdat de herrie en de sterspots ophielden. Leeg en waardeloos.

Er waren bij die middags voor financials ruim 100 bezoekers. Vanaf 11 u was er voor de liefhebbers uitleg over de Adobe-produkten. Achteraf gezien waren in de ochtendsessie maar 3 gasten waaronder ikzelf, maar dat was wel het meest interessant. Er was geen herrie maar wel veel inhoud! In de middag werden de zogenaamde business issues gepresenteerd die wat mij betreft vooral open deuren zijn. Het gaat om inhoud! Dat wordt ook door deze nieuwe speler alweer vergeten, hoewel hun produkten heel goed zijn.
Zij stellen dat de klantverwachtingen worden gevormd door de Amazons en Youtubes van deze wereld. Dat is de norm die consumenten verwachten. Interactief, geen databaseschermen nalopen, het systeem moet alles wat het al kan weten ook mobiliseren.
Adobe maakt de tools om deze nieuwe applicaties (in HTML5) te bouwen.

Ik kende Adobe alleen van de reader (PDF documenten) en van Flash, maar het is verbluffend, hoeveel zij in hun documenten kunnen stoppen.

Stel je voor, dat je een document binnenhaalt van een bank, waarbij je een lening wilt sluiten.
Dat kan de volgende kenmerken hebben:
- Het document geeft op de oude vertrouwde manier informatie over de bank.
- Met een klik kun je vervolgens van het gewenste produkt een aanvraagformulier opvragen. Tot zover klinkt het bekend.
- Als de bank je al kent, kunnen bepaalde gegevens vóór-ingevuld worden.
- Bij het invullen van bedragen rekent het formulier uit, wat de lasten zullen zijn. Waarna je de bedragen kunt veranderen, tot de uitkomst je bevalt.
- Wanneer je akkoord gaat met de propositie, communiceert het formulier met de bank voor interne controles en bij akkoord krijgt het formulier de status van contract.
- Als het bijvoorbeeld een autoverzekering betreft, kan het formulier ook visuele effecten tonen, om de klant te helpen zijn keuzes te maken.

Ik was onder de indruk van de mogelijkheden en begreep wat de term Rich Internet Application inhoudt.
Want het internetformulier presenteert niet alleen gegevens. Het rekent en simuleert situaties, zodat de klant kan kiezen. Het formulier communiceert met de aanbieder om gegevens op te halen en controles uit te voeren. Bij een akkoord wordt de transactie afgesloten en is er een contract. Het hele proces is daarmee online en interactief afgesloten. Er is geen tussenkomst meer van mensen of papier. Dit ‘formulier’ zit vol met clicks, die de noodzakelijke programma’s activeren. Perfecte tools dus die Adobe aanbiedt.

Zo’n 15 jaar geleden waren websites een etalage, waar een bedrijf informatie kon verstrekken. In een volgende fase werd het mogelijk om via invulformulieren gegevens op te halen. Nu dan is de e-commerce voltooid: In één contact kunnen elektronische transacties volledig, online, interactief worden afgehandeld. Het vergt wel een business process redesign om die nieuwe werkwijze in een bedrijf te adopteren en het heeft grote gevolgen voor de organisatie en de medewerkers.

Tuesday, August 10, 2010

Een trendwatcher over netwerken in de toekomst

Dit voorjaar (eind april) trok op de beurs Overheid & ICT het ‘netwerk-evenement’ mijn aandacht. Het werd georganiseerd door tijdschrift Re:Public. “Netwerken nu en in de toekomst” was het onderwerp. Een onderwerp dat aanslaat want de zaal zat stampvol.
Waarschijnlijk ook omdat een bekende keynote-speaker was uitgenodigd: Adjied Bakas.

Ik had Bakas al diverse malen opgemerkt in tijdschriften en deze kans om hem in levende lijve te zien, wilde ik niet laten lopen. Bakas is een Surinamer met Hindoestaanse achtergrond en timmert de afgelopen jaren flink aan de weg als trendwatcher en futuroloog. In zijn inleiding legt hij uit, wat een trendwatcher eigenlijk doet en welke attitude hij moet hebben.
Op de eerste plaats moet hij een brede belangstelling hebben, veel lezen en vooral veel communiceren. Trendwatchers komen volgens hem (net als hij) vaak uit het communicatievak en praten met iedereen. Hij bestempelt dat als uniek omdat de meeste mensen binnen hun eigen generatie en binnen hun eigen vak blijven. Dat herken ik. Boundary spanners zijn altijd uitzonderingen geweest. Zelf heb ik vaak als boundary spanner geopereerd; tussen ICT en business. Tussen management en werkvloer, tussen leverancier en klant, specialist en programma management.

Hij vraagt wie andere generaties kent. En daarmee netwerkrelaties onderhoudt. Hij stelt, dat de meeste mensen dat niet doen. Terwijl een leerproces zich over meerdere generaties voltrekt. Hij merkt op, dat de kennis over kernenergie uitsterft omdat in westelijke landen de kernenergie gedurende 40 jaar een taboe is geweest. Dus met de babyboomers gaat deze kennis op pensioen. (Frankrijk is daarop mijns inziens een positieve uitzondering. In hun centraal geleide economie hebben de technocraten daarin blijvend geïnvesteerd en daarvan gaan ze profiteren, nu het tij keert. Landen die willen investeren in kernenergie komen bij Frankrijk of bij het Duitse Siemens.) Volgens Bakas is de kennis over kernenergie hoog in China, omdat een hoogopgeleide generatie deze kennis heeft verworven.

Hij bespreekt vervolgens een aantal trends. Die zijn fragmentarisch, kreterig zelfs en doorspekt met voorbeelden. Maar dat zij hem vergeven, want je kunt de toekomst niet precies uittekenen.

Trend 1 noemt hij ‘netwerken in een tijd van vervaging’. Netwerken kun je formuleren in dollartermen en dat is volgens mij niet nieuw. Hij ziet een superclass van 6000 mensen die wereldwijd de zaak regelen. Ook dat is volgens mij niet nieuw. Als voorbeeld noemt hij, dat Derk Sauer een nieuwe baas haalt voor het NRC, omdat hij iemand wil, die begrijpt dat kranten strak online worden gelezen.
Hoewel hij stelt, dat momenteel de mythe van de schuldenberg heerst, ziet hij als trend, dat bezuinigingen de komende jaren werelwijd hun stempel zullen drukken. Overal is de CFO de baas. Doe dus vooral je verkoopverhaal in geldtermen. Volgens mij is de business case al jaren van grote invloed, maar ik herken zijn punt, dat de financiële afweging de komende jaren zwaar doorslaggevend zal zijn.
Tenslotte stelt hij onder dit punt: Netwerk met Aziaten! Ik moet nog altijd Gavin Menzies 1434 opzoeken, een advies van Bakas. Daarin kun je lezen, dat de Chinezen ervan overtuigd zijn, dat in 1434 de Europeanen met de Chinese kennis aan de haal zijn gegaan om de wereldhegemonie te pakken. Nu is het hun beurt om dat leiderschap weer terug te nemen…..

Trend2: Technology. Deze is doorslaggevend en veel beslissers hebben geen verstand van techniek. Daar heeft hij gelijk in. Sommige groepen kunnen dus voorsprong nemen en andere ver terugvallen. Ik zie bijvoorbeeld Google en Amazon geweldig groeien. (En las dat de Europese Commissie gaat onderzoeken of ze geen machtsmisbruik plegen.)
Sociale netwerken nemen een grote vlucht en daartegen komt oppositie. Hij memoreerde, dat zelfs de koningin gewaarschuwd heeft tegen deze vervlakking. De vraag is inderdaad of hier sprake is van vervlakking of dat ze gewoon vanuit een oud ‘mental model’ deze ontwikkeling verkeerd beoordeelt.
Onder dit punt vermeldt hij ook nog dat mensen naar de steden trekken op zoek naar een geschikte liefde. En ook dat ‘marrying down’ uit is. Dat wil zeggen, dat mensen van gelijk opleidingsniveau elkaar zullen opzoeken. Ik citeer hem, maar zie niet direct de verbinding met de technologie-trend.

Trend 3: in emotionele en bozige tijden ziet hij de opmars van robots. Mensen worden verliefd op robots. Ik vermeld zijn waarnemingen, maar herken daarin geen reële ontwikkelingen.
Hij stelt, dat Engineers van merkfabrikanten netwerken voor innovatie. Hun loyaliteit richt zich dus meer op idealen dan op hun ‘baas’. Dat herken ik wel. Want mensen hebben tegenwoordig veel bredere contact die in hun eigen bedrijfsnetwerk; via sociale en professionele netwerken kunnen zij wereldwijd gelijkgestemden treffen en daarmee discussiëren en samenwerken. In die zin vind ik dit voorbeeld meer passen bij Trend 2 Technologie.
Hij ziet nieuwe coalities, zoals de ontwikkeling, dat IBM zich in de ‘water’- business begeeft.
Sociale netwerken bewerken in Amerika de beweging Move Your Money, waar mensen hun geld weghalen bij de grote verguisde banken. Deze voorbeelden hebben inderdaad een emotionele kant, maar worden volgens mij ook gefaciliteerd door de technologie.

Tot zover zijn trends. Ik zie het vooral als teasers. Ze zetten je aan het denken.
Ter afsluiting zat Bakas in een forum met jonge overheidsmanagers (de doelgroep van tijdschrift Re:Public). Daarop kom ik terug in een latere posting.

Thursday, July 29, 2010

Elektronisch Patiënten Dossier tijdens de beurs Zorg & ICT

De laatste jaren is de ontwikkeling van het EPD via deze weblog van tijd tot tijd gevolgd.
Discussie over EPD wordt vooral aangewakkerd door tegenstanders die menen, dat hun privacy wordt bedreigd. Daarover heb ik al eerder mijn mening gegeven (posting van 18 augustus 2009).

Rondom de beurs Zorg & ICT in maart 2010 was er weer extra aandacht voor het EPD. Want het mooie van zo’n fundamentele ontwikkeling aan de basis is, dat deze heel solide doorzet, omdat het gewoon keihard nodig is. Ziekenhuizen en andere zorgverleners werken gestaag door aan hun EPD’s, omdat ze het nodig hebben voor hun bedrijfsvoering. Het EPD stelt de gegevens beschikbaar, die de diverse spelers in de keten van het zorgproces gebruiken. Het EPD zorgt voor een leesbare en foutloze vastlegging, voor een snelle beschikbaarheid van de gegevens overal waar ze nodig zijn.
De naam Elektronisch Patienten Dossier is verwarrend, want bij zorgverleners is het meer dan een dossier met gegevens. Allerlei aantekeningen voor het proces worden gemaakt en er wordt vastgelegd, wie acties heeft gepleegd, wie er wat moet gaan doen en wanneer. Het bewaakt kortom ook de workflow. Geen passief dossier dus, maar een systeem van werkvoorbereiding en werkbegeiding.
Wèl een dossier is het landelijke EPD waarover voortdurend discussie is, onlangs nog tot in de Eerste Kamer. Het zogenaamde EPD van Klink. Voor de privacy-ongerusten: Het landelijke EPD bevat niet de gegevens zelf, maar uitsluitend verwijzingen naar de zorgverleners, die gegevens van het betreffende sofinummer in beheer hebben.
Vakblad ICTzorg van maart 2010 schrijft, dat intussen 3000 van de 6300 zorgaanbieders zijn aangesloten op het landelijke EPD. Begin 2009 waren dat er 100. Ik vind dat verbluffend, want het vereist toch aandacht en investering bij de individuele zorgaanbieder om de aansluiting gerealiseerd te krijgen. Blijkbaar helpt het toch, dat Klink harde deadlines heeft opgelegd!

Siemens heeft het laatste jaar de Europese aanbestedingen van het UMC Utrecht en het Leids Universitair Centrum LUMC verloren van Chipsoft. Iets om over na te denken, dat een lokale speler als Chipsoft het afgelopen jaar 5 van de 7 aanbestedingen van ziekenhuizen won. Siemens met 3300 implementaties wereldwijd kwam er niet tussen.
Een tijdje terug schreef ik over het EPD van het Antonius Ziekenhuis, geheel zelf gebouwd met open source software. En concludeerde toen, dat uniek leiderschap van een medisch onderlegde ICT-directeur dat kon realiseren, maar dat zo’n situatie voor de meeste ziekenhuizen niet is weggelegd. Die hebben toch behoefte aan sterke spelers als Siemens en IBM om de klus voor ze te klaren.

In het vakblad van ICT-professionals in de zorg verscheen een artikel van 4 auteurs, waaronder 3 specialisten van het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Het is getiteld “Het Nieuwe Veiligheidsprobleem”.
Zij constateren, dat het EPD snel terrein wint in ziekenhuizen. Handmatige en papieren vastleggingen zijn er niet en daardoor wordt de afhankelijkheid van het EPD groot. Als het systeem niet beschikbaar is, kan de staf zijn werk niet doen. Dit is een voorbeeld van de achterlopende ICT-organisatie in ziekenhuizen. Bedrijven in handel, industrie en diensten hebben al jaren geleden het onderwerp ‘back-up en recovery’moeten aanpakken. Want als het systeem en de gegevens langere tijd niet beschikbaar zijn, kan dat in het ergste geval betekenen, dat een bedrijf out of business gaat.
Bij ziekenhuizen is het nog veel erger, want daar is het direct levensbedreigend voor patiënten. Een verzekeraar kan best een dag zonder zijn systemen, voor een betalingssysteem van een bank is het al kritischer, maar voor de zorg kan men zich rampzalige situaties voorstellen.
Goed punt dus van deze auteurs. Echt een issue, in tegenstelling tot het fantasieloze geklaag van de privacy-ridders over het EPD. De auteurs geven geen indicatie van de verbreidheid van het probleem. Er zijn absoluut ziekenhuizen die het gewoon onder controle hebben. Zo schreef ik in december 2008 in een posting, dat de Gelre-ziekenhuizen sedert 2001 een drievoudige terugvalcapaciteit in hun infrastructuur hebben ingebouwd. Dat wil zeggen, dat elk van de drie ziekenhuizen in staat is om voor het collega-ziekenhuis de informatievoorziening te continueren. Voor de Gelre-ziekenhuizen bestaat het probleem dus niet.
Tenslotte las ik in mei een column in een securitytijdschrift over het LPD. De column reageert op een artikel van een deskundige van de Vrije Universiteit, die beveiligingsproblemen van het LPD signaleert en eist, dat het LPD moet vastleggen welke zorgverleners een dossier inzien. De columnist typeert dat als onuitvoerbaar, want wie controleert dan die registraties? En doet vervolgens een goede suggestie. Neem de patient serieus, die steeds mondiger en meer betrokken wordt, en laat hém controleren, wie het dossier inziet. Dat sluit weer mooi aan op het pleidooi van de vaatchirurg van het LUMC die medischegegevens.nl heeft opgezet. (Zie posting van 16 juni j.l.).