Het is al weer zo’n drie jaar geleden, dat het mij opviel, hoe op de beurs Linuxworld voortdurend de kreet ‘virtualization’ viel. Ik kende de term al veel langer van de IBM mainframes, maar niet van de wereld van pc’s en servers. Sindsdien werd het mij wel duidelijk, dat die ontwikkeling hard nodig was om in het almaar (wild)groeiende machinepark van servers en pc’s de effectiviteit en de efficiëncy terug te krijgen.
Op 9 februari werd het VMware Virtualization Forum 2010 gehouden in Nijkerk. Deze firma is naar eigen zeggen in de afgelopen 12 jaar de marktleider geworden in Virtualisatie.
Uiteraard liet ik deze kans niet glippen om meer te weten te komen over deze trend, die al een aantal jaren in kracht groeit in automatiseringsland.
Hoewel deze trend echt een management-issue is vanwege de grote impact die virtualisatie kan hebben op de ICT-kosten en op de verhoogde flexibiliteit van de business, zie je toch vooral de uitvoerende mensen van het computercentrum. Het is altijd interessant om bij de entrée waar te nemen, wie er naar binnen gaan. En meelopend in de stroom mensen vanaf de parkeerplaats naar de ingang zag ik aan de auto’s en aan de mensentypen, dat vooral de mensen van het computercentrum (operators, managers, staf) hierop af kwamen.
Volgens mij was er enigszins een mismatch tussen de gepresenteerde informatie en de bezoekersgroep. De presentaties waren vooral gericht op de (vermeende) winstpunten voor de business en minder op de inhoud van wat virtualisatie eigenlijk is en doet.
Het sterkst was dat merkbaar in het programmaboekje. Zwaar glossy formaat, maar nul inhoud. Vol met advertenties met oppervlakkige claims. Dit glanzende programmaboekje was zo oppervlakkig in elkaar geflanst, dat sommige advertenties gewoon nog in de Franse taal waren weergegeven. Waarschijnlijk door een Amerikaan gekopieerd vanuit een event in Frankrijk! Ik sprak erover met vertegenwoordigers bij de stand van Trend Micro, wier advertentie ook in het Frans was opgenomen. Zij gaven mij interessante white papers; de inhoud is dus wel degelijk aanwezig, als je de juiste mensen de ruimte geeft.
De aftrap werd gegeven door de Regional Director Benelux van WMware. Hij vertelde, dat zijn firma 12 jaar geleden de virtualisatie van de mainframes overbracht naar de wereld van x86, de Intelplatforms van servers en pc’s. Veel bedrijven hadden grote behoefte aan consolidatie in de wildgroei van hardware en software. Hij noemde het feit, dat van het ICT-budget 70% gaat zitten in maintenance. En dit getal hoor en lees ik al tientallen jaren. (vgl software bouw). Er zijn zelfs bedrijven waar het richting de 100% groeit en dat betekent dus, dat elke vernieuwing voor zo’n bedrijf onmogelijk is. Ingrepen als Virtualisatie zijn dus zeer welkom!
Er waren interessante presentaties over clouds, desktopmanagement en virtualizationmanagement. Elke vernieuwing geeft weer kansen op wildgroei, als men zijn verstand niet gebruikt. En het blijkt altijd weer de grote valkuil om maar lukraak te werken. Virtualisatie vind ik een prachtig voorbeeld. Want enerzijds biedt het de mogelijkheid om de grote wildgroei aan servers weer te beheersen, maar anderzijds is het zo makkelijk om een nieuwe virtual machine aan te maken, dat een onoverzienbare massa VM’s het resultaat is. Men heeft er ook al een naam voor: VM-creep. Virtualization management moet daarvoor de oplossing bieden.
Terug naar de presentatie van de regional director: Volgens zijn presentatie heeft VMware wereldwijd 170.000 klanten. Daaronder alle Fortune 100 bedrijven en 96% van de Fortune 1000.
Interessant was dat hij drie stadia onderscheidde bij de inzet van Virtualisatie. Logischerwijs zijn kostenverlaging en beter beheer de eerste stap en voor bedrijven de eigenlijke trigger om virtualisatie toe te gaan passen. De tweede stap die hij noemt behelst het openen van nieuwe business opportunities: De LOB’s profiteren van grotere snelheid en stabiliteit bij de uitvoering van processen. En via SLA’s kunnen ze die cruciale succesfactoren ook concreet gaan managen. Als derde stap noemt hij de ontwikkeling naar SAAS, Software as a Service. Als dat namelijk bereikt wordt, hoeft een bedrijf zich niet meer bezig te houden met ICT maar uitsluitend met zijn business. ICT zal net zoals water, gas, licht zonder verder gedoe altijd beschikbaar zijn.
Monday, May 17, 2010
Monday, May 3, 2010
Gateway-review van het NUP Programma
Eerder schreef ik op deze weblog over het Nationaal Uitvoeringsprogramma NUP. En vanuit interesse voor ICT Governance ook al eens over de Gatewaymethode, die beoogt om megaprojecten niet te laten ontsporen door regelmatige, deskundige en onafhankelijke reviews. De Algemene Rekenkamer heeft het toepassen van deze methode geadviseerd, nadat zij vorig jaar een onderzoek publiceerde naar het mislukken van grote overheidsprojecten.
De beide onderwerpen komen bij elkaar nu er een Gateway-review is gehouden over het NUP-programma. Het goede bericht is, dat zo’n review is gehouden, het slechte nieuws is, dat er naar mijn waarneming totaal niks wordt gedaan met de vernietigende uitkomst van de review. Ik citeer wat de Gateway-review naar buiten brengt:
QUOTE
Te complex, een eenzijdige oriëntatie op techniek en een gebrek aan visie. Het landelijke overheidsprogramma dat de basis moet leggen voor een soepele elektronische dienstverlening aan de burger, dreigt te mislukken.
Verbeteren
Dat stelt een team van onafhankelijke deskundigen dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken het uitvoeringsprogramma doorlichtte. Eind 2008 spraken rijk, gemeenten, provincies en waterschappen af vaart te maken met het verbeteren van de elektronische dienstverlening.
Vertrouwelijk
Vier deskundigen onder leiding van Arthur Docters van Leeuwen, oud-voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, onderwierpen het Nationaal uitvoeringsprogramma (NUP) aan een zogenoemd gateway review.
Dat is een in Engeland ontwikkelde methode om in korte tijd de slaagkansen van ICT-projecten te beoordelen. Vakgenoten interviewen daarbij in een paar dagen de belangrijkste betrokkenen. De Automatisering Gids wist vorige week de hand te leggen op het vertrouwelijke eindrapport van de reviewers.
Imago
De beoordelaars geven het uitvoeringsprogramma e-overheid de code kleur rood. Als de minister niet snel ingrijpt, dreigt er onacceptabel grote schade. De kwaliteit en het imago van het openbaar bestuur zijn volgens Docters van Leeuwen en zijn collega’s in het geding. Probleem is dat het invoeren van de nieuwe dienstverleningsconcepten om ingrijpende organisatieveranderingen vraagt. Gemeenten hebben daar ondersteuning bij nodig, maar die wordt nog maar mondjesmaat geboden.
Te omvangrijk
Het NUP, dat bestaat uit negentien bouwstenen, zes voorbeeldprojecten en vier andere onderdelen, is volgens de beoordelaars ook veel te omvangrijk en complex. Ook de samenhang ontbreekt. De kritiek op de totstandkoming van de e-overheid komt niet onverwacht. Begin deze maand publiceerde BB Digitaal Bestuur een artikel waaruit bleek dat maar zeven van de negentien NUP-bouwstenen tijdig opgeleverd kunnen worden.
UNQUOTE
In februari was de Gatewayreview, maar 30 maart werd op een leveranciersbijeenkomst met het programma NUP met geen woord gerept over de kritiek. Vrolijk wordt er gefilosofeerd over de verdere realisatie. Nu hebben leveranciers daar natuurlijk geen belang bij (lekker doorgaan met het budget opeten), maar vanuit het programma zou je een zekere sense of urgency willen proeven.
De politiek, die zelf om de review heeft gevraagd, gaat over tot struisvogelpolitiek. Lees bijgaande link van 2 april 2010.
Gelukkig is er een tweede kamerlid, Arda Gerkens, dat zich hier boos over maakt. Ik heb haar geattendeerd op het verslag van de NUP-leveranciersbijeenkomst. Maar ik vrees het ergste. Men maakt zich achteraf druk om mislukking van megaprojecten. En als er een kans is om eerder in te grijpen, is niemand geïnteresseerd. Wat is dat toch?
De beide onderwerpen komen bij elkaar nu er een Gateway-review is gehouden over het NUP-programma. Het goede bericht is, dat zo’n review is gehouden, het slechte nieuws is, dat er naar mijn waarneming totaal niks wordt gedaan met de vernietigende uitkomst van de review. Ik citeer wat de Gateway-review naar buiten brengt:
QUOTE
Te complex, een eenzijdige oriëntatie op techniek en een gebrek aan visie. Het landelijke overheidsprogramma dat de basis moet leggen voor een soepele elektronische dienstverlening aan de burger, dreigt te mislukken.
Verbeteren
Dat stelt een team van onafhankelijke deskundigen dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken het uitvoeringsprogramma doorlichtte. Eind 2008 spraken rijk, gemeenten, provincies en waterschappen af vaart te maken met het verbeteren van de elektronische dienstverlening.
Vertrouwelijk
Vier deskundigen onder leiding van Arthur Docters van Leeuwen, oud-voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, onderwierpen het Nationaal uitvoeringsprogramma (NUP) aan een zogenoemd gateway review.
Dat is een in Engeland ontwikkelde methode om in korte tijd de slaagkansen van ICT-projecten te beoordelen. Vakgenoten interviewen daarbij in een paar dagen de belangrijkste betrokkenen. De Automatisering Gids wist vorige week de hand te leggen op het vertrouwelijke eindrapport van de reviewers.
Imago
De beoordelaars geven het uitvoeringsprogramma e-overheid de code kleur rood. Als de minister niet snel ingrijpt, dreigt er onacceptabel grote schade. De kwaliteit en het imago van het openbaar bestuur zijn volgens Docters van Leeuwen en zijn collega’s in het geding. Probleem is dat het invoeren van de nieuwe dienstverleningsconcepten om ingrijpende organisatieveranderingen vraagt. Gemeenten hebben daar ondersteuning bij nodig, maar die wordt nog maar mondjesmaat geboden.
Te omvangrijk
Het NUP, dat bestaat uit negentien bouwstenen, zes voorbeeldprojecten en vier andere onderdelen, is volgens de beoordelaars ook veel te omvangrijk en complex. Ook de samenhang ontbreekt. De kritiek op de totstandkoming van de e-overheid komt niet onverwacht. Begin deze maand publiceerde BB Digitaal Bestuur een artikel waaruit bleek dat maar zeven van de negentien NUP-bouwstenen tijdig opgeleverd kunnen worden.
UNQUOTE
In februari was de Gatewayreview, maar 30 maart werd op een leveranciersbijeenkomst met het programma NUP met geen woord gerept over de kritiek. Vrolijk wordt er gefilosofeerd over de verdere realisatie. Nu hebben leveranciers daar natuurlijk geen belang bij (lekker doorgaan met het budget opeten), maar vanuit het programma zou je een zekere sense of urgency willen proeven.
De politiek, die zelf om de review heeft gevraagd, gaat over tot struisvogelpolitiek. Lees bijgaande link van 2 april 2010.
Gelukkig is er een tweede kamerlid, Arda Gerkens, dat zich hier boos over maakt. Ik heb haar geattendeerd op het verslag van de NUP-leveranciersbijeenkomst. Maar ik vrees het ergste. Men maakt zich achteraf druk om mislukking van megaprojecten. En als er een kans is om eerder in te grijpen, is niemand geïnteresseerd. Wat is dat toch?
Thursday, April 22, 2010
Leveranciersbijeenkomst GBA
Het houden van zogenaamde leveranciersbijeenkomsten wordt populair. Enige maanden geleden organiseerde het programma NUP zo’n bijeenkomst. (Zie mijn posting van 10-12-2009.)
Op 14 januari 2010 was er zo’n bijeenkomst om leveranciers voor te lichten over het programma mGBA, oftewel modernisering GBA.
Bij deze bijeenkomsten zijn alle leveranciers uitgenodigd, niet alleen degenen die zijn uitverkoren om een rol te spelen in het programma, maar ook degenen die geen directe rol spelen maar wel geïnteresseerd zijn. Voorts is het de bedoeling, dat dergelijke bijeenkomsten niet alleen plaatsvinden vóór de leveranciersselectie en de start van het programma, maar ook tijdens de looptijd van het programma. Dit soort bijeenkomsten is naar mijn stellige overtuiging één van de maatregelen, die het mislukken van grote projecten kan helpen voorkomen. Door dergelijke communicatie blijft het project open en transparant en wordt iedereen scherp gehouden.
De modernisering van GBA houdt ongeveer het volgende in: Het GBA is al ruim twintig jaar operationeel en was de eerste nationale basisadministratie. Het is echter geen centrale applicatie; alle gemeenten (ruim 400) hebben een eigen GBA-applicatie en communiceren met elkaar via een postbussensysteem. Het enige gecentraliseerde en gestandaardiseerde element is het postbussensysteem. Als ik mij goed herinner, is destijds voor deze gedecentraliseerde architectuur gekozen, omdat men toen inschatte, dat een gecentraliseerd systeem zou mislukken door zijn complexiteit.
Maar zie, na twintig jaar is de zaak gestabiliseerd en de technologie ook weer beter. En dan gaan de voordelen van een centrale applicatie toch weer lonken. En dat is nu net de kern van deze Modernisering GBA.
In het nieuwe GBA worden de deelsystemen GBA-V en BZS-K onderscheiden. GBA V(verstrekkingen) wordt een gecentraliseerde database waarin de gegevens van alle burgers zijn geregistreerd. Een afnemer hoeft dus straks niet meer bij honderden gemeenten gegevens op te vragen, maar doet dat straks op één plek, namelijk GBA-V.
Zelf had ik als projectmanager bij de Polisadministratie van UWV alleen te maken met verstrekkingen door GBA. Dus het andere deelsysteem van mGBA, namelijk BZS-K, zegt mij minder. BZS-K staat voor Burgerzakensysteem Kern en het is de applicatie, die gemeenteambtenaren gebruiken om hun taken uit te voeren t.a.v. de bevolkingsadministratie.
De projectleider GBA-V vertelde over het projectplan. Dat kent 7 stappen tot 2012. Dus over 2 jaar worden 7 stappen opgeleverd. Ongetwijfeld heeft men gedacht aan de lessen van mislukte megaprojecten, dat grote programma’s moeten worden opgedeeld in kleinere behapbare deelprojecten. Als laatste stap volgen de aansluitingen op BZS en LO4 (= logisch ontwerp versie 4).
Bij de inleiding vertelde programma-manager Moelker ook over de aanbestedingsstrategie. Men zal niet meer gebruik maken van de mantels van ICTU en BZK. Bij de aanbestedingsstrategie worden nieuwe criteria en Europese spelregels gehanteerd. Aan de vragen die daarop volgden was te merken, dat de bestaande leveranciers van GBA dat maar niks vonden. Het programma heeft m.i. goed gezien, dat levend houden van de concurrentie en kansen geven aan nieuwe spelers de zaak scherp houdt.
Al met al vind ik het een goede greep van het programma om tijdens het project voortdurend de dialoog aan te gaan met de leveranciersmarkt. Zoals ik al hiervoor opmerkte: Open en transparant houden van projectinhoud en projectvoortgang zal het resultaat ten goede komen.
Open en transparant voorkomt, dat doofpotten en mantels der liefde kunnen optreden.
Op 14 januari 2010 was er zo’n bijeenkomst om leveranciers voor te lichten over het programma mGBA, oftewel modernisering GBA.
Bij deze bijeenkomsten zijn alle leveranciers uitgenodigd, niet alleen degenen die zijn uitverkoren om een rol te spelen in het programma, maar ook degenen die geen directe rol spelen maar wel geïnteresseerd zijn. Voorts is het de bedoeling, dat dergelijke bijeenkomsten niet alleen plaatsvinden vóór de leveranciersselectie en de start van het programma, maar ook tijdens de looptijd van het programma. Dit soort bijeenkomsten is naar mijn stellige overtuiging één van de maatregelen, die het mislukken van grote projecten kan helpen voorkomen. Door dergelijke communicatie blijft het project open en transparant en wordt iedereen scherp gehouden.
De modernisering van GBA houdt ongeveer het volgende in: Het GBA is al ruim twintig jaar operationeel en was de eerste nationale basisadministratie. Het is echter geen centrale applicatie; alle gemeenten (ruim 400) hebben een eigen GBA-applicatie en communiceren met elkaar via een postbussensysteem. Het enige gecentraliseerde en gestandaardiseerde element is het postbussensysteem. Als ik mij goed herinner, is destijds voor deze gedecentraliseerde architectuur gekozen, omdat men toen inschatte, dat een gecentraliseerd systeem zou mislukken door zijn complexiteit.
Maar zie, na twintig jaar is de zaak gestabiliseerd en de technologie ook weer beter. En dan gaan de voordelen van een centrale applicatie toch weer lonken. En dat is nu net de kern van deze Modernisering GBA.
In het nieuwe GBA worden de deelsystemen GBA-V en BZS-K onderscheiden. GBA V(verstrekkingen) wordt een gecentraliseerde database waarin de gegevens van alle burgers zijn geregistreerd. Een afnemer hoeft dus straks niet meer bij honderden gemeenten gegevens op te vragen, maar doet dat straks op één plek, namelijk GBA-V.
Zelf had ik als projectmanager bij de Polisadministratie van UWV alleen te maken met verstrekkingen door GBA. Dus het andere deelsysteem van mGBA, namelijk BZS-K, zegt mij minder. BZS-K staat voor Burgerzakensysteem Kern en het is de applicatie, die gemeenteambtenaren gebruiken om hun taken uit te voeren t.a.v. de bevolkingsadministratie.
De projectleider GBA-V vertelde over het projectplan. Dat kent 7 stappen tot 2012. Dus over 2 jaar worden 7 stappen opgeleverd. Ongetwijfeld heeft men gedacht aan de lessen van mislukte megaprojecten, dat grote programma’s moeten worden opgedeeld in kleinere behapbare deelprojecten. Als laatste stap volgen de aansluitingen op BZS en LO4 (= logisch ontwerp versie 4).
Bij de inleiding vertelde programma-manager Moelker ook over de aanbestedingsstrategie. Men zal niet meer gebruik maken van de mantels van ICTU en BZK. Bij de aanbestedingsstrategie worden nieuwe criteria en Europese spelregels gehanteerd. Aan de vragen die daarop volgden was te merken, dat de bestaande leveranciers van GBA dat maar niks vonden. Het programma heeft m.i. goed gezien, dat levend houden van de concurrentie en kansen geven aan nieuwe spelers de zaak scherp houdt.
Al met al vind ik het een goede greep van het programma om tijdens het project voortdurend de dialoog aan te gaan met de leveranciersmarkt. Zoals ik al hiervoor opmerkte: Open en transparant houden van projectinhoud en projectvoortgang zal het resultaat ten goede komen.
Open en transparant voorkomt, dat doofpotten en mantels der liefde kunnen optreden.
Saturday, April 10, 2010
AI leidt nu ook op voor de mastertitel.
Het Actuarieel Instituut (AI), hét opleidingsinstituut voor actuarissen in Nederland, heeft een belangrijke mijlpaal bereikt. Op alle niveaus werden tot nu toe actuarissen opgeleid, maar één titel ontbrak nog, namelijk de mastertitel. Die is er nu: Master of Actuarial Sciences, EMAS.
Om geaccrediteerd te zijn voor deze academische opleiding is een samenwerking ingericht met de Universiteit van Tilburg (UvT).
Op 25 januari 2010 was er een voorlichtingsbijeenkomst voor alle vakgroepen en examencommissies.
De bestaande opleiding Actuariëel Analist van het AI heeft de status gekregen van bachelor-examen. (En Actuarieel Rekenaar heeft de status van propedeuse.) De Actuariële Analisten kunnen doorstromen naar de EMAS-opleiding.
In de EMAS-opleiding is 1.5 jaar bestemd voor de APC (Actuarial Practice Cycle). In de APC worden 6 delen cursorisch onderwijs gegeven door docenten van de UvT en 6 delen casuïstiek door docenten van het AI.
Om enig idee te geven van de inhoud van de APC volgt hieronder de uitleg uit de presentatie van 25 januari:
•Cursus 1: “Statistical methods” samen met
casus 1: : Long term care” en casus 2: “Schade driehoek” en casus 6: “Arbeidsongeschiktheid”.
••Cursus 2: “Valuation and hedging” samen met casus 3: “Woekerpolis”, casus 8: “Universal life” en casus 9: “Traditioneel vs marktconsistent waarderen”.
••Cursus 3: “Life en pensions” samen met casus 4 en 5: “Pensioenfonds” en casus 10: “Pensioenregeling”.
•Cursus 4: “Risk and regulation” samen met casus 11: “Productontwikkeling preferred life” en casus 12: “Riskmodel voor schadebedrijf”.
••Overig: cursus 5: “Risk perception and product development” en cursus 6: “Procesmanagement and communication”.
Het diploma Actuariëel Analist is de bachelor die toegang geeft tot EMAS. Maar om ook andere gediplomeerden de mogelijkheid te geven om de EMAS-opleiding te volgen is er een Schakelprogramma ontwikkeld. Afhankelijk van de gevolgde vooropleiding moeten één of meer modules van het Schakelprogramma worden doorlopen. Het Schakelprogramma is dus een zogenaamd deficiëntie-programma. Zoals ooit het Colloquium Doctum mensen zonder VWO-opleiding de mogelijkheid verschafte om toegelaten te worden tot de universiteit.
Na de 1.5 jaar opleiding APC (actuarial practice cycle) volgen nog 6 maanden voor de scriptie en dit is de zogenaamde Specialisatie Risicogebied.
Ten aanzien van de examinering geldt het volgende:
1. De modules worden schriftelijk geëxamineerd.
2. De cases worden geëxamineerd door presentatie en rapportage (voor groepen van ca 5 personen).
3. De scriptie wordt geëxamineerd door presentatie en verdediging.
4. Via mentoring en het bijhouden van een logboek wordt een kandidaat aangesproken op voortgang t.a.v. alle eisen aan competentie.
Deze examinering weerspiegelt de moderne aanpak, die men tegenwoordig aan universiteiten aantreft. Zelf blijf ik er altijd aan hechten, dat de individuele beoordeling een belangrijke plaats houdt bij examinering. Want het werken in groepen heeft als belangrijk leereffect, dat mensen leren om in groepen te werken, hetgeen in hun werkpraktijk belangrijk is. Maar het werken in groepen biedt toch mogelijkheden aan free-riders om mee te liften op de capaciteiten en inzet van andere groepsleden.
Om geaccrediteerd te zijn voor deze academische opleiding is een samenwerking ingericht met de Universiteit van Tilburg (UvT).
Op 25 januari 2010 was er een voorlichtingsbijeenkomst voor alle vakgroepen en examencommissies.
De bestaande opleiding Actuariëel Analist van het AI heeft de status gekregen van bachelor-examen. (En Actuarieel Rekenaar heeft de status van propedeuse.) De Actuariële Analisten kunnen doorstromen naar de EMAS-opleiding.
In de EMAS-opleiding is 1.5 jaar bestemd voor de APC (Actuarial Practice Cycle). In de APC worden 6 delen cursorisch onderwijs gegeven door docenten van de UvT en 6 delen casuïstiek door docenten van het AI.
Om enig idee te geven van de inhoud van de APC volgt hieronder de uitleg uit de presentatie van 25 januari:
•Cursus 1: “Statistical methods” samen met
casus 1: : Long term care” en casus 2: “Schade driehoek” en casus 6: “Arbeidsongeschiktheid”.
••Cursus 2: “Valuation and hedging” samen met casus 3: “Woekerpolis”, casus 8: “Universal life” en casus 9: “Traditioneel vs marktconsistent waarderen”.
••Cursus 3: “Life en pensions” samen met casus 4 en 5: “Pensioenfonds” en casus 10: “Pensioenregeling”.
•Cursus 4: “Risk and regulation” samen met casus 11: “Productontwikkeling preferred life” en casus 12: “Riskmodel voor schadebedrijf”.
••Overig: cursus 5: “Risk perception and product development” en cursus 6: “Procesmanagement and communication”.
Het diploma Actuariëel Analist is de bachelor die toegang geeft tot EMAS. Maar om ook andere gediplomeerden de mogelijkheid te geven om de EMAS-opleiding te volgen is er een Schakelprogramma ontwikkeld. Afhankelijk van de gevolgde vooropleiding moeten één of meer modules van het Schakelprogramma worden doorlopen. Het Schakelprogramma is dus een zogenaamd deficiëntie-programma. Zoals ooit het Colloquium Doctum mensen zonder VWO-opleiding de mogelijkheid verschafte om toegelaten te worden tot de universiteit.
Na de 1.5 jaar opleiding APC (actuarial practice cycle) volgen nog 6 maanden voor de scriptie en dit is de zogenaamde Specialisatie Risicogebied.
Ten aanzien van de examinering geldt het volgende:
1. De modules worden schriftelijk geëxamineerd.
2. De cases worden geëxamineerd door presentatie en rapportage (voor groepen van ca 5 personen).
3. De scriptie wordt geëxamineerd door presentatie en verdediging.
4. Via mentoring en het bijhouden van een logboek wordt een kandidaat aangesproken op voortgang t.a.v. alle eisen aan competentie.
Deze examinering weerspiegelt de moderne aanpak, die men tegenwoordig aan universiteiten aantreft. Zelf blijf ik er altijd aan hechten, dat de individuele beoordeling een belangrijke plaats houdt bij examinering. Want het werken in groepen heeft als belangrijk leereffect, dat mensen leren om in groepen te werken, hetgeen in hun werkpraktijk belangrijk is. Maar het werken in groepen biedt toch mogelijkheden aan free-riders om mee te liften op de capaciteiten en inzet van andere groepsleden.
Subscribe to:
Posts (Atom)