Doseren is een kunst die niet is weggelegd voor zwart-wit kijkers. Daarvoor moet je namelijk kunnen inzien, dat er een groot scala van kansen ligt tussen de situaties 100%-fout en 100%-goed.
Ik werd getriggerd tot deze gedachten door de jaarlijkse uitgave van Computable 100 met de lijst van krachtigste ict-bedrijven van Nederland over 2007. Die bevat ook een ranglijst met de meest innovatieve bedrijven. Twee citaten uit het begeleidende artikel:
1. Soms kun je beter met een vernieuwing komen die weinig toevoegt, dan dat je wacht op de grote doorbraak.
2. Niets werkt beter om mensen en bedrijven te overtuigen dan iets te laten zien.
Het is een succesfactor om steeds naar buiten te komen en ook naar buiten te komen als het nog niet voor 100% goed is. Want die situatie bereik je namelijk nooit!
Deze stellingen in Computable bevestigen mijn eigen ervaring in kwaliteitsmanagement en projectmanagement. Namelijk dat je elke kleine stap vooruit moet ‘vieren’ om dan weer verbeten door te gaan met de volgende stap. Ga niet zitten griepen, dat het maar zo’n klein stapje was en dat het weinig voorstelde. Het glas is niet half leeg, maar wél half vol.
Ik vind het altijd interessant om een parallel te trekken met de sportwereld, omdat in die wereld alles zo zichtbaar is: de uitgevoerde handelingen, de effectiviteit daarvan en het eindresultaat.
Het denkpatroon van topgolfspelers is wat dat betreft intrigerend. De beste golfers stappen over slechte slagen heen, focussen meteen weer op de volgende slag, en weten naar welke techniek ze op zoek zijn. Doseren dus. Stap voor stap. Tom Kite, een speler die jarenlang aan de top van de amerikaanse ranglijsten stond, gaat zover dat hij stelt: ‘don’t try to win’. Dat heb je namelijk niet volledig in de hand; concentreer je op de zaken, die je wél in de hand hebt, dan zullen regelmatig de overwinningen naar jouw kant toe vallen.
En om toch nog een beetje verder te gaan: Om te kunnen doseren heb je vakmanschap nodig.
Want je moet wel weten, wat een zinvolle stap is en welke deelresultaten zinvol zijn, kortom je moet het proces tot in de diepte begrijpen. Sommige oppervlakkige managers hebben daar geen benul van, maar kunnen alleen een (financieel) eindresultaat vatten. Zie ook mijn posting over Jaap Peters (‘Intensieve Menshouderij’, 29 oktober 2007).
Om weer een sportvoorbeeld te nemen, verwijs ik naar de gebeurtenissen bij voetbalclub Ajax in februari 2008. Na jarenlang oppervlakkig management (inclusief beursnotering) is de club zo afgegleden, dat de bestuurslaag weg moet en de oude meester Johan Cruijff ingrijpt in het technisch beleid. Cruijff sprak op televisie de wijze woorden: ‘Voetbal is zoveel meer dan winnen of verliezen!’ Het zijn inderdaad de oppervlakkige nitwits, die niet anders kunnen dan in de krant lezen of er 0 punten of 3 punten behaald zijn. Het eerste is dan fout en het tweede is goed. Simpel. Maar de echte kenner heeft gezien, dat ondanks de nederlaag met nul punten er een ploeg stond met interessante toekomstperspectieven. En de kenner zal ook zien, dat een overwinning met 3 punten in feite verhult, dat de betreffende ploeg geluk heeft gehad en in wezen weinig perspectief biedt voor succes op lange termijn.
En terug naar het bedrijfsleven zie ik steeds weer, dat in grote automatiseringsprojecten de hele wereld in de telefoon klimt, escaleert en rapportages vraagt, als er een incident is opgetreden bijvoorbeeld in het computercentrum. Incidenten moeten uiteraard worden opgelost, maar ze zijn niet interessant anders dan als een uiting van onderliggende problemen. Maar die onderliggende succes- of faalfactoren proberen te begrijpen gaat in het algemeen boven de pet van betrokken bevolkingsgroepen….
Les: Werk voor stap voor stap en zorg voor een bemanning, die ook daadwerkelijk de stappen fundamenteel begrijpt. Bij toppers in de sport is dat heel zichtbaar, maar het geldt net zo goed voor professionals in andere vakgebieden van de maatschappij.
Monday, March 17, 2008
Saturday, March 8, 2008
Aimpactbijeenkomst van januari 2008
Vanaf 1-1-2008 zijn er twee aandeelhouders van Aimpact. Naast Co Politiek is per die datum Bertho Eckhardt ingetreden. Zij hebben de zogenaamde ‘geassocieerden van het eerste uur’ gevraagd om een Raad van Advies te vormen. En dat gaan Jan Turk, Anne van Veen, Jaap den Haan en ondergetekende vanaf januari 2008 ook doen. Voorafgaand aan de plenaire januari-bijeenkomst hebben wij dat met zijn zessen beklonken.
Voor de plenaire bijeenkomst waren ongeveer 25 personen opgekomen. Co en Bertho verzorgden een terugblik op 2007 en een vooruitblik op 2008. Er zijn intussen 70 professionals die een associatie-overeenkomst hebben getekend. Qua geassocieerden is er dus voldoende kwantiteit en Aimpact zal dan ook voor 2008 meer inzetten op inhoud en commercie. (Klik eens op de link Video CV’s om de Aimpact Professionals Gallery te bekijken met foto en video CV.)
Hoewel Aimpact in 2007 interessante raamcontracten heeft afgesloten en relatief veel aanvragen binnenkreeg, was het aantal opdrachten onder Aimpactvlag laag. Via de huidige aandeelhouders en geassocieerden konden onvoldoende kandidaten worden opgespoord, die matchen op de binnengekomen aanvragen. Dit is een punt van aandacht.
In 2008 zullen door Aimpact ook weer nieuwe initiatieven worden ontplooid. Vele gesprekken met klanten geven aan, dat deze initiatieven kunnen rekenen op belangstelling van marktpartijen. De nieuwe initiatieven worden toegelicht op de Aimpact-website en dragen de namen ‘Edupact’, ‘Humanpact’ en ‘Nieuw Ondernemen’.
Voor de plenaire bijeenkomst waren ongeveer 25 personen opgekomen. Co en Bertho verzorgden een terugblik op 2007 en een vooruitblik op 2008. Er zijn intussen 70 professionals die een associatie-overeenkomst hebben getekend. Qua geassocieerden is er dus voldoende kwantiteit en Aimpact zal dan ook voor 2008 meer inzetten op inhoud en commercie. (Klik eens op de link Video CV’s om de Aimpact Professionals Gallery te bekijken met foto en video CV.)
Hoewel Aimpact in 2007 interessante raamcontracten heeft afgesloten en relatief veel aanvragen binnenkreeg, was het aantal opdrachten onder Aimpactvlag laag. Via de huidige aandeelhouders en geassocieerden konden onvoldoende kandidaten worden opgespoord, die matchen op de binnengekomen aanvragen. Dit is een punt van aandacht.
In 2008 zullen door Aimpact ook weer nieuwe initiatieven worden ontplooid. Vele gesprekken met klanten geven aan, dat deze initiatieven kunnen rekenen op belangstelling van marktpartijen. De nieuwe initiatieven worden toegelicht op de Aimpact-website en dragen de namen ‘Edupact’, ‘Humanpact’ en ‘Nieuw Ondernemen’.
Wednesday, February 27, 2008
Ososs: het propageren van Open Software
Ososs hield in december 2007 het jaarcongres, dat werd geopend door staatssecretaris Ank Bijleveld-Schouten van Binnenlandse Zaken. De staatssecretaris maakte een uitstekende indruk, zowel inhoudelijk als qua presentatie. Zij en haar collega van Financiën Frank Heemskerk laten volgens Ososs-veteranen sinds het aantreden van het nieuwe kabinet een frisse wind waaien voor open source. Gesteld wordt, dat sedert de motie Vendrik van 2002 nu pas een serieus beleidsantwoord is geformuleerd door het actieplan “Nederland in open verbinding”.
Dagvoorzitter op dit jaarcongres was Herbert Blankenstein, journalist en op BNR-radio verantwoordelijk voor het programma De Elektronische Eeuw. Hij moest een kwartier tijdrekken omdat de staatssecretaris verlaat was en deed dat heel knap door zijn eigen ervaringen met open source gedurende de afgelopen 10 jaar te memoren. Conclusie daaruit is, dat het steeds beter wordt, maar dat software nooit een sinecure is. Het moet storingsvrij zijn, je moet het goed installeren en het moet samenwerken met al je andere hard- en software….
De lezingen over het onderwerp vond ik minder interessant dan de leveranciersmarkt. Dit is typisch een onderwerp waar je niet te veel over moet praten, maar waar je moet experimenteren en doen. Ik moet denken aan een youtube-filmpje over onze extroverte management guru Tom Peters, die een succesvolle klant (Southwest Airlines) citeert: “We have a strategy, it’s called DOING THINGS.” Soms moet je studeren, soms moet je doen.
De teksten van de lezingen zijn te vinden op de website van Ososs.
De IT-manager van Stichting ICTU vertelde bijvoorbeeld over zijn eigen ervaringen bij het invoeren van open software bij ICTU. Voor ICTU is het belangrijk om deze voorbeeldrol te pakken (“practice what you preach”).
De leveranciersmarkt was klein maar fijn. Een stuk of 15 aanbieders, goed geïnformeerd over open source en hun markt. Ik voerde een aantal interessante gesprekken bij de diverse stands. Een verslagje van de leveranciersmarkt volgt in een toekomstige posting. Om alvast in de stemming te komen voor de markt stond er in de receptie van het beursgebouw een oude Peugeot 106, volgestouwd met exemplaren van het boek “Open gemeenten. Resultaten van grootschalige inventarisatie inclusief Voorbeeldprojecten”. Het bleek, dat deze oude peugeot als vehikel had gediend voor ososs-adviseur Bouke Koelstra om heel Nederland te doorkruisen. Alle nederlandse gemeenten werden eerst telefonisch bevraagd over hun gebruik van open software en vaak daarna nog bezocht voor meer diepgaande interactie. Van circa 50 gemeenten werden interessante voorbeelden verzameld in de 102 pagina’s van dit boek, een mooi inititatief tot kennisdeling! Ik vind verhalen van gemeenten vaak zeer leerzaam, want
1) Ze zijn klein, hebben een klein budget en gaan dus heel pragmatisch en inventief om met processen en ICT.
2) Waar grote concerns zich het hoofd breken over business-IT alignment, zorgen medewerkers van gemeenten er gewoon voor, dat de zaak werkt en dat de burger beter geholpen wordt. Het helpt echt, als de klant altijd recht voor je snuffert staat!
Het boekje ademt ook die sfeer. Belangstellenden kunnen het ongetwijfeld opvragen bij Ososs.
Dagvoorzitter op dit jaarcongres was Herbert Blankenstein, journalist en op BNR-radio verantwoordelijk voor het programma De Elektronische Eeuw. Hij moest een kwartier tijdrekken omdat de staatssecretaris verlaat was en deed dat heel knap door zijn eigen ervaringen met open source gedurende de afgelopen 10 jaar te memoren. Conclusie daaruit is, dat het steeds beter wordt, maar dat software nooit een sinecure is. Het moet storingsvrij zijn, je moet het goed installeren en het moet samenwerken met al je andere hard- en software….
De lezingen over het onderwerp vond ik minder interessant dan de leveranciersmarkt. Dit is typisch een onderwerp waar je niet te veel over moet praten, maar waar je moet experimenteren en doen. Ik moet denken aan een youtube-filmpje over onze extroverte management guru Tom Peters, die een succesvolle klant (Southwest Airlines) citeert: “We have a strategy, it’s called DOING THINGS.” Soms moet je studeren, soms moet je doen.
De teksten van de lezingen zijn te vinden op de website van Ososs.
De IT-manager van Stichting ICTU vertelde bijvoorbeeld over zijn eigen ervaringen bij het invoeren van open software bij ICTU. Voor ICTU is het belangrijk om deze voorbeeldrol te pakken (“practice what you preach”).
De leveranciersmarkt was klein maar fijn. Een stuk of 15 aanbieders, goed geïnformeerd over open source en hun markt. Ik voerde een aantal interessante gesprekken bij de diverse stands. Een verslagje van de leveranciersmarkt volgt in een toekomstige posting. Om alvast in de stemming te komen voor de markt stond er in de receptie van het beursgebouw een oude Peugeot 106, volgestouwd met exemplaren van het boek “Open gemeenten. Resultaten van grootschalige inventarisatie inclusief Voorbeeldprojecten”. Het bleek, dat deze oude peugeot als vehikel had gediend voor ososs-adviseur Bouke Koelstra om heel Nederland te doorkruisen. Alle nederlandse gemeenten werden eerst telefonisch bevraagd over hun gebruik van open software en vaak daarna nog bezocht voor meer diepgaande interactie. Van circa 50 gemeenten werden interessante voorbeelden verzameld in de 102 pagina’s van dit boek, een mooi inititatief tot kennisdeling! Ik vind verhalen van gemeenten vaak zeer leerzaam, want
1) Ze zijn klein, hebben een klein budget en gaan dus heel pragmatisch en inventief om met processen en ICT.
2) Waar grote concerns zich het hoofd breken over business-IT alignment, zorgen medewerkers van gemeenten er gewoon voor, dat de zaak werkt en dat de burger beter geholpen wordt. Het helpt echt, als de klant altijd recht voor je snuffert staat!
Het boekje ademt ook die sfeer. Belangstellenden kunnen het ongetwijfeld opvragen bij Ososs.
Tuesday, February 19, 2008
Besturing van een keten, de praktijk
Vanaf 1-1-2006 is conform de Wet Walvis de loonaangifteketen operationeel geworden. De nieuwe loonaangifte combineert voor inhoudingsplichtige werkgevers de aangifte van loonbelasting en premies Sociale Verzekeringen. De Belastingdienst geeft deze gegevens door aan UWV, waarmee de 2 grootste ketenpartners zijn genoemd. UWV legt de gegevens over de inkomensverhoudingen van alle Nederlanders vast in de Polisadministratie. Een belangrijke afnemer van deze gegevens is CBS, waarmee de derde convenantspartner is genoemd. Vanaf de start in 2006 kampte de nieuwe keten met vele problemen.
Halverwege 2007 heeft minister Donner een ketenburo in Amersfoort gevestigd als zware interventie om regie te krijgen op de keten, waar de samenwerkende partners daar niet goed in slaagden. De analyse en zijn besluitvorming stuurt hij naar de Tweede Kamer op 10 april 2007.
Later volgt de conclusie, dat er tijd nodig zal zijn om de problemen op te lossen. Men mikt op het realiseren van een ‘werkende keten’ per 1-1-2008. Daarna volgen stapsgewijs de ‘stabiele keten’ en de ‘robuuste keten’.
Bij een bijeenkomst van managers van UWV en Belastingdienst najaar 2007 traden twee universitaire onderzoekers op, die vanuit hun onderzoekservaring behartenswaardige lessen voorhielden.
Prof. Ard-Pieter de Man stelde, dat voor een succesvolle keten allereerst de gemeenschappelijke doelstellingen voor de keten moeten worden vastgesteld. Want vanuit hun eigen missie hebben de ketenpartners (in dit geval UWV en Belastingdienst) verschillende doelstellingen.
De bevindingen van De Man vanuit zijn onderzoeken naar tientallen alliantievormen waren een eye-opener voor de aanwezigen. Hij heeft bijvoorbeeld bedrijven ingedeeld in succesvolle en minder-succesvolle alliantievormers. En stelde vast dat de succesvolle bedrijven bijvoorbeeld investeren in ketenregisseurs, mensen, die dedicated bezig zijn met de keten. Dat lijkt evident, maar het kan zo maar gebeuren, dat de afwegingen veel meer plaatsvinden binnen de oude hierarchische kolommen (zoals Belastingdienst en UWV) dan tussen de twee kolommen, te weten in de keten.
Toon van Dijk van Twente Universiteit heeft het rapport ‘Kink in de keten’ gepubliceerd, een ‘inventarisatie van de bevorderende en de belemmerende factoren bij samenwerking tussen landelijke overheidsorganisaties op het gebied van ICT’. Hij presenteerde de hoofdlijnen; geïnteresseerden moeten doorklikken naar zijn rapport want het is te veelomvattend om zijn verhaal hier weer te geven. Twee intrigerende opmerkingen van Van Dijk wil ik wel noteren:
= Hij constateert, wat wij allen ook voortdurend zien, dat er weinig wordt geleerd van vroegere fouten. “Niemand die nu bezig is met het Digitaal Klantdossier kijkt naar de evaluatierapporten van CVCS (Client Volg Communicatie Stelsel).” Dat vond ik intrigerend, omdat ik 7 jaar geleden van nabij aanschouwde, hoezeer het CVCS worstelde.
= Hij merkte op, dat bij benoemingen op hoge posten in ketens in toenemende mate wordt geselecteerd op reputatie. Dus niet redenerend vanuit de hierarchieën van de betrokken organisatie.
Halverwege 2007 heeft minister Donner een ketenburo in Amersfoort gevestigd als zware interventie om regie te krijgen op de keten, waar de samenwerkende partners daar niet goed in slaagden. De analyse en zijn besluitvorming stuurt hij naar de Tweede Kamer op 10 april 2007.
Later volgt de conclusie, dat er tijd nodig zal zijn om de problemen op te lossen. Men mikt op het realiseren van een ‘werkende keten’ per 1-1-2008. Daarna volgen stapsgewijs de ‘stabiele keten’ en de ‘robuuste keten’.
Bij een bijeenkomst van managers van UWV en Belastingdienst najaar 2007 traden twee universitaire onderzoekers op, die vanuit hun onderzoekservaring behartenswaardige lessen voorhielden.
Prof. Ard-Pieter de Man stelde, dat voor een succesvolle keten allereerst de gemeenschappelijke doelstellingen voor de keten moeten worden vastgesteld. Want vanuit hun eigen missie hebben de ketenpartners (in dit geval UWV en Belastingdienst) verschillende doelstellingen.
De bevindingen van De Man vanuit zijn onderzoeken naar tientallen alliantievormen waren een eye-opener voor de aanwezigen. Hij heeft bijvoorbeeld bedrijven ingedeeld in succesvolle en minder-succesvolle alliantievormers. En stelde vast dat de succesvolle bedrijven bijvoorbeeld investeren in ketenregisseurs, mensen, die dedicated bezig zijn met de keten. Dat lijkt evident, maar het kan zo maar gebeuren, dat de afwegingen veel meer plaatsvinden binnen de oude hierarchische kolommen (zoals Belastingdienst en UWV) dan tussen de twee kolommen, te weten in de keten.
Toon van Dijk van Twente Universiteit heeft het rapport ‘Kink in de keten’ gepubliceerd, een ‘inventarisatie van de bevorderende en de belemmerende factoren bij samenwerking tussen landelijke overheidsorganisaties op het gebied van ICT’. Hij presenteerde de hoofdlijnen; geïnteresseerden moeten doorklikken naar zijn rapport want het is te veelomvattend om zijn verhaal hier weer te geven. Twee intrigerende opmerkingen van Van Dijk wil ik wel noteren:
= Hij constateert, wat wij allen ook voortdurend zien, dat er weinig wordt geleerd van vroegere fouten. “Niemand die nu bezig is met het Digitaal Klantdossier kijkt naar de evaluatierapporten van CVCS (Client Volg Communicatie Stelsel).” Dat vond ik intrigerend, omdat ik 7 jaar geleden van nabij aanschouwde, hoezeer het CVCS worstelde.
= Hij merkte op, dat bij benoemingen op hoge posten in ketens in toenemende mate wordt geselecteerd op reputatie. Dus niet redenerend vanuit de hierarchieën van de betrokken organisatie.
Subscribe to:
Posts (Atom)