Op 10 april 2008 vond het jaarcongres plaats van GBO, gemeenschappelijke beheerorganisatie Overheid, die infrastructuren voor e-overheid beheert. De bekendste daarvan is DigiD, waarmee ieder burger toegang krijgt tot elektronische overheidsdiensten. Trots werd gemeld, dat het aantal deelnemers aan het jaarcongres snel stijgt en vergeleken met vorig jaar was gestegen van van 200 naar 300. Plaats van handelen was de Amsterdam Arena en ik zag er diverse bekenden van UWV, Belastingdienst, BKWI e.a.
De opening werd gedaan door staatssecretaris Ank Bijleveld (een Twentesupporter die het heerlijk vond om in de Amsterdam Arena de recente nederlaag van Ajax tegen Twente te memoren), een aansprekende persoon met inhoud en met enthousiasme.
Er was een stevig programma
en oude bekenden memoreerden de vooruitgang; Cor Franke, voorzitter van de Raad van Toezicht, gebruikte een uitspraak die hij had onthouden van CWI:
“Als je ziet waar we twee jaar geleden stonden, dan kunnen we vandaag tevreden zijn.
Maar als we volgend jaar nog steeds hier staan, dan hebben we een probleem.”
In veel grootschalige veranderprocessen geldt deze vaststelling. Eigenlijk betekent het, dat je positief denkend de vooruitgang moeten willen zien, maar dat je anderzijds niet zelfgenoegzaam mag worden. Je moet dóór willen gaan, want dat soort veranderprocessen duren niet 6 maanden (zoals sommige consultantsfirma’s wel eens op hun powerpoint slides suggereren), maar eerder 6 jaar.
Een flitsende dame van een BD managementteam entameerde een discussie met stellingen.
Ik vond eerlijk gezegd, de stellingen nogal aanbod-gedreven c.q. technology-driven. Bijvoorbeeld de stelling “De ontwikkeling van de e-overheid in Nederland speelt zich af in de blessuretijd.”
Want hoewel de e-overheid zich gestaag ontwikkelt, is het tempo laag. Maar zou dat niet voor een belangrijk deel worden bepaald door het verandervermogen van de burger? De staatssecretaris gaf m.i. terecht aan, dat de ontwikkeling van de e-overheid uiteindelijk alleen bedoeld is voor de burger. En volgens mij is dé burger niet de kleine groep hoger opgeleide mensen en ook niet de aanstormende jeugd, die de technologie spelenderwijs beheerst. Heel veel mensen, we kennen ze allemaal in onze eigen familie- en kennissenkring, zijn onwennig om via een machine-interface hun behoefte aan informatie en diensten te regelen. En door die overwegingen vond ik de stellingen vanuit GBO ietwat te veel technology-driven.
Behalve die onwennigheid speelt ook nog, dat een burger écht gemak moet hebben van de e-dienstverlening. Persoonlijk bedenk ik mij, dat ik al 15 jaar ontzettend blij ben met de faciliteiten die de Belastingdienst aanbiedt voor de Inkomstenbelasting. Het tijdperk daarvoor herinnerde ik mij als een taaie exercitie met formulieren en papier; de floppies en later internet hielpen mij echt. Want je kunt het werk afbreken wanneer je wilt, omdat alles keurig wordt bewaard. En de handelingen als optellen, aftrekken, overbrengen van gegevens naar het juiste vakje, worden door het programma foutloos voor je gedaan. Terecht merkte de directeur van GBO in zijn inleiding op, dat de Belastingdienst massieve impulsen heeft gegeven aan de e-overheid in Nederland.
Maar als ik mij daarentegen afvraag, hoe vaak ik bij gemeente of provincie kom voor een dienst, dan is het antwoord: zelden of nooit. Als daar dus de e-overheid wat achterblijft, dan mis ik dat niet. Hoewel ik natuurlijk wel vind, dat ook díe diensten een digitaal platform verdienen. Maar wat mij betreft met een getemporiseerde snelheid, want anders gaat het toch alleen maar fout.
N.B. Heel recent heb ik de website van de gemeente Zeist gebruikt om de hondenbelasting af te melden. En ik moet zeggen, dat dit voor de burger een handige faciliteit is. En hopelijk ook een stroomlijning voor de administratieve afhandeling binnen het gemeentehuis.
Tuesday, July 8, 2008
Saturday, June 28, 2008
Vernieuwing AG-AI
Op dinsdag 17 juni 2008 vond bij het Actuarieel Instituut de jaarlijkse vergadering plaats van voorzitters van vakgroepen en examencommissies. Voor de laatste keer in Woerden, omdat Actuarieel Genootschap en Actuarieel Instituut in een ontwikkelfase zijn beland, die vraagt om een groter en meer aansprekend kantoor. Waarover later meer.
AG-AI doorloopt een ambitieus groeitraject, met een prominente plaats voor de opzet van de nieuwe opleiding tot actuaris (zie mijn posting van 27 juni 2007). Daarnaast leven we ook in een periode, dat er veel maatschappelijke veranderingen gaande zijn op het gebied van pensioenen, uitgebreide regelgeving en verscherpte toezichteisen. In de vergadering werd opgemerkt, dat de bestaande opleidingen mee moeten bewegen om actueel te blijven. Ik bedacht mij, dat dit ook geldt voor mijn eigen vakgroep Informatica; niet zozeer vanwege voornoemde externe ontwikkelingen alswel vanwege de dynamiek van Informatica zelf. In de 12 jaar, dat ik nu vakgroepvoorzitter ben zijn voorkennis en reeds aanwezige vaardigheden van de cursisten drastisch gewijzigd. We hebben diverse keren ingegrepen in de modules om daarin mee te bewegen en ik heb het gevoel, dat dit versterkt doorzet.
Als experiment wil ik eens fotoos importeren in mijn weblog. Daarom bij deze impressies van de barbecue bij ‘de Markies’ na afloop van de vergadering. Vanwege concurrentie van een voetbalwedstrijd bij het Europees Kampioenschap was de barbecue met een kleinere groep dan voorgaande jaren.
Hoewel AG-AI bij de vernieuwing terecht de opleidingen benadrukt (de kernactiviteit), worden tegelijk de organisatie, de huisstijl en de website (zie mijn posting van 14 mei 2008) vernieuwd. Met als klap op de vuurpijl het nieuwe kantoor, dat op 12 september a.s. officiëel zal worden betrokken op Papendorp. Ik heb ik in 1996 het Actuarieel Instituut nog meegemaakt als onderhuurder van Delta Lloyd in Amsterdam. Daarna waren zij dus vele jaren huurder van een halve etage in een Woerdens kantoorpand en nu is er dan een keurig nieuw pand voor zichzelf. Op een A-lokatie met o.a. ICT-giganten Cap Gemini en Atos Origin! Ik beschouw het als een mooi voorbeeld van organische groei, groei vanuit eigen kracht.
AG-AI doorloopt een ambitieus groeitraject, met een prominente plaats voor de opzet van de nieuwe opleiding tot actuaris (zie mijn posting van 27 juni 2007). Daarnaast leven we ook in een periode, dat er veel maatschappelijke veranderingen gaande zijn op het gebied van pensioenen, uitgebreide regelgeving en verscherpte toezichteisen. In de vergadering werd opgemerkt, dat de bestaande opleidingen mee moeten bewegen om actueel te blijven. Ik bedacht mij, dat dit ook geldt voor mijn eigen vakgroep Informatica; niet zozeer vanwege voornoemde externe ontwikkelingen alswel vanwege de dynamiek van Informatica zelf. In de 12 jaar, dat ik nu vakgroepvoorzitter ben zijn voorkennis en reeds aanwezige vaardigheden van de cursisten drastisch gewijzigd. We hebben diverse keren ingegrepen in de modules om daarin mee te bewegen en ik heb het gevoel, dat dit versterkt doorzet.
Als experiment wil ik eens fotoos importeren in mijn weblog. Daarom bij deze impressies van de barbecue bij ‘de Markies’ na afloop van de vergadering. Vanwege concurrentie van een voetbalwedstrijd bij het Europees Kampioenschap was de barbecue met een kleinere groep dan voorgaande jaren.
Hoewel AG-AI bij de vernieuwing terecht de opleidingen benadrukt (de kernactiviteit), worden tegelijk de organisatie, de huisstijl en de website (zie mijn posting van 14 mei 2008) vernieuwd. Met als klap op de vuurpijl het nieuwe kantoor, dat op 12 september a.s. officiëel zal worden betrokken op Papendorp. Ik heb ik in 1996 het Actuarieel Instituut nog meegemaakt als onderhuurder van Delta Lloyd in Amsterdam. Daarna waren zij dus vele jaren huurder van een halve etage in een Woerdens kantoorpand en nu is er dan een keurig nieuw pand voor zichzelf. Op een A-lokatie met o.a. ICT-giganten Cap Gemini en Atos Origin! Ik beschouw het als een mooi voorbeeld van organische groei, groei vanuit eigen kracht.
Saturday, June 21, 2008
Een markt voor seniors?
Op 17 april j.l. was ik op een kookfeestje van een manager, die bij zijn bedrijf gebruik maakt van de zogenaamde ‘ouderenregeling’. Het gaat om een man zoals wij ze allen wel kennen:
- Eind vijftig, begin zestig.
- Ervaren manager met relevante kennis en ontwikkelde managementvaardigheden.
- Bedrijf stelt aantrekkelijke regeling voor in het kader van lopende personeelsreducties.
- De man in kwestie is nog vitaal en heeft de ambitie om nog leuke dingen te doen met zijn tijd en met zijn ervaringen.
Toch verlaat deze man het bedrijf en daarmee het werkzame leven.
Dit is een vreemde situatie als men anderzijds hoort, wat bedrijven te kort komen:
- Mensen met lange bedrijfservaring en grote vakkennis.
- Mensen die behalve vakkennis ook de sociale vaardigheid hebben om meer onervaren collega’s te begeleiden naar een gewenst resultaat.
Hoe vaak ziet men niet, dat benodigde posities minder goed worden ingevuld, hetzij door te onervaren mensen, hetzij door externe mensen, die te weinig de ontwikkeling kunnen verbinden met de ‘business’.
Hierboven is in een wezen een situatie geschetst van een duidelijk aanbod en een duidelijke vraag, die toch niet bijelkaar kunnen komen. Over de redenen kan men speculeren, maar m.i. heeft het in ieder geval te maken met ‘oude vastgeroeste ideeën’, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant. Wellicht dat het mogelijk is om door out-of-the-box te denken interessante matchingsmogelijkheden te creëren.
Met mijn oude vriend Herman van de Weide, actief met zijn bedrijf Oude Gracht Groep, heb ik dat besproken. We gaan in juli eens met een aantal seniors om de tafel om mogelijkheden in de markt te onderzoeken. Het feit, dat geen enkele van de participanten in dit gesprek per se ‘aan de bak moet’ is een goede uitgangspositie voor een open uitwisseling van gedachten.
- Eind vijftig, begin zestig.
- Ervaren manager met relevante kennis en ontwikkelde managementvaardigheden.
- Bedrijf stelt aantrekkelijke regeling voor in het kader van lopende personeelsreducties.
- De man in kwestie is nog vitaal en heeft de ambitie om nog leuke dingen te doen met zijn tijd en met zijn ervaringen.
Toch verlaat deze man het bedrijf en daarmee het werkzame leven.
Dit is een vreemde situatie als men anderzijds hoort, wat bedrijven te kort komen:
- Mensen met lange bedrijfservaring en grote vakkennis.
- Mensen die behalve vakkennis ook de sociale vaardigheid hebben om meer onervaren collega’s te begeleiden naar een gewenst resultaat.
Hoe vaak ziet men niet, dat benodigde posities minder goed worden ingevuld, hetzij door te onervaren mensen, hetzij door externe mensen, die te weinig de ontwikkeling kunnen verbinden met de ‘business’.
Hierboven is in een wezen een situatie geschetst van een duidelijk aanbod en een duidelijke vraag, die toch niet bijelkaar kunnen komen. Over de redenen kan men speculeren, maar m.i. heeft het in ieder geval te maken met ‘oude vastgeroeste ideeën’, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant. Wellicht dat het mogelijk is om door out-of-the-box te denken interessante matchingsmogelijkheden te creëren.
Met mijn oude vriend Herman van de Weide, actief met zijn bedrijf Oude Gracht Groep, heb ik dat besproken. We gaan in juli eens met een aantal seniors om de tafel om mogelijkheden in de markt te onderzoeken. Het feit, dat geen enkele van de participanten in dit gesprek per se ‘aan de bak moet’ is een goede uitgangspositie voor een open uitwisseling van gedachten.
Thursday, June 5, 2008
Successen vieren
Successen moet je vieren. Bijvoorbeeld met een etentje of een feest.
Om een aantal redenen:
· Zodat je een groep van samenwerkende collega’s de waardering kunt geven voor geleverde prestaties.
· Om te benadrukken, dat er wel eens zaken fout gaan, maar dat er wel degelijk ook belangrijke zaken slagen. En dat die de richting moeten bepalen voor de toekomst.
· Het is een kans om mensen bijeen te brengen, die normaal in andere afdelingen, gebouwen of steden werken. De sociale banden die daarbij ontstaan zullen in de toekomst goud waard zijn.
Zo togen op 24 april 2008 zo’n vijfentwintig personen (van Belastingdienst en UWV) naar de het VOC-cafe De Schreierstoren in Amsterdam. Op deze toren aan het IJ stonden in de gouden eeuw de achterblijvende vrouwen te schreien, als hun mannen op hun koopvaardijschepen vertrokken voor lange reizen. Zo vertellen ze het althans in de rondvaartboten.
Onze groep bestond uit een gezelschap, dat ervoor zorg droeg dat zo’n 50.000 rapporten over de Loonaangifte Januari 2008 binnen 3 weken na afsluiting van het aangiftetijdvak werden verstuurd aan inhoudingsplichtigen. In deze rapporten wordt vermeld welke fouten er in de aangifte zijn aangetroffen. Een probate aanpak om toekomstige verbetering in de aangifte te bevorderen.
Als je jezelf verdiept in het proces dan merk je, hoeveel verschillende partijen het estafettestokje moeten doorgeven om een streefdatum te halen: Bouwers van de systemen met de specs van het jaar 2008, testers, de implementatiegroep, de produktiemensen die de betreffende massale gegevensstromen in gang zetten, de ontwerpers van het datawarehouse dat uiteindelijk de rapporten genereert, en tenslotte de business analisten die de rapportages vrijgeven en klaarzitten om reacties van buiten te behandelen.
Vertegenwoordigers van deze functies zaten vanaf november 2007 tot 23 maart 2008 (de einddatum) frequent bij elkaar om de estafette binnen de planning te houden. En als je dat lukt, dan valt er iets te vieren. Voor het onderlinge begrip is het een leuk idee om anekdotes met elkaar te delen. De leukste en interessantste vond ik de volgende: De DBA van IBM had zijn agenda nagelopen en vertelde, dat UWV in bovengenoemde periode 18 keer weekendondersteuning had verzocht bij IBM. Diverse keren had hij samen met de ontwerper van het datawarehouse gebeld om ervoor te zorgen, dat de servers op het computercentrum van IBM het weekeinde bleven doorzoemen, zodat de produktie op maandag klaar lag. En éénmaal hadden ze zelfs het weekeinde bij hem thuis doorgebracht om de zaak aan de gang te houden.
En zelfs al zit je er als eindverantwoordelijke gedurende het hele traject bovenop, dan nog ben je er door verrast, hoeveel er door gemotiveerde mensen achter de schermen wordt gedaan om die resultaten te halen, die niet zo vanzelfsprekend zijn als ze oppervlakkig gezien lijken.
Om een aantal redenen:
· Zodat je een groep van samenwerkende collega’s de waardering kunt geven voor geleverde prestaties.
· Om te benadrukken, dat er wel eens zaken fout gaan, maar dat er wel degelijk ook belangrijke zaken slagen. En dat die de richting moeten bepalen voor de toekomst.
· Het is een kans om mensen bijeen te brengen, die normaal in andere afdelingen, gebouwen of steden werken. De sociale banden die daarbij ontstaan zullen in de toekomst goud waard zijn.
Zo togen op 24 april 2008 zo’n vijfentwintig personen (van Belastingdienst en UWV) naar de het VOC-cafe De Schreierstoren in Amsterdam. Op deze toren aan het IJ stonden in de gouden eeuw de achterblijvende vrouwen te schreien, als hun mannen op hun koopvaardijschepen vertrokken voor lange reizen. Zo vertellen ze het althans in de rondvaartboten.
Onze groep bestond uit een gezelschap, dat ervoor zorg droeg dat zo’n 50.000 rapporten over de Loonaangifte Januari 2008 binnen 3 weken na afsluiting van het aangiftetijdvak werden verstuurd aan inhoudingsplichtigen. In deze rapporten wordt vermeld welke fouten er in de aangifte zijn aangetroffen. Een probate aanpak om toekomstige verbetering in de aangifte te bevorderen.
Als je jezelf verdiept in het proces dan merk je, hoeveel verschillende partijen het estafettestokje moeten doorgeven om een streefdatum te halen: Bouwers van de systemen met de specs van het jaar 2008, testers, de implementatiegroep, de produktiemensen die de betreffende massale gegevensstromen in gang zetten, de ontwerpers van het datawarehouse dat uiteindelijk de rapporten genereert, en tenslotte de business analisten die de rapportages vrijgeven en klaarzitten om reacties van buiten te behandelen.
Vertegenwoordigers van deze functies zaten vanaf november 2007 tot 23 maart 2008 (de einddatum) frequent bij elkaar om de estafette binnen de planning te houden. En als je dat lukt, dan valt er iets te vieren. Voor het onderlinge begrip is het een leuk idee om anekdotes met elkaar te delen. De leukste en interessantste vond ik de volgende: De DBA van IBM had zijn agenda nagelopen en vertelde, dat UWV in bovengenoemde periode 18 keer weekendondersteuning had verzocht bij IBM. Diverse keren had hij samen met de ontwerper van het datawarehouse gebeld om ervoor te zorgen, dat de servers op het computercentrum van IBM het weekeinde bleven doorzoemen, zodat de produktie op maandag klaar lag. En éénmaal hadden ze zelfs het weekeinde bij hem thuis doorgebracht om de zaak aan de gang te houden.
En zelfs al zit je er als eindverantwoordelijke gedurende het hele traject bovenop, dan nog ben je er door verrast, hoeveel er door gemotiveerde mensen achter de schermen wordt gedaan om die resultaten te halen, die niet zo vanzelfsprekend zijn als ze oppervlakkig gezien lijken.
Subscribe to:
Posts (Atom)