Friday, July 16, 2010

Nog een paar cases van jaarcongres NOiV

Op 28 mei schreef ik hier over het jaarcongres van NOiV (Nederland Open in Verbinding). Dit vond plaats op 18 maart 2010 in het Media Plaza Utrecht Bij deze beschrijf ik nog een aantal besproken cases op dit congres.

In de plenaire zaal werd als intermezzo het spel Petje Op Petje Af gespeeld, bekend van het televisieprogramma Holland Sport. Iedereen in de zaal gaat staan en beantwoordt gestelde vragen met JA door zijn petje op te houden en met NEE door zijn petje af te doen. Uiteraard lag er op elke stoel een NOiV-petje. Degenen, die af zijn, doen niet meer mee en blijven zitten. Zelf was ik na vijf vragen af en de laatste 30 personen, die nog stonden, werden uiteindelijk naar voren geroepen. De vragen werden gesteld naar aanleiding van een enquete naar de opinies bij overheden over het programma NUP. (Zie postings van 10-12-2009 en 3-5-2010.) De vraag aan de 30 overblijvers luidde: Hoeveel procent van de overheden denkt eind 2012 volledig te kunnen voldoen aan de eisen van het NUP?
Degenen, die het lager dan 50% schatten, kwamen uiteindelijk rechts van de presentator te staan. Ikzelf zou daar ook gestaan hebben, want ik zou nog geen 20% schatten. En aan de linkerkant stonden 4 personen, die boven de 50% zaten. Die hadden het dus bij het goede eind. Ik vond dat verbluffend hoog net als de meerderheid in de zaal dus. Zouden de ondervraagde overheden gelijk hebben of zouden ze kunnen lijden aan ongefundeerd optimisme? Uiteindelijk won van de 4 overblijvers een jonge Marokkaanse knul op gympies. Leuk.

Er was een spreker namens de Duitse stad Muenchen. Daar loopt een project LiMux waarin de stad wil overschakelen naar open source. Dat is een majeure operatie als je bedenkt, dat de stad 21 diensten kent en 15.000 desktops. Ze hebben de periode 2001-2007 gebruikt om studies uit te voeren. Knap lang als je het mij vraagt, maar aan de andere kant zijn de afbreukrisico’s groot en moet je zeer zorgvuldig te werk gaan. Uiteindelijk werd overgegaan op de eerste stap, zijnde de uitrol van Open Office. De tweede stap zal de uitrol van een open operating system zijn. Daarnaast worden ook 28000 desktops op scholen overgezet naar open software. De filosofie daarachter is, dat je zo ook de ouders dwingt om met deze standaarden om te gaan.
Een belangrijk advies dat de spreker meegaf: “Analyze how many lock-ins there are in business applications that prevent installation.” Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan macro’s die in Word zijn geprogrammeerd. www.wollmux.org

Olle Johansson is een bevlogen Zweedse spreker, die zich inzet voor het gebruik van open source telefoniesoftware. Hij promoot de SIP standaard, een open source VOIP commonplace protocol. En benadrukt, dat telefonie slechts één applicatie is binnen de IP community (de internet wereld). Laat je dus niet wijsmaken, dat telefonie iets bijzonders is waarvoor je specifieke leveranciers met hun produkten nodig hebt. Aldus de mening van Olle. Hij citeert Simon Phipps: The biggest enemy of freedom are happy slaves.
Volgens hem kan de hele wereld communiceren op basis van een persoonlijk IP-adres. Hij vindt het dan ook een bedreiging, dat de huidige reeks IP nummers ‘op raakt.’
Niet de kosten maar de business benefits zijn voor hem driver naar open source. Stay in control. Skype vindt hij een prachtige applicatie, maar wel proprietary.

Bij dit telefonie-onderwerp constateer ik opnieuw, dat open source succesvol wordt neergezet als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten er leiders zij die erin geloven en die het begrijpen. En op de tweede plaats moeten zij in hun omgeving de nodige competenties hebben om zulke systemen te realiseren. En dat zijn de uitzonderingen! Zoals bijvoorbeeld het Elektronisch Patienten Dossier van het Antonius Ziekenhuis, dat ik in februari 2010 beschreef. En de kennis en ervaring van deze Olle Johansson over telefonie lijkt mij ook zeer schaars. Meestal zal de ondersteuning van een gekwalificeerde ICT-partner nodig zijn. (IBM, Siemens, KPN etc.) Ooit zal het allemaal zo rijp worden, dat applicaties als water en gas uit de kraan komen, maar zover is het nog lang niet!

Thursday, July 8, 2010

Jaarcongres Actuarieel Genootschap over Risicomanagement

Op 25 maart j.l. vond het congres plaats in Theater Gooiland te Hilversum.
Zo’n 500 bezoekers waren er aanwezig.

Het Actuarieel Genootschap werkt al een paar jaar aan de positionering van de ‘nieuwe actuaris’ en ambieert een belangrijke positie in het actuele thema Risicomanagement.
De voorzitter ging daar in zijn openingswoord op in. Hij schetste niet alleen het beeld van de ideale actuaris, maar schroomde niet om ook de tekortkomingen van de beroepsgroep te schetsen. (Zie mijn posting van juni 2009 “Actuarissen als kritische waarschuwers”.)
Hij benadrukte het ‘leren van andere beroepen’ en het hanteren van zelfreflectie.

Mr Kellerman van toezichthouder DNB maakte indruk met haar degelijke en professionele benadering. Interessant was een kansverdeling van opbrengsten en hoe diverse stakeholders daar met verschillende brillen naar kijken. De CEO’s benadrukken vooral de upside, terwijl de toezichthouders juist belangstelling hebben voor de downside. De aandeelhouders bekijken het middengebied van risk en return. De rating agencies analyseren een gebied dat deels de aandeelhouders en deels de toezichthouders overlapt.

Harry Panjer, een Canadese professor met Nederlandse voorouders, opende met een verhaaltje in het Nederlands voordat hij overschakelde naar het Engels. Hij maakt zich sterk voor het certificeren van de CERA-titel. Hij toonde realisme door in te schatten, dat maar 10 tot 20% van de actuarissen ambieert om CERA te worden. Toen hij via het aanwezige stemmensysteem onderzocht, hoe dat in de zaal ligt, was de uitkomst verbluffend. Dat was namelijk meer dan 50%. Ik schat in, dat er twee oorzaken zijn voor deze hoge uitkomst. Op de eerste plaats roepen mensen makkelijk JA, terwijl ze bij nader inzien, de benodigde tijd en inspanning overziende, wel eens anders zouden kunnen beslissen. Op de tweede plaats was de gemiddelde leeftijd in de zaal laag. Er waren voor meer dan de helft twintigers en dertigers aanwezig en veel daarvan hebben de ambitie om zich nog verder te ontwikkelen.

Roland van de Brink van Mn Services beschouwde Risicomanagement en probeerde voorbij de hype te komen. Hij zag vele bomen, waardoor je wellicht het bos niet meer ziet. (Enterprise Risk Management, Integrated RM, Global RM, Quantitative RM, Financial RM etc.) Noemde het voorbeeld van een consultant die bij een bedrijf 200 mogelijke risico’s had benoemd, waarop hij werd overtroffen door een collega die er 400 had benoemd. Bij hetzelfde pensioenfonds overigens. Waar ben je dan eigenlijk mee bezig?
Hij opende door te spreken over de financiële crisis die ons sedert 2008 bezig houdt en refereerde aan een stelling uit de chaostheorie. Die luidt, dat grote uitslagen een teken zijn van stabiliteit van het systeem. En dat je moet gaan oppassen bij een langdurige lineaire ontwikkeling. Vond ik wel een eye-opener!

Als laatste spreker was er de bioloog Midas Dekkers. Vaak is zo’n spreker vanuit een hele andere wereld een succes. Hij relativeert en krijgt de zaal aan het lachen. Maar deze spreker was waarschijnlijk niet in vorm want de zaal, inclusief mezelf, was maar weinig geboeid en blij dat men door kon naar de borrel met rijk voorziene hapjes.
Een interessant congres al met al, met boeiende sprekers over Risicomanagement.

Sunday, June 27, 2010

Computerplatformen van de toekomst

Voor de 11de keer organiseerde Telindus-ISIT een visiedag over datacenter technologie. Daar zijn volop ontwikkelingen aan de gang.
Het event vond plaats op 10 maart 2010 in theater Het Spant te Bussum. (Op 9 februari jongstleden was er een vergelijkbare bijeenkomst van VMware in Nijkerk.)

Sinds twee jaar volg ik events over virtualisatie. En lees nu in het storage-periodiek SNS,
Storage Networking Solutions, dat het nog vooral om visie gaat en minder om realisatie. Een deel van de bedrijven zet de eerste voorzichtige stappen in virtualisatie. In mijn ervaring zijn de hoogdravende vervolgstappen vooral natte dromen van leveranciers. De business zal uiteindelijk keuzes maken.
Hoewel de meeste bedrijven zich nog oriënteren, zijn er koplopers zoals Google die al ver voorop lopen met zogenaamde Mega Data Centers (MDC’s) en cloudcomputing.

Net als in Nijkerk checkte ik ook in Bussum weer de outfits van de bezoekers:
2% jasje dasje, 10% stropdas, 20% geblokt overhemd en de rest overhemd of trui.
Bovendien had 80% een rond buikje van circa 10 cm.
Kortom techneuten en uitvoerders met een rustig, overwegend zittend bestaan.
Dat verklaart ook deels waarom deze trend nog niet doorzet. De “beslissers” zijn hier niet en kennen en begrijpen de trends niet. Maar de bedrijven die door ‘nerds’ worden gerund zoals Google begrijpen het heel goed en maken er ook werk van.

Circa 5 % van de mensen zit in de wachtruimtes in zijn Apple te turen en een even groot deel rommelt met zijn blackberry. De rest praat met elkaar met een kopje koffie.
Ik zag in de plenaire zaal een figuur met witte schoenen in zijn Apple turen en dat bleek daarna technology watcher Vincent Evers te zijn, die de openingsspreker was.

Een vertegenwoordiger van Telindus schetst bij de opening van de dag de uitkomsten van een enquete onder de bezoekers. De behoeftes van respondenten zijn respectievelijk: 1. virtualisatie, 2. disaster recovery, 3. back up en restore. Nog weinig cloud computing, en dan eerst maar interne clouds.
De bezoekers hebben dus duidelijk nog beide voetjes op de vloer en vooral uitvoerende behoeften. Geen hoogdravende business ambities zoals onlangs in Nijkerk geformuleerd door Vmware. (Posting van 17 mei op deze weblog.)

Keynote speaker Everts kwam binnenrijden op zijn Segway en demonstreerde ook zijn andere hebbedingetjes, Applegadgets vooral.
Hij vertelde honderduit over zijn geloof in blogs en twitter.

Interessant was dat hij vertelde over Amazon. Deze pionier internetwinkel is intussen in een stadium, waarin ze volop ruimte geven aan de ‘word of mouth’. Laat mensen maar reclame voor je maken; dat is de beste reclame. Mensen vertellen bij Amazon wat ze vinden van artikelen. En zelf krijg je voorgeschoteld wat mensen, die qua zoekgedrag op jou lijken, uiteindelijk allemaal hebben gekocht.
Hij is uiteraard ook verzot op de Kindle, het portable book van Amazon. Sowieso lijkt hij mij verzot op ‘dingetjes’. Hij doet mij denken aan schaatscoach Kemkers, die zo in de weer was met bordjes, stiften en papieren, dat hij geen oog had voor de situatie op de schaatsbaan, zodat hij zijn pupil de verkeerde kant op stuurde en de gouden medaille ontnam…..

Bij een search van Evers bleken inderdaad een tweetal twitteraars vanuit de zaal verslag te doen van zijn spreekbeurt. Ik vat nog even niet, welke inhoud en welke toegevoegde waarde deze tweets hebben voor anderen.

Het valt mij op, dat veel netwerktijgers weg zijn van twitter. Ik denk dat het moet passen bij je bezigheden en vooral ook met je persoon en blijf het iets vinden voor ADHD’ers.

Wednesday, June 16, 2010

Sgml/xml user group over ketens in de zorg

Op 30 maart tijdens de beurs Zorg & ICT was er een congres van de SGML/XML users group. Een groep waarvan de naam duidt op gegevensstandaardisatie, maar die in toenemende mate zich richt op keteninformatisering. Een logische ontwikkeling.
Hoewel de naam een techneutenclub zou kunnen suggereren, werd een programma gebracht met cases, die bijzonder interessant waren voor het gebruikerspubliek van deze beurs.

De eerste spreker was zonder meer het hoogtepunt van het programma.
Alexander de Vries is chirurg in het Medisch Centrum Haaglanden en initiatiefnemer van Medischegegevens.nl.
Dit is een project waarbij een patiënt van MC Haaglanden toegang heeft tot zijn eigen medische gegevens.

De spreker vindt de rol van de patiënt bij het medisch dossier belangrijk. En vindt, dat de medische informatietechnologie achter loopt in een wereld waarin internetbankieren, internetshoppen en sociale netwerken gewoon zijn geworden. Doordat patiënten intensief hun dossier volgen, verloopt de communicatie tussen arts en patiënt beter, zo is de ervaring van de spreker.

Ten aanzien van het eigenaarschap van de gegevens werden tot op heden door de medische wereld vooral de medici als eigenaar gezien. Volgens de spreker moet toch uiteindelijk de patiënt worden gezien als belangrijkste eigenaar.
De autorisatie is momenteel binnen het ziekenhuis eenvoudig, hetgeen ook onverwachte bijverschijnselen heeft. Zo was er 1500 keer een inkijk in het dossier toen een zekere Holleeder in het ziekenhuis werd behandeld. En ook bij de behandeling van voetballer Van Persie bleken opvallend veel leden van de staf belangstelling te hebben voor het dossier.

Het systeem wordt gevoed door het Elektronisch Patiënten Dossier van het MC Haaglanden, maar kan ook gevoed worden door de systemen van andere zorgverleners. Dat laatste zouden de initiatiefnemers graag zien, maar helaas is bij deze toepassing het Not Invented Here syndroom sterk. Op veel andere plaatsen zijn soortgelijke toepassingen in onderzoek. Een vraagsteller, die enthousiast zo’n alternatief elders beschreef, kreeg een korte en terechte repliek van de spreker: “Jullie hoeven er niet over na te gaan denken, want dat heb ïk al gedaan.”

De kracht van deze applicatie is, dat hij gedreven wordt door de inzet van een medische professional.
Het valt mij op, dat in de zorgwereld veel innovatieve applicaties worden ontwikkeld door medici met interesse en vaardigheid in ICT. Zo zijn er applicaties voor Huisartsenposten en voor Dermatologisch teleconsult. En als applicaties door zorgprofessionals (i.t.t. ICT-professionals) worden ontwikkeld zijn ze veel beter afgestemd op de behoeften van het betreffende vak. Met als resultaat enthousiaste gebruikers. Een vergelijkbaar ontmoetingspunt als Medischegegevens.nl is de IVF-site van het Radboud (met informatieverstrekking en chatbox), dat reeds een innovatieprijs heeft gewonnen.
Het onwikkelen van gerichte applicaties door gebruikers heb ik veel minder gezien bij overheden en in de financiële dienstverlening. Daar worden ze meestal ontwikkeld door ICT-specialisten. Misschien komt dat, omdat medici meer dan ambtenaren en financiële mensen qua basisopleiding en interesse toch meer aan de bèta-kant zitten.