Tuesday, June 16, 2009

Kosten-batenanalyses voor ICT-projecten

Het Actieprogramma Maatschappelijke Sectoren & ICT organiseerde in het voorjaar workshops over dit onderwerp. Daarin werd de leidraad Kosten-batenanalyses toegelicht. Deze is door bureau Ecorys in opdracht van het ministerie van Economische Zaken ontwikkeld. Met als doel om voor ICT-projecten realistische kosten-batenanalyses te maken, zodat de besluitvorming daaromtrent kan worden verbeterd.

Na het volgen van deze workshop moet ik zeggen, dat deze echt een waardevolle handreiking biedt en dat het aangeboden materiaal van kwalitatief hoog niveau is.
Het blijft belangrijk om de basale vragen niet te vergeten:
Bereiken wij wel de doelen die wij nastreven?
Is er een alternatieve en meer geschikte manier om de dienstverlening te verbeteren?
Levert het project wel meer op voor de maatschappij dan het heeft gekost?
Interessant is ook het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de begrippen KBA en de veel gebruikte term business case. De KBA probeert alle maatschappelijke effecten mee te rekenen, waar een business case zich beperkt tot de effecten die voor een bepaalde organisatie relevant zijn.
Deze KBA is een verbijzondering van de zogenaamde OEI-leidraad. In 2000 is in een kabinetsbesluit vastgesteld, dat voor alle projecten van nationaal belang een kosten-batenanalyse moet worden opgesteld conform de OEI-leidraad. (Het mislukken van grote projecten blijft overigens in Nederland voortdurend een bron van zorg. Op maandag 6 april j.l. las ik in het Algemeen Dagblad een artikel over het ‘debacle met de Noord-Zuidlijn’ van de Amsterdamse metro. Daarin beweert Professor Hennes de Ridder van TU Delft stellig, dat wij in Nederland niet kunnen omgaan met ingewikkelde bouwprocessen. En voorts rapporteerde in 2008 de Algemene Rekenkamer over het mislukken van grote ICT-projecten van de overheid.)

De opzet van deze leidraad is methodisch. Het is duidelijk dat hier serieuze economen achter zitten. Persoonlijk heb ik bij diverse gelegenheden bijdragen geleverd aan kosten baten analyses, maar ik heb nooit zo’n methodische benadering gezien als in deze leidraad.
Hoewel de leidraad heel methodisch is opgezet, wordt ook nuance ingebracht. Want niet altijd is het verantwoord om heel precies en heel diepgaand de kosten-batenanalyse door te voeren. De leidraad bevat een checklist om te bepalen hoe ver je moet gaan met de diepgang van je kosten-batenanalyse. Maar ook bij een ‘light’-uitvoering van de KBA doorloop je wel alle relevante stappen.
Al met al worden van overheidswege goede pogingen ondernomen om te leren bij het voorbereiden en uitvoeren van projecten. Eerder schreef ik al eens over het toepassen van de Gateway-methodiek, zoals aanbevolen door de Rekenkamer na hun onderzoek naar het mislukken van grote ICT-projecten van de overheid. En nu dan deze handreiking kosten-baten analyse om het rekenwerk vooraf professioneel en objectief uit te voeren. Het is nu zaak om ook te ‘handhaven’ (om maar een overheidsterm te gebruiken), dat die professionele aanpakken ook daadwerkelijk serieus worden toegepast. Want het probleem is altijd weer dat Opportunisme, Naïviteit en Machtsspellen de keuzes lijken te bepalen.

Voor liefhebbers is de complete leidraad van 80 pagina’s als PDF-document te downloaden via de link naar ICTU.

Wednesday, June 3, 2009

e-Formulieren

ICTU ontwikkelt bouwstenen voor de elektronische overheid.
Daartoe stuurt zij diverse programma’s aan. Eén van die programma’s is eFormulieren.
Dat programma helpt overheden (m.n. gemeenten) om elektronische formulieren te gaan gebruiken. Op het forum van Digitaal Bestuur verscheen een zeer kritisch artikel over de prestaties van het programma. En ik heb gemeend in deze discussie een duit in het zakje te doen:

QUOTE
Ik las voorgaand kritisch artikel over het programma eFormulieren, maar vind, dat je er ook heel anders naar kunt kijken. Met verwijzing naar het gezegde: De fles is half leeg, maar je kunt hem ook beschouwen als half vol.

Vastgesteld wordt, dat het programma eFormulieren naar het oordeel van de auteur tekortschiet en dat het programma links en rechts wordt ingehaald door initiatieven in de markt. De markt wordt hier gevormd door innovatieve leveranciers en pionierende gemeentelijke overheden.
Mijns inziens is de rol van ICTU vooral om zaken in gang te zetten, de mogelijkheden van nieuwe technologie te propageren en ontwikkelingen te katalyseren. Ik vind het niet vreemd, dat centrale sturing van zo’n groot domein, omvattende alle Nederlandse overheden, zijn grenzen heeft. En ik vind het zelfs wenselijk, dat de markt niet afwacht en zelf innovatieve ontwikkelingen initieert.
Dan kan de centrale sturing zich beperken tot de randvoorwaarden en de architectuur, zoals NORA doet. Want decentrale ontwikkelingen zijn goed, mits overheden wel kunnen blijven samenwerken. Geen eilandautomatisering dus.
En wat de kosten betreft, is er niets nieuws onder de zon. Achteraf gezien kan het altijd goedkoper, maar dan is het ook geen innovatie meer maar een herhaalprodukt.

Concluderend: ICTU heeft met eFormulieren veel in gang gezet en gaat daarmee door. Daarnaast is het niet erg, dat anderen initatief nemen en op bepaalde terreinen ICTU overbodig maken.
UNQUOTE

Tuesday, May 19, 2009

Zorg&ICT

Van 18 tot20 maart werd de beurs Zorg&ICT in Utrecht gehouden. Vakblad Zorg-magazine.nl schrijft over deze beurs: ‘De zorgsector is er één waar groei inzit. Was het tot enkele jaren geleden zo dat de zorg de kat uit de boom keek, nu leeft meer dan ooit het besef dat de inzet van ICT de kwaliteit van de zorg verbetert.’ Onderstaande indrukken vormen uiteraard maar een hele kleine greep uit de veelheid van exposanten ter plekke.
Op de beurs ontmoette ik een oude collega, die ook vanouds gericht was op de elektronische overheid maar zijn belangstelling heeft ontwikkeld naar de snel ontwikkelende zorgsector. Sedert januari j.l. is hij zelfs een weblog gaan bijhouden over mobiele toepassingen in de zorg. Als medeblogger begrijp ik iets van zijn drijfveren. Hij slaagt erin om dagelijks over ontwikkelingen te schrijven, hetgeen veel inzet en onderzoek vraagt. Petje af daarvoor.

Grote speler IBM was goed vertegenwoordigd op de beurs. Zij zien als belangrijke aanbieder van middleware mogelijkheden om verbindingen te leggen in het verzuilde applicatielandschap in de zorg. En spelen een rol in IHE (Integrating the Healthcare Enterprise), een onafhankelijk internationaal samenwerkingsverband van gebruikers en leveranciers in de zorgsector.
Ik heb in eerdere postings regelmatig mijn bewondering laten blijken voor de veerkracht en de kwaliteit van dit bedrijf. En ook nu weer toonden zij in kort bestek hun brede inzet op het terrein van de zorg. Op die markt krijgen zij natuurlijke massieve impulsen op hun thuismarkt Amerika. De tweede spreker, een ingenieur uit Duitsland, was een typische lifelong IBM-techneut. Had zijn hele carrière uiteraard Engels gesproken en het was alsof ik Arnold Schwarzenegger hoorde spreken. (Hetgeen ik ervaar als een sympathieke klank.) Zijn verhaal over massale gegevensopslag vond ik echter niet passend bij de gemiddelde beursbezoeker (veel mensen die wegliepen of in slaap vielen), maar het toonde aan, waar vanouds de kracht van IBM wortelt, namelijk in de hardware.

Sprekers over informatiebeveiliging zoek ik altijd op, want daar blijf ik van leren. Ditmaal was er een spreker van Symantec, dat o.a. de Nortonsuite voert. In de Zorg blijkt security een issue te zijn gezien recente publicaties. De awareness is nog erg laag. (Passwords op de PC plakken en uitwisselen, gegevens laten slingeren etc.)
De spreker van Symantec had de trends in Gezondheid opgezocht. Hij noemde geen bron, maar het leek mij een herkenbare opsomming
1. Het foutenpercentage in de zorg terugbrengen.
2. Upgrade van klinische systemen.
3. EPD implementatie conform NEN7510.
4. Continuiteit de processen
5. Integratie van multivendorsystemen.
Daarna liep hij de hoofdstukken van NEN na en matchte deze met de 6 competenties van Symantec. Een systematische aanpak, voor mij verhelderend en leerzaam. Voor het inventarisren van het beveiligingsbeleid opperde hij de volgende stappen:
- Eerst inventariseren wat je hebt aan hardware;
- Inventariseer je gegevens en zie of data het netwerk verlaat;
- Inventariseer de software; wie gebruikt wat?;
- Koppel die inventarisatie aan de licentiekosten;
- Bepaal de awareness voor technologie; (Daar zijn hulpmiddelen voor zoals games.)

De firma Furore besprak de mogelijkheden van zogenaamde Personal Health Records, PHR’s. Het fenomeen van de PHR is in Amerika al wijd verbreid. Wij kennen de voorbeelden als Microsoft Health Vault en Google Health, maar in de VS zijn er ongeveer 200 van die applicaties. Het is een uiting van het feit, dat de patient steeds mondiger wordt en graag wil participeren in zijn gezondheidszorg. De spreker vergeleek de mogelijkheden met die van het Elektronisch Patientendossier (EPD) dat we in Nederland kennen. Een duidelijk verschil is dat PHR’s worden beheerd en gebruikt door de patient en dat ons EPD vooral is ontwikkeld als een behoefte van de zorgverlener. Ik zal nog wel eens meer uitgebreid terugkomen op het fenomeen EPD.

Thursday, May 7, 2009

ZZP’ ers

Onlangs luisterde ik naar Business Network Radio, waar tijdens lunchtijd de bekende beleggingsanalist Kees de Kort zijn visie gaf op de crisis en de recente prognoses van het CBS. De Kort is altijd een ras pessimist en kraakte dus de cijfers van het CBS als zijnde te optimistisch. Eén opmerking die hij maakte, vond ik echter wel degelijk hout snijden. CBS rapporteerde namelijk, dat de stijging van de werkloosheid meevalt. Waarop De Kort stelde, dat in de Nederlandse economie van heden ten dage een groot deel van het werk wordt gedaan door uitzendkrachten en zzp’ers. En als bedrijven de activiteit terugdraaien, zullen ze al eerste deze categorieën medewerkers afstoten. En hun ‘werkloosheid’ komt niet terug in de cijfers van het CBS.

Zzp’ers (Zelfstandigen zonder Personeel) associeerde ik zelf altijd met bouwvakkers, die niet meer ‘bij een baas’ maar voor eigen rekening hun diensten aanbieden. Maar in feite is een consultant, die als DGA van zijn éénmans-BV functioneert, ook een zzp’er. Een onderzoeker, die ik hieronder citeer, richtte zich vooral op het hogere segment van de zzp’ers. En hij introduceert het begrip ‘zelfstandige professional’.
Deze onderzoeker werd 8 april j.l. geportretteerd in de Kamer van Koophandel krant. Hij bevestigt, dat de meeste zzp’ers kiezen voor zelfstandigheid vanwege de onafhankelijkheid en het plezier. Arjan van den Born promoveerde 13 maart 2009 op het onderwerp ‘zelfstandige professional’.
Hij stelt, dat het succes van een zzp’er gerelateerd is aan zijn markt, zijn netwerk en zijn specialisme. Dat is niet verrassend. Het succes heeft overigens geen relatie met de motivatie van de zzp’er, zo stelt hij. Dat vind ik ook niet verrassend, want motivatie is een interne factor, terwijl de andere factoren externe en marktgedreven factoren zijn. En die bepalen of je als zzp’er in een markt een plek kunt veroveren en behouden. Wél verrassend vond ik de gegevens over gemiddelde jaaromzet van zzp’ers, gerubriceerd naar hun specialisme:

Interimmanagers 121.000 Euro
IT’ers 112k
Organisatieadviseurs 111k
Journalisten 50k
Kunstenaars 47k
Vertalers 36k
Gemiddelde van alle categorieën 85k

Voor veel mensen blijkt zelfstandigheid geen vetpot te zijn, want je moet je realiseren, dat leegloop, vakantie, ziekteverzuim, oudedagsvoorziening en alle beroepskosten door de zzp’er zelf moeten worden opgebracht. Het bevestigt wel de conclusie, dat de vrijheid en de arbeidssatisfactie voor deze zelfstandigen een belangrijke ‘motivator’ zijn en niet op de eerste plaats het materiële gewin.
Van den Born is optimistisch voor de toekomst. Hij verwacht structurele groei van het aantal freelancers. En stelt dat binnen grote bedrijven de veelbeschreven netwerkeconomie niet van de grond komt. En dat zzp’ers de enigen zijn, die de netwerkeconomie mogelijk kunnen maken.

Maar zzp’ers kunnen het zwaar hebben in de huidige crisis. In de huidige omstandigheden zullen velen door hun reserves heen geraken. Zo sprak ik onlangs een projectmanager, die ik heb leren kennen als een kundige professional, die altijd gemakkelijk nieuwe klussen vond. Hij was sedert september 2008 plotseling in een vacuum beland en zag na een half jaar het einde van zijn reserves in zicht komen. Uiteraard zal zo’n marksituatie ook gevolgen hebben voor de marktprijzen, de tarieven. Voornoemde projectmanager was intussen bereid om zijn tarief van 125 naar 60 euro omlaag te brengen. Op de site van Freelance.nl las ik daarover een discussie. Freelance is een intermediair tussen freelancers en opdrachtgevers. Sommige freelancers stelden, dat opdrachtgevers misbruik maken van de marktsituatie door de tarieven sterk af te knijpen. Freelance geeft daarop het volgende commentaar en daarmee ben ik het eens. De markt zal uiteindelijk het huidige evenwichtstarief bepalen. Uit nieuwsbrief Freelance eind maart 09:
“Volgens freelance.nl is het in het belang van iedereen die deelneemt aan de site om zich zo goed mogelijk te profileren. Een aangeboden opdracht en gevraagde vaardigheden van een freelancer moeten helder omschreven en duidelijk zijn. Een freelancer zal zich goed moeten
profileren en onderscheiden. Zo zal de beste match tussen vraag en aanbod mogelijk worden. Bij die match zal het tarief zeker tellen. De opdrachtgever krijgt wat hij wil en wat hij verdient. Voor de freelancer geldt dat ook. Een enthousiaste aanmelding als freelancer, en een professionele reactie als opdrachtgever leggen de basis voor vertrouwen. Zo groeit het aantal succesvolle matches. De meer dan nieuwe 100 opdrachten per dag (nergens in Nederland wordt op 1 plaats zoveel nieuw (tijdelijk) werk aangeboden) bevestigen het nut van
deze marktplaats voor een sterk groeiend aantal (pro-)freelancers en opdrachtgevers.”

Ten slotte ter overweging de gedachten van kennistheoreticus prof. dr Arnold Cornelis. Hij stelt in zijn boek ‘De vertraagde tijd’, dat de mens een bepaalde interne klok heeft, een ritme waarin hij zichzelf stuurt, werkt, leert en zich ontwikkelt. Naast die interne klok loopt een externe klok, het ritme waarin de omgeving, de maatschappij of het bedrijf eisen stelt aan een persoon. Wanneer die externe klok de interne klok overheerst heeft de persoon geen greep meer op zijn ontwikkeling; verminderde arbeidssatisfactie en burn-out zouden daaruit volgen. Volgens mij is dit ook een verklaring voor grotere tevredenheid en welbevinden van zzp’ers. Zij bepalen zelf in hoge mate, wat zij doen, waar zij werken, wanneer zij extra inspanningen willen leveren en wanneer het genoeg is.