Tuesday, March 17, 2009

UWV Marktplaats, een innovatief mechanisme om skills te werven

In 2008 maakte ik kennis met UWV Marktplaats, waar vacatures voor externe medewerkers worden gepubliceerd. Het is medio 2008 opgestart en als deelnemer aan die markt moet ik zeggen, dat het uitstekend functioneert.

Na een google search vond ik het verhaal van de externe adviseur die hier blijkbaar een rol in speelde:

QUOTE

UWV is in november 2007 gestart met een pilot rond het marktplaatsconcept voor inhuur van externen. Voor het uitdenken en uitwerken van dit basisconcept heb ik een initiërende, aanjagende rol gespeeld, binnen UWV, bij leveranciers en bij de (Rijks)overheid.Waarom UWV marktplaats? UWV heeft de wens te komen tot een rechtmatige, snelle en flexibele vorm van inhuur van externen tegen een optimale prijs/kwaliteitsverhouding. De aanleiding voor het marktplaatsconcept waarbij ook de markt van kleinere leveranciers wordt aangeboord. Het is voor UWV steeds moeilijker om voor de lange termijn vast te stellen welke concrete expertise en competenties noodzakelijk zijn, en dit vast te leggen in contracten. Daarnaast is een belangrijk deel van de innovatieve expertise bij kleinere partijen te vinden die veelal niet op aanbestedingen inschrijven of worden uitgesloten. Het doel van UWV MarktplaatsHet doel is om vraag en aanbod op een laagdrempelige manier bij elkaar te brengen, zodat er meer ruimte ontstaat voor een volledige marktwerking. Naast gevestigde grote partijen, worden middelgrote en kleine ondernemingen uitgenodigd zich in te schrijven voor UWV Marktplaats. Hoe werkt UWV marktplaatsOp UWV Marktplaats kunnen leveranciers zich prekwalificeren voor één of meer arbeidskavels. Op grond hiervan worden zij op de hoogte gehouden van de actuele behoefte van UWV aan externe inhuur. Leveranciers kunnen vervolgens op vacatureniveau reageren. Voor algemene informatie en registratie is UWV Marktplaats te vinden onder http://www.uwv.nl/marktplaats/

UNQUOTE

Grote opdrachtgevers hebben de afgelopen decennia diverse manieren uitgeprobeerd om de inhuur van externen te centraliseren en kostenmatig te controleren. Vaak kwamen zij uit op de systematiek van de preferred suppliers. In een tendertraject worden dan een beperkt aantal, meestal grote, leveranciers geselecteerd, die een mantelcontract sluiten voor het leveren van bepaalde diensten.
Dit systeem lijkt de problematiek te vereenvoudigen en transparant te maken, maar blijkt grote nadelen te hebben:

- Preferred suppliers selecteren is veel werk. Daarna ben je ‘aan ze overgeleverd’.
- Zelf nam ik waar, dat mantelpartijen in tijden van hoogconjunctuur hun mindere mensen inzetten op het afgeknepen manteltarief. De besten gaan elders heen.
- Er is een grote markt van kleine aanbieders, waar veel kwaliteit zit, maar die onbereikbaar is voor de opdrachtgever. Deze opdrachtgever is ‘overgeleverd’ aan wat de preferred supplier wenst aan te bieden.

Voordelen die ik zie in de genoemde Marktplaats:
- Door een strak offerteformaat en strakke regels kan UWV de bewerkelijkheid van een groot volume van aanbiedingen goed beheersbaar houden.
- Tussenlagen (intermediairs) worden geëlimineerd en dat is fantastisch. In mijn ervaring zitten er vaak lagen tussen (salesmanagers, intermediairfirma’s) die eigenlijk de betreffende kandidaat alleen van papier kennen en die niet serieus kunnen communiceren over het gevraagde vakmanschap

UWV maakt de markt ook extra transparant door van tijd tot tijd op internet de gunningen van een periode te publiceren.

Ik vind dit een hele knappe innovatie. Een krachtige impuls richting “ideale markt” (zoals gedefinieerd in economieboeken).
De Marktplaats is transparant voor een ieder en bereikbaar voor een ieder. In feite is het ook weer een voorbeeld van ‘disintermediation’ door de inzet van ICT.
Binnenkort ga ik een kijkje nemen op een Open Dag van de Marktplaats.

Saturday, March 7, 2009

Researchseminar over sociomaterial agency

Op de Universiteit van Amsterdam sprak op 23-1-09 Lucas Introna in het kader van de researchseminars van Primavera. Introna is Professor of Organisation, Technology and Ethics op Lancaster University.

Hij houdt zich bezig met sociale en maatschappelijke effecten van ICT. Voorwaar een gebied, dat mij met vele anderen altijd heeft geinteresseerd. Als practitioner verdiep je je meestal aan de hand van praktijkcases en consultingstudies. Om de filosofisch geörienteerde aanpak van deze universitaire onderzoeker te volgen, was het wel nodig een stuk voorbereidende literatuurstudie te doen. Zoals je zult begrijpen bij het lezen van de uitnodiging voor dit seminar:
QUOTE
Lucas D. Introna
Department of Organisation, Work and Technology
Lancaster University

Abstract

In the history of ethical thought there has always been an intimate
relationship between agency and questions of morality. But what does
this mean for artefacts? It would not be too controversial to claim
that the idea that artefacts have, or embody, some level of
agency (even if it is very limited or derived in some way) has become
generally accepted. However, there still seems to be wide
disagreements as to what is meant by the agency of artefacts, how it
is accounted for, and the subsequent moral implications of such
agency. I will suggest that one's account of the agency of artefacts
is fundamental to the subsequent discussion of the moral status and
implications of artefacts, or technology more generally. In this
paper I will outline two different accounts of sociomaterial agency:
(a) a human-centred inter-actional account (Johnson and VSD) and (b)
a post-human intra-actional account (Latour, Barad and Heidegger). I
will show that the post-human intra-actional account of sociomaterial
agency posits the social and technical as ontologically inseparable
from the start. Such a position has important implications for how
one might understand sociomaterial agency and how one might deal with
it. I will propose that the authors in the post-human approach all
share what I call a 'co-constitutive' account of agency in which
agency is not an attribute of the human or the technical as such but
rather the outcome of intra-action. I will endeavour to illustrate
the implications of such an account for our understanding of
sociomaterial agency by considering the phenomenon of plagiarism
detection. I will conclude by proposing disclosive ethics (in
particular disclosive archaeology) as a possible way forward in
dealing with the ethical and political implications of post-human
intra-agencies.
UNQUOTE
Sedert de tekstverklaring op de middelbare school gebeurt het niet vaak, dat ik een tekst meerdere keren moet lezen alvorens de inhoud te vatten. Maar dit was weer zo’n stuk, waarin elk woord en elke bijzin ertoe doet. Prikkelend voor de geest.
Naar aanleiding van deze tekst en aanvullende verwijzingen moest ik één nieuw begrip via Wikipedia opzoeken (cyborg) en andere begrippen moest ik opfrissen (fenomenologie, existentialisme, autopoiesis).

Sociomaterial agency interpreteer ik als volgt. Gesteld wordt door Introna, dat technieken en menselijke activiteiten samengebundeld een nieuwe entiteit vormen en dat ze dus niet gezien kunnen worden als losse, onafhankelijke zaken. Het blijft moeilijk om deze nieuwe entititeiten te duiden, maar het feit dat je hun bestaan erkent vind ik een interessante stap.
Centrale stelling van Introna e.a. is dus, dat je techniek en menselijk handelen niet kunt scheiden. Echter, het denken in technieken en hulpmiddelen blijft hardnekkig één van de fouten waardoor grote projecten en veranderingen mislukken of problemen ondervinden.
Ik realiseer mij, dat mijn waarneming in een posting van 8 juli 2008 ook goed te beschrijven is met het werk van Introna.
(Toen schreef ik, dat GBO m.i. te technology-driven een aantal zaken onderschat. GBO stelt voor Nederlandse overheden instrumenten zoals DigiD beschikking. En is teleurgesteld, dat die uitrol zo langzaam verloopt. Mijn commentaar was, dat het tempo van de gemiddelde burger nu eenmaal niet hoger is.) Nu realiseer ik mij, dat deze spanning ligt in het domein dat Introna onderzoekt.

Practitioners (praktijk toepassers) zoals ikzelf hanteren in het algemeen methoden als het 7S- model, INK e.a. om te bevorderen, dat de niet-technische (niet ICT-gerichte) zaken voldoende aandacht krijgen. Maar de filosofische benadering van Introna e.a. vind ik krachtig, omdat deze overduidelijk stelt, dat techniek niet los te zien is en ook niet waardevrij is, daar ‘de sociomaterial agency’ onherroepelijk politieke en maatschappelijke consequenties inhoudt.

Wednesday, February 25, 2009

Serious gaming

Op 9 october 2008 heb ik geschreven over ‘spelletjes spelen’, omdat ik gefascineerd was door de snelle ontwikkeling van games. Het is een ontwikkeling, die weliswaar is mogelijk gemaakt door de modernste technologie (krachtige computers en geavanceerde programmatuur), maar die vooral wordt gedreven door creatieve geesten.

In december mocht ik een aantal personen beluisteren op het congres van Electronic Commerce Platform (posting van 6-1-2009), die grote ervaring en know-how op het terrein van serious gaming hebben. Deze personen hadden als achtergrond de kunsten en de psychologie. Zij bewijzen weer, dat de toepassing van ICT de grootste vlucht neemt, als de regie in handen is van de relevante vakprofessionals en niet in handen van ICT-deskundigen.

Daar sprak Pamela Kato. Senior Research Scientist Gaming op het Utrechts Medisch Centrum. Zij is een psychologe, die zich in California bezighield met de zorg om jeugdige kankerpatiëntjes. Het probleem was, dat kinderen weinig gemotiveerd zijn om consequent de medicatie te volgen. Zij ervoeren de negatieve gevolgen van deze medicatie zoals haaruitval en misselijkheid en verloren uit het oog, dat consequente medicatie noodzakelijk is om de kanker succesvol te bestrijden. Onder leiding van Kato werd gewerkt aan games, waarin inzichtelijk wordt gemaakt, hoe medicijnen de kankercellen effectief bestrijden en hoe onderbrekingen in de medicatie deze cellen de kans geven om weer de kop op te steken. In de games zie je hoe de geneesmiddelen (in de gedaante van ridderlijke strijders) de bloedvaten en weefsels doorkruisen en de strijd aangaan met de kankercellen. Bij onderbreking van de medicatie verliezen ze energie en slagen er niet in de vluchtende kankercellen in te sluiten en af te schieten. Het kind speelt in de game de strijder, die met een soort lasergun door het lichaam beweegt op zoek naar kankercellen om die te vernietigen.
Voor mij een eye-opener, dat games zo’n belangrijke bijdrage kunnen geven aan een medische behandeling.

Verder sprak Jeroen van Mastrigt van de Hogeschool voor de Kunsten (HKU), researchgroep Game- & Interaction Design.
Hij is verantwoordelijk voor de opzet van bachelor- en master-opleidingen voor Game Design & Development.
Hij stapte met zijn superdunne Apple notebook naar voren en gaf een wervelende presentatie. Heel wat anders dan we gewend zijn van de gemiddelde IT’er. Die presenteert namelijk hetzij zeer inhoudelijk, hetzij zeer commercieel, waar Jeroen vooral ludiek en gepassioneerd presenteerde. Zoals ik eerder opmerkte, worden bepaalde toepassingen pas goed, als ze worden getrokken door de juiste beroepsgroep en niet door de ICT-professie. Hij benadrukte, dat men bij het ontwerp van serious games moet oppassen, niet door te schieten naar ‘serious’ en dat een game op de eerste plaats ‘fun’ moet zijn.

Op virtueel platform vond ik een interessant visie-statement van Jeroen.
Hij schrijft daar o.a.
“” technische- en creatieve innovatie ontwikkelt tot een fenomeen met enorm cultureel en economisch potentieel. De tekenen dat dit potentieel op dit moment ook daadwerkelijk waar gemaakt wordt zijn overduidelijk:
- De game-industrie kent enorme omzetten en winsten en is uitgegroeid tot een wezenlijk en innovatief onderdeel van de mondiale media-industrie.

- De game industrie wordt door andere creatieve en technologische sectoren herkend als belangrijke accelerator op het gebied van technologische ontwikkeling.
- Videogames vormen een steeds belangrijker onderdeel van de vrijetijdsbesteding van jonge mensen en de jongerencultuur.
- De creatieve mogelijkheden van computersimulaties gaan beduidend verder dan die van traditionele hypermedia en worden inmiddels omarmd door veel jonge kunstenaars en creatieve bedrijven.

“”””
Behalve, dat ik drie keer de letter ‘d‘ en ‘t’ in werkwoordsvervoegingen heb gewijzigd, heb ik niets toe te voegen aan deze krachtige statement.

Overigens probeer ik mij ertoe te zetten om ook zelf kennis te maken met games. Al een tijdje heb ik een aanbod liggen van World of Warcraft om twee weken gratis te spelen. Maar door tijdgebrek en andere interessen komt het er niet van. Onlangs was ik in Frankrijk en twee jongens van 14 en 11 jaar wisten direct wat World of Warcraft was en gaven mij zelfs het adres waar een Europese (en gratis) variant kan worden gedownload: Flyff. Toch maar weer op mijn To Do lijstje gezet.

Wednesday, February 11, 2009

Pakketsoftware in Verzekeringsland

Onlangs bezocht ik een vriend en collega uit mijn Amev-tijd (20 jaar geleden) en deze is sinds ruim een jaar directeur van De Europeesche. Deze verzekeraar is nu als onderdeel van ASR eigendom van minister Bos en persoonlijk vind ik het een zegen, dat ASR is vrijgemaakt van de Belgische heerschappij via Fortis. ASR is in essentie een verzekeraar, die sterk geworteld is in vakmanschap, en zou wellicht in het oppervlakkige, megalomane denken van de Fortistop zijn meegesleurd in een negatieve spiraal.

Gerard had al eens gereageerd op een posting (28 mei 2007) waarin ik een vergelijking maakte tussen twee bedrijven, waar polis-systemen en andere systemen na een fusie geconsolideerd werden.
Eén van de mogelijkheden is om bestaande systemen van fusiepartners als doelsystemen te kiezen en de portefeuilles van de fusiepartners daarnaar te converteren.
Bij de integratie van Amev en Stad Rotterdam 5 jaar geleden is uiteindelijk (na een mislukte nieuwbouwpoging) ervoor gekozen om alle posten te converteren naar de schadeverzekerings-systemen van Amev. Echter deze systemen waren niet meer de jongste en het verraste mij niet, dat er momenteel een vernieuwingsslag gaande is, waarbij de portefeuille zal worden geadministreerd in een nieuw systeem. En dat nieuwe systeem is een pakketoplossing: Ebao Tech, een chinees pakket!
De verrassing vond ik niet zozeer, dat ASR wil vernieuwen naar een nieuw platform en ook niet dat het daarbij gaat om een pakketoplossing. Maar wel verrassend, voor mij althans, is dat er sprake is van een chinees pakket.
Algemeen bekend is, dat India al jaren een indrukwekkende capaciteit heeft op het gebied van systeembouw en dat er grote scharen zeer bekwame systeembouwers zijn. Die naam heeft China nog niet. Maar aan de andere kant is het wel zo, dat in Amerika een groot deel van de import van brains vanuit China komt en dat dit land vele briljante wetenschappers levert. Ik vraag me af, waar ze hun kennis van de verzekeringsmarkt vandaan halen, want qua verzekeringen was het volgens mij nog steeds een ontwikkelingsland.

Ik heb een bepaalde associatie met softwarepakketten voor de verzekeringsmarkt. Die associatie wordt verwoord in een spreuk, die in mijn Utrechtse studententijd werd gehanteerd door mijn hospes: “Veel beloven en weinig geven, doet de gek in vreugde leven”.
In de jaren ’80 en ’90 kwamen de leveranciers van deze pakketten uit Engeland, Ierland en Australië. Rond 1989 was in verzekeringsland het Paxus-pakket populair en 10 jaar later het Ierse pakket Fineos. Uiteindelijk gaan al deze pakketleveranciers volgens mij failliet, waarbij enkele beperkte installaties door de eindgebruiker zelf in beheer worden genomen. Deze flitsende verkopers maken indruk met een uitstekende filosofie van systeembouw en een diepgaande kennis van de materie, waarbij ze met name nieuwe produkten als universal life konden ondersteunen. Maar vaak blijkt de gap tussen een uitstekende filosofie enerzijds en een feilloos en compleet werkend pakket anderzijds onoverbrugbaar te zijn.

Volgens mij zit de oorzaak er in, dat bijna iedereen, enthousiast gemaakt door een innovatief en flexibel concept, over het hoofd ziet, dat de grote lijn, de filosofie, maar 10% vertegenwoordigt van de megaklus waaraan je begint. “The devil is in the details” wordt altijd weer aangetoond bij systeembouw, bij conversies, bij reorganisaties en ga zo maar door.
Voor een ‘oud’ systeem kan het bijvoorbeeld zo zijn, dat er 20 manjaar bouwarbeid zit in de oorspronkelijke nieuwbouw, maar wel 200 manjaar perfectief en adaptief onderhoud in de gebruiksjaren daarna. Met veel fundamentele verbetering voor produktondersteuning, marketing ondersteuning, management informatie, administratieve koppelingen, gebruiksvriendelijkheid, onderhoudbaarheid e.a.

Intussen ben ik gedreven door nieuwsgierigheid gaan praten bij een andere oude vriend en collega, nu de verantwoordelijke informatiemanager bij ASR Schade voor de genoemde pakketimplementatie. Dat stelde me wel gerust, waarover later meer. Want de zaken degelijk aanpakken blijkt nog steeds in de genen van ASR Schade te zitten.