Tuesday, May 19, 2009

Zorg&ICT

Van 18 tot20 maart werd de beurs Zorg&ICT in Utrecht gehouden. Vakblad Zorg-magazine.nl schrijft over deze beurs: ‘De zorgsector is er één waar groei inzit. Was het tot enkele jaren geleden zo dat de zorg de kat uit de boom keek, nu leeft meer dan ooit het besef dat de inzet van ICT de kwaliteit van de zorg verbetert.’ Onderstaande indrukken vormen uiteraard maar een hele kleine greep uit de veelheid van exposanten ter plekke.
Op de beurs ontmoette ik een oude collega, die ook vanouds gericht was op de elektronische overheid maar zijn belangstelling heeft ontwikkeld naar de snel ontwikkelende zorgsector. Sedert januari j.l. is hij zelfs een weblog gaan bijhouden over mobiele toepassingen in de zorg. Als medeblogger begrijp ik iets van zijn drijfveren. Hij slaagt erin om dagelijks over ontwikkelingen te schrijven, hetgeen veel inzet en onderzoek vraagt. Petje af daarvoor.

Grote speler IBM was goed vertegenwoordigd op de beurs. Zij zien als belangrijke aanbieder van middleware mogelijkheden om verbindingen te leggen in het verzuilde applicatielandschap in de zorg. En spelen een rol in IHE (Integrating the Healthcare Enterprise), een onafhankelijk internationaal samenwerkingsverband van gebruikers en leveranciers in de zorgsector.
Ik heb in eerdere postings regelmatig mijn bewondering laten blijken voor de veerkracht en de kwaliteit van dit bedrijf. En ook nu weer toonden zij in kort bestek hun brede inzet op het terrein van de zorg. Op die markt krijgen zij natuurlijke massieve impulsen op hun thuismarkt Amerika. De tweede spreker, een ingenieur uit Duitsland, was een typische lifelong IBM-techneut. Had zijn hele carrière uiteraard Engels gesproken en het was alsof ik Arnold Schwarzenegger hoorde spreken. (Hetgeen ik ervaar als een sympathieke klank.) Zijn verhaal over massale gegevensopslag vond ik echter niet passend bij de gemiddelde beursbezoeker (veel mensen die wegliepen of in slaap vielen), maar het toonde aan, waar vanouds de kracht van IBM wortelt, namelijk in de hardware.

Sprekers over informatiebeveiliging zoek ik altijd op, want daar blijf ik van leren. Ditmaal was er een spreker van Symantec, dat o.a. de Nortonsuite voert. In de Zorg blijkt security een issue te zijn gezien recente publicaties. De awareness is nog erg laag. (Passwords op de PC plakken en uitwisselen, gegevens laten slingeren etc.)
De spreker van Symantec had de trends in Gezondheid opgezocht. Hij noemde geen bron, maar het leek mij een herkenbare opsomming
1. Het foutenpercentage in de zorg terugbrengen.
2. Upgrade van klinische systemen.
3. EPD implementatie conform NEN7510.
4. Continuiteit de processen
5. Integratie van multivendorsystemen.
Daarna liep hij de hoofdstukken van NEN na en matchte deze met de 6 competenties van Symantec. Een systematische aanpak, voor mij verhelderend en leerzaam. Voor het inventarisren van het beveiligingsbeleid opperde hij de volgende stappen:
- Eerst inventariseren wat je hebt aan hardware;
- Inventariseer je gegevens en zie of data het netwerk verlaat;
- Inventariseer de software; wie gebruikt wat?;
- Koppel die inventarisatie aan de licentiekosten;
- Bepaal de awareness voor technologie; (Daar zijn hulpmiddelen voor zoals games.)

De firma Furore besprak de mogelijkheden van zogenaamde Personal Health Records, PHR’s. Het fenomeen van de PHR is in Amerika al wijd verbreid. Wij kennen de voorbeelden als Microsoft Health Vault en Google Health, maar in de VS zijn er ongeveer 200 van die applicaties. Het is een uiting van het feit, dat de patient steeds mondiger wordt en graag wil participeren in zijn gezondheidszorg. De spreker vergeleek de mogelijkheden met die van het Elektronisch Patientendossier (EPD) dat we in Nederland kennen. Een duidelijk verschil is dat PHR’s worden beheerd en gebruikt door de patient en dat ons EPD vooral is ontwikkeld als een behoefte van de zorgverlener. Ik zal nog wel eens meer uitgebreid terugkomen op het fenomeen EPD.

Thursday, May 7, 2009

ZZP’ ers

Onlangs luisterde ik naar Business Network Radio, waar tijdens lunchtijd de bekende beleggingsanalist Kees de Kort zijn visie gaf op de crisis en de recente prognoses van het CBS. De Kort is altijd een ras pessimist en kraakte dus de cijfers van het CBS als zijnde te optimistisch. Eén opmerking die hij maakte, vond ik echter wel degelijk hout snijden. CBS rapporteerde namelijk, dat de stijging van de werkloosheid meevalt. Waarop De Kort stelde, dat in de Nederlandse economie van heden ten dage een groot deel van het werk wordt gedaan door uitzendkrachten en zzp’ers. En als bedrijven de activiteit terugdraaien, zullen ze al eerste deze categorieën medewerkers afstoten. En hun ‘werkloosheid’ komt niet terug in de cijfers van het CBS.

Zzp’ers (Zelfstandigen zonder Personeel) associeerde ik zelf altijd met bouwvakkers, die niet meer ‘bij een baas’ maar voor eigen rekening hun diensten aanbieden. Maar in feite is een consultant, die als DGA van zijn éénmans-BV functioneert, ook een zzp’er. Een onderzoeker, die ik hieronder citeer, richtte zich vooral op het hogere segment van de zzp’ers. En hij introduceert het begrip ‘zelfstandige professional’.
Deze onderzoeker werd 8 april j.l. geportretteerd in de Kamer van Koophandel krant. Hij bevestigt, dat de meeste zzp’ers kiezen voor zelfstandigheid vanwege de onafhankelijkheid en het plezier. Arjan van den Born promoveerde 13 maart 2009 op het onderwerp ‘zelfstandige professional’.
Hij stelt, dat het succes van een zzp’er gerelateerd is aan zijn markt, zijn netwerk en zijn specialisme. Dat is niet verrassend. Het succes heeft overigens geen relatie met de motivatie van de zzp’er, zo stelt hij. Dat vind ik ook niet verrassend, want motivatie is een interne factor, terwijl de andere factoren externe en marktgedreven factoren zijn. En die bepalen of je als zzp’er in een markt een plek kunt veroveren en behouden. Wél verrassend vond ik de gegevens over gemiddelde jaaromzet van zzp’ers, gerubriceerd naar hun specialisme:

Interimmanagers 121.000 Euro
IT’ers 112k
Organisatieadviseurs 111k
Journalisten 50k
Kunstenaars 47k
Vertalers 36k
Gemiddelde van alle categorieën 85k

Voor veel mensen blijkt zelfstandigheid geen vetpot te zijn, want je moet je realiseren, dat leegloop, vakantie, ziekteverzuim, oudedagsvoorziening en alle beroepskosten door de zzp’er zelf moeten worden opgebracht. Het bevestigt wel de conclusie, dat de vrijheid en de arbeidssatisfactie voor deze zelfstandigen een belangrijke ‘motivator’ zijn en niet op de eerste plaats het materiële gewin.
Van den Born is optimistisch voor de toekomst. Hij verwacht structurele groei van het aantal freelancers. En stelt dat binnen grote bedrijven de veelbeschreven netwerkeconomie niet van de grond komt. En dat zzp’ers de enigen zijn, die de netwerkeconomie mogelijk kunnen maken.

Maar zzp’ers kunnen het zwaar hebben in de huidige crisis. In de huidige omstandigheden zullen velen door hun reserves heen geraken. Zo sprak ik onlangs een projectmanager, die ik heb leren kennen als een kundige professional, die altijd gemakkelijk nieuwe klussen vond. Hij was sedert september 2008 plotseling in een vacuum beland en zag na een half jaar het einde van zijn reserves in zicht komen. Uiteraard zal zo’n marksituatie ook gevolgen hebben voor de marktprijzen, de tarieven. Voornoemde projectmanager was intussen bereid om zijn tarief van 125 naar 60 euro omlaag te brengen. Op de site van Freelance.nl las ik daarover een discussie. Freelance is een intermediair tussen freelancers en opdrachtgevers. Sommige freelancers stelden, dat opdrachtgevers misbruik maken van de marktsituatie door de tarieven sterk af te knijpen. Freelance geeft daarop het volgende commentaar en daarmee ben ik het eens. De markt zal uiteindelijk het huidige evenwichtstarief bepalen. Uit nieuwsbrief Freelance eind maart 09:
“Volgens freelance.nl is het in het belang van iedereen die deelneemt aan de site om zich zo goed mogelijk te profileren. Een aangeboden opdracht en gevraagde vaardigheden van een freelancer moeten helder omschreven en duidelijk zijn. Een freelancer zal zich goed moeten
profileren en onderscheiden. Zo zal de beste match tussen vraag en aanbod mogelijk worden. Bij die match zal het tarief zeker tellen. De opdrachtgever krijgt wat hij wil en wat hij verdient. Voor de freelancer geldt dat ook. Een enthousiaste aanmelding als freelancer, en een professionele reactie als opdrachtgever leggen de basis voor vertrouwen. Zo groeit het aantal succesvolle matches. De meer dan nieuwe 100 opdrachten per dag (nergens in Nederland wordt op 1 plaats zoveel nieuw (tijdelijk) werk aangeboden) bevestigen het nut van
deze marktplaats voor een sterk groeiend aantal (pro-)freelancers en opdrachtgevers.”

Ten slotte ter overweging de gedachten van kennistheoreticus prof. dr Arnold Cornelis. Hij stelt in zijn boek ‘De vertraagde tijd’, dat de mens een bepaalde interne klok heeft, een ritme waarin hij zichzelf stuurt, werkt, leert en zich ontwikkelt. Naast die interne klok loopt een externe klok, het ritme waarin de omgeving, de maatschappij of het bedrijf eisen stelt aan een persoon. Wanneer die externe klok de interne klok overheerst heeft de persoon geen greep meer op zijn ontwikkeling; verminderde arbeidssatisfactie en burn-out zouden daaruit volgen. Volgens mij is dit ook een verklaring voor grotere tevredenheid en welbevinden van zzp’ers. Zij bepalen zelf in hoge mate, wat zij doen, waar zij werken, wanneer zij extra inspanningen willen leveren en wanneer het genoeg is.

Tuesday, April 28, 2009

Terugmeldfaciliteit binnen het Overheids Diensten Platform

Door mijn betrokkenheid bij het inrichten van de Polisadministratie is mijn belangstelling gegroeid voor het stelsel van Basisregistraties, dat binnen Nederland wordt ingevoerd. Inmiddels is er sprake van, dat er wel 15 van deze Basisregistraties zullen komen, waar op één plek bepaalde gegevens worden vastgelegd. Daarvan zullen burgers en overheden baat hebben t.a.v. kwaliteit en efficiency als ze voor hun functioneren behoefte hebben aan de betreffende gegevens.

Eén van de maatregelen om de kwaliteit van deze registraties te verbeteren is de zogenaamde Terugmeldvoorziening. Als burgers, bedrijven of overheden onjuistheden signaleren in een basisregistratie, dient er een voorziening te zijn om de signalen terug te koppelen naar de betreffende basisregistratie. Het binnenkort aflopende ICTU-programma Overheids Diensten Platform (ODP) organiseerde op 10 maart j.l. een Terugmelddag in Zeist om de oplevering en de status van de Terugmeldvoorziening toe te lichten.

Het zal niemand verbazen, dat met de oplevering van architectuurdocumenten en een technische oplossing (schermen) voor terugmelden van signalen alleen het eerste kleine stapje gezet is. En gelukkig blijkt, dat zowel de vertegenwoordigers van ODP als de vele vertegenwoordigers van gegevens-afnemers in de zaal zich dat heel goed realiseren.
· Vele gemeenten en andere afnemers moeten eerst hun processen hebben ingericht op het gebruik van basisregistraties en vervolgens op het terugmelden van eventuele signalen.
· Behalve het GBA (Gemeentelijke Bevolkingsadministratie) zijn de meeste basisregistraties nog maar in ontwikkeling.

Namens de gemeente Amsterdam sprak de directeur van de Dienst Personen en Geo-informatie. Hij beschreef, hoe ingewikkeld het is om in zo’n grote organisatie het gebruik van basisregistraties goed in te voeren, ook al is iedereen overtuigd van het nut ervan. T.a.v. de Terugmeldvoorziening maakte hij een treffende opmerking: Weliswaar is het nodig om fouten in basisregistraties achteraf te signaleren naar de bron, maar nog belangrijker is het om vooraf bij de vastlegging van gegevens in een basisregistraties kwaliteitsmaatregelen te treffen. In Amsterdam noemen ze dat ‘risicogestuurd handhaven’. Het komt erop neer, dat burgers of bedrijven, die gegevens willen laten vastleggen in een gemeenteadministratie op basis van risicoprofielen meer of minder worden gecontroleerd op de juistheid van hun beweringen. Helaas is het zo, dat burgers er belang bij kunnen hebben om foutieve gegevens bij de gemeente te registreren, zeker zolang registraties nog op meerdere plaatsen los van elkaar worden bijgehouden. Denk aan het frauduleus verkrijgen van studiebeurzen, bijstandsuitkering, AOW e.a.

Vanuit de gemeente Rotterdam was de verantwoordelijke projectmanager als spreker gekomen. Ik vond het een opvallend verschil, misschien toeval maar anderzijds voldeed het aan de heersende stereotypen: aan de ene kant Amsterdam (praten en visie), vertegenwoordigd door de directeur van een dienst, die sprak over beleid, organisatie en uitvoering. Aan de andere kant Rotterdam (doen en implementeren) vertegenwoordigd door een projectmanager vanuit de techniek, vooral bezig met implementeren.
De eerste schetst problemen met de (frauderende) burger en de ander vooral architectuur- en procesplaten. De tweede realiseerde zich overigens goed, dat de ‘harde’ componenten zoals architectuur en software niet het probleem vormen, maar wel de communicatie, processen en samenwerking tussen alle stakeholders. De crux noemt hij procesaanpassingen bij de bronhouder en awareness bij de afnemers.
Beide sprekers benadrukten, dat een stelsel (van basisregistraties) wordt bepaald door de zwakste schakel en vragen om landelijke coördinatie en het aanwijzen van één verantwoordelijke minister.

Deze ‘Terugmelddag’ illustreerde weer, dat de e-overheid stukje bij beetje vorm krijgt. Maar het duurt lang. En voor praktijkmensen is dat geen verrassing.

Sunday, April 19, 2009

Email ‘cold turkey’

Het zal ongeveer 1989 geweest zijn, dat ik deel uitmaakte van een reisgroep van AMEV Verzekeringen, die op uitnodiging van IBM in Duitsland verzekeraars bezocht om te zien, hoe deze omgingen met kantoorautomatisering. Eén van de toepassingen was e-mail. Wij zagen een toepassing, volgens mij MEMO geheten, die was ontwikkeld door en voor het Zweedse Volvo. IBM stond op het punt om hun “Office Vision” te lanceren.

AMEV besloot dus om op proef de email-toepassing van IBM te installeren en een aantal mensen van de afdeling Organisatie maakten zich sterk om de nieuwe toepassing te promoten, gebruikers enthousiast te maken en met hen toepassingen te bedenken. Het kostte best moeite om de schapen over de brug te krijgen en beetje bij beetje het gebruik op gang te brengen. De oude gewoonten, telefoneren en de frequente huispost, waren immers geheel ingesleten.
Maar in de loop van de negentiger jaren veroverde email de bedrijven en de kantoren. Email, in samenhang met Agenda en Archiveringsfuncties werden onmisbare hulpmiddelen voor managers, stafmedewerkers en uitvoerende specialisten. En internet tilde het bereik van email over de bedrijfsgrenzen heen.

Email werd zodanig dominant, dat ik mij wel eens heb afgevraagd of het voor sommigen een doel is geworden in plaats van een middel. Je kent ongetwijfeld ook mensen, die na 4 dagen afwezigheid van kantoor met enige trots melden, dat ze 450 mail in hun postbus hadden. Het feit, dat dit met trots werd gemeld, heb ik altijd als een uiting van incompetentie gezien. Want een goede manager zal niet al die 450 mails gaan lezen; hij moet immers een belangrijk deel van zijn tijd besteden aan andere essentiële menselijke contacten (klanten, medewerkers, bazen e.a.). En hij zal dus een systematiek moeten hanteren om de belangrijke boodschappen tot zich te nemen en de rest te delegeren, te bewaren of weg te gooien.

Was het dus twintig jaar geleden de vraag, hoe draagvlak voor email kon worden gevonden, tegenwoordig is het de vraag, hoe je kunt voorkomen, dat je volledig wordt overheerst door email! In dat verband vond ik het interessant, dat de Financial Times een experiment heeft gedaan om CEO’ s een week lang te laten werken zonder email. Een van de deelnemers schreef daarover een column onder de titel Email Cold Turkey. Cold Turkey is de harde manier om heroïneverslaafden af te laten kicken; dat betekent opsluiten, geen heroïne meer, ook geen vervangende middelen als methadon, maar keihard alle heftige ontwenningsverschijnselen laten gebeuren. Wel grappig om dit te vergelijken met het ontwennen van email, want dat zal voor velen ook zeer ingrijpend zijn.

Een deelnemers schrijft daarover, dat hij enerzijds heel gelukkig was met die ingreep:
“Toward the end of my week without e-mail, I was on the train to work and I actually felt sorry for all the poor e-mail slaves, although the week before I was one of them. I thought – look at those poor people chained to their machines. Unlike them, I felt relaxed and enjoyed the view.” Maar aan de andere kant realiseerde hij zich, dat hij na enige tijd buiten de businessprocessen kwam te staan. Want email is een beetje de bloedsomloop van bedrijven geworden.
Hij concludeert, dat je het nodig hebt, maar dat je andere kanalen ook de ruimte moet geven: mensen ontmoeten en met ze praten geeft informatie die de mail mist. Hij merkte ook, dat hij in de week zonder email minder effectief was als coordinator van processen, maar dat hij creatiever was en een betere peoplemanager. Voorwaar geen onbelangrijke winstpunten. (“Emotionally, e-mail makes you a bit more transaction-based rather than warm and friendly,” adds Mr Bauer. “And it can make you less sociable because you are so busy e-mailing.” )
Het is duidelijk, dat email (en internet) ons bereik geweldig hebben vergroot. Maar de goede professional zal ervoor waken, dat het een middel blijft, dat hij beheerst. En dat de mail dus niet zijn functioneren gaat bepalen.