Het afgelopen jaar was er veel te lezen en te horen over de invoering van het Elektronisch Patienten Dossier. Dit is typisch zo’n groot nationaal project, dat ik met interesse volg vanwege de grote risico’s van mislukking en uit de rails lopen, die deze projecten vaak met zich brengen. Het is duidelijk, dat het maatschappelijke debat in volle gang is. De minister, gesteund door enige maatschappelijke groeperingen, duwt wat hij kan om het EPD te realiseren. Daarentegen zijn er diverse groepen, die luid en duidelijk daartegen ageren. Hieronder een aantal gebeurtenissen in 2008 en 2009.
- Minister Klink wil met een wet de invoering van het EPD nog in 2009 realiseren.
- Veel burgers protesteren omdat ze vrezen voor hun privacy. Recentelijk worden ze daarin bevestigd door het College Bescherming Persoonsgegevens.
- Artsenorganisaties protesteren tegen de centralistische sturing en de snelheid van de invoering.
- Ziekenhuizen zeggen er niet klaar voor te zijn.
- Landelijke enquetes komen met tegengestelde conclusies over de mening van ‘de Nederlander’.
Er is sprake van een bepaalde dwang vanuit het ministerie van VWS, de eindverantwoordelijken voor de volksgezondheid in Nederland. Zelf heb ik begrip voor de ‘technocratische’ benadering door het ministerie van Volksgezondheid. Want het éénmalig en op één logische plek bewaren van de patiëntengegevens lijkt in het belang van een patient, die waar dan ook en op welk moment dan ook bijvoorbeeld plotseling in een ziekenhuis moet worden opgenomen. Heel concreet is uitgerekend, hoeveel verkeerde medicatie had kunnen worden voorkomen als de juiste gegevens van een patient beschikbaar waren geweest. Maar aan de andere kant kan je zo’n belangrijke verandering niet geforceerd invoeren. Je vraagt dan om technische mislukkingen zoals bij grote automatiseringsprojecten steeds weer blijkt. Bovendien lukt het niet, als je niet draagvlak creëert bij zorgverleners en burgers. En bij die laatste groepen zit veel weerstand.
Minister Klink lijkt zich de veranderkundige aspecten van zo’n grootschalige invoering goed te realiseren, zoals blijkt uit een interview in Digitaal Bestuur.
Bij het ECP-congres in december 2008 hoorde ik presentaties over het Elektronisch Patienten Dossier. Bijvoorbeeld een hele positieve beoordeling door het Patientenplatform. Maar vanuit de zaal golfde de weerstand naar voren. Ik vond die weerstand emotioneel en vaak gebaseerd op verkeerde vooronderstellingen. (“Straks kunnen werkgevers voor het aanstellen van een nieuwe werknemer rondneuzen in zijn EPD.”) En kort daarvoor had minister Klink bij alle Nederlanders een brief laten bezorgen met uitleg en de mogelijkheid om medewerking aan het EPD te weigeren. Een hoog percentage (15%) van de mensen weigerde, naar later bleek zonder te begrijpen waarover het eigenlijk ging. Te snel allemaal dus en te technocratisch “uitgerold”.
Naast het geharrewar over EPD-invoering door de medische wereld is er nog een hele andere interessante ontwikkeling. En dat zijn de zogenaamde Electronic Health Records, die partijen als Google en Microsoft ter beschikking stellen aan burgers. Het initiatief daarbij ligt dus niet bij de medische wereld (de zorgverlener), maar bij de burger (de zorgvrager). Ik zal daar nog eens een aparte posting aan wijden, maar geef alvast een voorbeeld van een enthousiaste toepassing van deze E.H.R.’s.
Hoewel de Nederlandse Patienten Federatie m.b.v. NIPO constateert, dat de meeste Nederlanders positief staan tegenover de invoering van het EPD, was op
20 mei 2009 in de kranten te lezen, dat de meeste Nederlanders geen EPD willen volgens onderzoeker Maurice de Hondt. Als ik zo’n verhaal lees, vraag ik mij af, vanuit welke optiek de mensen zijn benaderd en welke vraagstellingen aan hen zijn voorgelegd. Ik zou zeggen: Laat de invoering van het EPD gewoon doorgaan met uitsluiting van de mensen, die dat niet willen. Zoals ook Klink dat ziet. Deze mensen zullen het wel merken, als ze ooit geconfronteerd worden met tekortschietende medische zorg vanwege het feit, dat hun gegevens niet beschikbaar waren. Wie zijn kontje brandt moet op de blaren zitten…..
Als uitsmijter een rapport van bureau CSC, die in de Verenigde Staten hebben onderzocht welke best practices er elders op de wereld zijn om de Amerikaanse gezondheidszorg te verbeteren, hetgeen zoals bekend een hoge prioriteit is van president Obama en de democratische partij. Het rapport ‘Accomplishing Ehealth: Lessons from Europe” prijst o.a. de Nederlandse centraal geleide initiatieven. Deze initiatieven zijn zeer waardevol zoals Klink al betoogde, maar Amerikaanse consultants kunnen het altijd nog mooier verwoorden. Lees maar het volgende citaat uit hun conclusies: ‘Studies have shown the eHealth initiatives that include electronic health record (EHR) systems connected to a health information exchange (HIE) result in reduction in redundant tests, increases administrative efficiencies, and speeds
processing of referrals, prescriptions, and hospital discharges. eHealth can
improve patient safety by eliminating transcription mistakes, thereby reducing
medication errors and adverse drug events. In addition, the capture and
exchange of patient clinical data opens the door to new alternatives to face-to-face
care provider visits which are equally effective, less costly and more
efficient for patients and providers.’
Tuesday, August 18, 2009
Sunday, August 2, 2009
Opschaling van maatschappelijk relevante ICT-toepassingen
Het ICTU-programma M&ICT (Maatschappelijke sectoren en ICT) organiseert in de periode 2005-2009 twaalf prijsvragen. ICT-toepassingen kunnen meedingen en als ze winnen, wordt een bedrag gedoneerd om verdere uitrol van deze applicatie te bevorderen.
Op 4 juni 2009 organiseerde M&ICT een congres in de Utrechtse Jaarbeurs in het Media Plaza, een prachtig congrescentrum met een innovatieve architectuur. Rondom de centrale congreszaal was een grote ruimte, waarin diverse ICT-toepassingen zich manifesteerden. De meeste waren prijswinnaars van de 10 prijsvragen die M&ICT sedert 2005 uitschreef.
Het congres werd ingeleid door staatssecretaris Frank Heemskerk, de verantwoordelijke bewindsman, en Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Onderwijs is namelijk naast Zorg, Veiligheid en Mobiliteit één van de maatschappelijke sectoren waarop het programma zich richt.
Frank Heemskerk had ik al eerder gezien bij het Electronic Commerce Platform ECP. Ik zie hem als een resultaatgerichte en betrokken man. Hij is ook pleitbezorger voor open software en verantwoordelijk voor de beleidsdoelstelling ‘Nederland Open In Verbinding’.
Hij vertelde, dat hij zijn IT-afdeling vroeg om zijn pc uit te rusten met open software en dat daarbij wel enige weestand te overwinnen was. Iemand die doet aan ‘Practice what you preach!’ Hij heeft dezelfde positieve uitstraling als staatssecretaris Ank Bijleveld die ook wel eens optreedt als het gaat om innovatie en ICT. Ze zijn authentiek.
Heemskerk werd gevraagd naar de doelstelling van 25 procent verlichting in de administratieve lasten. Hij beseft, dat hij dan concrete voorbeelden moet noemen, en doet dat ook. Een praktisch en resultaatgerichte man, die zich niet verliest in wollig gepraat zoals de spreker, die na hem volgde.
Eén van de prijsvraagwinnaars in de afgelopen jaren is een politie-auto vol van technische hoogstandjes. Deze scant tijdens het rijden kentekens en signaleert kentekens, die bijvoorbeeld nog een boete moeten betalen. Heemskerk vertelt, dat de politie vandaag ook met deze hightech-auto hier is. De agent in de zaal staat op en vertelt, dat hij vandaag parkeerde bij de Jaarbeurs en dat er een alarm afging, omdat de scanner op het parkeerterrein een gestolen auto aantrof. De agent meldt, dat de auto intussen is weggehaald. En Heemskerk kan gevat opmerken, dat als de chauffeur van deze VW Golf in de zaal is, hij op tijd weg moet om een trein te vinden!
Heemskerk vertelt desgevraagd, dat het programma M&ICT in 2009 stopt omdat het voor een bepaalde periode (2005-2009) en met een bepaald budget was aangegaan. En daar komt nu een einde aan. Hij gaat wel evalueren en als blijkt, dat dit programma wel degelijk succesvol is in het opschalen van waardevolle initiatieven, dan gaat hij op zoek naar geld. Een verstandige aanpak en ik ben intussen ook zeer nieuwsgierig naar deze evaluatie. Want sommige projecten, waarmee ik kennismaakte zijn echt de moeite waard en potentieel van groot maatschappelijk belang.
De tweede spreker was Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Hij is ontegenzeggelijk enthousiast en weet waarschijnlijk zijn mensen aan te moedigen, maar zijn betoog gaat nergens over en voor ik het weet zat ik te geeuwen: “Enthousiasme, synergie, opschalen, samenwerking, elkaar versterken, een geweldig team in het hbo, er zijn veel kansen, hogescholen zijn belangrijk, maatschappelijk relevant, natuurlijk grote rol voor ICT” etc. Ook erg tokonaal en helemaal bezeten van het HBO, zo’n beetje de drager van Nederland volgens hem. Ik hoorde hem ooit zeggen, dat hij Sociale Academie heeft gedaan en dat hij het een slechte opleiding vond. Bij velen was dat al lang bekend want in de jaren zeventig zaten alle luiwammesen en nonvaleurs van Nederland, zowel cursisten ( ik weiger ze nog altijd studenten te noemen) als docenten, daar zichzelf belangrijk te vinden. Maar hij heeft wel iets van de nivellerende filosofie van die groep meegekregen. Citaat: “Wij vinden altijd, dat de nederlandse research niets voorstelt, maar nu ik me erin verdiep zie ik pas wat een topniveau daar gehaald wordt.” Wij, die wel inzicht hebben in het nederlandse Wetenschappelijk Onderwijs weten al lang, dat diverse wetenschappelijke instellingen in internationale vergelijkingen hoog scoren. En vooral mijn eigen Utrecht is daarin prominent…..
Er zijn doeners en praters. De inleiders demonstreerden dat weer eens. Je hebt ze allebei nodig, maar op beslissende momenten zijn het toch de doeners die de resultaten tot stand brengen.
Ik zal t.z.t. nog eens op mijn weblog enige toepassingen beschrijven, die door het programma M&ICT op de kaart zijn gezet. Zelf was ik vooral onder de indruk van de toepassingen in de Zorg. Deze sector legt een groot beslag op het nationale budget en verhoging van efficiëntie en kwaliteit door toepassing van ICT is alleszins mogelijk. Eén voorbeeldje dan maar:
Telefysiek won in 2007 de tweede prijsvraag van het Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT. Telefysiek maakt beelden van houdings- en bewegingsproblematiek van een patient en laat diverse zorgverleners op verschillende plaatsen (met elkaar) kijken naar die beelden. Met het gewonnen prijsgeld wordt het video teleconsult weer verder opgeschaald. Vier zorginstellingen voeren nu deze dienst uit. Zorgverleners uit eerste lijn (huisartsen), tweede en derde lijns zorg (specialisten) kunnen de patient zien bewegen en daarover overleg plegen. Patienten kunnen zo langer in de eerste lijn blijven; ze worden niet doorverwezen, maar de expertise van de specialisten is voor hen wel beschikbaar. Technisch gezien zijn de prijswinnende applicaties simpel (eenvoudige combinaties van beschikbare technieken), maar het probleem is, dat diverse partijen in een keten niet in staat zijn om samen een nieuwe werkwijze te adopteren. Het programma M&ICT ambieert om dit zogenaamde ‘systeemfalen’ op te lossen: De technieken zijn beschikbaar, maar de partijen in een keten vinden elkaar niet. Of zijn zich niet bewust van de mogelijkheden of weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Ik ben benieuwd, wat de slotevaluatie van Heemskerk zal concluderen over het niveau van de bereikte ‘opschaling’ van Telefysiek en andere prijswinnende applicaties..
Op 4 juni 2009 organiseerde M&ICT een congres in de Utrechtse Jaarbeurs in het Media Plaza, een prachtig congrescentrum met een innovatieve architectuur. Rondom de centrale congreszaal was een grote ruimte, waarin diverse ICT-toepassingen zich manifesteerden. De meeste waren prijswinnaars van de 10 prijsvragen die M&ICT sedert 2005 uitschreef.
Het congres werd ingeleid door staatssecretaris Frank Heemskerk, de verantwoordelijke bewindsman, en Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Onderwijs is namelijk naast Zorg, Veiligheid en Mobiliteit één van de maatschappelijke sectoren waarop het programma zich richt.
Frank Heemskerk had ik al eerder gezien bij het Electronic Commerce Platform ECP. Ik zie hem als een resultaatgerichte en betrokken man. Hij is ook pleitbezorger voor open software en verantwoordelijk voor de beleidsdoelstelling ‘Nederland Open In Verbinding’.
Hij vertelde, dat hij zijn IT-afdeling vroeg om zijn pc uit te rusten met open software en dat daarbij wel enige weestand te overwinnen was. Iemand die doet aan ‘Practice what you preach!’ Hij heeft dezelfde positieve uitstraling als staatssecretaris Ank Bijleveld die ook wel eens optreedt als het gaat om innovatie en ICT. Ze zijn authentiek.
Heemskerk werd gevraagd naar de doelstelling van 25 procent verlichting in de administratieve lasten. Hij beseft, dat hij dan concrete voorbeelden moet noemen, en doet dat ook. Een praktisch en resultaatgerichte man, die zich niet verliest in wollig gepraat zoals de spreker, die na hem volgde.
Eén van de prijsvraagwinnaars in de afgelopen jaren is een politie-auto vol van technische hoogstandjes. Deze scant tijdens het rijden kentekens en signaleert kentekens, die bijvoorbeeld nog een boete moeten betalen. Heemskerk vertelt, dat de politie vandaag ook met deze hightech-auto hier is. De agent in de zaal staat op en vertelt, dat hij vandaag parkeerde bij de Jaarbeurs en dat er een alarm afging, omdat de scanner op het parkeerterrein een gestolen auto aantrof. De agent meldt, dat de auto intussen is weggehaald. En Heemskerk kan gevat opmerken, dat als de chauffeur van deze VW Golf in de zaal is, hij op tijd weg moet om een trein te vinden!
Heemskerk vertelt desgevraagd, dat het programma M&ICT in 2009 stopt omdat het voor een bepaalde periode (2005-2009) en met een bepaald budget was aangegaan. En daar komt nu een einde aan. Hij gaat wel evalueren en als blijkt, dat dit programma wel degelijk succesvol is in het opschalen van waardevolle initiatieven, dan gaat hij op zoek naar geld. Een verstandige aanpak en ik ben intussen ook zeer nieuwsgierig naar deze evaluatie. Want sommige projecten, waarmee ik kennismaakte zijn echt de moeite waard en potentieel van groot maatschappelijk belang.
De tweede spreker was Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad. Hij is ontegenzeggelijk enthousiast en weet waarschijnlijk zijn mensen aan te moedigen, maar zijn betoog gaat nergens over en voor ik het weet zat ik te geeuwen: “Enthousiasme, synergie, opschalen, samenwerking, elkaar versterken, een geweldig team in het hbo, er zijn veel kansen, hogescholen zijn belangrijk, maatschappelijk relevant, natuurlijk grote rol voor ICT” etc. Ook erg tokonaal en helemaal bezeten van het HBO, zo’n beetje de drager van Nederland volgens hem. Ik hoorde hem ooit zeggen, dat hij Sociale Academie heeft gedaan en dat hij het een slechte opleiding vond. Bij velen was dat al lang bekend want in de jaren zeventig zaten alle luiwammesen en nonvaleurs van Nederland, zowel cursisten ( ik weiger ze nog altijd studenten te noemen) als docenten, daar zichzelf belangrijk te vinden. Maar hij heeft wel iets van de nivellerende filosofie van die groep meegekregen. Citaat: “Wij vinden altijd, dat de nederlandse research niets voorstelt, maar nu ik me erin verdiep zie ik pas wat een topniveau daar gehaald wordt.” Wij, die wel inzicht hebben in het nederlandse Wetenschappelijk Onderwijs weten al lang, dat diverse wetenschappelijke instellingen in internationale vergelijkingen hoog scoren. En vooral mijn eigen Utrecht is daarin prominent…..
Er zijn doeners en praters. De inleiders demonstreerden dat weer eens. Je hebt ze allebei nodig, maar op beslissende momenten zijn het toch de doeners die de resultaten tot stand brengen.
Ik zal t.z.t. nog eens op mijn weblog enige toepassingen beschrijven, die door het programma M&ICT op de kaart zijn gezet. Zelf was ik vooral onder de indruk van de toepassingen in de Zorg. Deze sector legt een groot beslag op het nationale budget en verhoging van efficiëntie en kwaliteit door toepassing van ICT is alleszins mogelijk. Eén voorbeeldje dan maar:
Telefysiek won in 2007 de tweede prijsvraag van het Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT. Telefysiek maakt beelden van houdings- en bewegingsproblematiek van een patient en laat diverse zorgverleners op verschillende plaatsen (met elkaar) kijken naar die beelden. Met het gewonnen prijsgeld wordt het video teleconsult weer verder opgeschaald. Vier zorginstellingen voeren nu deze dienst uit. Zorgverleners uit eerste lijn (huisartsen), tweede en derde lijns zorg (specialisten) kunnen de patient zien bewegen en daarover overleg plegen. Patienten kunnen zo langer in de eerste lijn blijven; ze worden niet doorverwezen, maar de expertise van de specialisten is voor hen wel beschikbaar. Technisch gezien zijn de prijswinnende applicaties simpel (eenvoudige combinaties van beschikbare technieken), maar het probleem is, dat diverse partijen in een keten niet in staat zijn om samen een nieuwe werkwijze te adopteren. Het programma M&ICT ambieert om dit zogenaamde ‘systeemfalen’ op te lossen: De technieken zijn beschikbaar, maar de partijen in een keten vinden elkaar niet. Of zijn zich niet bewust van de mogelijkheden of weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Ik ben benieuwd, wat de slotevaluatie van Heemskerk zal concluderen over het niveau van de bereikte ‘opschaling’ van Telefysiek en andere prijswinnende applicaties..
Thursday, July 23, 2009
Een foutloos klantgericht proces
Als professional weet je van procesontwerp en procesverbetering. En wanneer je als klant onverwacht te maken krijgt met een echt klantgericht proces, herken je die kwaliteit en voelt dat als een warm bad. Dat voelde ik zelf in ieder geval toen ik deze zomer in Zuidwest-Frankrijk van de A10 afging om even een hapje te halen bij de lokale vestiging van MacDonalds. Ik kende ongeveer het principe van de MacDonalds drive-in, dus volgde ik de borden die dat aanwezen.
Vervolgens doorliep ik tot mijn verbazing drie perfect werkende processtappen:
1. Een glimlachend meisje met een handheld invoerapparaatje stond buiten, nam de bestelling op en meldde de prijs, 5 euro 10. We konden doorrijden naar haar collega om de hoek.
2. Die collega nam het geld aan en reikte ons de leverbon aan.
3. Een deur verder werd ons de papieren zak met hamburgers aangereikt.
4. En daarbij steeds die vriendelijke en attente behandeling.
We waren minder dan 5 minuten op het terrein en gingen weg met een glimlach vanwege de vriendelijke en vlotte bediening!
Nu kan ik me de volgende reacties voorstellen. Zoals ik ze trouwens ook vaak hoorde van leidinggevenden in bedrijven, waar het kwaliteitsniveau echt wel hoger kon.
1. Wat is daar nou voor bijzonders aan? Antwoord: Het is bijzonder, omdat in 9 van de 10 gevallen processen niét glad lopen. En omdat mensen meestal te maken krijgen met haperende klantprocessen of nog erger.
2. Maar daar hoef je toch geen speciale kwaliteitscampagnes voor te voeren? Dat dóé je toch gewoon. Antwoord: Juist omdat bedrijven er geen moeite voor willen doen blijft het kwaliteitsniveau op een laag niveau. De bedrijven die uitblinken in kwaliteit worden gekenmerkt door een absolute en compromisloze inzet voor kwaliteit en een complete intolerantie voor fouten. En die intolerantie voor fouten richt zich niet op de mensen maar op de processen, m.n. ontwerp en inrichting van de processen.
Ooit hield ex-voetbaltrainer Barry Hughes motivatiebijeenkomsten bij bedrijven. Eén van zijn favoriete voorbeelden was daarbij MacDonalds. Hij wees op de attente, vriendelijke, klantgerichte houding van de jongens en meisjes, die daar werken. (En vergeleek dat met de norse, slome en onverstaanbare antwoorden van geïnterviewde profvoetballers.) Daar moet ik nu aan terugdenken. Want je moet natuurlijk het proces goed ontwerpen, beschrijven en inrichten, maar uiteindelijk wordt het waargemaakt door de mensen die het proces voor de klant uitvoeren. En hoewel ik geen inzicht heb in het personeelsbeleid van MacDonalds, bewijst de praktijk, dat zij in hun werving, selectie en opleiding de juiste aanpak hebben gevonden
Je zou nog kunnen argumenteren, dat het makkelijker is om in een kleine MacDonalds-vestiging een klantgerichte cultuur te handhaven, omdat er maar 10 tot 20 mensen werken. En dat het dus voor een grote bank, verzekeraar of telefoniebedrijf veel moeilijker is. Maar het frappante is, dat MacDonalds dat dus realiseert in honderden vestigingen in Frankrijk en Nederland. En in duizenden vestigingen wereldwijd. Blijkbaar is het toch die eerder genoemde compromisloze inzet voor kwaliteit die in de cultuur is gebakken. Knap.
Vervolgens doorliep ik tot mijn verbazing drie perfect werkende processtappen:
1. Een glimlachend meisje met een handheld invoerapparaatje stond buiten, nam de bestelling op en meldde de prijs, 5 euro 10. We konden doorrijden naar haar collega om de hoek.
2. Die collega nam het geld aan en reikte ons de leverbon aan.
3. Een deur verder werd ons de papieren zak met hamburgers aangereikt.
4. En daarbij steeds die vriendelijke en attente behandeling.
We waren minder dan 5 minuten op het terrein en gingen weg met een glimlach vanwege de vriendelijke en vlotte bediening!
Nu kan ik me de volgende reacties voorstellen. Zoals ik ze trouwens ook vaak hoorde van leidinggevenden in bedrijven, waar het kwaliteitsniveau echt wel hoger kon.
1. Wat is daar nou voor bijzonders aan? Antwoord: Het is bijzonder, omdat in 9 van de 10 gevallen processen niét glad lopen. En omdat mensen meestal te maken krijgen met haperende klantprocessen of nog erger.
2. Maar daar hoef je toch geen speciale kwaliteitscampagnes voor te voeren? Dat dóé je toch gewoon. Antwoord: Juist omdat bedrijven er geen moeite voor willen doen blijft het kwaliteitsniveau op een laag niveau. De bedrijven die uitblinken in kwaliteit worden gekenmerkt door een absolute en compromisloze inzet voor kwaliteit en een complete intolerantie voor fouten. En die intolerantie voor fouten richt zich niet op de mensen maar op de processen, m.n. ontwerp en inrichting van de processen.
Ooit hield ex-voetbaltrainer Barry Hughes motivatiebijeenkomsten bij bedrijven. Eén van zijn favoriete voorbeelden was daarbij MacDonalds. Hij wees op de attente, vriendelijke, klantgerichte houding van de jongens en meisjes, die daar werken. (En vergeleek dat met de norse, slome en onverstaanbare antwoorden van geïnterviewde profvoetballers.) Daar moet ik nu aan terugdenken. Want je moet natuurlijk het proces goed ontwerpen, beschrijven en inrichten, maar uiteindelijk wordt het waargemaakt door de mensen die het proces voor de klant uitvoeren. En hoewel ik geen inzicht heb in het personeelsbeleid van MacDonalds, bewijst de praktijk, dat zij in hun werving, selectie en opleiding de juiste aanpak hebben gevonden
Je zou nog kunnen argumenteren, dat het makkelijker is om in een kleine MacDonalds-vestiging een klantgerichte cultuur te handhaven, omdat er maar 10 tot 20 mensen werken. En dat het dus voor een grote bank, verzekeraar of telefoniebedrijf veel moeilijker is. Maar het frappante is, dat MacDonalds dat dus realiseert in honderden vestigingen in Frankrijk en Nederland. En in duizenden vestigingen wereldwijd. Blijkbaar is het toch die eerder genoemde compromisloze inzet voor kwaliteit die in de cultuur is gebakken. Knap.
Saturday, July 11, 2009
De Beurs ‘Overheid en ICT’ 2009
Mijn eerste indruk was, dat deze beurs kleiner was in dan voorgaande jaren. Maar in de beurscatalogus lees ik dan, dat het aantal exposanten met 10% is gegroeid naar 145. Zou dat komen door het grote aantal kleine exposanten, waar in een stand van vier vierkante meter 1 of 2 personen achter een PC zitten te wachten op passanten?
In ieder geval kon ik de vertegenwoordigers van de elektronische overheid niet meer vinden (ICTU, Kenniscentrum etcetera). Wellicht oordelen zij, dat de standaarden en initiatieven die zij propageren al voldoende geland zijn bij overheden en leveranciers. En dat is volgens mij ook zo. Want als ik een indruk van deze beurs zou willen weergeven, zou dat zijn: implementatie van de elektronische overheid. Daarmee bedoel ik, dat het niet zozeer gaat om het propageren van nieuwe ideeën, maar vooral om daadwerkelijke invoering van allerlei overrijpe technische mogelijkheden. Er zijn intussen legio voorbeelden van loketten van overheden, die steeds nauwer geïntegreerd worden met de achterliggende back-offices.
En de leveranciers zullen zich meer dan ooit storten op de overheidsmarkt, nu financiële dienstverlening en industrie door de crisis voorlopig even de hand op de knip houden voor investeringen in ICT.
De beurscatalogus was verzorgd door Kluwer, een hoofdsponsor van deze beurs. Met name het tijdschrift Digitaal Bestuur heeft zich een plaats verworven binnen de e-overheid. Het internetforum van Digitaal Bestuur is een plaats waar actuele onderwerpen worden bediscussiëerd. Zie bijvoorbeeld mijn postings over Gateway van 27 maart j.l. en E-formulieren van 3 juni j.l. De speciale beurseditie van Digitaal Bestuur voerde o.a. een artikel “Pas op voor de midoffice hype”. De midoffice is de applicatielaag die gemeenten implementeren om de loketten te verbinden met allerlei bestaande applicaties en bestanden, waarin de relevante gegevens van burger en overheid zich bevinden. Beschreven wordt hoe sommige gemeenten daarbij verloren zijn geraakt in een te ambitieuze en te gecompliceerde aanpak. Het oude verhaal…. Ik herinner mij, dat ik een half jaar geleden in tijdschrift Proces&Document een interview las met de midoffice projectleider van Nieuwegein, één van de samenwerkende zogenaamde ANDEZ-gemeenten. Daarin bespeurde ik al de te zware aanpak: tientallen formulieren inventariseren en die planmatig gaan digitaliseren in plaats van te kiezen voor enkele simpele, maar veel gebruikte formulieren.
In het Open Source paviljoen luisterde ik naar een presentatie van AT Computing over een open source project bij het RIVM. Professioneel verhaal. Ik had in december 2007 al kennisgemaakt met AT Computing op het OSOSS congres in Den Haag. (Zie mijn posting 27 februari 2008). AT Computing is echt een club die ik er bij zou halen, als ik behoefte zou hebben aan een onafhankelijke en deskundige adviseur op het gebied van open source.
Bij RIVM zochten zij een pragmatische combinatie van open source en proprietary systemen.
Het systeemcluster van RIVM was te complex geworden en AT Computing deed een audit naar stabiliteit, schaalbaarheid en transparantie. O.a. door invoering van een nieuw Linuxplatform en door gebruik te maken van virtualisatie en storageconsolidatie werd de stabiliteit verbeterd.
Verder hoorde ik een verhaal van Circle Software over het gebruik van Microsoft Share Point voor het inrichten van portals en het invoeren van Document Management. De zaal zat stampvol en blijkbaar was dat ook zo geweest op de andere dagen. Goed verhaal. Een sales manager met priemende ogen, die de materie kende maar vooral het gehoor afspeurde op potentiele leads. En een managing consultant, die pragmatisch vertelde over de mogelijkheden en beperkingen van deze Microsoft-tool. Hoewel de zaal stampvol was, kwam er op het einde van de presentatie geen enkele vraag. Mijn conclusie: Veel mensen orienteren zich op deze oplossingen en zijn benieuwd naar Microsoft Share Point. Weinig mensen hebben al concrete stappen gezet om hun eigen vraagstukken op te lossen door digitalisering. Ideaal natuurlijk voor Circle Software, zo’n zaal vol mensen op zoek naar hulp…..
Die elektronische overheid schrijdt gestaag voort en het zal helpen, dat veel resources door de financiële crisis vanuit financiele dienstverlening en industrie hun weg zullen zoeken naar tot nu toe minder ontgonnen markten als overheid, zorg en onderwijs.
In ieder geval kon ik de vertegenwoordigers van de elektronische overheid niet meer vinden (ICTU, Kenniscentrum etcetera). Wellicht oordelen zij, dat de standaarden en initiatieven die zij propageren al voldoende geland zijn bij overheden en leveranciers. En dat is volgens mij ook zo. Want als ik een indruk van deze beurs zou willen weergeven, zou dat zijn: implementatie van de elektronische overheid. Daarmee bedoel ik, dat het niet zozeer gaat om het propageren van nieuwe ideeën, maar vooral om daadwerkelijke invoering van allerlei overrijpe technische mogelijkheden. Er zijn intussen legio voorbeelden van loketten van overheden, die steeds nauwer geïntegreerd worden met de achterliggende back-offices.
En de leveranciers zullen zich meer dan ooit storten op de overheidsmarkt, nu financiële dienstverlening en industrie door de crisis voorlopig even de hand op de knip houden voor investeringen in ICT.
De beurscatalogus was verzorgd door Kluwer, een hoofdsponsor van deze beurs. Met name het tijdschrift Digitaal Bestuur heeft zich een plaats verworven binnen de e-overheid. Het internetforum van Digitaal Bestuur is een plaats waar actuele onderwerpen worden bediscussiëerd. Zie bijvoorbeeld mijn postings over Gateway van 27 maart j.l. en E-formulieren van 3 juni j.l. De speciale beurseditie van Digitaal Bestuur voerde o.a. een artikel “Pas op voor de midoffice hype”. De midoffice is de applicatielaag die gemeenten implementeren om de loketten te verbinden met allerlei bestaande applicaties en bestanden, waarin de relevante gegevens van burger en overheid zich bevinden. Beschreven wordt hoe sommige gemeenten daarbij verloren zijn geraakt in een te ambitieuze en te gecompliceerde aanpak. Het oude verhaal…. Ik herinner mij, dat ik een half jaar geleden in tijdschrift Proces&Document een interview las met de midoffice projectleider van Nieuwegein, één van de samenwerkende zogenaamde ANDEZ-gemeenten. Daarin bespeurde ik al de te zware aanpak: tientallen formulieren inventariseren en die planmatig gaan digitaliseren in plaats van te kiezen voor enkele simpele, maar veel gebruikte formulieren.
In het Open Source paviljoen luisterde ik naar een presentatie van AT Computing over een open source project bij het RIVM. Professioneel verhaal. Ik had in december 2007 al kennisgemaakt met AT Computing op het OSOSS congres in Den Haag. (Zie mijn posting 27 februari 2008). AT Computing is echt een club die ik er bij zou halen, als ik behoefte zou hebben aan een onafhankelijke en deskundige adviseur op het gebied van open source.
Bij RIVM zochten zij een pragmatische combinatie van open source en proprietary systemen.
Het systeemcluster van RIVM was te complex geworden en AT Computing deed een audit naar stabiliteit, schaalbaarheid en transparantie. O.a. door invoering van een nieuw Linuxplatform en door gebruik te maken van virtualisatie en storageconsolidatie werd de stabiliteit verbeterd.
Verder hoorde ik een verhaal van Circle Software over het gebruik van Microsoft Share Point voor het inrichten van portals en het invoeren van Document Management. De zaal zat stampvol en blijkbaar was dat ook zo geweest op de andere dagen. Goed verhaal. Een sales manager met priemende ogen, die de materie kende maar vooral het gehoor afspeurde op potentiele leads. En een managing consultant, die pragmatisch vertelde over de mogelijkheden en beperkingen van deze Microsoft-tool. Hoewel de zaal stampvol was, kwam er op het einde van de presentatie geen enkele vraag. Mijn conclusie: Veel mensen orienteren zich op deze oplossingen en zijn benieuwd naar Microsoft Share Point. Weinig mensen hebben al concrete stappen gezet om hun eigen vraagstukken op te lossen door digitalisering. Ideaal natuurlijk voor Circle Software, zo’n zaal vol mensen op zoek naar hulp…..
Die elektronische overheid schrijdt gestaag voort en het zal helpen, dat veel resources door de financiële crisis vanuit financiele dienstverlening en industrie hun weg zullen zoeken naar tot nu toe minder ontgonnen markten als overheid, zorg en onderwijs.
Subscribe to:
Posts (Atom)