Monday, August 20, 2007

Beter presteren met processen(2): keynote vanuit KPN

Eerdere posting over dit onderwerp: 1 juli 2007.
Inspiratiebron voor deze postings is het seminar BPM2007 op 21 juni 2007.

De keynote speaker aldaar was KPN chief procurement officer, mr Willem van Oppen. Supply chain management is een sleutelwoord in zijn loopbaan. Volgens het programma was hij CPO van het jaar 2006. De titel van zijn voordracht luidde ‘Collaborative KPI’s’.
In zijn loopbaan deed hij ervaringen op ten aanzien van kwaliteitsmanagement, die ik heel herkenbaar vond. Ooit leerde hij als directeur van een rubberfabriek in Japan welke eisen Toyota stelde vanuit de Kaizen-benadering. Het hele management van een leverancier moest naar een cursus. Japanners nemen t.a.v. kwaliteit geen genoegen met ‘lipservice’ zoals ik in Nederland wel meemaakte wanneer gesproken werd over kwaliteitsacties:
- ‘We vinden het heel belangrijk, maar het mag ons als directie niet te veel tijd kosten.’
- ‘Zij van de werkvloer moeten inderdaad maar naar een cursus klantgerichtheid.’
- En andere houdingen met dezelfde strekking.

Hij gaf een inleiding over de KPN strategie teneinde tot zijn eigenlijke onderwerp te komen.
De KPN strategie start met een analyse van de situatie van KPN destijds (‘traditionele business is een burning platform’). Een grafiek met de WACC ( weighted average cost of capital) sprak boekdelen. Op basis daarvan is de nieuwe CEO na zijn aantreden enige jaren terug begonnen met outsourcing. Activiteiten die minder renderen dan de cost of capital, kwamen in aanmerking voor vervreemding. Zo zouden de IT-investeringen van de balans van KPN verdwijnen. Daartegenover zou er cash binnenkomen aangezien ATOS Origin flink betaalde voor de overname van deze bedrijfsactiviteiten.

Na deze aanloop wilde hij ervaringen met procesmanagement delen die hij opdeed in deze outsourcingssituatie. De rode draad daarin: Zo’n situatie is geen win-win situatie. Men probeert strak op basis van een SLA samen te werken. Beide partijen houden zich aan de letter van de overeenkomst. De leverancier heeft in die verhouding geen belang bij structurele verbetering van de processen. Sterker nog: Hij zal proberen de gecontracteerde omzet binnen te halen en daarbij minimaal kosten te maken. En om meerwerk te kunnen faktureren voor alles wat niet precies voorzien was.
(Dit is een klassieke outsourcingsituatie, waar oorspronkelijk is geoutsourced vanwege kostenoverwegingen. Later kan weer een insourcing volgen, omdat enerzijds de kosten weer zijn gaan stijgen naar een oncontroleerbaar niveau en anderzijds tot overmaat van ramp elke grip afwezig is om processen en de ondersteunende ICT te verbeteren.)

Uiteindelijk zijn beide partijen ontevreden over de deal. Van Oppen gaf aan, hoe KPN getracht heeft om in de overeenkomst incentives voor de leverancier te creëren voor verbetering van proces en kwaliteit. En om een samenwerkingsrelatie te creëren in plaats van confrontatie. Daarvoor werden de collaborative kpi’s gedefinieerd, het onderwerp van Van Oppen’s voordracht. Deze kpi’s stellen eisen aan beide partijen. Als bijvoorbeeld de leverancier aantoonbaar de effectiviteit van het proces verhoogt, betaalt KPN daarvoor volgens een afgesproken formule een beloning. Volgens Van Oppen werkt KPN t.a.v. dit onderwerp samen met het Massachusetts Institute of Technology en andere universiteiten, die onder de indruk zijn van deze aanpak.

Lesson learned: Bedrijven en instellingen krijgen in toenemende mate te maken met het werken in ketens. Daarin moet niet gewerkt worden volgens een confrontatie- en afrekeningsmodel, maar volgens een samenwerkingsmodel. De collaborative kpi’s leveren daarin een concrete bijdrage.

Monday, August 6, 2007

Datawarehouse in stilte geboren

Vanaf januari 2006 werd in Nederland de nieuwe Loonaangifte operationeel. Samenwerkende partijen (Belastingdienst en UWV) concludeerden, dat de verandering zo ingrijpend was, dat de massale aanlevering door alle inhoudingsplichtigen van Nederland zou leiden tot een hoog foutenpercentage. Besloten werd om de aanvangsfouten in de loonaangiften gericht te analyseren en terug te koppelen naar aanleveraars. De groep die hiermee aan de slag ging werkte aan tooling en gebruikte namen als Kwaliteitscirkel, Markttesttool en Analyse Omgeving. Het woord Datawarehouse viel niet. Misschien wilde men het niet te veel opblazen, maar waarschijnlijker was, dat men uitsluitend geconcentreerd was op het businessdoel: De fouten in de massale aangiftestroom analyseren en terugkoppelen naar de aanleverende werkgevers en administratiekantoren.
De betrokken ontwerper merkt op, dat je daarom beter kunt spreken van Business Intelligence. Er was een acuut businessprobleem, dat om een oplossing vroeg.

Vanuit mijn huidige verantwoordelijkheid bij UWV Polisadministratie kreeg ik ermee te maken, dat de zogenaamde “Analyse Omgeving” voor technisch beheer per 1-7-2007 door UWV werd geoutsourced naar Ordina. De functionele aansturing van de Analyse Omgeving blijft gebeuren vanuit mijn huidige afdeling, het ketenteam van de Polisadministratie.
Daarbij ben ik eens dieper gedoken in de achtergronden van de Analyse Omgeving. En kwam tot de conclusie, dat de tijd rijp is om de organisatie duidelijk te maken, dat er een krachtig datawarehouse ter beschikking staat, dat potentiëel nog veel meer kan dan alleen de terugkoppeling van fouten naar de werkgevers te verzorgen.

Meer over de ontstaansachtergrond:
Het Project Initiatie Document (PID) voor de ‘Kwaliteitscirkel Applicatie 2005 – 2006’ stelt t.a.v. de nieuwe Loonaangiftesystematiek, dat ‘de omvang van de verandering het risico impliceert dat de kwaliteit van de aangeleverde gegevens sterk achterblijft bij het gewenste kwaliteitsniveau.’ Het woord datawarehouse komt niet in de PID voor, maar een drietal ontwerpers werd gebudgetteerd om analysesoftware te ontwerpen. Ontwerper Pieter Vuijk volgt consequent de basisprincipes van Business Intelligence:
-een database met sterschema’s wordt gedefinieerd voor de gewenste analyses
-de ETL (extract transform load) module wordt gebouwd voor vulling van deze database
-als bovenliggende analysetool wordt Business Objects ingezet.
Vanuit zijn ervaring bij Unisys weet hij, dat de Microsoft SQL database zich bewezen heeft voor deze toepassingen. Later ervaart men, dat voor de aanmaak van de terugkoppelingsrapporten per inhoudingsplichtige Microsoft Reporting Services de beste oplossing levert.

En wat hebben we nu:
We hebben nu een Business Intelligence systeem, dat in de loop van 2006 de massale terugkoppeling naar de markt heeft ondersteund. De haperingen in de terugkoppeling zijn terug te voeren op ketenproblemen en niet op het functioneren van de Analyse Omgeving.

Conclusie:
Datawarehouseprojecten kunnen gecompliceerd zijn, omdat de veelheid van management informatie eisen van de participanten (managers, boekhouders, auditors, marketing etc.) voortgang frusteert. Het onderhavige Business Intelligence project had maar één doel en daardoor was er geen discussie over specificaties; er werd alleen maar gebouwd.
Nu dan het datawarehouse er staat, wordt het tijd om de veelheid van informatie eisen binnen de organisatie te kanaliseren in de richting van dit datawarehouse.

Tuesday, July 24, 2007

Aimpactbijeenkomst van 12 juli 2007

De avondbijeenkomst van juli had een wat ander karakter dan de maandbijeenkomsten tot op heden. De rol van Co Politiek was kleiner en de organisatie van de avond was in handen van Toni van Eijden en Peter Mertens, die wellicht vanaf januari 2008 als partner in Aimpact zullen participeren.
Er was een uitleg door Viadesk over de intranet-oplossing die door Viadesk wordt gecreëerd voor Aimpact. Via dit intranet kunnen Aimpact deelnemers communiceren, documenten samen bewerken en hun gezamenlijke afspraken beheren.

Er was verder een interessante presentatie van Ramon Ory over Compliance. Ramon is bezig met de vorming van een Compliance Collectief en zoekt nauwe samenwerking met Aimpact.
Mijns inziens is de compliance beweging vooral veroorzaakt door verscherpt toezicht na de financiële schandalen (Enron e.a.) van de laatste jaren. De wet waaraan Ramon refereerde (MiFID) is niet toevallig gericht op de financiële dienstverlening. Maar in zijn presentatie trok hij het begrip breder dan de financiële dienstverlening. Vanuit de zaal werd de verbinding gelegd naar Quality Assurance in brede zin.
Aanwezigen vonden dit een geslaagd voorbeeld van professionele informatie-uitwisseling en zo heb ik dat zelf ook ervaren. Interessant en leerzaam met een geanimeerde discussie.

De Get Started Academy van Aimpact heeft de eerste groep alumni opgeleverd. Vier personen waren op deze avond aanwezig en het viel mij op, dat zij alle vier zeer positief spraken over de opleiding. “Na 33 jaar in loondienst was het voor mij een openbaring om zo te spreken over zelfstandig ondernemerschap.” Het lijkt mij goed deze testimonials van ervaringsdeskundigen snel in te zetten op de website van Aimpact.

Zie over Aimpact ook mijn posting over de aprilbijeenkomst.

Thursday, July 12, 2007

Beheren van je LinkedIn contacten

Op 7 mei 2007 schreef ik een enthousiast stukje over het gebruik van LinkedIn voor professionals.
Vandaag iets over mijn ervaring met het beheren van je LinkedIn contacten.

Ik heb intussen uitgevonden, dat de community rondom LinkedIn (één vertegenwoordiger van zogenaamde Social Software) ook discussiegroepen opzet zoals bijvoorbeeld de Yahoo-techgroups, waarbij men zich zonder enige drempel kan aansluiten.

Zelf ben ik in die groepen doelgericht gaan zoeken naar mogelijkheden voor ‘contacts management’. Omdat ik intussen 70 contacten heb aangesloten, krijg ik behoefte om enige beheertaken voor die contacten uit te voeren:
a. De contacten in categorieën indelen. Voor mij zijn dat bijvoorbeeld Academic, Banking, Detachering, ICT-architects, Insurance, Opennetworkers, Politie ICT, Projectmanagement, Risicomanagement en HRM specialisten.
b. Voorts zou ik willen bijhouden welke vragen of artikelen ik heb uitgezet en bij welke mensen.
LinkedIn biedt daarvoor geen ondersteuning. De contacten exporteren naar een externe database is dus gewenst. Toegevoegd voordeel daarvan vind ik, dat ingeval van een LinkedIn crash, mijn contacten elders bewaard zijn (back up). Want die contacten met de laatste bereikbaarheidsgegevens zijn mijn belangrijkste asset binnen LinkedIn.

Bij LinkedIn Answers las ik over de tool LICM (LinkedIn contacts management). Dat is freeware. Tegelijkertijd las ik, dat deze tool sinds enige weken niet meer functioneert, omdat wijzigingen in de LinkedIn interfaces door de tool niet kunnen worden gevolgd. Deze toestand lijkt langdurig, dus heb ik verder gezocht en vond een tip om de contacten te exporteren naar het Yahoo adresboek. Daarvoor moest ik een Yahoo-account aanmaken, maar dat is probleemloos. Intussen zijn mijn contacten geëxporteerd naar Yahoo, waarmee ik van bovenstaande behoeften item a) heb kunnen invullen.
Ik verwacht, dat ik ook item b) in Yahoo kan realiseren. Vanuit het adresboek kunnen namelijk aan geselecteerde personen berichten worden gestuurd. Door het bewaren van deze mailings in folders krijg je dan de gewenste informatie.

Meer lezenswaardige artikelen over Social Software:
- Business Week schrijft regelmatig over Social Software. Tussen 1981 en 1984 was dit mijn lijfblad, dat ik wekelijks van voor naar achter las. Als deze thermometer voor ontwikkelingen in business over Social Software schrijft, dan stelt het echt wat voor!

- Op 20 juni schreef ik in mijn weblog een stukje met verwijzing naar een Prima Vera working paper van de Universiteit van Amsterdam. (“Wim Bouman tenslotte presenteerde PrimaVera Working Paper 2007-11. ‘The Realm of Sociality: Notes on the Design of Social Software”).