Op 17 april j.l. was ik op een kookfeestje van een manager, die bij zijn bedrijf gebruik maakt van de zogenaamde ‘ouderenregeling’. Het gaat om een man zoals wij ze allen wel kennen:
- Eind vijftig, begin zestig.
- Ervaren manager met relevante kennis en ontwikkelde managementvaardigheden.
- Bedrijf stelt aantrekkelijke regeling voor in het kader van lopende personeelsreducties.
- De man in kwestie is nog vitaal en heeft de ambitie om nog leuke dingen te doen met zijn tijd en met zijn ervaringen.
Toch verlaat deze man het bedrijf en daarmee het werkzame leven.
Dit is een vreemde situatie als men anderzijds hoort, wat bedrijven te kort komen:
- Mensen met lange bedrijfservaring en grote vakkennis.
- Mensen die behalve vakkennis ook de sociale vaardigheid hebben om meer onervaren collega’s te begeleiden naar een gewenst resultaat.
Hoe vaak ziet men niet, dat benodigde posities minder goed worden ingevuld, hetzij door te onervaren mensen, hetzij door externe mensen, die te weinig de ontwikkeling kunnen verbinden met de ‘business’.
Hierboven is in een wezen een situatie geschetst van een duidelijk aanbod en een duidelijke vraag, die toch niet bijelkaar kunnen komen. Over de redenen kan men speculeren, maar m.i. heeft het in ieder geval te maken met ‘oude vastgeroeste ideeën’, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant. Wellicht dat het mogelijk is om door out-of-the-box te denken interessante matchingsmogelijkheden te creëren.
Met mijn oude vriend Herman van de Weide, actief met zijn bedrijf Oude Gracht Groep, heb ik dat besproken. We gaan in juli eens met een aantal seniors om de tafel om mogelijkheden in de markt te onderzoeken. Het feit, dat geen enkele van de participanten in dit gesprek per se ‘aan de bak moet’ is een goede uitgangspositie voor een open uitwisseling van gedachten.
Saturday, June 21, 2008
Thursday, June 5, 2008
Successen vieren
Successen moet je vieren. Bijvoorbeeld met een etentje of een feest.
Om een aantal redenen:
· Zodat je een groep van samenwerkende collega’s de waardering kunt geven voor geleverde prestaties.
· Om te benadrukken, dat er wel eens zaken fout gaan, maar dat er wel degelijk ook belangrijke zaken slagen. En dat die de richting moeten bepalen voor de toekomst.
· Het is een kans om mensen bijeen te brengen, die normaal in andere afdelingen, gebouwen of steden werken. De sociale banden die daarbij ontstaan zullen in de toekomst goud waard zijn.
Zo togen op 24 april 2008 zo’n vijfentwintig personen (van Belastingdienst en UWV) naar de het VOC-cafe De Schreierstoren in Amsterdam. Op deze toren aan het IJ stonden in de gouden eeuw de achterblijvende vrouwen te schreien, als hun mannen op hun koopvaardijschepen vertrokken voor lange reizen. Zo vertellen ze het althans in de rondvaartboten.
Onze groep bestond uit een gezelschap, dat ervoor zorg droeg dat zo’n 50.000 rapporten over de Loonaangifte Januari 2008 binnen 3 weken na afsluiting van het aangiftetijdvak werden verstuurd aan inhoudingsplichtigen. In deze rapporten wordt vermeld welke fouten er in de aangifte zijn aangetroffen. Een probate aanpak om toekomstige verbetering in de aangifte te bevorderen.
Als je jezelf verdiept in het proces dan merk je, hoeveel verschillende partijen het estafettestokje moeten doorgeven om een streefdatum te halen: Bouwers van de systemen met de specs van het jaar 2008, testers, de implementatiegroep, de produktiemensen die de betreffende massale gegevensstromen in gang zetten, de ontwerpers van het datawarehouse dat uiteindelijk de rapporten genereert, en tenslotte de business analisten die de rapportages vrijgeven en klaarzitten om reacties van buiten te behandelen.
Vertegenwoordigers van deze functies zaten vanaf november 2007 tot 23 maart 2008 (de einddatum) frequent bij elkaar om de estafette binnen de planning te houden. En als je dat lukt, dan valt er iets te vieren. Voor het onderlinge begrip is het een leuk idee om anekdotes met elkaar te delen. De leukste en interessantste vond ik de volgende: De DBA van IBM had zijn agenda nagelopen en vertelde, dat UWV in bovengenoemde periode 18 keer weekendondersteuning had verzocht bij IBM. Diverse keren had hij samen met de ontwerper van het datawarehouse gebeld om ervoor te zorgen, dat de servers op het computercentrum van IBM het weekeinde bleven doorzoemen, zodat de produktie op maandag klaar lag. En éénmaal hadden ze zelfs het weekeinde bij hem thuis doorgebracht om de zaak aan de gang te houden.
En zelfs al zit je er als eindverantwoordelijke gedurende het hele traject bovenop, dan nog ben je er door verrast, hoeveel er door gemotiveerde mensen achter de schermen wordt gedaan om die resultaten te halen, die niet zo vanzelfsprekend zijn als ze oppervlakkig gezien lijken.
Om een aantal redenen:
· Zodat je een groep van samenwerkende collega’s de waardering kunt geven voor geleverde prestaties.
· Om te benadrukken, dat er wel eens zaken fout gaan, maar dat er wel degelijk ook belangrijke zaken slagen. En dat die de richting moeten bepalen voor de toekomst.
· Het is een kans om mensen bijeen te brengen, die normaal in andere afdelingen, gebouwen of steden werken. De sociale banden die daarbij ontstaan zullen in de toekomst goud waard zijn.
Zo togen op 24 april 2008 zo’n vijfentwintig personen (van Belastingdienst en UWV) naar de het VOC-cafe De Schreierstoren in Amsterdam. Op deze toren aan het IJ stonden in de gouden eeuw de achterblijvende vrouwen te schreien, als hun mannen op hun koopvaardijschepen vertrokken voor lange reizen. Zo vertellen ze het althans in de rondvaartboten.
Onze groep bestond uit een gezelschap, dat ervoor zorg droeg dat zo’n 50.000 rapporten over de Loonaangifte Januari 2008 binnen 3 weken na afsluiting van het aangiftetijdvak werden verstuurd aan inhoudingsplichtigen. In deze rapporten wordt vermeld welke fouten er in de aangifte zijn aangetroffen. Een probate aanpak om toekomstige verbetering in de aangifte te bevorderen.
Als je jezelf verdiept in het proces dan merk je, hoeveel verschillende partijen het estafettestokje moeten doorgeven om een streefdatum te halen: Bouwers van de systemen met de specs van het jaar 2008, testers, de implementatiegroep, de produktiemensen die de betreffende massale gegevensstromen in gang zetten, de ontwerpers van het datawarehouse dat uiteindelijk de rapporten genereert, en tenslotte de business analisten die de rapportages vrijgeven en klaarzitten om reacties van buiten te behandelen.
Vertegenwoordigers van deze functies zaten vanaf november 2007 tot 23 maart 2008 (de einddatum) frequent bij elkaar om de estafette binnen de planning te houden. En als je dat lukt, dan valt er iets te vieren. Voor het onderlinge begrip is het een leuk idee om anekdotes met elkaar te delen. De leukste en interessantste vond ik de volgende: De DBA van IBM had zijn agenda nagelopen en vertelde, dat UWV in bovengenoemde periode 18 keer weekendondersteuning had verzocht bij IBM. Diverse keren had hij samen met de ontwerper van het datawarehouse gebeld om ervoor te zorgen, dat de servers op het computercentrum van IBM het weekeinde bleven doorzoemen, zodat de produktie op maandag klaar lag. En éénmaal hadden ze zelfs het weekeinde bij hem thuis doorgebracht om de zaak aan de gang te houden.
En zelfs al zit je er als eindverantwoordelijke gedurende het hele traject bovenop, dan nog ben je er door verrast, hoeveel er door gemotiveerde mensen achter de schermen wordt gedaan om die resultaten te halen, die niet zo vanzelfsprekend zijn als ze oppervlakkig gezien lijken.
Wednesday, May 28, 2008
Amsterdams Genootschap van Informatiemanagers op bezoek bij de Politie
Het AGIM, alumniclub van de postdoctorale UvA-opleiding, was op 27 maart 2008 bij het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten). Deze diensten achten het belang van informatiemanagement hoog en de genoemde postdoctorale opleiding is dan ook door diverse (groepen) medewerkers van de Politie doorlopen. Heden waren zij in Driebergen gastheer van het AGIM.
De Dienst Nationale Recherche van KPLD werkt organisatieoverstijgend en is gevormd na de IRT affaire. Meer coördinatie was nodig. Vóór die tijd kon het gebeuren dat 3 verschillende kernteams werkten aan een zaak, bijvoorbeeld vanuit de invalshoeken Schiphol, Drugs en Suriname. De nadelen daarvan kan men bedenken.
De bijeenkomst op 27 maart kende twee thema’s:
- VIA: Veiligheidsverbetering door Information Awareness;
- Bestrijding van Zware Georganiseerde Criminaliteit en Terrorisme.
Er waren 23 AGIM-leden aanwezig bij deze bijeenkomst.
Onlangs was in het nieuws, dat overheidsorganisaties moeten oppassen, dat professionals niet in hun persoonlijke uitingen op het Web confidentiële informatie prijsgeven. Het ging in dat geval om uitingen in sociale netwerken zoals LinkedIn. Professionals etaleerden zichzelf daar met de ervaringen die ze hadden opgedaan bij nationale veiligheidsdiensten. Onvoorstelbaar naïef mijns inziens, maar ik zal mij in dit verhaal in ieder geval beperken tot opmerkelijke aspecten van de professionele intervisie op deze AGIM-bijeenkomst zonder teveel op de inhoud in te gaan. Hoewel ik er van uit ga, dat de gastheren in hun presentaties ook hebben bedacht, hoever ze moeten gaan met hun informatieverstrekking.
Eén presentatie ging over de zogenaamde CT Infobox.
Dit is de naam van een organisatorische eenheid waarin medewerkers van 6 diensten fysiek bij elkaar zijn gebracht, waarbij ieder toegang heeft tot zijn eigen systemen. De diensten zijn AIVD, KPLD, IND, MIVD, FIOD en OM. Dat zijn de bekende, grote toezichtsapparaten, maar die wel elk met een bepaalde invalshoek naar de wereld kijken. En elke dienst heeft wellicht een stukje van de puzzel, waarmee individuen of organisaties kunnen worden opgespoord, die nadere aandacht behoeven.
In deze Infobox werken ongeveer 30 fte centraal met 60 bestanden; noem het maar een soort human interface, consolidatie van systemen via handmatige interventies. Vanuit de optiek van informatiemanagement vind ik het frappant, dat het voor 90% een organisatie-vraagstuk is. Verstandig ook om dat in eerste instantie met de vindingrijkheid van mensen op te lossen, in plaats van te proberen om over deze diensten heen één megasysteem te ontwerpen.
Het is mede een organisatie-vraagstuk, omdat de samenwerking (of tegenwerking) van 6 grote diensten (koninkrijken) aan de orde komt. Waarin bijvoorbeeld terecht de kwestie opkomt van het eigenaarschap van deze zeer kritische gegevens. Als door het onvoorzichtige gebruik van gegevens het onderzoek van organisatie X wordt gefrustreerd, zullen ze voorzichtiger worden met de samenwerking.
Een tweede presentatie ging over het herkennen van patronen en het ontwikkelen van modellen. Kennis op deze terreinen is van wezenlijk belang. De spreker merkte op: ‘zonder kennis verzuip je in de informatie’.
In modellen worden de processen van criminele organisaties gemodelleerd. Het zijn immers gewoon bedrijven met activiteiten, die deels lijken op wat er in de bovenwereld gebeurt, maar deels ook niet. Kennis daarvan moet ontwikkeld worden.
De spreker had o.a. casino’s en ziekenhuizen bezocht om inspiratie op te doen voor zijn modellen. Hij hecht groot belang aan modellen en legde twee opmerkelijke stellingen neer:
- Modellen stimuleren, binden en katalyseren netwerken. De experts binnen organisaties worden daardoor geholpen om hun gezamenlijke kennis op effectieve wijze bij elkaar te brengen.
- Je moet appelleren aan emotie en passie om de gewenste experts in je netwerk te krijgen. Hij legde toepasselijk een link naar het succes van sociale netwerken waar gelijkgestemden elkaar vinden en samen tot iets komen.
Even een zijstapje: In dit voorjaar was er stevig strijd tussen de minister van Binnenlandse
Zaken (Ter Horst) en de politiebonden. Het ging om salarisverhoging en het kwam zelfs tot werkstaking. Niet geheel toevallig kwamen daarna op televisie de berichten, dat vele jongeren van niveau Universiteit/HBO kiezen voor de politie omdat ze maatschappelijk relevant bezig willen zijn. Een hele andere motivator dus dan ‘geld’. Inderdaad ken ik zelf ook niemand, die om deze reden het automatiseringsvak verliet om als politievrouw haar werk zin te geven.
Als deze trend inderdaad sterk is, dan is dat belangrijk voor de Politie, want de bovenbeschreven initiatieven om als politieapparaat kennisintensief aan preventie en opsporing te doen kunnen niet worden doorgevoerd zonder instroom van niveau Universiteit/HBO. Einde zijstapje.
Ruim een jaar geleden was ik al eens geimponeerd door een presentatie bij Amsterdam Amstelland, ook met AGIM.
Agenten konden via een handheld in diverse systemen van het korps komen, varierende van hele oude mainframeschermpjes tot de nieuwste applicaties. Ze waren erin geslaagd om daar een schil over heen te leggen, die ondanks de verschillende techniek van de diverse applicaties, toegang verleent tot de “content”. Bijvoorbeeld als je aan de hand van een auto-kenteken wilt weten welke info in alle systemen beschikbaar is. Met het verrassende voorbeeld, dat na een eenvoudige verkeerscontrole het kenteken ook genoteerd bleek bij een hele andere zware zaak waarvan de oplossing muurvast zat.
Kortom voor wat ik er van zie, petje af voor het informatiemanagement bij de Politie.
De Dienst Nationale Recherche van KPLD werkt organisatieoverstijgend en is gevormd na de IRT affaire. Meer coördinatie was nodig. Vóór die tijd kon het gebeuren dat 3 verschillende kernteams werkten aan een zaak, bijvoorbeeld vanuit de invalshoeken Schiphol, Drugs en Suriname. De nadelen daarvan kan men bedenken.
De bijeenkomst op 27 maart kende twee thema’s:
- VIA: Veiligheidsverbetering door Information Awareness;
- Bestrijding van Zware Georganiseerde Criminaliteit en Terrorisme.
Er waren 23 AGIM-leden aanwezig bij deze bijeenkomst.
Onlangs was in het nieuws, dat overheidsorganisaties moeten oppassen, dat professionals niet in hun persoonlijke uitingen op het Web confidentiële informatie prijsgeven. Het ging in dat geval om uitingen in sociale netwerken zoals LinkedIn. Professionals etaleerden zichzelf daar met de ervaringen die ze hadden opgedaan bij nationale veiligheidsdiensten. Onvoorstelbaar naïef mijns inziens, maar ik zal mij in dit verhaal in ieder geval beperken tot opmerkelijke aspecten van de professionele intervisie op deze AGIM-bijeenkomst zonder teveel op de inhoud in te gaan. Hoewel ik er van uit ga, dat de gastheren in hun presentaties ook hebben bedacht, hoever ze moeten gaan met hun informatieverstrekking.
Eén presentatie ging over de zogenaamde CT Infobox.
Dit is de naam van een organisatorische eenheid waarin medewerkers van 6 diensten fysiek bij elkaar zijn gebracht, waarbij ieder toegang heeft tot zijn eigen systemen. De diensten zijn AIVD, KPLD, IND, MIVD, FIOD en OM. Dat zijn de bekende, grote toezichtsapparaten, maar die wel elk met een bepaalde invalshoek naar de wereld kijken. En elke dienst heeft wellicht een stukje van de puzzel, waarmee individuen of organisaties kunnen worden opgespoord, die nadere aandacht behoeven.
In deze Infobox werken ongeveer 30 fte centraal met 60 bestanden; noem het maar een soort human interface, consolidatie van systemen via handmatige interventies. Vanuit de optiek van informatiemanagement vind ik het frappant, dat het voor 90% een organisatie-vraagstuk is. Verstandig ook om dat in eerste instantie met de vindingrijkheid van mensen op te lossen, in plaats van te proberen om over deze diensten heen één megasysteem te ontwerpen.
Het is mede een organisatie-vraagstuk, omdat de samenwerking (of tegenwerking) van 6 grote diensten (koninkrijken) aan de orde komt. Waarin bijvoorbeeld terecht de kwestie opkomt van het eigenaarschap van deze zeer kritische gegevens. Als door het onvoorzichtige gebruik van gegevens het onderzoek van organisatie X wordt gefrustreerd, zullen ze voorzichtiger worden met de samenwerking.
Een tweede presentatie ging over het herkennen van patronen en het ontwikkelen van modellen. Kennis op deze terreinen is van wezenlijk belang. De spreker merkte op: ‘zonder kennis verzuip je in de informatie’.
In modellen worden de processen van criminele organisaties gemodelleerd. Het zijn immers gewoon bedrijven met activiteiten, die deels lijken op wat er in de bovenwereld gebeurt, maar deels ook niet. Kennis daarvan moet ontwikkeld worden.
De spreker had o.a. casino’s en ziekenhuizen bezocht om inspiratie op te doen voor zijn modellen. Hij hecht groot belang aan modellen en legde twee opmerkelijke stellingen neer:
- Modellen stimuleren, binden en katalyseren netwerken. De experts binnen organisaties worden daardoor geholpen om hun gezamenlijke kennis op effectieve wijze bij elkaar te brengen.
- Je moet appelleren aan emotie en passie om de gewenste experts in je netwerk te krijgen. Hij legde toepasselijk een link naar het succes van sociale netwerken waar gelijkgestemden elkaar vinden en samen tot iets komen.
Even een zijstapje: In dit voorjaar was er stevig strijd tussen de minister van Binnenlandse
Zaken (Ter Horst) en de politiebonden. Het ging om salarisverhoging en het kwam zelfs tot werkstaking. Niet geheel toevallig kwamen daarna op televisie de berichten, dat vele jongeren van niveau Universiteit/HBO kiezen voor de politie omdat ze maatschappelijk relevant bezig willen zijn. Een hele andere motivator dus dan ‘geld’. Inderdaad ken ik zelf ook niemand, die om deze reden het automatiseringsvak verliet om als politievrouw haar werk zin te geven.
Als deze trend inderdaad sterk is, dan is dat belangrijk voor de Politie, want de bovenbeschreven initiatieven om als politieapparaat kennisintensief aan preventie en opsporing te doen kunnen niet worden doorgevoerd zonder instroom van niveau Universiteit/HBO. Einde zijstapje.
Ruim een jaar geleden was ik al eens geimponeerd door een presentatie bij Amsterdam Amstelland, ook met AGIM.
Agenten konden via een handheld in diverse systemen van het korps komen, varierende van hele oude mainframeschermpjes tot de nieuwste applicaties. Ze waren erin geslaagd om daar een schil over heen te leggen, die ondanks de verschillende techniek van de diverse applicaties, toegang verleent tot de “content”. Bijvoorbeeld als je aan de hand van een auto-kenteken wilt weten welke info in alle systemen beschikbaar is. Met het verrassende voorbeeld, dat na een eenvoudige verkeerscontrole het kenteken ook genoteerd bleek bij een hele andere zware zaak waarvan de oplossing muurvast zat.
Kortom voor wat ik er van zie, petje af voor het informatiemanagement bij de Politie.
Wednesday, May 14, 2008
Een nieuwe website voor Actuarieel Genootschap en Actuarieel Instituut
Op 18 maart 2008 was er een klankbordsessie in het kader van de ontwikkeling van de nieuwe website van Actuarieel Genootschap en Actuarieel Instituut (AG-AI). Ik nam deel als voorzitter van de vakgroep Informatica van het AI, maar daarnaast was ik gewoon nieuwsgierig, omdat ik in mijn dagelijkse werk veel te maken heb met ontwerp en realisatie van nieuwe informatiesystemen en met name de organisatorische inbedding daarvan.
Het feit dat de projectleider en de bouwers dergelijke klankbordsessies organiseren is een verstandige actie. Hoe vaak zien we niet, dat de ontwikkeling van nieuwe systemen te veel los raakt van de ‘business’ waardoor ze uiteindelijk moeizaam worden geaccepteerd en zelfs mislukken.
Bij de start van het gesprek constateerde ik, dat een website soms nog teveel gezien wordt als een etalage van het bedrijf. Samen kwamen we daarna tot de conclusie, dat deze ‘etalage’ in het huidige tijdsgewricht alleen effectief is, als de verbinding met de achterliggende bedrijfsapplicaties mogelijk is. In het geval van AG-AI zijn dat bijvoorbeeld de cursistenadministratie, de cursusadministratie en relevante documentaire systemen. Anderzijds ben ik het geheel met de projectleider eens, dat deze ambitie getemporiseerd moet worden. Hij wil in eerste instantie de bestaande functionaliteit continueren en daarnaast een zodanig platform bouwen, dat toekomstige uitbreidingen van functionaliteit mogelijk zijn.
Het moderniseren van de website past goed in het veranderingsproces, dat AG-AI hebben ingezet. Daarin wordt het vak van Actuaris geplaatst in de veranderende wereld en wordt ook bewust gewerkt aan actieve profilering van AG-AI.
Naar aanleiding van deze laatste ambitie heb ik de kanttekening gemaakt, dat het een valkuil zou zijn, als de nieuwe website teveel wordt bepaald door de ‘insiders’, degenen die nu reeds in allerlei rollen betrokken zijn bij AG-AI. Het is juist interessant om uit te zoeken, wat ‘outsiders’ van de website verwachten.
Met outsiders bedoel ik mensen, die nu nog onwetend zijn van AG-AI, maar die wij wel graag zouden willen bereiken. Dat is een breed palet van personen en instellingen uit het politieke, maatschappelijke en onderwijs-krachtenveld.
Bijvoorbeeld:
- Mensen met andere opleidingen die zouden willen weten welke mogelijkheden het vak van actuaris biedt en welke opleidingsmogelijkheden er zijn.
- Politici en maatschappelijke organisaties, die zich afvragen welke rol actuarissen spelen in actuele discussies over pensioenen en vermogensbeheer.
Voor het overige was de demo van het bestaande prototype zeer verhelderend. Het was wel opvallend, dat er bij zo’n demo snel wordt gereageerd op het voorliggende scherm en op de lay-out. Op de buitenkant dus. Persoonlijk ben ik voor de aanpak, dat primaire reacties van gebruikers op lay-out voorlopig worden geparkeerd. Laat ze eerst eens drie maanden werken met het systeem en dan evalueren, welke ervaringen zij hebben en welke wijzigingen gewenst zijn. Dan vallen vanzelf de eerste primaire reacties af en blijven alleen de zaken, die werkelijk invloed hebben op het werkproces van de gebruiker.
Achter de website zit een tool, die vele mogelijkheden biedt. Zoveel flexibiliteit, dat in ieder geval twee mensen, waaronder ikzelf, de behoefte hadden om de eerste tijd niet toe te geven aan allerlei spontaan bedachte extra’s. Want je zou wel eens kunnen eindigen met een volledig onbeheersbare chaos. Keep it simple, weet je nog.
Het was al met al een nuttige klankbord sessie met een oude les: Techniek mag niet leidend zijn, technische fraaie mogelijkheden ook niet.
Wel: Organisatorische inbedding, beheersbare produktie, nauw afstemmen met kennisniveau van doelgroep en behoeften van doelgroep
Het feit dat de projectleider en de bouwers dergelijke klankbordsessies organiseren is een verstandige actie. Hoe vaak zien we niet, dat de ontwikkeling van nieuwe systemen te veel los raakt van de ‘business’ waardoor ze uiteindelijk moeizaam worden geaccepteerd en zelfs mislukken.
Bij de start van het gesprek constateerde ik, dat een website soms nog teveel gezien wordt als een etalage van het bedrijf. Samen kwamen we daarna tot de conclusie, dat deze ‘etalage’ in het huidige tijdsgewricht alleen effectief is, als de verbinding met de achterliggende bedrijfsapplicaties mogelijk is. In het geval van AG-AI zijn dat bijvoorbeeld de cursistenadministratie, de cursusadministratie en relevante documentaire systemen. Anderzijds ben ik het geheel met de projectleider eens, dat deze ambitie getemporiseerd moet worden. Hij wil in eerste instantie de bestaande functionaliteit continueren en daarnaast een zodanig platform bouwen, dat toekomstige uitbreidingen van functionaliteit mogelijk zijn.
Het moderniseren van de website past goed in het veranderingsproces, dat AG-AI hebben ingezet. Daarin wordt het vak van Actuaris geplaatst in de veranderende wereld en wordt ook bewust gewerkt aan actieve profilering van AG-AI.
Naar aanleiding van deze laatste ambitie heb ik de kanttekening gemaakt, dat het een valkuil zou zijn, als de nieuwe website teveel wordt bepaald door de ‘insiders’, degenen die nu reeds in allerlei rollen betrokken zijn bij AG-AI. Het is juist interessant om uit te zoeken, wat ‘outsiders’ van de website verwachten.
Met outsiders bedoel ik mensen, die nu nog onwetend zijn van AG-AI, maar die wij wel graag zouden willen bereiken. Dat is een breed palet van personen en instellingen uit het politieke, maatschappelijke en onderwijs-krachtenveld.
Bijvoorbeeld:
- Mensen met andere opleidingen die zouden willen weten welke mogelijkheden het vak van actuaris biedt en welke opleidingsmogelijkheden er zijn.
- Politici en maatschappelijke organisaties, die zich afvragen welke rol actuarissen spelen in actuele discussies over pensioenen en vermogensbeheer.
Voor het overige was de demo van het bestaande prototype zeer verhelderend. Het was wel opvallend, dat er bij zo’n demo snel wordt gereageerd op het voorliggende scherm en op de lay-out. Op de buitenkant dus. Persoonlijk ben ik voor de aanpak, dat primaire reacties van gebruikers op lay-out voorlopig worden geparkeerd. Laat ze eerst eens drie maanden werken met het systeem en dan evalueren, welke ervaringen zij hebben en welke wijzigingen gewenst zijn. Dan vallen vanzelf de eerste primaire reacties af en blijven alleen de zaken, die werkelijk invloed hebben op het werkproces van de gebruiker.
Achter de website zit een tool, die vele mogelijkheden biedt. Zoveel flexibiliteit, dat in ieder geval twee mensen, waaronder ikzelf, de behoefte hadden om de eerste tijd niet toe te geven aan allerlei spontaan bedachte extra’s. Want je zou wel eens kunnen eindigen met een volledig onbeheersbare chaos. Keep it simple, weet je nog.
Het was al met al een nuttige klankbord sessie met een oude les: Techniek mag niet leidend zijn, technische fraaie mogelijkheden ook niet.
Wel: Organisatorische inbedding, beheersbare produktie, nauw afstemmen met kennisniveau van doelgroep en behoeften van doelgroep
Subscribe to:
Posts (Atom)