Monday, March 15, 2010

De 100ste posting op deze weblog!

Vandaag verschijnt de 100ste posting op deze weblog. De eerste posting op deze weblog werd geplaatst in april 2007. Het is nu, in maart 2010, een goed moment om even stil te staan bij deze 100ste posting en te evalueren:
- Met welk doel werd deze weblog gestart en is dat doel behaald?
- Zijn er nieuwe ervaringen opgedaan sedert de start van deze weblog?

Een weblog moet je op de eerste plaats starten voor jezelf. Omdat je behoefte hebt om bepaalde ervaringen uit te werken en vast te leggen.
En op de tweede plaats om ook naar anderen (collega’s en klanten) een indruk te geven van de zaken waarmee je professioneel bezig bent. Een uithangbord voor je éénmans-BV.
Achteraf gezien stel ik vast, dat het inderdaad voldoening geeft om ervaringen in een weblog op te schrijven. En tevens dat ik bij verschillende postings een groot aantal bekenden geattendeerd heb op een posting, vaak met positieve respons van hun kant.

Al direct bij de start van de weblog heb ik een teller op de weblog geïnstalleerd . Deze software van Statcounter geeft per dag het aantal bezoekers aan. Daarnaast wordt het aantal geopende pagina’s geteld. Sommige bezoekers lezen namelijk niet alleen de laatste posting, maar zijn blijkbaar zo geïnteresseerd, dat ze terugbladeren naar vorige postings. De gegevens vanuit Statcounter luiden per 12 maart 2010 als volgt:
Sedert april 2007 kwamen er 2469 bezoekers op de weblog.
Van dit aantal waren er 372 zogenaamde ‘returning visitors’. Bezoekers dus die vaker kwamen.
In totaal waren er 3683 pageloads; bezoekers lazen niet alleen de laatste postings maar bladerden ook door naar oudere postings.

De teller op de weblog geeft je inzicht in het verkeer op de blog. Zo waren er hoge pieken in het bezoek in de herfst van 2008 en de zomer van 2009. De eerste piek werd veroorzaakt, doordat ik na afsluiting van een lange opdracht bij UWV enkele tientallen professionele collega’s attendeerde op enkele postings. Je ziet daarvan dus duidelijk het effect.
De tweede piek was verrassend voor mij. Want in juni 2009 schoot het aantal bezoekers omhoog. Ik begreep de oorzaak pas, toen ik van het Actuarieel Instituut hoorde, dat zij op hun website bij Nieuws een vermelding hadden gemaakt van mijn posting ‘Actuarissen als kritische waarschuwers’. Dat vond ik een eervolle vermelding!

Hierboven noemde ik al, dat ik af en toe groepen vakbroeders attendeer op mijn posting. Voor dat doel maak ik gebruik van de sociale netwerktool LinkedIn. In de adreslijst daarvan kun je de ‘connecties’ aanvinken, die je een bepaald bericht wilt toesturen.

Een leermoment voor mij was, dat de titel van je posting ertoe doet. In mei 2007 bijvoorbeeld schreef ik over een seminar over Business Process Management. De posting gaf ik nietsvermoedend de titel ‘Business Process Management’. Direct zag ik via Statcounter het bezoek stijgen. Ik heb daaruit de les getrokken om voortaan titels te geven, die niet algemeen gezocht worden in zoekmachines. Mijn doel is namelijk niet om grote aantallen bezoekers te trekken, waarmee ik verder geen relatie heb. Om een paar recente voorbeelden te noemen: Een posting over het overheidsprogramma M&ICT noemde ik niet ‘M&ICT’ maar wel ‘Opschaling van maatschappelijk relevante ICT-applicaties’.
En een posting over mijn bezoek aan de pakketleverancier Leanapps droeg in de titel niet de leveranciersnaam maar kreeg als titel ‘Veelbelovende pakketsoftware voor levensverzekeringen’.
De bezoekers zijn dan vooral bekenden en mensen, die door jezelf geattendeerd worden op de posting. En niet de vele onbekenden, die via Google zoeken naar M&ICT of Leanapps.

Kortom, de ervaringen met het bijhouden van een weblog vind ik heel positief en voorlopig ga ik daar mee door. We gaan op weg naar posting nummer 200!

Wednesday, March 10, 2010

Aanbestedingen en verwerving van Open Source

NOiV is de opvolger van Ososs waarover ik 27 februari 2008 schreef. Ooit begon OSOSS in 2006 met een beroemde motie van kamerlid Vendrik. Ik vraag me af, in hoeverre Open Source nu ruim 3 jaar later nog steeds een belangrijk doel is. Immers de leveranciers van gesloten software zijn allemaal meegebogen naar Open Standaarden, zodat ‘customer lock in’- situaties steeds minder voorkomen. Blijft het argument van de kosten, waarbij men zich realiseert, dat open source weliswaar gratis verkrijgbaar is, maar dat het gebruiken en beheren van deze software dus zeker niet gratis is.

Ik bezocht twee bijeenkomsten waar het programma NOiV probeert open source en open standaarden te promoten, in lijn met de eerder genoemde kamermotie. En ik krijg daarbij het idee, dat het promoten van open source een achterhaald doel is. Er zijn wel instellingen, die graag meebewegen in het inzetten van open source. Maar dat vereist wel, dat management en ICT’ers bij zo’n instelling een duidelijke eigen visie hebben op ICT. Veel instellingen vinden het veel gemakkelijker om zich te laten leiden door de visie van een grote ICT-leverancier (zoals IBM, Oracle of Microsoft). Zij stellen begrijpelijkerwijs de vraag: “Wat schieten we op met open source?” Want je gaat conversietrajecten in en riskeert het om gebruikers, die momenteel zeer tevreden zijn bijvoorbeeld met de Microsoft Officesoftware, in de problemen te brengen met een conversie waarom ze niet gevraagd hebben.
Dus zullen veel instellingen blijven bij de closed source van IBM, Oracle, Microsoft e.a. Anders ligt het bijvoorbeeld in Frankrijk, waar de overheid het voor alle overheidsinstellingen verplicht heeft gesteld om gebruik te maken van open source in plaats van Microsoft Office.
Zo niet in Nederland. Het programma NOiV promoot weliswaar het gebruik van open source en open standaarden bij overheden, maar hanteert daarbij het principe ‘comply or explain’. Met andere woorden: Als je keuze niet uitgevallen is voor open source of open standaarden, dan moet je een verhaaltje klaar hebben om het uit te leggen. En zo’n verhaal is er altijd wel.

Volgens mij is de ontwikkeling zo, dat open standaarden wel breed doorzetten, maar open source niet. Immers, de softwareleveranciers buigen mee met de tijdgeest en zorgen ervoor, dat hun software via open standaarden naadloos communiceert met de buitenwereld, zodat de closed software probleemloos past binnen een applicatielandschap. En daarnaast is het een feit, dat de ondersteuning van closed source door leveranciers beter is geregeld dan de ondersteuning van open source. IBM c.s. hebben nog steeds meer solide organisaties staan dan de Red Hats en de open source communities van deze wereld.
Zo kan er een situatie van best of breed ontstaan. Je hanteert een mix van open software en closed software, al naar gelang deze produkten zich bewezen hebben. Sommige open software produkten zijn ijzersterk en onomstreden. Denk aan Apache voor webservers en Mozilla Firefox voor internetbrowsers.

Illustratief was de presentatie van een waterschap (één van de lagere overheden naast provincie en gemeente). Daar was een aanbestedingstraject georganiseerd voor de verwerving van een Content Management Systeem (CMS). De projectleider vertelde, hoe voorwaarden waren ingebouwd om open software uitdrukkelijk een kans te geven. CMS software is bekend als een domein, waar open software hoge ogen gooit met bekende produkten.
Desondanks waren er na de inschrijvingstermijn maar 5 aanbiedingen die aan de voorwaarden voldeden. 3 aanbiedingen vielen af omdat ze niet rechtsgeldig bleken (handtekening van verkeerde persoon bijvoorbeeld of solvabiliteit onvoldoende geacht). De 2 overgebleven aanbieding betroffen dus closed source!
Dit laatste leidde in de zaal tot enigszins honende opmerkingen. Men merkte op, dat de overheid via het programma NOiV uitsluitend met de mond belijdt, dat zij open source promoot. Maar dat er in de uitvoering vervolgens dusdanige belemmeringen worden opgeworpen, dat open source aanbieders geen partij zijn voor de grote leveranciers, die gespecialiseerde staven kunnen inzetten om de gecompliceerde inschrijving succesvol te kunnen doorlopen.

De spreker demonstreerde welke teksten in de aanbesteding zijn opgenomen om open source aanbieders uit te nodigen. De zaal merkte op, dat de volzinnen in deze aanbesteding van de waterschappen beschouwd kunnen worden als windowdressing.
Het blijkt wel, dat de aanpak van de overheid (comply or explain) door velen als boterzacht wordt beschouwd. Maar als de overheid meer dwingend zou optreden, komen ongetwijfeld de leveranciers middels hun ICT-office in het geweer, hetgeen ook al gebeurd is. Volgens mij is per saldo nu het resultaat, dat er geen level playing field is, maar dat de grote leveranciers door de administratieve zwaarte van de aanbestedingsgevechten in het voordeel zijn.

Wednesday, February 24, 2010

Veelbelovende pakketsoftware voor levensverzekeringen

Pakketsoftware in Verzekeringsland heeft mij altijd geboeid. Zie ook mijn posting van 11 februari 2009. Vaak eindigt de belofte van de pakketsoftware in teleurstelling: niet ingeloste beloften, kostenoverschrijdingen en beëindiging van het onvoltooide project.
Pakketten lijken een aantrekkelijke optie want in principe zijn verzekeringsprodukten overal in de kern hetzelfde. In ieder geval bevatten ze dezelfde kerngegevens en hebben ze dezelfde kernprocessen. Maar ‘the devil is in the details’. Pakketten konden het niet waarmaken.
En bovendien werden pakketten telkens verrast door nieuwe technologie. Bij iedere technologyshift viel een generatie pakketleveranciers om.

Ik was op bezoek bij een bevriende actuaris, die na jarenlange ervaring bij verzekeraars en ICT-dienstverleners nu werkt bij pakketleverancier Leanapps.

Dit pakket verraste mij zeer positief. Niet alleen heeft het de belofte om alle processen en produkten van levensverzekeraars te ondersteunen, het heeft ook aantoonbaar alle benodigde bouwstenen beschikbaar om direct implementaties voor verzekeraars te realiseren.
De mensen achter dit pakket hebben zeker 20 jaar ervaring met voorlopers van dit pakket en kregen de kans om helemaal vanaf scratch een nieuw pakket te ontwikkelen. En dan komt volgens mij de crux. Want het inzetten van nieuwe technology (webenabled) is prachtig, maar doorslaggevend is, dat zij in detail snapten welke functionaliteit levenapplicaties nodig hebben.
Zoals ik eerder schreef: hoofdijnen neerzetten en de bedrijfstop enthousiast maken is een koud kunstje. Maar de devil is in the details: het is de kunst om de operationale processen met alle punten en komma’s te bedienen. Daar liepen oude pakketten altijd uit de rails: meerwerk tot een veelvoud van oorspronkelijke ramingen en gigantische overschrijding van planningen, waardoor bedrijven met produktlanceringen in de problemen kwamen, c.q. vastliepen in de operatie omdat al gestopt was met het onderhouden van de oude software.

Het bedrijf Leanapps en zijn produkten bouwen voort op jarenlange ervaring in de branche. En gedegen kennis van de produkten en de processen van verzekeraars. Daarbij zijn de technologiekeuzes stabiel: De applicaties zijn webenabled en gebruiken oracle databases.
Het produktieproces van de software kent een verstandige balans van outsourcing (naar India) van systeembouw en deskundige aansturing vanuit Nederland.
Doordat alle modules die een verzekeringsproces nodig heeft echt gereed zijn, is een Proof of Concept voor een verzekeraar een fluitje van een cent.

Er zijn al de nodige klanten voor deze dienstverlening. Maar wellicht kunnen de grote verzekeraars nog lang doorwerken met wat ze in de loop der jaren aan eigen applicaties hebben ontwikkeld. En waarbij ze zelf intussen de nodige modulaire principes hebben doorgevoerd.
Ik denk mét Leanapps dat er een grote kans ligt in de wereld van de pensioenfondsen. Daar zijn er (te) veel van en een consolidatieslag annex moderniseringsslag kan daar aanstaande zijn. En kant en klare IT is daarbij natuurlijk welkom.

Sunday, February 14, 2010

De promotie van Open Software

De overheid heeft in 2008 het programma NOiV (Nederland Open in Verbinding) gelanceerd. Doel is om het gebruik van Open Standaarden en Open Source te bevorderen. Er is voor overheden en aanverwante organisaties geen verplichting om dat te doen, maar het principe ‘comply or explain’ wordt gehanteerd.
Het programma NOiV probeert nu om voor enkele sectoren Voortrekkers te vinden, die kunnen dienen om de rest van de sector ook te overtuigen van nut en noodzaak van gebruik van Open Standaarden en Open Source. Voor de sector Zorg is het Antonius Ziekenhuis bereid gevonden om als voortrekker te fungeren. Zodoende kreeg ik met vele andere belangstellenden een uitnodiging om op 27 oktober 2009 in het Antonius Ziekenhuis te Utrecht een werkbezoek mee te maken. Het Antonius is als voortrekker gekozen, omdat ze al gedurende 10 jaar kiezen voor Open Source oplossingen en in die tijd onder andere een indrukwekkend Elektronisch Patienten Dossier (EPD) hebben gerealiseerd.

De programma-manager van NOiV legde de aanpak uit. Ze hopen, dat andere ziekenhuizen door het voorbeeld van het St. Antonius worden gestimuleerd om ook keuzes te maken voor Open Standaarden en Open Source. Op de website van NOiV vinden we een verslag van het werkbezoek.

Bij deze noteer ik een aantal punten, die mij zelf bij bleven. En daarnaast nog indrukken, die ik in de zaal en in de wandelgangen opdeed.

Programmamanager Mike Kortekaas van NOiV leidde de bijeenkomst in. Hij geeft aan, dat het programma in 2010 en 2011 resultaten moet opleveren. En volgens mij heeft hij het daar wel moeilijk mee. Ook in deze sessie voor de ziekenhuizen zag ik weinig concreets opbloeien t.a.v. breder gebruik van open source en open standaarden.
Men denkt aan nieuwe businessmodellen met cocreatie en wil ook graag bijdragen in de 20 werkgroepen die het kabinet heeft ingesteld om na de financiële crisis nieuwe inititatieven te nemen. NOiV heeft door Cap Gemini een rapport laten maken over het gebruik van open source en open standaarden in de zorg. Dat heb ik intussen doorgenomen. Cap Gemini concludeert, dat er in de Zorg groot gevaar is voor customer lock-in, omdat er zoveel leverancierspakketten zijn, die het kernproces van de zorg ondersteunen. Wel zien ze ruimte voor open source voor kantoorautomatisering (Open Office), middleware en browsersoftware.

In de presentaties door het Antonius werd de stelling van Cap Gemini bevestigd, dat de leveranciers in feite de ziekenhuizen in de greep houden van ‘proprietary’ softwarepakken.

De overheid (minister Klink op dit moment) werkt aan een EPD alleen voor medicatie en waarneming. Er was nogal wat weerstand in de zaal tegenover de concepten van Antonius; volgens mij snapten de vraagstellers niet dat het landelijk EPD vooral gaat over een schakelpunt. Daarop aansluiten lijkt me geen punt voor een goede applicatie.
Antonius heeft geheel op eigen visie en eigen regie zijn applicatielandschap met open source doorontwikkeld. Bij de vraagstellers uit de zaal proefde ik de behoefte om terug te kunnen vallen op een sterke partij, die ontwikkeling en beheer van applicatielandschap voor zijn rekening neemt. En die partij is er dus niet voor open source; de ziekenhuizen zouden dus gezamenlijk daarover de regie moeten nemen naar het voorbeeld van het Antonius.
Die sfeer was afwezig in de zaal en dat vind ik ook niet gek. Al vele jaren is de trend in ICT om dit vak zoveel mogelijk te outsourcen aan vakkundige specialisten. Wat Antonius heeft gedaan is dus geheel tegen deze trend in en m.i. alleen maar mogelijk, omdat het hoofd ICT iemand is, die zowel praktijkervaring heeft als arts alsook in een eerder leven pakketsoftware heeft ontwikkeld voor huisartsenposten.